Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Ecofin Raad 31-12-1998

Datum nieuwsfeit: 04-01-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten


2155. Raad - ECOFIN - EURO

Press Release: Brussels (31-12-1998) - Nr. 14386/98 (Presse 456)
_________________________________________________________________

Voorzitter: de heer Rudolf EDLINGER minister van Financiën van Oostenrijk

OMREKENINGSKOERSEN VAN DE EURO

De Raad heeft de verordening aangenomen tot onherroepelijke vaststelling van de omrekeningskoersen tussen de euro en de munteenheden van de lidstaten die de euro aannemen:


1 euro = 40,3399 Belgische frank

= 1,95583 Duitse mark

= 166,386 Spaanse peseta

= 6,55957 Franse frank

= 0,787564 Iers pond

= 1936,27 Italiaanse lire

= 40,3399 Luxemburgse frank

= 2,20371 Nederlandse gulden

= 13,7603 Oostenrijkse schilling

= 200,482 Portugese escudo

= 5,94573 Finse mark.

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1999 (om 0.00 uur plaatselijke tijd).

Er zij aan herinnerd dat de Raad, in de samenstelling van staatshoofden en regeringsleiders, op 3 mei 1998 heeft bevestigd dat België, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Finland voldoen aan de nodige voorwaarden voor de aanneming van één munt op 1 januari 1999.

Met ingang van 1 januari 1999 is de euro de munteenheid van de lidstaten die de eenheidsmunt aannemen. De invoering van de euro vereist dat de omrekeningskoersen worden vastgesteld waartegen de nationale munteenheden door de euro zullen worden vervangen en waartegen de euro in de nationale munteenheden zal worden onderverdeeld. Met de invoering van de euro worden alle verwijzingen in rechtsinstrumenten naar de ecu vervangen door verwijzingen naar de euro, tegen een koers van één euro voor één ecu.

De omrekeningskoersen zijn vastgesteld als één euro, uitgedrukt in de afzonderlijke nationale munteenheden van de deelnemende lidstaten. Om een hoge graad van nauwkeurigheid te bereiken, zijn deze koersen vastgesteld in zes significante cijfers.

OVERIGE BESLUITEN

(Aangenomen zonder debat)

Besluit houdende aanneming van het statuut van het Economisch en Financieel Comité

Ingevolge het politiek akkoord van 1 december over de ontwerp-besluiten betreffende de samenstelling en het statuut van het Economisch en Financieel Comité heeft de Raad formeel het besluit betreffende het statuut van het Comité aangenomen (het besluit betreffende de samenstelling van het Comité is reeds op 21 december aangenomen).

In het besluit is met name bepaald dat het Economisch en Financieel Comité de taken uitvoert als omschreven in de leden 2 en 4 van artikel 109 C van het Verdrag, en bovendien dat het Comité:


- kan worden geraadpleegd in het kader van de procedure die leidt tot besluiten betreffende het wisselkoersmechanisme van de derde fase van de Economische en Monetaire Unie (WKM II);
- onverminderd artikel 151 van het Verdrag, de werkzaamheden van de Raad voorbereidt met betrekking tot het toezicht op de ontwikkeling van de wisselkoers van de euro;
- het kader vormt waarin de dialoog tussen de Raad en de Europese Centrale Bank (ECB) kan worden voorbereid en voortgezet op het niveau van hoge ambtenaren van de ministeries, nationale centrale banken, de Commissie en de ECB.

Tevens is in het besluit bepaald dat het Comité uit de leden die hoge nationale bestuursambtenaren zijn, met meerderheid van stemmen een voorzitter kiest voor een periode van twee jaar. Deze ambtstermijn kan worden verlengd.

Monetaire betrekkingen met het Vorstendom Monaco, de Republiek San Marino en Vaticaanstad

Met het oog op de invoering van de euro heeft de Raad drie beschikkingen vastgesteld met betrekking tot het standpunt dat de Gemeenschap zal innemen ten aanzien van de overeenkomsten waarover zal worden onderhandeld met San Marino, Vaticaanstad en het Vorstendom Monaco - die momenteel specifieke monetaire betrekkingen met respectievelijk Italië en Frankrijk hebben - aangezien de Gemeenschap met ingang van 1 januari 1999 bevoegd zal zijn voor de monetaire en wisselkoersaangelegenheden in de lidstaten die de euro aannemen.

Over de overeenkomsten met de Republiek San Marino en met Vaticaanstad zal namens de Gemeenschap worden onderhandeld door Italië, terwijl over de overeenkomst met het Vorstendom Monaco zal worden onderhandeld door Frankrijk, eveneens namens de Gemeenschap.

In de beschikkingen van de Raad met betrekking tot het standpunt dat de Gemeenschap bij deze onderhandelingen zal innemen, is bepaald dat de Republiek San Marino, Vaticaanstad en het Vorstendom Monaco het recht hebben de euro als hun officiële munteenheid te gebruiken, en de status van wettig betaalmiddel toe te kennen aan eurobankbiljetten en
-munten. Zij moeten zich ertoe verbinden geen bankbiljetten, munten of monetaire surrogaten van welke aard ook uit te geven, tenzij de voorwaarden voor de uitgifte daarvan met de Gemeenschap zijn overeengekomen. Dit laat evenwel het recht van Vaticaanstad om verzamelaarsmunten te blijven uitgeven en van de Republiek San Marino om in scudi luidende gouden munten te blijven uitgeven, onverlet.

Bovendien moeten de Republiek San Marino, Vaticaanstad en het Vorstendom Monaco zich ertoe verbinden de regels van de Gemeenschap betreffende eurobankbiljetten en -munten van toepassing te maken op hun grondgebied, en nauw samen te werken met de Gemeenschap bij maatregelen tegen vervalsing van eurobankbiljetten en -munten.

Financiële instellingen die in de Republiek San Marino, Vaticaanstad of het Vorstendom Monaco zijn gevestigd, kunnen op passende voorwaarden, die met de instemming van de Europese Centrale Bank worden vastgesteld, toegang krijgen tot betalingssystemen in de eurozone.

Monetaire regelingen in de Franse territoriale gemeenschappen Saint-Pierre-et-Miquelon en Mayotte

Met het oog op de invoering van de euro heeft de Raad een beschikking vastgesteld betreffende de monetaire regelingen in bovengenoemde Franse territoriale gemeenschappen, die een integrerend deel van Frankrijk zijn maar geen deel uitmaken van de Gemeenschap.

In de beschikking is bepaald dat de euro de munteenheid van Saint-Pierre-et-Miquelon en Mayotte wordt. Frankrijk blijft tot en met uiterlijk 30 juni 2002 in deze territoriale gemeenschappen de status van wettig betaalmiddel toekennen aan bankbiljetten en muntstukken in Franse frank; vanaf 1 januari 2002 zal Frankrijk de status van wettig betaalmiddel aan bankbiljetten en munststukken in euro toekennen. Frankrijk ziet er in onderlinge overeenstemming met de Commissie en de ECB op toe dat die onderdelen van het Gemeenschapsrecht die noodzakelijk zijn of zullen worden voor het functioneren van de EMU, worden toegepast in Saint-Pierre-et-Miquelon en Mayotte.

De beschikking treedt in werking op 1 januari 1999. Frankrijk zal bij nationale wetgeving de nodige monetaire regelingen met deze territoriale gemeenschappen vaststellen.


_________________________________________________________________

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie