Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Koopwoningen 1998: second-best keuzes door krapte

Datum nieuwsfeit: 12-01-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

NVM

KOOPWONINGEN 1998: SECOND-BEST KEUZES DOOR KRAPTE

De prijs van een gemiddelde koopwoning is in 1998 met 8 gestegen van 271.000 gulden eind 1997 naar 293.000 gulden. Oorzaken van de prijsstijging zijn de verbeterde werkgelegenheid, het positieve consumentenvertrouwen, de verder dalende hypotheekrente, de schaarste en het door vermogensgroei kunnen maken van opstapjes in de markt (kwaliteitsverbetering wooncarrière). De landelijke prijsstijging bedroeg het jaar daarvoor 8,9. Aan aanbodzijde lijkt de woningbouwhausse achter de rug te zijn. Het marktevenwicht staat echter nog te veel onder druk. In de regio's Amsterdam en Utrecht is de toevoeging van het aantal gewenste woningtypen bijna nihil. Hierdoor blijven deze woningmarktgebieden te duur en wordt de doorstroming belemmerd. Woonconsumenten moeten teveel .second-best' keuzes maken en in bepaalde regio's wordt het kopen onbetaalbaar voor toekomstige starters en alleenverdienende huishoudens. Dit blijkt uit de jaargegevens 1998 van de vakgroep NVM Wonen van de Nederlandse Vereniging van Makelaars o.g. en vastgoeddeskundigen NVM. NVM Wonen pleit derhalve voor meer aandacht voor het ontwikkelen van de hele Utrechtse regio, het verder uitbouwen en diversificeren van het Amsterdamse aanbod (de voorraad koopwoningen betreft slechts 12), extra aandacht voor het Noorden en het meer marktconform in de markt zetten van nieuwbouwwoningen.

Woningtypen
De regionale prijsverschillen en de verschillen in prijsontwikkeling in woningtypen namen het afgelopen jaar opnieuw toe. Werd in 1997 nog 242.000 gulden betaald voor een gemiddelde tussenwoning, in 1998 steeg de prijs met 6,0 naar 257.000 gulden. De prijs van de gemiddelde hoekwoning is vorig jaar in vergelijking met 1997 met 8,3 gestegen van 294.000 naar 318.000 gulden. De prijs van de gemiddelde vrijstaande woning steeg met 11,0 van 439.000 naar 487.000 gulden. En het gemiddelde appartement steeg met 8,7 in prijs, van 184.000 naar 204.000 gulden.

De belangstelling voor bestaande koopwoningen en nieuwbouwkoopwoningen bleef in 1998 aanhoudend hoog. Het aantal door NVM-woningmakelaars verkochte woningen steeg in 1998 met 9,6 van 103.402 naar 113.368 transacties. De looptijd - gemiddelde tijd waarin woningen te koop staan - steeg met twee dagen van 39 naar 41 dagen.

Het komend jaar verwacht de NVM een iets lagere prijsstijging van koopwoningen. De verwachtingen voor de economische ontwikkelingen zijn minder positief dan in 1998, hoewel de vraag blijft gestimuleerd door de lage rente en de aanhoudende behoefte aan kwalitatief hoogwaardige koopwoningen.

Aanbodzijde
Aan aanbodzijde lijkt de woningbouwhausse achter de rug te zijn. In
1998 was een forse daling te zien van het aantal verleende bouwvergunningen (90.000 tegenover 102.000 in 1997, bron CBS). Het aantal verleende vergunningen voor de BON-gebieden (Bouwen Op Niveau) is in 1998 gedaald met circa 15 van 45.000 naar 38.000. Het bouwprogramma in deze zeven gebieden loopt circa één jaar achter op de planning.

Hierdoor is de groei van de bouw en realisatie van de grote VINEX-locaties afgenomen. Alleen op de grote uitleglocaties zet de bouw actief door (regio Haaglanden: Wateringse Veld, Ypenburg/ Leidsche Veen/ Zoetermeer, regio Amsterdam: IJburg, regio Rotterdam: Carnisselanden en regio Utrecht: Leidse Rijn, regio KAN: de Waalsprong). In de overige 18 stadsgewesten ligt de verwachte woningbouwproductie tot 2000 (105.000) circa een half jaar voor op de convenantafspraken (95.000). In 1998 zijn net als in het jaar daarvoor 23.000 woningen gerealiseerd.

Het marktevenwicht staat echter nog te veel onder druk. Het aantal keuzemogelijkheden liep in 1998 terug tot drie (NVM Wonen spreekt van een marktevenwicht bij een keuze van vijf à zes objecten). Met name in de regio's Amsterdam en Utrecht is de toevoeging van het aantal gewenste woningtypen aan de woningvoorraad - zoals vrijstaande woningen - bijna nihil. Hierdoor ontstaat in deze regio's een kraptebeleid, terwijl in andere regio's, zoals Gelderland en Brabant, in de toevoeging het accent wordt gelegd op niet-gewenste middensegmenten. Zo blijven dure woningmarktgebieden te duur en wordt de doorstroming belemmerd. Hierdoor moeten woonconsumenten teveel .second-best' keuzes maken.

De regio's Amsterdam en Utrecht geven op dit moment de toon aan op het gebied van prijsstijgingen: Utrecht is de duurste stad voor eengezinswoningen en Amsterdam de duurste appartementenstad. Volgens NVM Wonen moet niet de invulling van de VINEX-locaties bepalen waar behoefte aan is, maar de bestaande marktvraag. Nu worden lagere inkomens uit de regio Utrecht weggejaagd. NVM Wonen pleit daarom voor het voorrang geven aan de ontwikkeling van de gehele Utrechtse regio en het meer diversificeren van het Amsterdamse aanbod. Daarnaast kunnen gemeenten meer aandacht schenken aan het marktconform in de markt zetten van nieuwbouwwoningen. Hierdoor wordt de grondprijs ontlast en ontstaat meer financiële ruimte voor de gewenste woningkwaliteit.

Verder dient extra aandacht te worden geschonken aan het Noorden: de ontwikkeling van de woningmarktgebieden Noord-Oost Groningen, Zeeland en een deel van Friesland blijft achter. Op dit moment vertoont de uitgebreide Randstad een forse prijsontwikkeling, de grensgebieden minder stijgende woningprijzen en gebieden in het Noord-Oosten en Oosten een achterblijvende groei.

Vraagzijde
Aan de vraagzijde van de woningmarkt zijn de blijvend lage hypotheekrente, het zich verder verbeterende inkomensperspectief voor tweeverdieners, de economische groei en het positieve consumentenvertrouwen een gezonde basis voor een evenwichtige marktontwikkeling voor koopwoningen. NVM Wonen meent echter dat in bepaalde dure regio's het kopen voor starters en alleenverdieneners in toenemende mate onbetaalbaar wordt. Alleen
tweeverdiener-huishoudens komen in deze dure woningmarktgebieden nog in aanmerking. Starters en alleenverdieners worden gedwongen tot het maken van .second-best' keuzes.

Rente
De rente in Nederland bleef in 1998 laag door een aantrekkende conjunctuur bij een gematigde loongroei. De lange rente is zelfs fors gezakt tot het huidige peil van 4,75 (1997: 5,6). Door het depressie in Azië is de inflatiedruk in 1998 wat getemperd, hoewel dit niet van invloed is geweest op de Nederlandse woningmarkt. Naar verwachting ligt de convergentie naar de eurorente voor de lange rente rond 5.
===========================

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie