Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

SZW: Hoogervorst presenteert plan van aanpak WAO

Datum nieuwsfeit: 15-01-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

expostbus51


Ministerie SZW

SZW: Hoogervorst presenteert plan van aanpak WAO

99/4


15 januari 1999
Staatssecretaris Hoogervorst presenteert plan van aanpak WAO

De kwaliteit van de medische keuringen voor een WAO-uitkering moet worden verbeterd en er moet meer controle plaatsvinden op het verloop en de uitkomst van deze keuringen. Arbeidsongeschikten die een gerede kans hebben op herstel moeten vaker worden herkeurd. De richtlijnen voor de keuring van mensen met psychische klachten moeten worden verbeterd. Zieke of arbeidsongeschikte werknemers moeten zo snel mogelijk terugkeren in het arbeidsproces. Met bedrijfstakken waar zich de meeste arbeidsongeschiktheidsrisico.s voordoen, zullen de komende jaren convenanten worden gesloten over het verbeteren van de arbeidsomstandigheden.

Dit staat in het plan van aanpak WAO van staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat aan de Tweede Kamer is gestuurd. De maatregelen zijn er op gericht om enerzijds de hoge instroom in de WAO te beperken en anderzijds de uitstroom te bevorderen. Dat gebeurt langs drie lijnen: verbetering van de medische en arbeidskundige keuringen voor een WAO-uitkering, een snellere terugkeer van zieke of gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers in het arbeidsproces en het aanpakken van de arbeidsomstandigheden op de werkvloer, met name de werkdruk en de tilproblematiek. Over dit laatste punt is een aparte nota aan de Tweede Kamer gezonden: .Arboconvenanten nieuwe stijl: beleidsstrategie voor de komende vier jaar (1999-2002)..

Volgens een zogeheten .quick scan. van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) is het aantal mensen met een WAO-uitkering in de eerste drie kwartalen van 1998 gestegen met circa 18.000. Dit brengt het aantal WAO-uitkeringen op bijna 900.000. De stijging valt deels te verklaren door de snelle groei van de beroepsbevolking. Zorgwekkend is echter dat niet alleen het aantal WAO-uitkeringen toeneemt, maar dat ook de kans dat iemand in de WAO terecht komt is gestegen. De instroomkans is - uitgedrukt als percentage van het aantal verzekerde werknemers - gestegen van 1,1 procent in 1995 tot 1,4 à 1,5 procent in 1998.

In het regeerakkoord is afgesproken dat in deze kabinetsperiode 500 miljoen gulden moet worden bespaard op arbeidsongeschiktheid en ziekteverzuim. Hiervan zal 200 miljoen worden gerealiseerd door een afname van de wachtlijsten in de zorg, waardoor mensen sneller weer aan het werk kunnen. De overige 300 miljoen wil staatssecretaris Hoogervorst besparen door het aantal WAO-uitkeringen in het jaar 2002 met 16.000 terug te brengen ten opzichte van eerdere ramingen. Het instroompercentage zal moeten dalen van 1,4 à 1,5 procent nu tot 1,35 procent in 1999-2000.

Verbetering medische en arbeidskundige keuringen Uit diverse onderzoeken blijkt dat de medische en arbeidskundige keuringen voor een WAO-uitkering niet voldoende objectief en uniform worden uitgevoerd, waardoor mensen soms ten onrechte in de WAO komen of een te hoge uitkering ontvangen.
Om de kwaliteit van de keuringen te verbeteren stelt staatssecretaris Hoogervorst een zevental maatregelen voor. Ten eerste dienen er normen te worden ontwikkeld om de keuringen meer uniform en objectief te laten verlopen. Gebleken is dat in de praktijk teveel ruimte bestaat voor visie-verschillen tussen verzekeringsartsen en/of arbeidsdeskundigen en dat de kwaliteit van de keuringen onvoldoende is gewaarborgd.
Om haalbare kwaliteitseisen te kunnen formuleren zal eerst een diepgaande analyse worden gemaakt van de huidige keuringspraktijk, waarbij ook zal worden gelet op de verschillen die in de praktijk bestaan tussen de uitvoeringsinstellingen. Deze inventarisatie moet leiden tot het vaststellen van wat op dit moment als .best practice. kan worden beschouwd. Deze .best practice. moet dan als norm gaan gelden voor alle uitvoeringsinstellingen.

Het tweede punt is dat er meer controle dient te komen op de uitkomst van een medische of arbeidskundige beoordeling en op de naleving van de gestelde normen. Uit onderzoek is gebleken dat een hogere mate van controle ertoe leidt dat verzekeringsartsen of arbeidsdeskundigen minder vaak een WAO-uitkering toekennen dan wel vaker een gedeeltelijke WAO-uitkering toekennen in plaats van een volledige uitkering. De uitkomst van een medische of arbeidskundige keuring moet goed worden gedocumenteerd, zodat het management van de uitvoeringsinstellingen beslissingen van individuele keuringsdeskundigen kan toetsen. Ook zullen keuringsdeskundigen onderling controles uitvoeren op beslissingen van collega.s.

Verder vindt staatssecretaris Hoogervorst dat er een einde moet komen aan het nog steeds hoge aantal zogeheten pro-forma keuringen. Regel is dat de medische en arbeidskundige beoordeling minimaal vier weken voor het einde van het eerste ziektejaar moet zijn afgerond. Wanneer deze keuring niet op tijd plaatsvindt wordt de uitkering, in afwachting van de keuring, op basis van administratieve criteria toegekend (pro forma). De betrokkene krijgt dan veelal een volledige uitkering. Het aantal pro-forma keuringen is niet precies bekend. Staatssecretaris Hoogervorst vindt deze gang van zaken zeer ongewenst en wil de garantie dat keuringen tijdig plaatsvinden zodat mensen niet ten onrechte in de WAO terecht komen.

Ook zullen arbeidsongeschikte werknemers, waar zinvol, vaker worden herkeurd. Als de verzekeringsarts de kans op herstel van een arbeidsongeschikte aanwezig acht, zal direct een moment van herkeuring moeten worden vastgesteld. Staatssecretaris Hoogervorst wil dat duidelijke criteria worden geformuleerd voor de vraag wanneer een tussentijdse herkeuring op z.n plaats is en hoe vaak zo.n herkeuring moet plaatsvinden. In gevallen waarin op korte termijn herstel wordt verwacht kan bijvoorbeeld een herkeuring na drie maanden volgen. Als verwacht wordt dat het herstel langer duurt zou bijvoorbeeld herkeuring na een half jaar kunnen volgen. Ook mensen die nu al een WAO-uitkering ontvangen kunnen, in het kader van de reguliere herkeuringen, in principe voor deze werkwijze in aanmerking komen.

Staatssecretaris Hoogervorst laat voorts betere richtlijnen ontwikkelen voor de wijze waarop verzekeringsartsen moeten omgaan met mensen met psychische klachten. De diagnose psychische arbeidsongeschiktheid beslaat momenteel meer dan 30 procent van zowel het huidige bestand als van de instroom in de WAO. Verder leidt psychische arbeidsongeschiktheid vaker tot een volledige WAO-uitkering dan andere vormen van arbeidsongeschiktheid. Het blijkt dat verzekeringsartsen de psychosociale problematiek als het lastigste onderdeel van de keuring beschouwen en aangeven dat zij slechts beperkte mogelijkheden hebben om de psychische belastbaarheid van de cliënt te meten. Heldere richtlijnen moeten hiervoor uitkomst bieden.

Ook het gedrag van de (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte zelf wordt een belangrijk punt van aandacht. Tegenover het recht op een uitkering dient een serieuze inspanning van de arbeidsongeschikte te staan om weer aan het werk te komen. Verder moet de toepassing van sancties voor arbeidsongeschikten die zich onvoldoende inspannen worden aangescherpt. Hetzelfde geldt voor werkgevers die hun werknemers onvoldoende mogelijkheden bieden om terug te keren op hun werkplek.

Tenslotte wil staatssecretaris Hoogervorst dat de informatievoorziening rond ontwikkelingen in de WAO wordt verbeterd. Voor een goede aanpak is het essentieel dat betrouwbare informatie voorhanden is over onder meer het aantal uitkeringen en de oorzaken van arbeidsongeschiktheid. Op dit moment is het totaal aantal uitgevoerde keuringen niet precies bekend en wordt door verzekeringsartsen in een groot aantal gevallen de diagnose .onbekend. ingevuld. De informatieverplichting van de uitvoeringsinstellingen aan het Lisv zal daarom worden uitgebreid.

De genoemde maatregelen betekenen volgens staatssecretaris Hoogervorst dat de dagelijkse WAO-keuringspraktijk op een aantal fundamentele punten moet worden verbeterd. Er zal een omvangrijk hervormingsproces in gang worden gezet, dat een grote inspanning van alle betrokkenen vergt. Het Lisv, als eerste verantwoordelijke organisatie, krijgt hierbij een belangrijke rol.

Reïntegratie
Om te voorkomen dat mensen in de WAO terecht komen is volgens staatssecretaris Hoogervorst van belang dat zo snel mogelijk nadat een werknemer ziek is geworden maatregelen worden genomen om terugkeer naar de werkplek te bevorderen. Ook moeten werkgevers vaker dan nu gedeeltelijk arbeidsongeschikten (arbeidsgehandicapten) in dienst nemen. De Wet reïntegratie arbeidsgehandicapten biedt hiervoor een groot aantal mogelijkheden. Het kabinet heeft tijdens het Najaarsoverleg afspraken gemaakt met de sociale partners om deze mogelijkheden beter te benutten. Zo worden er regionale steunpunten opgezet die de voorlichting aan werkgevers en werknemers over de wet ter hand zullen nemen. Daarbij zal ook gebruik worden gemaakt van de ervaringsdeskundigheid van arbeidsgehandicapten. Verder moet de specifieke kennis van arbo-artsen over arbeidsomstandigheden in de sector waarin zij werken, worden verbeterd. Op brancheniveau worden inmiddels initiatieven ontwikkeld om arbeidsgehandicapten gemakkelijker in contact te brengen met werkgevers die een baan voor hen hebben en andersom. Op deze wijze kan de doelstelling van het Lisv, om in 1999 30.000 arbeidsgehandicapten aan een baan te helpen, binnen bereik komen. Per branche zal worden bekeken of deze doelstelling wordt gehaald.

Staatssecretaris Hoogervorst wil ook het zogeheten .poortwachtersmodel. verbeteren. Sinds de invoering van de Wet uitbreiding loondoorbetalingsverplichting bij ziekte hebben de uitvoeringsinstellingen tot taak te controleren of werkgevers zich voldoende inspannen om hun zieke werknemers tijdens het eerste ziektejaar weer aan het werk te krijgen. Toetsing hiervan vindt plaats aan de hand van reïntegratieplannen die werkgevers op bepaalde tijdstippen moeten indienen. In de praktijk is gebleken dat dit poortwachtersmodel niet goed werkt. Zo is de samenwerking tussen uitvoeringsinstellingen en arbodiensten nog onvoldoende. Op dit moment wordt in intensief overleg met de betrokken instellingen bekeken op welke wijze verbeteringen kunnen worden doorgevoerd. Het kabinet zal de Tweede Kamer in het voorjaar een plan voor de hervorming van het poortwachtersmodel toezenden.

Arboconvenanten
De maatregelen in het plan van aanpak zijn er voor een belangrijk deel op gericht te voork¢men dat werknemers ziek worden. In dit kader zijn landelijke streefcijfers
geformuleerd voor het verminderen van werkdruk, tillen, RSI en schadelijk geluid. Staatssecretaris Hoogervorst wil in deze kabinetsperiode minimaal 20 arboconvenanten afsluiten met bedrijfstakken waar zich de meeste risico.s op arbeidsongeschiktheid voordoen. In het regeerakkoord is hiervoor een jaarlijks oplopend bedrag beschikbaar gesteld: 14 miljoen in 1999, 27,5 miljoen in 2000, 42 miljoen in 2001 en 77,5 miljoen gulden in 2002. In het Najaarsoverleg hebben werkgevers, werknemers en het kabinet al een gemeenschappelijke intentieverklaring getekend over de arboconvenanten.
In de convenanten maken werkgevers, werknemers en de overheid per branche afspraken over het terugdringen van veiligheids- en gezondheidsrisico.s op het werk. Er zal vooral aandacht worden besteed aan het verminderen van psychische klachten en klachten aan het bewegingsapparaat (gewrichten, rug, armen en benen), die tezamen circa driekwart van de uitkeringskosten voor arbeidsongeschiktheid en ziekteverzuim uitmaken. Bij elk convenant zal worden ingezet op concrete kwantitatieve doelen, waardoor het aantal mensen dat blootstaat aan bepaalde arbeidsrisico.s moet afnemen. Door convenanten op bedrijfstakniveau af te sluiten kan een koppeling worden gemaakt met de CAO-afspraken in de bedrijfstak. Hierdoor wordt het onderwerp arbeidsomstandigheden een vast onderdeel op de agenda van de CAO-onderhandelingen. Een ander voordeel van de branchegewijze convenantenaanpak is dat algemene beleidsregels per bedrijfstak worden uitgewerkt, waardoor normen op maat ontstaan.
In de Stichting van de Arbeid zal jaarlijks overleg plaatsvinden tussen de betrokken partijen over de voortgang van de convenantenaanpak. Verder zal de Arbeidsinspectie toezien op de naleving van de gemaakte afspraken. De capaciteit van de Arbeidsinspectie voor actieve inspecties zal mede in dit kader de komende vier jaar met 20 volledige banen worden uitgebreid. Dit betekent een toename van de actieve inspectiecapaciteit op het gebied van arbeidsomstandigheden met 13 procent in 2002.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie