Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Passieve euthanasie toegepast bij ÉÉn van de vier van Breda

Datum nieuwsfeit: 17-01-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

NPS


PASSIEVE EUTHANASIE TOEGEPAST BIJ ÉÉN VAN DE VIER VAN BREDA

(uitzending De Affaire, vrijdag 15 januari , 21.15 uur Nederland 3)

Internist en controlerend arts H. Hers verklaarde in deze aflevering van De Affaire dat één van de Vier van Breda is gestorven na passieve euthanasie: "Als je dat woord wilt gebruiken, ja dan heb ik passieve euthanasie toegepast. Ik heb bepaalde dingen aan hem onttrokken. Met de behandelend artsen van Kotälla heb ik gesprekken gevoerd over zijn behandeling en daarna heb ik de medicijnen gestopt."

Hers zegt dat de toenmalige minister van Justitie mr. J. de Ruiter wist dat hij passieve euthanasie had gepleegd op Kotälla. De internist had echter geen bevoegdheid om Kotälla te behandelen. Hij was er slechts voor om te beoordelen of de diagnose van de behandelende artsen juist was. De Ruiter bevestigt dit en geeft daarmee aan dat Hers in strijd met zijn opdracht handelde.

Zowel de politiek als de samenleving zijn diverse keren in beroering gebracht door de mogelijke vrijlating van de vier Duitse oorlogsmisdadigers Kotälla, Aus der Fünten, Fischer en Lages. Ze werden bekend als 'De Vier van Breda', genoemd naar de plaats van de gevangenis waar ze vast zaten.
Het tumult rond de Vier van Breda begint in 1966 als minister van Justitie mr. I. Samkalden Willie Lages wil vrijlaten. Zijn besluit is gebaseerd op de uitspraken van gevangenis-artsen die zeggen dat Lages ongeneeslijk ziek is en binnen zeer korte tijd zal sterven. Samkalden vindt dat voorkomen moet worden dat mensen in de gevangenis sterven. Hij beroept zich op het humanitaire recht. Hij vertelt de Kamer niet dat gevangenis-artsen ook op andere gronden voor vrijlating van Lages pleiten. In De Affaire zegt een betrokkene namelijk dat artsen de zieke Lages niet durfden te opereren uit angst dat de operatie zou mislukken en dat hij daardoor in gevangenschap zou sterven. Samkalden laat Lages vertrekken. In Duitsland wordt hij wel geopereerd en blijft hij nog vijf jaar leven. Het voormalig verzet en vervolgden zijn woedend en voelen zich bedrogen.

De discussie laait opnieuw op als in 1972 minister van Justitie mr. A. van Agt pleit voor vrijlating van de overgebleven Drie van Breda. Door politieke en maatschappelijke druk moet hij van zijn plan afzien. Van Agt: "De heersende ervaren belevenis van toen die je bijblijft, is dat emoties van vergelding zo sterk kunnen zijn, dat principes worden weggespoeld als dammen door de zee."

Inmiddels is internist H. Hers - tevens oud-verzetsman - als onafhankelijk arts naar voren geschoven. Hij moet oordelen over de medische behandeling en gezondheidstoestand van de Drie van Breda. Verscheidene keren vraagt het ministerie Hers om zijn medisch oordeel. Ook als Kotälla ernstig ziek wordt, luidt zijn advies: niet ziek genoeg om voor gratiering in aanmerking te komen of te ziek om vervoerd te worden. "U moet wel bedenken dat ik niet helemaal objectief ben. Ik heb wel bij mezelf gedacht 'nou klootzak, blijf nog een poosje hier, waarom moet jij naar huis? Dat deden jullie nooit met onze gevangenen'", aldus Hers.
De toenmalige minister De Ruiter daarover: "Er was natuurlijk de voorgeschiedenis geweest met Lages die op medische gronden was vrijgelaten en toch nog geruime tijd had voortgeleefd. En dat doemde steeds op als een soort schrikbeeld. En zo is die stap van gratiering voor Kotälla tijdens zijn leven niet genomen." Hij voegt er aan toe: "Staatsrechtelijk nogal bedenkelijk, maar het was zo dat, zolang vertegenwoordigers van het verzet niet het begrip konden opbrengen voor vrijlating, kon die vrijlating in feite ook niet worden overwogen."

In 1989 is het minister van Justitie mr. F. Korthals Altes die de dan nog overgebleven Twee van Breda vrijlaat. Hij wordt hierin gesteund door een groep van negentien prominente Nederlanders, veelal met een oorlogsverleden, die pleiten voor vrijlating. De brief is mede ondertekend door H. Hers.

Regie en samenstelling: Klaartje Quirijns.
Research en redactie: Hendrina Praamsma

Hilversum, 16 januari 1999

NPS Persberichten

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie