Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Minister Financien over beleggingsfondsen in besloten kring

Datum nieuwsfeit: 20-01-1999
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

expostbus51


Ministerie van Financien


www.minfin.nl

FINANCIEN: BELEGGINGSFONDSEN

PERSBERICHTNR. 99/016 Den Haag 20 januari 1999

ANTWOORDEN VAN DE MINISTER VAN FINANCIEN OP VRAGEN VAN HET LID VAN DE

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL VO.TE-DROSTE OVER BELEGGINGSFONDSEN

IN BESLOTEN KRING

VRAGEN:


1.

Belemmert een lacune in de Wet toezicht Beleggingsinstellingen het verrichten van adequaat toezicht door de Nederlandsche Bank in affaires zoals recent aan het licht kwamen in Doetinchem?1

2.

Kan duidelijkheid gegeven worden over de criteria die gelden voor een .beleggingsfonds in besloten kring. versus een beleggingsinstelling in de formele zin van de wet?

3.

Wat zijn de gevolgen indien een .beleggingsfonds in besloten kring. activiteiten onderneemt zoals het aantrekken van vermogen van derden? Is er in dat geval sprake van een beleggingsinstelling zoals vermeld in artikel 1 van de Wet toezicht Beleggingsinstellingen?

4.

Zo ja, welke zijn dan de consequenties voor het niet aanmelden van een dergelijk fonds bij De Nederlansche Bank?

5.

Is het noodzakelijk dat .beleggingsfondsen in besloten kring. die vermogen van derden aantrekken onder het toezicht van de Nederlandsche Bank vallen? Welke maatregelen zal de regering nemen indien de criteria niet duidelijk zijn en sprake is van een lacune in de wet?


1 Het Financieele Dagblad, 12 november jl.
ANTWOORDEN:


1 en 2.
In het artikel in het FD waarop de vraag is gebaseerd, wordt gesuggereerd dat er een lacune in de wetgeving is die inhoudt dat een beleggingsfonds zich kan vermommen als studieclub of sociëteit. De vraag is of de vermeende lacune het toezicht van DNB belemmert in affaires zoals rond beleggingsclubs.

Onder .beleggingsinstelling. verstaat de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Wtb) een instelling die gelden heeft verkregen ter collectieve belegging teneinde de deelnemers in de opbrengsten van de beleggingen te doen delen (artikel 1, eerste lid, Wtb). Een beleggings(studie)club valt onder de beschrijving van .beleggingsinstelling. indien de inleggelden in een gezamenlijke pot worden gestopt om vervolgens gezamenlijk te beleggen en de opbrengsten te laten delen door de leden van de club.
Op grond van de Wtb is het verboden in of vanuit Nederland buiten een besloten kring gelden of andere goederen ter deelneming in een beleggingsinstelling waaraan geen vergunning is verleend, te vragen of te verkrijgen dan wel rechten van deelneming in een dergelijke beleggingsinstelling aan te bieden (artikel 4 Wtb). Uit deze bepaling volgt dat het criterium .besloten kring. bepalend is voor de vraag of de beleggingsinstelling vergunningplichtig is.

De wetgever heeft bij de totstandkoming van de Wtb de volgende criteria genoemd voor de toepassing van het zgn. besloten kring-criterium:

1. De groep van personen tot wie men zich richt is beperkt van omvang, alsmede nauwkeurig omschreven;
2. Deze personen staan in een zekere relatie tot degene die het aanbod doet, respectievelijk de deelneming openstelt. Dit impliceert dat er naast een financiële relatie tussen betrokken partijen nog een andere relatie aanwezig moet zijn;
3. Bij de presentatie is duidelijk kenbaar gemaakt dat het ingaan op het aanbod of het deelnemen uitsluitend aan de groep personen is voorbehouden waarop de eerste en tweede overweging van toepassing is (kamerstukken II 1988/89, nr.3, blz. 6).

DNB, die met de uitvoering van de Wtb belast is, past deze criteria toe bij het bepalen of sprake is van een besloten kring. Voor deze beoordeling is onder meer van belang dat de Bank bij de toepassing van het tweede criterium niet snel een andere dan financiële relatie aanwezig acht. Naast de financiële relatie moet er een objectiveerbare zekere relatie bestaan.

Indien een beleggings(studie)club onder de definitie van beleggingsinstelling valt en buiten besloten kring gelden aantrekt is de Wtb van toepassing. Derhalve is geen sprake van een lacune in de Wtb.
DNB onderzoekt momenteel of de Doetinchemse instellingen op grond van de Wtb vergunningplichtig zijn.

3 en 4.
Een "beleggingsfonds in besloten kring" is een beleggingsinstelling in de zin van artikel 1 van de Wtb. Daarvoor is bepalend of de instelling onder de omschrijving van artikel 1, eerste lid, van de Wtb valt (zie de omschrijving in het antwoord op 1 en 2).
Indien de beleggingsinstelling vermogen aantrekt binnen besloten kring, is het verbod van artikel 4 Wtb, zoals hiervoor uiteengezet, niet van toepassing. Een "beleggingsfonds in besloten kring" dat gelden aantrekt van derden die niet tot die kring behoren, vormt daarom geen besloten kring meer.

Een beleggingsinstelling in de zin van artikel 1, eerste lid, Wtb die binnen besloten kring opereert, is niet vergunningsplichtig en hoeft derhalve geen vergunning aan te vragen bij DNB. Een beleggingsinstelling die zonder vergunning van DNB buiten besloten kring gelden aantrekt, overtreedt de Wtb en pleegt hiermee een economisch delict.

5.

De Wtb schept randvoorwaarden, zodat het publiek zich een beeld kan vormen over het aanbod van de beleggingsinstellingen en de daaraan verbonden risico.s. Uitgezonderd van het toezicht op basis van de wet zijn aanbiedingen die zich niet tot het publiek richten; in artikel 4 van de wet verwoord als .besloten kring..

Bij beleggingsinstellingen in besloten kring wordt verondersteld dat bij de deelnemers voldoende informatie aanwezig is om zich een beeld te vormen over de activiteiten van de instelling. Uitzondering van beleggingsinstellingen in besloten kring van het toezicht van de Wtb wordt in het licht van de genoemde doelstelling van de Wtb onderschreven.
Omdat het besloten kring-criterium ruimte voor interpretatie laat, is kenbaarheid van het beleid van de toezichthouder op dit punt van belang voor de markt en de (potentiële) deelnemers. Ik ondersteun dan ook het voornemen van DNB om haar beleid omtrent de toepassing van het besloten kring-criterium te publiceren.
Daarnaast ben ik voornemens om voor een beperkte categorie initiatieven, waaronder bepaalde beleggings(studie)clubs, die niet op grond van het besloten kring-beleid zijn uitgezonderd van het toezicht, een uitzondering op te nemen in de Vrijstellingsregeling Wtb. Het gaat om initiatieven, waarbij het aantal deelnemers en de in te leggen bedragen beperkt zijn, het aanbod en de daaraan verbonden risico.s voor de (potentiële) deelnemers te overzien zijn en derhalve geen wettelijke randvoorwaarden nodig zijn. Met deze vrijstelling in combinatie met het door DNB te publiceren beleid wordt beoogd een duidelijke, voor het publiek kenbare, scheiding aan te geven tussen beleggingsinstellingen die wel en beleggingsinstellingen die niet onder de vergunningplicht van de Wtb en het toezicht van DNB vallen. De criteria voor de nieuwe vrijstelling worden in overleg met DNB nader uitgewerkt.

Woordvoerder: drs. F.F.M. Kemperman
Tel.nr.: 070 - 342 8236

20 jan 99 14:37

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie