Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Minister van Buitenlandse Zaken over Veiligheidsraad Irak

Datum nieuwsfeit: 22-01-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG
Directie Verenigde Naties

Afdeling Politieke en Veiligheidszaken

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag
i.a.a.

De Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de Eerste

Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 22

DEN HAAG

Datum 19 januari 1999
Kenmerk 99/DVN-PZ/003
Blad /3
Bijlage(n) -
Betreft Veiligheidsraad Irak

Zeer geachte Voorzitter,

Na mijn overleg op 22 december van het afgelopen jaar met de Eerste Kamer over het Verdrag van Amsterdam, waar ik tevens het onderwerp Irak in het licht van het Nederlandse lidmaatschap van de Veiligheidsraad aansneed, hecht ik er aan ook Uw Kamer te informeren over het standpunt van de Regering inzake het beleid t.a.v. Irak.

De afgelopen week heeft de Veiligheidsraad zich voor het eerst sedert operatie "Desert Fox" van december 1998 gebogen over de politieke en humanitaire situatie in Irak. Vooralsnog is er geen uitzicht op consensus binnen de Raad. Naar verwachting zal dit debat in de komende weken dan ook worden voortgezet. Nederland zal zich hierbij actief inzetten voor het herstel van de eenheid in de Veiligheidsraad op basis van drie met elkaar samenhangende dimensies. Het gaat hier om het inspectie-regime, het sanctie-regime en de verbetering van de humanitaire situatie in Irak.

Ik heb hierover inmiddels van gedachten gewisseld met mijn Britse en Amerikaanse ambtgenoten.

Inspectieregime

Voorop dient te staan dat Irak zijn verplichtingen voortvloeiend uit het geheel van de vigerende Veiligheidsraadresoluties dient na te komen. Een sleutel-element hierbij is de hervatting van indringende inspecties, mogelijk in een nieuw gedaante. Een terugkeer van UNSCOM in de huidige vorm is onwaarschijnlijk. Het blijft echter van belang om vast te stellen of Irak nog over massavernietigingswapens beschikt. Pas wanneer wordt vastgesteld dat dit niet meer het geval is, kan worden overgegaan tot een systeem van aanhoudende monitoring om wederopbouw van het Iraakse massavernietigingsarsenaal te voorkomen. Pas wanneer Irak de resoluties van de Veiligheidsraad terzake heeft nageleefd, kan worden overgegaan tot opheffing van de sancties en het olie-embargo.

De Regering acht de door UNSCOM in voorbereiding zijnde evaluatie van de stand van zaken op het gebied van ontwapening van groot belang voor de voorbereiding van een noodzakelijk gemeenschappelijk uitgangspunt van de Raad. Ook een bijzondere bijeenkomst van alle UNSCOM commissarissen zal een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de totstandkoming van dit uitgangspunt.

Gezocht moet worden naar maatregelen die gericht zouden moeten zijn op een effectief inspectieregime. Gezien de door de IAEA geconstateerde voortgang, zou op nucleair gebied overgang naar het voorziene "ongoing monitoring and verification" systeem (OMV) kunnen worden overwogen. Ook met betrekking tot ballistische raketten zou tot dit monitoring systeem kunnen worden overgegaan. Voor beide geldt dat bij verdenking indringende inspecties ter plaatse mogelijk moeten blijven. Ook dient de optie van vernietiging van eventueel ontdekte systemen te worden opengehouden.

Op basis van de tot dusver ontvangen inspectie-rapporten van UNSCOM lijkt afschaffing van de indringende inspecties ter plaatse, zoals die tot voor kort werden uitgevoerd, voor chemische en biologische wapens nog onverantwoord. Wel zou de werkwijze bij de inspecties kunnen worden aangepast. Hierbij ware te denken aan het toevoegen van diplomaten aan inspectieteams, het eventueel gebruik maken van OPCW-inspecteurs en een grotere betrokkenheid van de Voorzitter van de Veiligheidsraad bij het inspectie-regime.

In de Veiligheidsraad zijn zowel door Frankrijk als door de Russische Federatie ideeën gelanceerd waarin aanpassing van het sanctieregime en de overgang naar een vorm van monitoring, gericht op de mogelijke toekomstige verwerving van massavernietigingswapens, centraal staan. In deze voorstellen wordt vooralsnog voorbij gegaan aan de noodzakelijke verificatie door inspectie. Deze ideeën zullen door de Regering worden betrokken bij de beleidsvorming.

Sanctieregime

Het oorspronkelijke sanctieregime van Veiligheidsraadresolutie 661 voorzag reeds in uitzonderingen voor humanitaire leveranties. Gezien de voortdurende humanitaire noodsituatie in Irak besloot de Veiligheidsraad in 1995 met resolutie 986 het
'olie-voor-voedsel'-programma in te stellen, waaronder Iraakse olieleveranties mogelijk werden waaruit de aankoop van additionele humanitaire goederen kon worden bekostigd.

_________________________________________________________________

Sedert de invoering van het programma is het plafond verhoogd tot 5,2 miljard US dollar per zes maanden. Irak bleek echter nooit in staat voor dit bedrag olie te exporteren, gezien de lage olieprijs en een gebrek aan reserve-onderdelen voor de olie-industrie. Een verhoging van het plafond van 'olie-voor-voedsel', of zelfs het opheffen van dit plafond, zal geen effect hebben op de olie-export door Irak, zolang Irak niet daadwerkelijk in staat is meer olie te produceren. Als Voorzitter van het Sanctiecomité Irak zal Nederland onder andere de goedkeuring van levering van deze reserve-onderdelen trachten te bevorderen. Hiernaast zal Nederland zich inzetten voor de stroomlijning van de goedkeuringsprocedures en de verbetering van het Distributieplan Irak.

Humanitaire situatie

Nog steeds is de humanitaire situatie in Irak zorgwekkend. Als een bijdrage aan de verlichting stelt de Nederlandse Regering reeds enkele jaren humanitaire hulp beschikbaar ten behoeve van de Iraakse bevolking. In 1998 bedroeg de Nederlandse humanitaire hulp acht miljoen gulden. Het Secretariaat is inmiddels verzocht om een uitgebreid rapport over de humanitaire noodsituatie in Irak.

Volgens de VN heeft het olie-voor-voedsel programma tot nu toe een onmiskenbaar positief effect gehad. Wel is het duidelijk dat verbeteringen nodig zijn. Met name het tekort aan medicijnen baart grote zorgen. Ook de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de distributie behoeft verbetering.

Benadrukt dient te worden dat de uitvoering van het 'olie-voor-voedsel'-programma afhankelijk is van de medewerking van Irak. In de afgelopen jaren is geen gebrek geweest aan diplomatieke initiatieven om Irak tot samenwerking en naleving te brengen, doch deze initiatieven stuiten vaak op een muur van onwil.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie