Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen over invoering euro

Datum nieuwsfeit: 29-01-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

expostbus51


Ministerie van Financien


www.minfin.nl

FINANCIEN: NIEUWE VERSIE: INVOERING VAN DE EURO

NIEUWE VERSIE / INCLUSIEF ANTWOORD VRAAG 4

PERSBERICHTNR. 99/024 Den Haag 29 januari 1999

ANTWOORDEN VAN DE MINISTER VAN FINANCIEN OP VRAGEN VAN HET LID VAN DE

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL CRONE OVER HET VERVROEGEN VAN DE

INVOERING VAN DE EURO

VRAGEN:


1.

Wat is uw opvatting over de pleidooien van de president van de Belgische centrale bank, Verplaetse, en van politici in België en Duitsland om de invoering van euromunten en -biljetten te vervroegen ten opzichte van 1 januari 2002?

2.

Deelt u de opvatting dat de vlotte introductie van de euromunt per 1 januari jongstleden heeft geleid tot een groter draagvlak bij burgers en bedrijven om zo snel mogelijk de euro ook chartaal in te voeren?

3.

Is de mening van de Rijksmuntmeester juist dat versnelde invoering van munten en biljetten om productie technische redenen onmogelijk is?

4.

Zou een versnelde chartale introductie van de euro door een enkel land of blok van landen in strijd zijn met het Europese verdrag dan wel met de uitvoeringsrichtlijnen?
ANTWOORDEN:


1.

Een versnelling van de invoering van de chartale euro is niet op een verantwoorde wijze vorm te geven. De nog resterende voorbereidingstijd van bijna drie jaar is nodig voor het veilig en logistiek verantwoord produceren, opslaan en distribueren van euromunten en -biljetten. Verkorting van deze periode brengt bovendien onverantwoorde risico.s met zich mee voor het aanpassen van geautomatiseerde systemen van overheid, instellingen en delen van het bedrijfsleven, mede in verband met de samenloop van het millenniumprobleem.
De conversieplannen van overheid, instellingen en delen van het bedrijfsleven zijn gebaseerd op een omschakeling per 1 januari 2002. Het tussentijds verzetten van de bakens bevordert niet het beeld van een betrouwbare overheid, terwijl introductie op een ander tijdstip dan 1 januari tot extra administratieve lasten leidt (twee valuta in een boekjaar).

Tijdens informeel overleg in de Ecofin-Raad van 18 januari is overigens gebleken dat er nagenoeg geen steun voor het Belgische initiatief voor vervroeging van de invoeringsdatum bestaat. Ook de Commissie heeft zich op 19 januari voor het Europees Parlement tegen het initiatief uitgesproken. De Commissie zal binnenkort een rapport presenteren waarin nader ingegaan zal worden op de redenen waarom vervroeging niet mogelijk is.

2.

Het draagvlak voor de euro in Nederland is de afgelopen maanden verder gestegen. De succesvolle introductie van de girale euro zal aan deze ontwikkeling ongetwijfeld bijdragen. Cijfers hierover zijn nog niet bekend. Niet aantoonbaar is derhalve ook of de overgang van de financiële sector op de euro per 1 januari 1999 heeft bijgedragen aan een groter draagvlak bij burgers en bedrijven om de chartale invoering van de euro te vervroegen.

3.

Een versnelde invoering van de euromunten is inderdaad om productietechnische redenen niet mogelijk. Voor wat de betreft de productie van de benodigde hoeveelheid euromunten wordt uitgegaan van 2,8 miljard stuks. Hiertoe zal de Nederlandse Munt in de periode 1999 tot en met 2001 jaarlijks 933 miljoen munten voortbrengen. Dit komt overeen met een maximale benutting van de bij de Nederlandse Munt beschikbare productiecapaciteit. Uitbreiding van deze capaciteit is op korte termijn vrijwel onmogelijk, vooral ook vanwege de levertijd van nieuwe machines.
Daarnaast speelt het probleem van het tijdig verkrijgen van de benodigde hoeveelheid grondstoffen (muntplaatjes). In Europees verband is gedurende de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar de capaciteit van de leveranciers van deze grondstoffen. Uitkomst daarvan is dat een periode van drie jaar minimaal nodig is om de levering van grondstoffen voor euromunten aan de landen van de eurozone zeker te stellen. Het eventueel betrekken van munthuizen buiten de eurozone leidt weliswaar tot een vergroting van capaciteit voor de muntslag, maar zal evenzeer stuiten op de hierboven beschreven problematiek met betrekking tot de aanlevering van de voor de muntslag benodigde grondstoffen.

De Nederlandsche Bank heeft aangegeven dat een versnelde invoering van eurobiljetten eveneens op praktische bezwaren stuit. De zeshonderd miljoen eurobiljetten die de Bank voor Nederland moet laten drukken zijn volgens planning gereed in de tweede helft van 2001. Deze planning is in overleg met andere centrale banken opgesteld. De benodigde investeringen voor de ingewikkelde druktechnieken zijn hierop afgestemd.

4.

In verordening 974/98, (artikel 10 en 11) is bepaald dat de eurobiljetten en -munten vanaf 1 januari 2002 in omloop worden gebracht. De verordening stelt bovendien dat de eurobiljetten en
-munten vanaf dat moment in alle betrokken lidstaten de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben. Versnelde invoering vergt een ingrijpende wijziging van de verordening. In het Verdrag (art. 109L4) is bepaald dat hiervoor eenparigheid van stemmen nodig is.

Woordvoerder: F.F.M Kemperman
tel.: 070-342 8236

29 jan 99 17:31

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie