Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Sociale en Culturele Studie 'De stad op straat' verschenen

Datum nieuwsfeit: 01-02-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Sociaal Cultureel Planbureau


Keywords: kiezen uit:
sociaal,cultureel,vrouwen,jongeren,ouderen,minderheden, gehandicapten,gezondheidszorg,maatschappelijke dienstverlening, arbeid,sociale zekerheid,justitie,huisvesting,onderwijs,vrije tijd,media en cultuur

Sociale en Culturele Studie 27 De stad op straat verschenen op maandag
1 februari 1999

Een bijdrage aan het debat over de steden en de ruimtelijke inrichting van Nederland

Vandaag, 1 februari 1999, is de SCP-publicatie De stad op straat; de openbare ruimte in perspectief, aangeboden aan de minister voor Grotesteden- en integratiebeleid Mr. R.H.L.M. van Boxtel.

Met de De stad op straat wil het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) een bijdrage leveren aan nieuwe gedachten vorming over de openbare ruimte en de toekomst van de stedelijke samenlevingen. In tien essays worden vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines een aantal thema's belicht, die ook een rol spelen in het grotestedenbeleid en bij de voorbereiding van de Vijfde nota over de ruimtelijke ordening, waarvoor het Kabinet onlangs het startsein heeft gegeven. Ook in de steden zelf is de openbare ruimte een centraal thema in de ruimtelijke ordening geworden. Op allerlei manieren proberen de stadsbesturen de stedelijkheid van de openbare ruimte te vergroten, zodat de stad weer een aantrekkelijke vestigingsplaats wordt voor bedrijven en huishoudens. De stad op straat bespreekt de sociale en culturele achtergronden van de huidige problemen en potenties van de stedelijke openbare ruimte.

De openbare ruimte van de stad is de afgelopen decennia in hoog tempo veranderd. De enorme toename van de mobiliteit, het ontstaan van nieuwe gedragspatronen van burgers en de overgang van een industriële naar een post-industriële stedelijke economie zijn aan te wijzen als de belangrijkste oorzaken voor die veranderingen. De schaal van bebouwing en landelijke omgeving toe. Maar ook het aanzien van de openbare ruimte in de steden zelf is gewijzigd. Sommige delen van de openbare ruimte worden gedomineerd door de nieuwe kantoren van de dienstverlenende bedrijven, andere zijn veranderd in uitgaanscentra voor bezoekers uit de wijde omgeving, nog weer andere zijn het domein van migranten geworden. Deze ontwikkelingen vragen om nieuwe benaderingen van de stedelijke openbare ruimte.

De ontwikkeling van postindustriële stadslandschappen

De sterk gegroeide mobiliteit heeft geleid tot een schaalvergroting van de stad en haar openbare ruimte. Huishoudens kunnen zich permitteren op aanzienlijke afstand van de werkplek in suburbane gemeenten te gaan wonen, bedrijven zijn veel minder dan voorheen aan de stadscentra gebonden. Stad en land vloeien zichtbaar in elkaar over, en landelijke gebieden krijgen het karakter van een openbare ruimte voor de stedelingen, die er een deel van hun vrije tijd doorbrengen. Omgekeerd leggen niet-stadsbewoners grote afstanden af naar de uitgaans- en vermaakscentra in de steden. In de postindustriële stad wordt het gebruik van de openbare ruimte in toenemende mate bepaald door snel veranderende consumptiepatronen en leefstijlen, waaraan zowel stadsbewoners als bezoekers deelnemen. Fysieke mobiliteit en culturele mobiliteit versterken elkaar. Nieuwe leefstijlen, niet zelden gebaseerd op uitgaansgedrag of subculturele voorkeuren, duiken op in de openbare ruimte en verdwijnen soms weer even snel. Recreatie is een belangrijke stedelijke bedrijfssector geworden, naast de zakelijke dienstverlening en de dienstverlening in de kwartaire sector. In het economisch stadslandschap zijn vooral de winkel- en uitgaanscentra, de kantoren uit de zakelijke dienstverlening en de grote publieke instellingen zoals musea, universiteiten en rechtbanken gezichtsbepalend geworden. Internationale mobiliteit heeft geleid tot een ander stadslandschap, dat kenmerkend is voor de postindustriële stad: het 'etnisch gekleurde' stadslandschap, bevolkt door migranten. Sommige van deze stadslandschappen dreigen door een hoge concentratie van kansarmen te vervallen tot oorden van maatschappelijke marginaliteit en uitsluiting.

Vervagende grenzen in de openbare ruimte

Lange tijd is het denken over de stedelijke openbare ruimte bepaald door het idee van scherp te trekken functionele ruimtelijke grenzen: de grens tussen stad en land, de functionele grenzen binnen de stad tussen woon-, werk- en recreatiegebieden, de grenzen tussen wijken met een verschillende sociale status. In zekere zin paste dat idee ook wel bij de realiteit van de industriële stad. Er waren arbeidersbuurten met de daarbij behorende winkels en organisaties, er waren ontmoetingspunten voor de middenklasse en de stedelijke elite, en er waren openbare ruimten waar iedereen bij tijd en wijle vertoefde.

Die situatie is door de toegenomen mobiliteit niet meer kenmerkend voor de postindustriële stad. In De stad op straat worden daarom nieuwe begrippen naar voren gebracht, die beter proberen aan te sluiten bij de huidige situatie waarin de ruimtelijke grenzen niet meer zo scherp zijn te trekken. 'Stedelijke atmosferen' en 'stadslandschappen' zijn twee van deze begrippen. Het gaat in beide gevallen om méér dan een verzameling gebouwen en straten: juist de combinatie met leefstijlen maakt het stadslandschap of de atmosfeer tot wat het is. Dat die atmosferen of stadslandschappen vaak niet in de ruimte gescheiden zijn maar elkaar deels overlappen, is een cruciaal kenmerk. Die plaatsen van overlapping zijn de broedplaatsen voor veranderingen in het stedelijk karakter van de openbare ruimte. Voor slimme bestuurders en stedenbouwers vormen zij daarom de plaatsen, vanwaaruit veranderingen in de openbare ruimte of het terugdringen van ongewenste ontwikkelingen met de grootste kans op succes kunnen worden aangevangen. Zo kon het revitaliseringsproject van de Amsterdamse Kop van de Zeedijk gebruik maken van de ook in de buurt aanwezige uitgaansatmosfeer, waardoor de straat kon worden gevuld met hotels, restaurants en cafés. Ook de overheid heeft op dit punt nog steeds een belangrijke rol: de keuze van een lokatie voor publieke instellingen is van groot belang voor dergelijke revitaliseringsprojecten.

Een dubbel burgerschap?

We kennen tot nu toe alleen een politiek burgerschapsbegrip via het kiesstelsel, dat is ingedeeld naar de plaats waar iemand woont. Maar 'ergens wonen' stond vroeger doorgaans ook voor: in diezelfde plaats werken of een bedrijf hebben, recreëren, inkopen doen, een school zoeken voor de kinderen. Die situatie bestaat voor een groot deel van de bevolking niet meer. De pendelaar, die in Monnickendam woont en in Amsterdam werkt, maakt tegelijkertijd deel uit van de Amsterdamse economische gemeenschap en van de woongemeenschap Monnickendam. Dat dubbele burgerschap geldt ook voor de winkelier in het centrum van Utrecht met een woning in Maarssen, of voor de kunstliefhebber uit Haarlem, die een groot deel van zijn tijd in Amsterdamse galerieën en musea doorbrengt en lid is van verschillende museale vriendenverenigingen.

Deze spreiding van ruimtelijke bindingen kan op twee manieren worden bekeken. Vanuit het traditionele politiek-bestuurlijke gezichtspunt is er sprake van een verminderde binding van burgers aan 'hun' stad. Vanuit een ander perspectief is er echter sprake van een verveelvuldiging van het aantal ruimtelijke bindingen van individu 'elders', soms met een zeer duurzaam karakter. Dat laatste perspectief levert mogelijkheden voor een nieuwe visie op het stadsburgerschap. Mogelijkheden tot institutionalisering van de dubbele burgerschappen (wonen in één plaats, werken of lidmaatschap van verenigingen elders) zouden onderzocht en bediscussieerd moeten worden. Via deze weg kan politieke vernieuwing aansluiten bij de maatschappelijke realiteit van de gegroeide mobiliteit.


_________________________________________________________________

De stad op straat
bevat bijdragen van Dr. R.W. Boomkens (cultuurfilosoof, Universiteit van Amsterdam en Haagse Hogeschool), Dr. J.P.L. Burgers (socioloog, Erasmus Universiteit Rotterdam), Dr. J.J.M. Hemel (Rijksplanologische Dienst), Prof. mr. W. Konijnenbelt (jurist, Raad van State), Prof. dr. A.M.J. Kreukels (planoloog, Universiteit Utrecht), Drs. E.C. van Uum (Rijksplanologische Dienst), Dr. M.F. Wagenaar (historisch geograaf, Universiteit van Amsterdam), Dr. H.C. van der Wouden (Sociaal en Cultureel Planbureau en redacteur van de bundel).

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie