Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Onderzoek Gretschmann inzake netto-posities

Datum nieuwsfeit: 08-02-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Ministerie van Financien

Titel: Onderzoek Gretschmann inzake netto-posities

Aan:

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR Den Haag

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

BFB/99-110m

4 februari 1999

Onderwerp

Onderzoek Gretschmann inzake netto-posities

In het Europa-overleg van 9 december 1998 kwam een (concept)onderzoek ter sprake van professor Gretschmann, uitgevoerd in opdracht van het Europees Parlement. Er werd met name gesproken over de netto-betalingsposities van lidstaten ten opzichte van de Europese Unie. In dit onderzoek worden deze op een andere dan de gangbare manier vastgesteld. Tijdens het overleg heb ik toegezegd hierop een schriftelijke reactie te geven, zodra het definitieve rapport beschikbaar zou komen.

In het op 18 januari ontvangen rapport (bijgevoegd) worden schattingen gemaakt van de nationale belastingopbrengsten die voortvloeien uit de door het EU-lidmaatschap behaalde opbrengsten uit buitenlandse handel. Deze belastingopbrengsten worden vervolgens meegewogen in de berekening van de nettoposities van de lidstaten. De conclusie uit het onderzoek is dat vrijwel alle lidstaten, zowel de netto-ontvangers als netto-betalers via deze extra belastinginkomsten van het EU-lidmaatschap profiteren.

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de wijze waarop het onderzoek tracht de eventuele andere baten van het EU-lidmaatschap dan de directe ontvangsten van EU-gelden, in beeld te brengen. Mijns inziens rechtvaardigen de uitkomsten echter niet een heroverweging van het Nederlands standpunt inzake de EU-lastenverdeling.

Het onderzoek schat de totale hogere of lagere belastinginkomsten per land als gevolg van het EU-lidmaatschap. Indien het effect op de belastinginkomsten wordt uitgedrukt per capita, blijkt dat Nederland op een vijfde plaats uit zou komen, gemeten naar het voordeel van het EU-lidmaatschap op de belastinginkomsten per hoofd van de bevolking. De netto-afdrachten per capita aan de EU zijn voor Nederland echter het grootst. Er blijft met andere woorden, ook indien dit aspect zou worden meegewogen, nog steeds sprake van een scheve verdeling tussen kosten en baten van de EU.

De methode die het onderzoek gebruikt, kan als volgt worden samengevat.

Allereerst wordt de omvang van de intracommunautaire en de totale uitvoer van de lidstaten voor en na hun toetreding vastgesteld. De onderzoekers gebruiken deze gegevens om tot een schatting te komen van de fictieve omvang van de totale uitvoer in het geval de landen niet zouden zijn toegetreden tot de EU. Door vermenigvuldiging van het verschil in totale uitvoer tussen de werkelijke (EU-lidmaatschap) en fictieve situatie (geen EU-lidmaatschap) met het gemiddelde belastingpercentage van de lidstaten worden de hogere of lagere belastinginkomsten geschat. In een laatste stap wordt de verandering van de nationale belastinginkomsten in de netto-positieberekeningen betrokken.

Zoals de onderzoekers zelf toegeven, moet de schatting van de (fictieve) totale export wanneer een land niet zou zijn toegetreden tot de EU, met de nodige reserves worden beschouwd. Een schatting van deze uitvoer is, mede gezien het aantal elementen waar de export van afhankelijk is, moeilijk te verrichten. Bovendien zijn dergelijke exercities extreem gevoelig voor aannames die moeten worden gemaakt over de ontwikkeling van de internationale handel in de fictieve situatie dat van EU-lidmaatschap geen sprake zou zijn geweest. Een andere methode om een beeld te krijgen van de mate waarin een land profiteert van de EU zou tot andere conclusies kunnen leiden. Zo zou bijvoorbeeld naar de daadwerkelijke exportgroei van de EU lidstaten in de afgelopen decennia kunnen worden gekeken. Dan blijkt dat het gemiddelde groeipercentage voor Nederland van de export zich onder het EU gemiddelde bevindt1. Nederland lijkt dus in dat opzicht weer minder dan evenredig te profiteren van het lidmaatschap van de EU.

Ik pleit er dan ook niet voor om de discussie over de lastenverdeling in Europa te verbreden met dit soort afgeleide effecten. Daarmee wil ik geenszins suggereren dat het voordeel of nadeel van lidmaatschap van de EU volledig wordt weerspiegeld door netto-positieberekeningen inzake het EU-budget. Het is een feit dat Nederland profiteert van de interne markt van de EU. Andere landen ondervinden hier echter ook voordeel van. Er zijn echter geen objectieve maatstaven om deze voordelen aan af te lezen. Dit betekent derhalve ook dat de huidige scheve lastenverdeling binnen de EU eenvoudigweg niet te rechtvaardigen is.

Anders gezegd, het is zoals bij het lidmaatschap van zoveel verenigingen; iedereen profiteert daarvan, en misschien ook wel in verschillende mate, maar dat is nog geen reden om de contributie zo zeer verschillend vast te stellen.

DE MINISTER VAN FINANCIËN,

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie