Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Oratie: Kinderrevalidatie nog te veel gericht op geneeskunde

Datum nieuwsfeit: 08-02-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Katholieke Universiteit Nijmegen

Bron: Pers en Voorlichting, tel. (024) 361 22 30 Aanmaakdatum: 8 februari 1999

PERS & VOORLICHTING Persbericht

Eerste bijzonder hoogleraar kinderrevalidatie in Nederland wil meer aandacht voor gezinsondersteuning en pedagogische begeleiding KINDERREVALIDATIE NOG TE VEEL GEVANGEN IN GENEESKUNDIG DENKKADER

Bij de revalidatie van motorisch gehandicapte kinderen moet er meer aandacht zijn voor gezinsondersteuning en pedagogische begeleiding, betoogt prof. dr. J.M.H. de Moor, bijzonder hoogleraar kinderrevalidatie aan de KU Nijmegen, in zijn oratie op vrijdag 5 februari.

De Moor pleit voor meer aandacht voor ontwikkelingsstimulatie bij jonge kinderen en intensievere aandacht voor de begeleiding van gedragsproblemen. Als psycholoog, onder andere werkzaam op revalidatiecentrum Groot Klimmendaal te Arnhem, plaatst hij kritische kanttekeningen bij de revalidatie van motorisch gehandicapte kinderen: "Er moet meer rekening worden gehouden met de hulpbehoeften van de ouders en het gezin. Daarnaast moet de kinderrevalidatie meer behandeluren besteden aan de leerbelemmeringen van het kind, zijn sociaal-emotioneel functioneren en de gedragsaanpassing. Het mag dus niet alleen gaan om het aanleren van motorische vaardigheden, maar de totale ontwikkeling van het kind moet punt van zorg zijn".

De bijzondere leerstoel is ingesteld door het Prinses Beatrix Fonds en de BOSK - vereniging van motorisch gehandicapten en hun ouders. Het is de eerste leerstoel in Nederland op dit terrein en die is gevestigd aan de Faculteit der Medische Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Motorische beperkingen geven vaak secundaire handicaps

Kinderrevalidatie is een specialisatie in de geneeskunde. Ze richt zich op kinderen met motorische stoornissen, die als gevolg daarvan allerlei leer- en ontwikkelingsbeperkingen hebben. Veelal gaat het om aandoeningen van neurologische en/of orthopedische aard, zoals spasticiteit, spina bifida ('open rug,), spieraandoeningen, meervoudige handicaps en hersenletsel na een ongeval. De problemen van de kinderen kunnen variëren van licht tot ernstig, aangeboren of verworven zijn, een kortdurende behandeling vragen of blijvend van aard zijn.

De motorische beperkingen kunnen het kind in ernstige mate belemmeren in de zelfstandigheidsontplooing en de sociale integratie. In de praktijk zien we dan ook vaak secundaire handicaps ontstaan, omdat er geringere mogelijkheden zijn tot beroepsuitoefening, vrijetijdsbesteding en het aangaan van relaties. In het algemeen blijven de problemen niet beperkt tot het kind zelf, maar zijn er ook gevolgen voor het gezinsfunctioneren en de opvoeding. Het motorische gehandicapte kind stelt extra en specifieke eisen aan de opvoedingsvaardigheden van de ouders.

Begin kinderrevalidatiezorg

De inaugurale rede van prof. De Moor vindt plaats honderd jaar nadat dr. W. Renssen, orthopedisch chirurg in Arnhem, in 1899 zijn rede uitsprak, getiteld 'De verzorging der gebrekkigen en mismaakten'. Renssen pleitte voor de oprichting van tehuizen voor deze categorie kinderen. Zijn rede was in feite het begin van de kinderrevalidatiezorg in Nederland. In 1900 werd de Johanna Stichting in Arnhem geopend, het eerste tehuis voor lichamelijk gebrekkigen.

In deze beginperiode lag het accent op de pedagogische zorg en het onderwijs, of op de combinatie van deze met geneeskundige zorg, zonder dat een van deze gebieden het primaat claimde. In deze eeuw heeft een verschuiving plaatsgevonden, waarbij thans het accent ligt op het geneeskundig denken. Het is dan ook bijzonder dat het ambt van hoogleraar Kinderrevalidatie wordt ingevuld door een gedragswetenschapper, die bovendien is aangesteld bij een medische faculteit.

Nieuwe doelgroepen leiden ook tot andere hulpvragen

In de beginperiode was de zorg voor het lichamelijk gebrekkige kind vooral gericht op het leren van een ambacht, zoals rietvlechten, boekbinden, schrijven en handwerken. Immers, de gebrekkige werd gezien als een potentiële arbeidskracht. Renssen zei daarover "dat het voor ons nationaal vermogen een aanwinst is wanneer deze paria's tot arbeid kunnen worden gebracht".

Terwijl revalidatiezorg voor de Tweede Wereldoorlog werd beschouwd als een combinatie van opvoeding, onderwijs, behandeling en verpleging, veranderde deze situatie na de Tweede Wereldoorlog aanzienlijk. De doelgroep werd uitgebreid met de categorie volwassenen: oorlogsinvaliden, patiënten met lichamelijke beperkingen ten gevolge van bedrijfsongevallen en patiënten met op latere leeftijd verworven handicaps ten gevolge van ziekten of aandoeningen.

Daarmee werd het doel van revalidatie ook steeds ruimer omschreven. Specifieke zaken die kenmerkend waren voor de revalidatie van kinderen verdwenen uit de omschrijving. In de conceptualisering ging men zich voornamelijk spiegelen aan de belangen en behoeften van de volwassen patiënt. Terwijl de kinderrevalidatie na de Tweede Wereldoorlog nog sterk in omvang groeide - uiteindelijk tot negen zelfstandige kinderrevalidatiecentra - liep dat aantal in de jaren zeventig terug tot nul. Op dit moment zijn er alleen nog gemengde revalidatiecentra.

Aandacht voor gedragsproblemen

Terwijl de kinderrevalidatie in de jaren zeventig en tachtig op zoek ging naar een nieuwe identiteit, werden de leemten in de zorg steeds duidelijker. Prof. De Moor pleit in het algemeen voor een eigenstandig kinderrevalidatiebeleid en samenwerking met instellingen die aanvullende zorg kunnen bieden, zoals instellingen in de verstandelijk gehandicapten sector, waaronder Sociaal-Pedagogische Diensten en kinderdagcentra. In de regio Arnhem heeft prof. De Moor zich sterk gemaakt voor samenwerking in het kader van Integrale Vroeghulp.

Binnen de Nijmeegse medische faculteit gaat prof. De Moor bestaande onderzoeksinitiatieven intensiveren. De sociaalwetenschappelijke thema's van de kinderrevalidatie krijgen daarin extra aandacht. Deze thema's hebben allemaal iets te maken met de verbetering van de kwaliteit van de kinderrevalidatiezorg. Eén daarvan is het onderzoek naar gezinsondersteuning. Wat zijn de hulpbehoeften in het gezin met een lichamelijk gehandicapt kind en wat is het hulpaanbod van de instellingen? Ouders moeten weten wat ze kunnen verwachten.

Een ander thema heeft betrekking op de omgang met het lichamelijk gehandicapte kind: de pedagogische aanpak. Hierbij gaat het zowel om alledaagse opvoedingsproblemen als om ernstig probleemgedrag. Voorbeelden van ernstig probleemgedrag zijn in- en doorslaapproblemen, voedselweigering, stereotiep gedrag, hyperactiviteit en extreem aandachtvragend gedrag.

Personalia

J.M.H. de Moor (1941) promoveerde in 1987 aan de KU Nijmegen op het proefschrift 'Therapeutische peutergroep en
revalidatiedagbehandeling'. Hij is als psycholoog verbonden aan de afdeling Vroegbehandeling van Groot Klimmendaal te Arnhem. Tevens is hij docent aan het Instituut voor Orthopedagogiek van de KUN.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie