Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

ECB over mogelijke gevolgen EMU voor bankwezen EU-landen

Datum nieuwsfeit: 10-02-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

De Nederlandsche Bank NV
Afdeling Externe betrekkingen en voorlichting

10 februari 1999

De mogelijke gevolgen van de EMU voor het bankwezen in de EU-landen op de (middel)lange termijn

Dit is een vertaling uit het Engels van een persbericht dat de Europese Centrale Bank (ECB)
op 9 februari 1999 heeft verspreid.

In het kader van de krachtens Artikel 105, lid 5 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap aan het Eurosysteem (d.w.z. de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale centrale banken van de Lid-Staten die aan de Monetaire Unie deelnemen) opgedragen taak om een bijdrage te leveren tot een goede beleidsvoering van de bevoegde autoriteiten met betrekking tot het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen en de stabiliteit van het financiële stelsel, zal de ECB een verslag van het Comité voor Bankentoezicht uitbrengen over de mogelijke gevolgen van de EMU voor het bankwezen in de EU-landen op de (middel)lange termijn. Het verslag gaat in op de structurele gevolgen die de derde fase van de Economische en Monetaire Unie (EMU) naar verwachting op de (middel)lange termijn zal hebben voor de banken in de EU, en op de wijze waarop deze inspelen op de verwachte ontwikkelingen. Het verslag bevat voorts informatie over de kenmerken en structuur van het bankwezen in de EU.

Aan het verslag is een bijdrage geleverd door de in het Comité voor Bankentoezicht vertegenwoordigde bancaire toezichthouders binnen de EU; het Comité wordt voorgezeten door de heer Edgar Meister, lid van de Directie van de Deutsche Bundesbank. Het Comité steunt het Eurosysteem bij het bevorderen van de samenwerking tussen de betrokken autoriteiten met betrekking tot het bankentoezicht en de financiële stabiliteit. Het verslag is mede gebaseerd op vraaggesprekken met vertegenwoordigers van een aantal banken uit de EU-landen.

Onderstaand wordt een samenvatting gegeven van de voornaamste bevindingen uit het verslag, die van belang zijn voor zowel de banken zelf als voor de autoriteiten belast met het handhaven van de financiële stabiliteit.

Ten eerste zal de Monetaire Unie naar verwachting het bancaire bedrijf op een aantal wijzen beïnvloeden. Een direct gevolg is de afname van de deviezenhandel in de munteenheden die in de euro zijn opgegaan. De banken zullen echter ter compensatie van de lagere inkomsten uit de valutahandel waarschijnlijk hun geldmarktactiviteiten en met name hun effectenbedrijf uitbreiden. Met de invoering van de euro en het gemeenschappelijke monetaire beleid zijn de voorwaarden geschapen voor de vorming van diepe en liquide, geïntegreerde geld- en kapitaalmarkten, waardoor niet alleen de groei gestimuleerd wordt, maar ook de concurrentie op dit gebied. De afname van de overheidsschuld die het gevolg is van de in het kader van de Monetaire Unie uitgevoerde begrotingsconsolidatie kan een grotere vraag naar andere waardepapieren oproepen en zo tot een toename van het bancaire effectenbedrijf leiden. Ook het particuliere depositobedrijf zou kunnen worden beïnvloed in die zin dat het ontstaan van een klimaat van lage rente de particuliere cliënt ertoe zou kunnen bewegen alternatieve beleggingen te zoeken voor spaargelden. De kredietverlening zou baat kunnen hebben bij het positieve macro-economische klimaat in de Monetaire Unie, maar de verwachte verdere effectisering en disintermediatie zouden een tegengesteld effect kunnen hebben. De in het kader van correspondentbanken-systemen geleverde diensten zullen waarschijnlijk als gevolg van de centralisatie van de "treasury" activiteiten van de grootbanken een afname vertonen. Al met al biedt de Monetaire Unie banken nieuwe mogelijkheden, waarvan deze, al naar gelang hun specifieke activiteiten en strategie, op verschillende wijzen gebruik zullen maken.

Ten tweede zal de Monetaire Unie naar verwachting als katalysator dienen met betrekking tot de structurele tendensen die zich ten gevolge van andere factoren (zoals financiële deregulering, disintermediatie en technologische veranderingen) reeds binnen het bankwezen in de EU voordoen. Deze tendensen zijn:
* een afname van de bestaande overcapaciteit;
* toenemende druk op de rentabiliteit van banken;
* toenemende concurrentie; en

* toenemende internationalisatie en geografische diversificatie.

Met name wordt verwacht dat door de Monetaire Unie de huidige tendens binnen het bankwezen in de EU tot capaciteitsinkrimping zal worden versterkt. Ofschoon de capaciteit binnen het bankwezen zich moeilijk laat meten, is er reden om aan te nemen dat zich in enkele Lid-Staten overcapaciteit voordoet. Dit kan gezien worden als het gevolg van onvolledige concurrentie en/of regulering in het verleden. In veel landen heeft zich de afgelopen jaren reeds een inkrimping van de capaciteit voorgedaan. Tengevolge van de Monetaire Unie en de daardoor toenemende concurrentie zal de druk op de banken om hun overcapaciteit weg te werken toenemen. Gezien de grote verschillen terzake tussen de landen, zullen de banken waarschijnlijk trachten efficiencywinsten te boeken via rationalisatie van hun kantorennetwerk en personeelsbestand. Daarnaast zal door de Monetaire Unie het proces van disintermediatie dat zich binnen het bankwezen in de EU reeds voordoet waarschijnlijk versneld worden (waardoor het aandeel van de banken in de kredietverlening en de spaaractiviteiten binnen de staatshuishouding verder zal afnemen). De institutionele beleggers zullen vooral tengevolge van demografische en sociale veranderingen een verdere groei vertonen, maar ook zij zullen mogelijkerwijs de vruchten kunnen plukken van de diepte en de liquiditeit van de gemeenschappelijke financiële markt met een gemeenschappelijke munt en ruimere beleggingsmogelijkheden.

Ten derde zal de Monetaire Unie waarschijnlijk gevolgen hebben voor de kenmerken en de omvang van de bancaire risico’s. Per saldo zal het debiteurenrisico dankzij het positieve macro-economische klimaat in de Monetaire Unie naar verwachting afnemen. Ook de marktrisico’s, en met name het valuta- en het renterisico, zullen geringer worden. Waarschijnlijk zullen de banken pogen het verlies aan deviezenhandel op te vangen door actiever deel te nemen aan markten buiten het eurogebied, waardoor het landenrisico zou kunnen toenemen. Het liquiditeitsrisico zal, gezien de diepere en meer liquide markten binnen het eurogebied, naar verwachting afnemen. Op de korte termijn zouden zich tengevolge van het nieuwe juridische kader binnen het eurogebied en de systeemaanpassingen voor de overgang op de euro, alsmede het millenniumprobleem, juridische en operationele risico’s kunnen voordoen, die echter op de langere termijn weer zullen afnemen.

Ten vierde dwingt de Monetaire Unie de banken tot een strategische heroverweging om aan de door de gemeenschappelijke munt gestelde uitdagingen het hoofd te kunnen bieden. Binnen het bankwezen in de EU is dit proces reeds gaande; hierin is met name na de aanwijzing van de deelnemers aan het eurogebied vanaf de aanvang van de derde fase, een versnelling opgetreden. Zo worden thans verbeteringen aangebracht in het dienstenpakket en in de gehanteerde procedures, wordt het aan cliënten aangeboden productenpakket aangepast, en wordt tot fusies, strategische allianties en samenwerkingsverbanden overgegaan. In hoeverre de recente golf van fusies en acquisities binnen het bankwezen in de EU het gevolg is van de totstandkoming van de Monetaire Unie is moeilijk te beoordelen, aangezien deze processen zich ook elders voordoen (zoals in de Verenigde Staten). Hoewel de meeste fusies en acquisities binnen de Europese Unie zich tot dusverre op nationaal niveau hebben afgespeeld, valt niet uit te sluiten dat een aantal daarvan zijn bedoeld als aanzet tot verdere grensoverschrijdende expansie. De betrekkelijk lage concentratiegraad binnen het bankwezen in de EU als geheel biedt wellicht ruimte voor verdere consolidatie.

Ten vijfde zou op de korte termijn het structurele aanpassingsproces kunnen worden bemoeilijkt door de combinatie van verscheidene, elkaar mogelijk versterkende, factoren, zoals de langdurige financiële crises in Azië en Rusland, de mogelijk negatieve ontwikkelingen in Latijns Amerika en de voorbereidingen voor het jaar 2000, alsmede de kosten en baten van de overgang op de euro. Op de (middel)lange termijn zal dit aanpassingsproces echter waarschijnlijk tot een gezonder en sterker bankwezen als geheel leiden, mede door de positieve effecten van het stabiele monetaire klimaat binnen de Monetaire Unie.

Tegen deze achtergrond is het gedurende de overgangsfase van belang dat enerzijds de banken binnen de EU ertoe worden aangezet hun strategische aanpassingsprocessen ter versterken en dat anderzijds de voor de financiële stabiliteit verantwoordelijke autoriteiten waakzaam blijven.

Nadere informatie kan worden verkregen bij de Press Division, Kaiserstrasse 29, D-60311 Frankfurt am Main, tel: 00 49 69 1344 7455, fax: 00 49 69 1344 7404.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie