Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Promotie: Strafwaardigheid sexueel misbruik kinderen

Datum nieuwsfeit: 19-02-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Erasmus Universiteit Rotterdam


02/05/99

Onderzoek naar de strafwaardigheid van seksueel misbruik van minderjarigen

Seksueel misbruik van minderjarigen binnen afhankelijkheidsrelaties, populairder gezegd incest, is een maatschappelijk probleem en staat ook politiek hoog op de agenda. Een van de instrumenten die de overheid ter hand staan is het straf(proces)recht. Renée Kool onderzocht welke bijdrage het strafrecht kan leveren aan de bestrijding van incest en deed een aantal concrete aanbevelingen. Op 19 februari promoveert ze aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op haar proefschrift ‘De strafwaardigheid van seksueel misbruik’.

Sinds het begin van de jaren tachtig is er sprake van een groeiende maatschappelijke zorg met betrekking tot incest. De maatschappelijke reacties op het bekend worden van een zaak van (vermeend) seksueel misbruik zijn vaak heftig: met de aanvaarding van seksueel misbruik als omvangrijk maatschappelijk probleem komt de gedachte van een kindvriendelijke, hygiënische samenleving onder druk te staan. Het idee dat binnen de gekoesterde sfeer van het gezin dergelijke grove inbreuken op de lichamelijke en geestelijke integriteit van minderjarigen plaatsvinden, stuit enerzijds op ongeloof en wekt anderzijds morele verontwaardiging op. Mede dankzij de inspanningen van (ex-)slachtoffers, gesteund door de vrouwenbeweging, is de bestrijding van seksueel misbruik de afgelopen jaren hoog op de politiek agenda komen te staan.

Straf(proces)recht

Een van de instrumenten die de overheid ter hand staan is het straf(proces)recht. De wetgever van 1886 heeft seksueel misbruik van minderjarigen strafbaar gesteld. Niet als moreel verwerpelijke handeling of vanwege het incestueuze karakter ervan, maar als schending van de juridische zorgplicht, de ontkenning van een maatschappelijke verantwoordelijkheid van een volwassene ten opzichte van een minderjarige. Volgens Kool is deze beschermingsgedachte -en de mogelijkheid van sociale controle die daaruit voortvloeit- nu nog steeds de hoofdrichting in het denken van de strafwetgever.

Anders dan de publieke roep om bestraffing doet vermoeden, is er vanuit de strafrechtspleging een terughoudende opstelling. In geval van seksueel misbruik zijn er niet alleen publieke belangen, maar ook zwaarwegende private belangen in het geding, die in de weg kunnen staan van strafrechtelijk ingrijpen. Door de aard van het delict moet het strafrecht meer dan in andere gevallen recht doen aan de belangen van het slachtoffer. Traditioneel is er echter sprake van onderschikking van het slachtoffer, uit vrees voor ‘wraakzucht’. Deze traditionele onderschikking voldoet volgens Kool niet meer, ook omdat uit onderzoek blijkt dat slachtoffers als zodanig erkend willen worden en met name ‘fatsoenlijk behandeld’ willen worden. Volgens de promovenda is de uitvoering van het justitiële slachtofferbeleid hier in gebreke. Ze pleit voor een principiële erkenning van de belangen van het slachtoffer. Het niet correct naleven van het slachtofferbeleid zou bovendien door de rechter moeten worden gesanctioneerd.

Bewijs

Kool onderzocht 89 zaken die in de jaren 1982-1989 zijn afgehandeld in het arrondissement Rotterdam. Ze concludeert dat het strafrecht onder voorwaarden van betekenis kan zijn bij de bestrijding van seksueel misbruik. Die voorwaarden liggen met name in de bewijssfeer: alleen wanneer de verdachte (gedeeltelijk) bekent, is er kans op een veroordeling. Bovendien moet het slachtoffer in staat zijn geweest een samenhangende verklaring te geven, wat betekent dat zij of hij in de regel ouder dan twaalf moet zijn. Het feit dat het misbruik langere tijd geleden heeft plaatsgevonden speelt geen rol. Bij zaken met actueel misbruik en slachtoffers jonger dan tien jaar werd meestal afgezien van vervolging, mede doordat de verdachten ontkenden.

Door de beperkte hoeveelheid bewijs bij seksueel misbruik liggen de voornaamste inspanningen bij de politie, die volgens Kool voldoende gebruik maakt van de beschikbare dwangmiddelen. Verdergaand onderzoek in de zin van een gerechtelijk vooronderzoek levert in de praktijk niets nieuws op, maar lijkt eerder te gelden als bevestiging van het door de politie verzamelde bewijsmateriaal. In 50 van de 89 zaken die Kool onderzocht werd de zaak voorgelegd aan de rechter, wat in 40 zaken resulteerde in een (gedeeltelijke) veroordeling. De strafmaat lag gemiddeld tussen de zes maanden en een jaar.

Promotor: Prof.mr. H. de Doelder, Strafrecht en strafprocesrecht

Nadere informatie:

Promotie: vrijdag 19 februari 1999, 13.30 uur, Senaatszaal, Woudestein Info: Bij de promovenda, tel. 010 – 408 1549 / 408 1547, of bij de afdeling Interne & Externe Betrekkingen, tel. 010 - 408 1777

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie