Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

SCP Cahier Vrijwilligerswerk vergeleken verschenen

Datum nieuwsfeit: 23-02-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Sociaal Cultureel Planbureau


Vrijwilligerswerk vergeleken, Cahier 154 verschenen op dinsdag 23 februari
1999

Nederlanders nog steeds sociaal betrokken

en actief als vrijwilliger


* Onjuist is de opvatting dat Nederlanders minder dan ooit bereid zouden zijn tot belangenloze inzet voor anderen, voor de bredere samenleving of voor ideële doeleinden. Integendeel: in verschillende opzichten is men juist meer maatschappelijk betrokken dan enige decennia geleden.


* Tussen een kwart en eenderde van de volwassen bevolking doet regelmatig vrijwilligerswerk en besteedt hieraan 5 uur per week. In vergelijking met andere landen is het aantal actieve vrijwilligers in Nederland hoog.


* Niet alle bevolkingsgroepen doen evenveel vrijwilligerswerk. Ouderen en jongeren zijn gemiddeld minder actief; de groep hier tussenin het meest. Werklozen, arbeidsongeschikten en gepensioneerde mannen besteden de meeste tijd aan vrijwilligerswerk.


* Het doen van vrijwilligerswerk heeft gunstige effecten op het vertrouwen dat in anderen wordt gesteld, de politieke en maatschappelijke interesse en de bereidheid om met anderen samen te werken bij het oplossen van problemen.


* De kerken spelen nog steeds een belangrijke rol in de vorming van de publieke opinie en met betrekking tot het motiveren van mensen tot sociaal engagement en maatschappelijke participatie.


* Bij alle kerkelijke richtingen gaat regelmatige kerkgang gepaard met een grotere maatschappelijke inzet, de drang zich aan te sluiten bij verenigingen en bereidheid tot het verrichten van vrijwilligerswerk.

Dit zijn enkele conclusies uit Vrijwilligerswerk vergeleken: Nederland in internationaal en historisch perspectief. Dit rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau biedt een analyse van het vrijwilligerswerk in ons land vanuit uiteenlopende invalshoeken en met gebruikmaking van gegevens uit nationaal en internationaal onderzoek. Het is het derde boek uit de reeks Civil Society waarin zowel de maatschappelijke betrokkenheid als de actieve inzet van de burger als vrijwilliger aan de orde komt. Vrijwilligerswerk wordt gedefinieerd als werk dat in georganiseerd verband onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving.

Geen teruggang in de sociale betrokkenheid

Het rapport relativeert pessimistische geluiden over de hedonistische, de individualistische en de calculerende burger. Dat Nederlanders vandaag de dag alleen nog maar warm lopen voor ontspanning of het nastreven van hun eigen persoonlijke belangen is onjuist. Onder de grote organisaties in ons land (50.000 leden of meer) waren het niet de organisaties op het gebied van recreatie en belangenbehartiging die sinds 1980 het sterkst groeiden, maar de organisaties gericht op natuur en milieu (toename 510%), internationale solidariteit (toename
176%) en morele onderwerpen als abortus en euthanasie (toename 662%). Deze ledenaanwas ligt in lijn met de opkomst van deze thema's in het publieke debat. Daarnaast vertoonde ook de bereidheid tot het schenken van geld of goederen aan ideële organisaties een stijgende lijn: tussen 1974 en 1996 steeg de financiële bijdrage aan goede doelen van
319 miljoen naar 1,3 miljard gulden.

Vrijwilligerswerk in Nederland en daarbuiten

In het rapport zijn twaalf landen met elkaar vergeleken (Nederland, negen andere West Europese landen, de Verenigde Staten en Canada). De bereidheid om vrijwilligersarbeid te doen is naar internationale maatstaven hoog in ons land. Met Zweden en Noorwegen telt Nederland van alle Europese landen het hoogste percentage vrijwilligers. Mondiaal gezien wordt het daarin alleen overtroffen door de Verenigde Staten en Canada. Voor Noord-Amerika is typerend dat veel mensen lid zijn van maatschappelijke organisaties en tevens als vrijwilliger voor die organisaties actief zijn. In Scandinavië en Nederland zijn weliswaar velen lid maar het aantal actieve leden is veel kleiner. In Zuid-Europa zijn weinig inwoners bij organisaties aangesloten maar eventuele leden zijn wel actief. Onderzoeken komen tot uiteenlopende schattingen van het percentage vrijwilligers onder de bevolking, maar leiden alle tot de conclusie dat dit percentage in Nederland de afgelopen twintig jaar vrij constant bleef, namelijk tussen een kwart en een derde van de bevolking.

Vrijwilligers meer sociaal bewogen

Vrijwilligerswerk blijkt gepaard te gaan met meer vertrouwen in andere mensen en een grotere bereidheid om samen te werken met anderen bij het oplossen van gezamenlijke problemen. Ook hebben vrijwilligers een grotere interesse dan niet-vrijwilligers voor politieke discussies en maatschappelijke problemen. Uit de internationale vergelijking komt naar voren dat naarmate er meer vrijwilligers in een land zijn, er meer onderling vertrouwen tussen de burgers bestaat.

Sommige groepen Nederlanders

meer actief dan andere

Hoger opgeleiden zijn vaker lid van organisaties en ze zijn ook vaker actief als vrijwilliger. Zij besteden daaraan overigens niet meer tijd dan lager opgeleiden. Vrouwen zijn minder vaak lid van organisaties, maar als lid zijn ze zeker zo actief als mannen. Jongeren en ouderen zijn minder actief dan de groep die hier tussen in zit. Op die middengroep wordt vaker een appèl gedaan voor vrijwilligerswerk in het verlengde van betaald werk en vanwege de eigen kinderen (bv. meehelpen op school of bij een sportvereniging). Het is vooral de combinatie van kenmerken die tot grote verschillen in deelname leidt. Van de laag opgeleiden in de vier grote steden is 12% als vrijwilliger actief, tegen ruim 40% van de middelbaar en hoog opgeleiden van 35 jaar en ouder en maar liefst 72% van de 35-64-jarigen die hoog opgeleid zijn en tot de frequente kerkgangers behoren. Mensen van 50 jaar en ouder en werklozen, arbeidsongeschikten en gepensioneerde mannen besteden de meeste tijd aan vrijwilligerswerk, zo'n 5-10 uur per week. De belangrijkste sectoren binnen het vrijwilligerswerk zijn cultuur, sport en hobby's, en onderwijs, kinderopvang en jeugdwerk. Het aantal vrijwilligers dat hierin actief is, is de laatste 20 jaar sterk toegenomen.

Motieven

De belangrijkste motieven om vrijwilligerswerk te doen zijn: betrokkenheid bij de plaatselijke gemeenschap, affiniteit met de doelstellingen van een organisatie, het opdoen van sociale contacten, het verlangen de eigen ervaringen en capaciteiten toe te passen voor een nuttige zaak. Tijdgebrek wordt het vaakst genoemd als argument om geen vrijwilligerswerk te doen. Voor diverse groepen is in beeld gebracht hoe het vrijwilligerswerk gespreid is over de week. Het rapport beschrijft uitvoerig hoe vrijwilligersarbeid is ingebed in het dagelijkse patroon van concurrerende bezigheden en verplichtingen: het huishouden, betaalde arbeid, het volgen van onderwijs en recreatieve activiteiten.

Kerkgang stimuleert

maatschappelijke betrokkenheid

De kerken nemen nog altijd een belangrijke plaats in op het Nederlandse maatschappelijke middenveld tussen de staat en de individuele burgers. In de ogen van een ruime meerderheid van de bevolking is hun rol als opwekkers tot sociale solidariteit en maatschappelijk engagement en spreekbuis bij morele kwesties allerminst uitgespeeld. Regelmatige kerkgangers verlangen vaker dan niet regelmatige kerkgangers en buitenkerkelijken een actieve publieke opstelling van de kerken bij ethische en sociale vraagstukken. Een kwart van de bevolking gaat regelmatig (vrijwel wekelijks) naar de kerk. Daarnaast gaat 10 % "soms" naar de kerk.

Kerkelijke betrokkenheid blijkt mensen in sterke mate te stimuleren tot belangenloze inzet voor hun medeburgers. Van de mensen die regelmatig naar de kerk gaan is de helft actief als vrijwilliger tegen een kwart van de buitenkerkelijken. Regelmatige kerkgang bevordert de bereidheid om zich bij verenigingen aan te sluiten en geld te geven aan liefdadige doelen. Zij stimuleert in hoge mate de animo om als vrijwilliger actief te worden, ook buiten de kerkelijke sfeer. Kerkgang heeft wat dat betreft een veel sterker effect dan andere godsdienstige kenmerken, zoals de inhoud van het geloof, bijbellezing of de houding tegenover verzuiling. Alleen de genoten opleiding heeft een even sterk effect als kerkgang op de bereidheid van Nederlanders om als vrijwilliger aan de slag te gaan.

De effecten van de godsdienstige achtergrond zijn anders voor fundamentalistische christenen dan voor de leden van de grote, meer liberale kerkrichtingen. Christenen uit de eerste groep hebben veel vertrouwen in elkaar maar wantrouwen andersdenkenden. Zij sluiten zich bij voorkeur aan bij organisaties uit hun eigen kring en hun vrijwilligerswerk blijft beperkt tot voornamelijk activiteiten ten bate van de eigen groep. Anders ligt dit bij de leden van de grote kerken. Zij geven blijk van meer vertrouwen in mensen in het algemeen en onder hen geldt juist de hulp aan onbekenden als nastrevenswaardig.

Vijwilligerswerk vergeleken (ISBN 90-5749-121-4), kost 47,-- en is verkrijgbaar bij de boekhandel of bij Elsevier klantenservice (070)
381 99 00.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie