Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Onderzoek naar 'energiezuinige' rassen glastuinbouwgewassen

Datum nieuwsfeit: 25-02-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Landbouwuniversiteit Wageningen


Persbericht

25-02-99, nr. 99-12

Veredelingsonderzoeksproject 'Rassen onder glas met minder gas' kost 10 miljoen gulden

Onderzoeksprogramma van start naar energiezuinige rassen van glastuinbouwgewassen

Wageningen Universiteit en Researchcentrum coördineert een groot onderzoek voor het veredelen van gewassen in de glastuinbouw die energie beter benutten. Het onderzoeksprogramma richt zich op glasgroente- en sierteeltgewassen die het energiegebruik in de Nederlandse glastuinbouw voor een belangrijk deel bepalen: tomaat, paprika, roos, chrysant en Poinsettia (kerstroos). Volgens een studie van het Laboratorium voor Plantenveredeling van de Landbouwuniversiteit Wageningen bieden merkergestuurde veredeling en genetische modificatie mogelijkheden de energie-efficiëntie van deze gewassen aanzienlijk te verhogen. De participatie van het veredelingsbedrijfsleven in het programma waarborgt dat de resultaten ook daadwerkelijk in de praktijk worden toegepast, meent programmaleider professor Piet Stam. Het programma 'Rassen onder glas met minder gas', dat vrijdag 26 februari in Wageningen van start gaat, heeft een looptijd van zes jaar. De kosten, in totaal 10 miljoen gulden, zullen worden gedekt door het Productschap Tuinbouw, NOVEM/Ministerie van EZ, DLO, Ministerie van LNV en veredelingsbedrijven. Voor de eerste fase is reeds 5 miljoen aanbesteed.

De tuinbouwsector wil met dit programma een bijdrage leveren aan het terugdringen van het energieverbruik en de kooldioxide-uitstoot in Nederland. Het onderzoeksprogramma is onderverdeeld in negen deelprojecten die worden uitgevoerd door onderzoekers van de Landbouwuniversiteit Wageningen, de Rijksuniversiteit Groningen, het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproduktie-onderzoek (CPRO-DLO, Wageningen), het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheids-onderzoek (AB-DLO, Wageningen), het Proefstation voor de Bloemisterij en Glasgroente (PBG, Naaldwijk) en het veredelingsbedrijf AGRIOM BV (Aalsmeer). Een groot deel van het onderzoek wordt uitgevoerd door zes promotieonderzoekers waarvan de helft dit jaar zal worden aangesteld. De programmaleiding is in handen van prof.dr.ir. Piet Stam van het Laboratorium voor Plantenvere-deling (LUW), ondersteund door dr. Pim Lindhout en dr. Theo Hendriks.

Energieverbruik
De wens om het gebruik van fossiele brandstof en daarmee de uitstoot van kooldioxide te verminderen heeft in de glastuinbouw geleid tot een Meerjarenafspraak Energie tussen overheid en bedrijfsleven. In dit convenant is vastgelegd dat in 2000 het energieverbruik per eenheid product in de tuinbouwsector 50% moet zijn verbeterd ten opzichte van 1989. Voor 2010 wordt voorzien dat de energie-efficiëntie zeker 65% moet zijn verhoogd. De doelstellingen geformuleerd op de EU-milieuconferentie (Luxemburg, 1998), waarin wordt gestreefd naar een daling van de kooldioxide-uitstoot van 6% in 2010 ten opzichte van 1990, maakt ook een absolute reductie van het energieverbruik in de glastuinbouw noodzakelijk. Het is voor de concurrentiepositie van de Nederlandse tuinder natuurlijk ook interessant om de stookkosten te verlagen, mits dit niet ten koste gaat van productie en kwaliteit. De tuinbouwsector is, met een exportwaarde van ruim twintig miljard gulden, een belangrijke pijler van de Nederlandse economie. Tegen deze achtergrond investeren het Productschap Tuinbouw, NOVEM/EZ, DLO en LNV in onderzoek naar vermindering van het energieverbruik in de glastuinbouw. Naast het stimuleren van de toepassing van energiezuinige productiesystemen en bedrijfsuitrusting, kan onderzoek naar het ontwikkelen van rassen die minder energie nodig hebben een belangrijke bijdrage leveren om deze doelstellingen te halen.

Gewassen
In Nederland beslaan de teelten van tomaat en paprika samen ongeveer 50% van het areaal aan glasgroenten. In de bloemisterij zijn de teelten van roos en chrysant veruit de grootste (30% van het areaal). Van deze vier gewassen is het energieverbruik bovendien relatief hoog, zodat ze verantwoordelijk zijn voor meer dan 50% van het energieverbruik in de tuinbouw. Het onderzoeks-programma richt zich daarom in eerste instantie op deze gewassen, aangevuld met het potplantgewas Poinsettia (Kerstroos), een seizoensartikel met naar verhouding ook een hoog gasverbruik. Bij de verbetering van de energie-efficiëntie van deze gewassen door veredeling is gekozen voor twee benaderingen: kruisingsveredeling op fysiologische eigenschappen (zonder dat daarbij de individuele genen en hun functies bekend zijn) en genetische modificatie (het bewust aanbrengen van veranderingen in individuele genen waarvan de fysiologische functies wel bekend zijn).

Kruisingsveredeling
Bij kruisingsveredeling wordt gebruik gemaakt van de genetische variatie die aanwezig is in een gewas of in kruisbare soorten. Hierbij is het van cruciaal belang te weten hoe groot de genetische variatie in het cultuurgewas en zijn wilde verwanten is en in hoeverre die door selecteren benut kan worden. Met de komst van zogenaamde moleculaire merkers is het mogelijk geworden om de plaats van genen op chromosomen nauwkeurig in kaart te brengen. Veredelaars kunnen door gebruik te maken van merkers die gekoppeld zijn aan interessante genen, selecteren voor eigenschappen die moeilijk zijn waar te nemen. Deze merkergestuurde selectie is vooral interessant voor de selectie op kwantitatieve eigenschappen, zoals groei, opbrengst en ontwikkelingssnelheid.
Bovendien kan men met deze aanpak interessante genen opsporen in wilde verwanten en deze door middel van merker-gestuurde veredeling inkruisen in een cultuurgewas. Bij veredeling van de belangrijkste groentegewassen tomaat, paprika en komkommer is de meeste genetische variatie binnen de cultuursoort reeds benut. Voor tomaat en paprika is echter nog veel genetische variatie in wilde, met de cultuursoort kruisbare, verwante soorten beschikbaar. Bij komkommer daarentegen zijn geen kruisbare wilde verwanten bekend, waardoor deze genetische bronnen moeilijk zijn aan te boren. In het programma wordt voor de gewassen tomaat en paprika de benadering voor het benutten van genetische variatie in wilde soorten met merker-gestuurde veredeling onderzocht. Voor siergewassen zoals roos en chrysant is wèl voldoende genetische variatie binnen de cultuursoort beschikbaar, maar ontbreekt de kennis om deze volledig te benutten. Een van de projecten binnen het programma richt zich op het vergaren van deze kennis bij roos.

Genetische modificatie
Voor tomaat, paprika, komkommer, roos en chrysant zijn reeds transformatie-protocollen ontwik-keld, waardoor in principe genen uit andere organismen in deze gewassen kunnen worden ingebracht. Er zijn echter nog geen genen bekend waarvan bewezen is dat ze na te zijn overge-bracht naar een gewas de energie-efficiëntie verbeteren. Dit maakt dat genetische modificatie op dit moment meer risicodragend is dan kruisingsveredeling. Gezien het feit dat vele genen bij groei en ontwikkeling betrokken zijn, die complexe interacties met elkaar hebben, lijkt een gerichte genetische modificatie op het verlagen van het temperatuuroptimum van een gewas niet realistisch. Ook de fotosynthese, de motor achter gewasproductie, lijkt in planten reeds optimaal te verlopen en is niet eenvoudig door genetische modificatie te verbeteren. Het transgene onderzoek in het programma richt zich daarom vrijwel geheel op de fotomorfogenese, het verschijnsel dat ontwikke-ling en groei van planten voor een belangrijk deel onder invloed staat van signalen afkomstig van lichtreceptoren, met name fytochromen. Onderzoek bij de modelgewassen zandraket (Arabidopsis), tabak en tomaat geeft aan dat dit proces mogelijk te sturen is in een richting die de energie-efficiëntie zou kunnen verbeteren. In dit onderzoeksprogramma wordt genetische modificatie toegepast bij tomaat en chrysant.

Participatie
Volgens Piet Stam is de participatie van veredelingsbedrijven van belang voor het slagen van het project. "De veredelaars van glasgroenten en siergewassen zien het strategische belang van onderzoek naar rassen met een betere energie-efficiëntie in en zijn bereid een financiële bijdrage te leveren. Dit is een garantie dat de onderzoeksresultaten worden toegepast in de praktische veredeling van zowel glasgroente- als van siergewassen", meent Stam.

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie