Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Defensie inzake personeelsvoorziening

Datum nieuwsfeit: 01-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Ministerie van Defensie


Brieven van de minister/staatssecretaris van Defensie aan de Eerste/Tweede Kamer der Staten-Generaal

Aan: De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

i.a.a. de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Ons nummer : P/99001167; Datum : 25 februari 1999

Onderwerp: Personeelsvoorziening militairen 1998

Hierbij bied ik u de stand van zaken aan met betrekking tot de personeelsvoorziening van de krijgsmacht in 1998.

In voorgaande jaren heb ik u telkens geïnformeerd over de resultaten van de werving van militairen. Om die resultaten beter te kunnen beoordelen, moeten ze in perspectief worden gezien met de personele vulling van de krijgsmacht en de uitstroom van militairen. Een gedegen personeelsvoorzieningsbeleid gaat uit van een integrale benadering van in-, door- en uitstroom van personeel. De onderlinge beïnvloeding van deze processen is immers - zeker bij Defensie - groot. In deze brief komen daarom al deze aspecten van personeelsvoorziening aan de orde.

De omvang van het huidige personeelsbestand van de krijgsmacht strookt in grote lijnen met het tempo van de in de begroting 1999 voorziene verkleining van het bestand van militairen aangesteld voor onbepaalde tijd (BOT) en van de uitbreiding van het bestand van militairen met een aanstelling voor bepaalde tijd (BBT). De krijgsmachtdelen beschikken over voldoende personeel om de hun opgedragen taken te vervullen. De sinds medio 1996 krapper wordende arbeidsmarkt in aanmerking nemende, is dat zeker geen kleinigheid. De personeelsvoorziening van de krijgsmacht staat mede daarom al enige jaren onder druk.

Op vele fronten wordt dan ook hard gewerkt aan de verbetering van de personeelsvoorziening. Defensie ontkomt echter, evenals andere werkgevers, niet aan de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Daar heerst vooral een hardnekkige schaarste aan hoger opgeleid en aan specialistisch en technisch personeel. De behoefte die de krijgsmacht aan dit personeel heeft, staat daardoor zowel aan de instroom- als aan de uitstroomkant voortdurend onder druk. De werving voor gevechtsfuncties blijft moeizaam en met wisselend succes verlopen. Dit is slechts ten dele een gevolg van de krappe arbeidsmarkt. Ook de hoge mentale en fysieke aanstellingseisen spelen hier een rol.

Deze knelpunten zijn onderkend en worden met maatregelen van structurele en niet-structurele aard bestreden. De personeelsvoorziening blijft echter een probleem. Om ook op langere termijn het goed functioneren van de krijgsmacht te verzekeren, zal de komende jaren verder worden geïnvesteerd in het werkgeverschap van Defensie. Wat dat betreft is 1998 een belangrijk jaar geweest. De aanzet is gegeven tot nieuwe, creatieve en fundamentele veranderingen in de personeelsvoorziening. Verdere vernieuwingen zijn onlangs via de Hoofdlijnennotitie aangeboden.

Personele vulling van de krijgsmacht De personele vulling van de krijgsmacht loopt in grote lijnen in de pas met de in de begroting 1999 voorziene aantallen. In de tabellen 1 en 2 worden de gerealiseerde sterktes BOT- en BBT-personeel in de jaren 1996, 1997 en 1998 afgezet tegen de begrotingssterkte 1999.

In tabel 1 is de verkleining van het BOT-bestand als gevolg van de reductieoperatie zichtbaar. De (voorlopige) gerealiseerde sterkte 1998 komt vrijwel overeen met de begrotingssterkte 1999 en loopt dus enigszins voor op de in de begroting 1999 geschetste meerjarenraming.

Tabel 1. Gerealiseerde gemiddelde sterkte militairen BOT 1996 en 1997 (bron: begroting 1998 / 1999) en 1998 vergeleken met de begrotingssterkte 1999 (bron: begroting 1999) (cijfers in VTE)

BOT
realisatie 1996 realisatie 1997 realisatie 1998 realisatie 1999 marine 9364 9020 8700 8540
landmacht 13247 12070 11498 11321
luchtmacht 8745 8324 8032 8004
marechaussee 3397 3188 3195 3209
overig# 791 1605 1654 1724
totaal 35544 34207 33079 32798

#: Centrale Organisatie, DICO

In tabel 2 is de opbouw van het BBT-bestand over de jaren 1996 - 1998 weergegeven. Het gaat om gemiddelde sterktes. De beperkte toename bij de landmacht in 1998 is het gevolg van een naijleffect' van de moeizaam verlopen werving in 1997. In de loop van 1998 is herstel opgetreden, nadat de totale ontwikkeling aansluit bij de begrotingssterkte 1999 en de meerjarenraming in de begroting 1999.

Tabel 2. Gerealiseerde gemiddelde sterkte militairen BBT 1996 en 1997 (bron: begroting 1998 / 1999) en 1998 vergeleken met de begrotingssterkte 1999 (bron: begroting 1999) (cijfers in VTE)

BBT
Realisatie 1996 Realisatie 1997 Realisatie 1998 Realisatie 1999 marine 4263 4397 4442 4309
landmacht 11088 11975 12128 12286
luchtmacht 3246 3196 3332 3468
marechaussee 935 1144 1542 1865
overig# 233 374 400 365
totaal 19765 21086 21844 22293

#: Centrale Organisatie, DICO

Deze positieve constatering laat onverlet dat er knelpunten zijn. In de vulling kunnen zich knelpunten voordoen die op termijn afbreuk doen aan de inzetbaarheid van de krijgsmacht. Hierop zal ik later in deze brief terugkomen.

Instroom en doorstroom militairen
De krijgsmacht voorziet in haar personele behoefte door het aanstellen van nieuw militair personeel, de doorstroom van BBT'-ers naar een BOT-aanstelling, het aanstellen van BBT'-ers op hogere BBT-functies en het verlengen van BBT-aanstellingen.

Het aanstellingsresultaat voor de krijgsmacht in 1998 bedraagt 6080 militairen. Bij een aanstellingsbehoefte van 7012 militairen komt het aanstellingsresultaat uit op 87 procent. Tabel 3 toont het resultaat in vergelijking met de resultaten in de periode 1991 - 1998. Ten opzichte van 1997 is enig herstel zichtbaar.

Tabel 3. Aanstelling militairen in de periode 1991-1998 (BOT + BBT, absolute aantallen)

1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998
aanstellings
behoefte 4035 5195 5518 7414 8217 8737 6821 7012 aanstellingsresultaat 3626 4099 5052 6899 7513 8016 5776 6080 realisatiegraad 90% 79% 92% 93% 91% 92% 85% 87%

Tabel 4 toont de resultaten van de werving in 1998 voor BOT- en BBT-personeel. Per krijgsmachtdeel worden ze toegelicht.

Tabel 4. Aanstellingsresultaat versus aanstellingsbehoefte van de krijgsmacht (militairen) 1998 (absolute aantallen)

BOT
behoefte
abs BBT
behoefte
abs totaal
behoefte
abs BOT
resultaat
abs BBT
resultaat
abs totaal
resultaat
abs BOT
% BBT
% totaal
%
marine 276 1120 1396 233 988 1221 84 88 87
landmacht 461 3600 4061 461 3021 3482 100 84 86 luchtmacht 103 911 1014 98 842 939 96 92 93
marechaussee 60 482 542 34 404 438 57 84 81
totaal 900 6113 7013 825 5255 6080 92 86 87

Koninklijke marine
In de totale aanstellingsbehoefte van de marine kon in 1998 voor 87 procent worden voorzien. Evenals in de voorgaande jaren worden vooral bij de werving van technisch personeel op de opleidingsniveaus mbo, hbo en wo knelpunten ondervonden. Sinds 1998 geldt dit ook ten aanzien van vbo-opgeleiden. De knelpunten in de werving van de hoogst opgeleiden betreffen met name IT- en elektro-/communicatietechnici. De wervingsinspanning in 1998 was daarom met name gericht op doelgroepen waaruit technisch personeel kan worden geworven. Ook in 1999 is dit het geval. Zo heeft de Koninklijke marine onlangs een overeenkomst gesloten met het Regionaal Opleidingscentrum Kop van Noord-Holland' te Den Helder. Zij stimuleert de belangstelling van mts-leerlingen voor de studierichting Elektrotechniek/elektronica. Leerlingen in die studierichting wordt vergoeding van studiekosten aangeboden wanneer zij zich bereid tonen bij de marine stages te volgen en, eenmaal afgestudeerd, te solliciteren. Wanneer zij daarvan afzien, dienen zij de ontvangen vergoeding te restitueren. Het betreft hier een proef die bij succes mogelijk ook naar andere regio's zal worden uitgebreid. Ter ondersteuning van de werving voor de Koninklijke marine in het algemeen is een reeks nieuwe TV-spots en films gelanceerd.

Koninklijke landmacht
De werving bij de Koninklijke landmacht is in 1998 beter verlopen dan in 1997. Het aanstellingsresultaat BBT bedroeg voor het jaar 1998 3021 militairen, 184 meer dan in 1997. Ook relatief is het aanstellingsresultaat gestegen. Bij een gelijke aanstellingsbehoefte (3600) steeg het resultaat van 79 procent in 1997 naar 84 procent in 1998. Nadat de werving zich aanvankelijk op het niveau van 1997 leek te handhaven, trad in de loop van 1998 verbetering in. In 1999 lijkt deze ontwikkeling, met name wat betreft de werving voor de luchtmobiele brigade, door te zetten. Defensie Werving en Selectie (DWS) verwacht dat de aanstellingsresultaten voor deze eenheid voor de opkomsten in het eerste kwartaal van 1999 ruim hoger uitkomen dan in het eerste kwartaal van 1998. De werving voor overige gevechtsfuncties van technisch en specialistisch personeel blijft echter moeizaam.

De Koninklijke landmacht hanteert ter ondersteuning van de werving sinds 1998 enige tijdelijke maatregelen, die flexibel worden ingezet ter bestrijding van knelpunten. Vanaf 1 april 1998 wordt aan BBT-personeel dat vanaf die datum is aangesteld op knelpuntfuncties een extra salarisperiodiek toegekend. Per 1 april 1998 worden tevens alle vanaf die datum aangestelde BBT'-ers, mede ten behoeve van een bredere inzetbaarheid, in de gelegenheid gesteld na hun algemene militaire opleiding en functieopleiding op kosten van de Koninklijke landmacht vijfentwintig rijlessen te volgen en een rijexamen af te leggen. Beide regelingen worden in 1999 aangepast. De extra salarisperiodiek wordt omgezet in een meer onderscheidende aanstellingspremie. Ook zal er een aanstellingspremie worden verbonden aan functies in Duitsland. De rijbewijsmaatregel' zal worden beperkt tot de op functies in Duitsland aan te stellen BBT'-ers.

Geleidelijk zullen vanaf 1999 de in mijn brief Werving militairen 1997' van 24 maart 1998 aangekondigde structurele maatregelen effect gaan krijgen. Het betreft onder meer de in 1998 uitgevoerde uitbreiding van de voorschakeltrajecten van twee naar vijf Regionale Opleidingscentra. Ongeveer tweehonderd leerlingen nemen nu aan deze voorschakeltrajecten deel. Ook krijgt de invoering van miniloopbanen voor BBT'-ers geleidelijk gestalte. Hierdoor zal de aantrekkelijkheid van BBT-functies toenemen en zal, op den duur de vervangingvraag afnemen als gevolg van de daaruit voortvloeiende langere aanstellingsduur.

Koninklijke luchtmacht
Het aanstellingsresultaat 1998 van de Koninklijke luchtmacht is aanzienlijk hoger dan in 1997. De behoefte groeide echter nog harder, zodat het relatieve aanstellingsresultaat 93 procent is. De Koninklijke luchtmacht kent eveneens knelpunten bij de werving van specialistisch en technisch personeel. Het gaat bij de Koninklijke luchtmacht vooral om electrotechnische functies op hbo- en mbo-niveau. Het aanstellingsresultaat KMA-BOT officieren bleef in 1998 met 84 procent enigszins achter bij de verwachtingen. Er werden in deze categorie echter wel meer (BOT)vliegers aangesteld dan in 1997 (9 nu ten opzichte van 3 in 1997). De Koninklijke luchtmacht heeft inmiddels maatregelen getroffen om de aanstellingsopdracht vanaf 1999 te realiseren. De aanstellingsbehoefte van 45 vliegers-BBT is in 1998 met zeer veel inspanningen gerealiseerd. Naar verwachting zal ook de werving van deze categorie steeds moeilijker worden. Om ook de komende jaren toereikender vulling (kwantitatief en kwalitatief) te kunnen verzekeren worden naast wervingsinspanningen aanvullende maatregelen ter behoud van het zittende bestand van groot belang geacht. Knelpunten in de werving hebben zich in 1998 tevens voorgedaan bij de werving van onderofficieren geneeskundige verzorging. De wervingsinspanningen ten aanzien van de knelpuntcategorieën zijn inmiddels verhoogd. Bovendien worden beleidsmaatregelen en de ter beschikking staande arbeidsvoorwaardelijke instrumenten bij knelpuntcategorieën in toenemende mate toegespitst op het behoud en binding van het zittende bestand.

Koninklijke marechaussee
Het aanstellingsresultaten van de Koninklijke marechaussee bleef in 1998 (81 procent van een behoefte van 438) achter bij het resultaat van 1997 (94 procent van 621). Ter versterking van de werving zijn in de tweede helft van 1998 de wervingsinspanningen verhoogd. Zo wordt een lopende wervingscampagne langer voortgezet en wordt de regionale werving geïntensiveerd.. Daarnaast licht de Koninklijke marechaussee haar selectieprocedures door en beziet zij of de overgang van marechaussee-BBT naar wachtmeester-BOT kan worden vereenvoudigd. Daarmee kan tevens de wervingskracht worden vergroot.

Doorstroom BBT-personeel naar BOT
De externe aanstellingsbehoefte voor BOT-militairen zal de komende jaren afnemen. BOT-personeel, met name in de onderofficiersrangen wordt in alle krijgsmachtdelen in toenemende mate geworven uit het BBT-personeel. Voor zover mogelijk wordt de overgang van BBT-personeel naar BOT-functies gepland omstreeks het tijdstip waarop de BBT-aanstelling eindigt. De behoefte aan doorstromend BBT-personeel kon nog niet bij alle krijgsmachtdelen afzonderlijk zichtbaar worden gemaakt en is daarom voor alle krijgsmachtdelen opgenomen in hun aanstellingsbehoefte BOT in tabel 4. Ook de wervingsresultaten BOT uit BBT zijn verwerkt in tabel 4. Tabel 5. toont het aandeel doorstromende BBT'-ers naar BOT-aanstellingen. In 1998 werd ruim 50 procent van de BOT-behoefte gevuld met doorstromend BBT-personeel

Tabel 5. Interne doorstroom BBT naar BOT: nieuwe aanstellingen BOT-functies versus totale behoefte 1998 (absolute aantallen).

totaal behoefte BOT
(absoluut) resultaat BOT uit BBT
(absoluut) resultaat BOT uit BBT
%
marine 276 48 17%
landmacht 461 301 65%
luchtmacht 103 71 70%
marechaussee 60 34 57%
totaal 900 454 51%

Doorstroom binnen het BBT-bestand
BBT'-ers stromen niet alleen door naar het BOT-bestand, maar ook naar andere BBT-functies. Rond het tijdstip waarop hun aanstelling eindigt, aanvaarden vele BBT'-ers een nieuwe aanstelling op een andere tijdelijke, dikwijls hogere functie. Alleen al bij de landmacht betrof de doorstroom in 1998 naar hogere functies 176 BBT'-ers. Bij de marechaussee stroomden 36 BBT'-ers door naar
BBT-onderofficiersfuncties. De interne doorstroom naar hogere BBT-functies is een belangrijk vullingsinstrument voor het BBT-bestand. Dit geldt overigens ook voor aanstellingsverleningen (op functie, of bij functiewisseling).

Raming aanstellingsbehoefte 1999
De aanstellingsbehoefte voor de krijgsmacht in 1999 wordt op dit moment geraamd op ruim 7000 militairen. Het gaat daarbij om ongeveer 800 tot 900 BOT-militairen en ruim 6000 BBT'-ers. Van de militairen BOT zal ongeveer de helft uit het BBT-bestand worden geworven. Ook in de periode 2000 tot 2003 zal de behoefte, uitgaande van de thans voorziene opbouw van de krijgsmacht, tussen de 7000 en 8000 militairen per jaar liggen.

Uitstroom militairen
Naast instroom en doorstroom is ook de uitstroom van militairen een belangrijke factor voor de vulling van de krijgsmacht. In de tabellen 6 en 7 is de uitstroom van respectievelijk het BOT- en het BBT-personeel weergegeven.

Bij grove vergelijking van tabel 6 met tabel 4 blijkt dat in 1998 per saldo meer (1674 (VTE)- 825 militairen BOT uit- dan instroomden. Dit is een bevestiging van het goede verloop van de reductieoperatie.

Tabel 6. Uitstroom militairen BOT 1998 (in VTE)

FLO/LOM/UKW SBK overlijden arbeidsongeschikt vrijwillig ontslag overig totaal
marine 247 10 15 6 307 36 621
landmacht 197 257 13 9 231 43 750
luchtmacht 141 22 10 8 52 14 247
marechaussee 24 - 3 6 22 1 56
totaal 609 289 41 29 612 94 1674

Uitstroom BOT
Tabel 6 toont dat vooral bij de Koninklijke marine het vrijwillig verloop onder het BOT-personeel bijna 50 procent bedraagt van het totale verloop. Dit niet-reguliere verloop van marine-officieren en onderofficieren, in het bijzonder in de technische korpsen, was in 1998 hoger dan in voorgaande jaren. Positieverbetering en bezwarende omstandigheden van het militaire beroep spelen daarbij een rol. De voortijdige uitstroom wordt bestreden met gerichte loopbaangesprekken, door het carrièreperspectief binnen de marine te benadrukken en door meer rekening te houden met individuele wensen van het personeel. Voorts wordt een aantal arbeidsvoorwaardelijke maatregelen bestudeerd. Ook de overige krijgsmachtdelen melden een toenemend voortijdig verloop van officieren en onderofficieren. Ondanks de zuigkracht van de burgermaatschappij is het vrijwillig ontslag bij de Koninklijke luchtmacht in aantallen relatief gering, met spreiding over de diverse vakgroepen. Desondanks is een groei in de uitstroom waarneembaar. Bij officieren zijn met name vliegers, luchtverkeersbeveiligers en gevechtsleiders knelpunten. Bij onderofficieren is met name sprake van uitstroom in technische vakgroepen. Per vakgroep worden momenteel maatregelen uitgewerkt ter behoud van het zittende bestand. Ook bij de Koninklijke landmacht is sprake van een aanzienlijk verloop van officieren en onderofficieren. Omdat beide personeelscategorieën bij de landmacht omvangrijker zijn dan bij de marine en luchtmacht zijn de gevolgden hiervan minder merkbaar.

Uitstroom BBT
Vergelijking van tabel 7 met tabel 4 laat in 1998 (5255 vergeleken met 4415 een toename van het aantal militairen BBT zien. De voortgaande uitbreiding van het BBT-bestand van de krijgsmacht zoals getoond in tabel 2 wordt hiermee bevestigd.

Tabel 7. Uitstroom militairen BBT 1998 (in VTE)

overgang BOT einde aanstelling SBK overlijden arbeidsongeschikt vrijwillig ontslag overig totaal
marine 48 574 - - 7 41 314 984
landmacht 301 1574 - 4 11 504 471 2865
luchtmacht 71 254 1 - 1 21 65 413
marechaussee 34 72 - 1 2 43 1 153
totaal 454 2474 1 5 21 609 851 4415

Nieuwe ontwikkelingen
In de Hoofdlijnennotitie zijn de uitgangspunten uiteengezet voor een vernieuwing van het personeelsbeleid, ondermeer zal, ter verbetering van de professionaliteit van de krijgsmacht, worden geïnvesteerd in wervingsmaatregelen, opleiding en scholing, arbeidsomstandigheden en de combinatie van arbeid en zorg. Ook zal in het kader van de arbeidsvoorwaarden nadrukkelijk aandacht worden geschonken aan de verzurende' elementen in het personeelsbeleid. De arbeidsmarktpositie van de krijgsmacht wordt structureel versterkt en er wordt zorgvuldig gewerkt aan een nieuwe personeelsopbouw. De hierboven gegeven cijfers en geschetste ontwikkelingen onderstrepen de noodzaak daartoe. In de Defensienota zal ik een en ander verder uitwerken.

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE,

H.A.L. van Hoof.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie