Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen over arrestatie PKK-leider Òcalan

Datum nieuwsfeit: 01-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG
Directie Europa

Afdeling West-Europa

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 25 februari 1999 Behandeld Drs. L.A. Kleinjan Kenmerk DEU-96/99 Telefoon (070) 348 4173
Blad /1 Fax (070) 348 3529
Bijlage(n) 1 E-mail (la.kleinjan@deu.minbuza.nl)
Betreft Beantwoording vragen van het lid Mw. Vos

over de arrestatie van PKK-leider Òcalan

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer d.d. 18 februari 1999, kenmerk 2989907960, waarbij gevoegd waren de door het lid Mw. Vos overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U als bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken op vragen van het lid

Vos over de arrestatie van PKK-leider Òcalan.

Vraag 1:

Wat is Uw mening inzake de uitlevering van PKK-leider Òcalan aan Turkije?

Antwoord

De Minister van Justitie, van Binnenlandse Zaken en ikzelf schreven de Kamer op 19 februari een brief, mede namens de Minister-President en de Staatssecretaris van Defensie, waarin onder andere wordt ingegaan op de onderhavige kwestie. Kortheidshalve moge ik naar die brief verwijzen.

Vragen 2 t/m 5:

Bent U bereid de Koerdische kwestie hoog op de Europese Unie agenda te plaatsen?

Kan de Europese Unie een belangrijke rol vervullen voor het vinden van een oplossing voor de Koerdische kwestie?

Welke initiatieven is de EU voornemens te ontplooien om tot een oplossing van de Koerdische kwestie te komen?

Bent u bereid om binnen de Europese Unie te pleiten voor het afvaardigen van een EU-delegatie om met de Turkse regering te spreken over de noodzaak voor een politieke oplossing van de Koerdische kwestie?

Antwoorden op de vragen 2 t/m 5

De kwestie van de positie van de Koerdische minderheid in Turkije (respect voor de rechten en identiteit) is bij herhaling door de Europese Unie bij Turkije aan de orde gesteld. Tevens is aan Turkijeduidelijk gemaakt dat respect voor rechten en identiteit van minderheden één van de Kopenhagen-criteria is. Helaas heeft Turkije na de Europese Raad van Luxemburg in december 1997 de politieke dialoog met de Europese Unie opgeschort, waardoor het belangrijkste communicatiekanaal op dit moment niet kan worden aangewend. Het spreekt vanzelf dat de behandeling van de Koerdische minderheid in Turkije een vooraanstaand onderwerp tussen EU en Turkije blijft.

Voorzover de vragen doelen op de recente arrestatie van PKK-leider Òcalan moge de Nederlandse inzet allereerst blijken uit de verklaring die de regering uitgaf ter gelegenheid van de arrestatie van Òcalan op
16 februari 1999, waarvan ik de Kamer briefgewijs kopie verleende. Deze verklaring vormde tevens het uitgangspunt voor de Nederlandse inzet voor een EU-verklaring door de Algemene Raad van 22 februari jongstleden, welke verklaring ook ingaat op de achterliggende kwestie van de positie van de Koerden in Turkije. Kortheidshalve moge ik verwijzen naar deze EU-verklaring, waarvan de tekst U toeging per brief van 22 februari 1999.

Met deze verklaring beoogt de Europese Unie zowel een eerlijke procesgang voor de PKK-leider te bewerkstelligen alsook de geweldsspiraal te keren. Direct overleg met Turkije wordt bemoeilijkt doordat, zoals gezegd, Turkije de politieke dialoog met de EU heeft opgeschort.

Vraag 6:

Bent u bereid te pleiten voor een EU-delegatie die het proces inzake Òcalan gaat waarnemen zodat er sprake kan zijn van een eerlijk proces?

Antwoord

De Nederlandse nationale verklaring en de EU-verklaring benadrukken de noodzaak van een eerlijk, aan internationale normen beantwoordend, proces. Zo'nproces kenmerkt zich m.n. door openheid. In de EU-verklaring wordt Turkije expliciet opgeroepen internationale waarnemers tot het proces toe te laten.

De kwestie Òcalan wordt besproken tijdens de vergadering van Permanente Vertegenwoordigers bij de Raad van Europa op 24 en 25 februari 1999.

Nederland zal daarbij het zenden van een waarnemersdelegatie namens het Comité van Ministers bepleiten. Op deze wijze kan het Comité van Ministers zich vergewissen van een juiste en eerlijke rechtsgang in het proces.

Vraag 7:

Bent u bereid om in EU-verband en binnen de Raad van Europa aan Turkije te laten weten dat de doodstraf als strafmaat onacceptabel is?

Antwoord

De regering heeft in de nationale verklaring, welke de Turkse autoriteiten formeel is overhandigd, het standpunt ingenomen dat het opleggen / ten uitvoer brengen van de doodstraf strijdig is met algemeen aanvaarde waarden. In de verklaring van de EU is dit overgenomen. Dit standpunt zal ook op 24 en 25 februari 1999 door Nederland worden uitgedragen tijdens de hogergenoemde vergadering van Permanente Vertegenwoordigers bij de Raad van Europa.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie