Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Terminale longkankerpatient wil zorg liever dan waarheid

Datum nieuwsfeit: 03-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Rijks Universiteit Groningen


Onterecht optimisme door houdgreep tussen arts en patient Terminale longkankerpatient wil liever goede zorg en aandacht dan de waarheid

Veel ongeneeslijk zieke longkankerpatienten geloven werkelijk in hun herstel. "Net als veel anderen dacht ik dat artsen hen simpelweg niet duidelijk en vaak genoeg vertelden waar het op stond. Maar het ligt veel ingewikkelder. In hun onderlinge (mis)communicatie houden arts en patient elkaar in een houdgreep: de patient wil hoopvol zijn en de arts wil dat niet de grond in boren. Ook onze Westerse cultuur zorgt voor onterecht optimisme bij patienten." Dit zegt Anne-Mei The in haar proefschrift waarop zij op 3 maart 1999 promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen. De communicatie valt volgens haar wel te verbeteren, maar patienten hebben in zo'n angstige periode meer behoefte aan goede zorg en aandacht dan aan de waarheid. Haar promotieonderzoek is gefinancierd door de Nederlandse Kankerbestrijding/Koningin Wilhelmina Fonds.

Patienten met longkanker, meestal oudere mannen, hebben na de diagnose nog een tot twee jaar te leven. Ze krijgen chemotherapie om symptomen zoals benauwdheid te verlichten. Daardoor kan de tumor tijdelijk verdwijnen. Anne-Mei The sprak gedurende het gehele ziektetraject met artsen, verpleeg- kundigen, patienten en hun familieleden.

Leven met doodvonnis niet goed
Een oorzaak van onterecht optimisme is dat artsen sommige informatie niet verstrekken. Zo wordt in het eerste gesprek de fatale afloop wel gemeld, maar waarschuwt de specialist niet voor onterecht optimisme als de tumor mocht slinken of verdwijnen. Tijdens het gesprek wisselt het onderwerp snel van de diagnose naar de behandelingsmogelijkheden. The: "Dat ligt natuur- lijk ook aan de patient, die meteen wil weten wat er aan te doen is." Vragen over de prognose omzeilt de arts door te zeggen dat het voor iedere patient anders kan uitpakken. Toch zijn de verschillen tussen patienten slechts nuances. De arts gelooft echter dat het voor de patient niet goed is om met een doodvonnis te moeten leven.

Hoop blijft levend
Tijdens controles en vervolggesprekken wordt vrijwel alleen gesproken over de huidige stand van zaken en over de korte termijn. Gedetailleerde infor- matiegesprekken over onderzoeksuitslagen en het behandelingsschema leiden de patient af van het naderende einde. The: "Patienten klampen zich vast aan de positieve informatie over de korte termijn, bijvoorbeeld dat de therapie aanslaat, en interpreteren deze als langetermijninformatie. Zo blijft hun hoop levend."

Dubbelzinnigheid
Verbale en nonverbale dubbelzinnigheden dragen ook bij aan het onterechte optimisme. "In het dagelijks taalgebruik suggereert het woord chemotherapie bijvoorbeeld dat genezing mogelijk is, terwijl die hier alleen levensver- lengend is bedoeld", zegt The. "Ook bewust creeert de arts dubbelzinnig- heid. Als hij zegt dat de rontgenfoto geen afwijkingen meer laat zien is dat de waarheid. Maar hij zegt verder niets dat voorkomt dat de patient denkt dat hij genezen is. De behandeling is bovendien zo intensief dat patienten zich niet kunnen voorstellen dat het 'voor niets' is."

Het 'herstelverhaal'
Patienten vertellen hun omgeving een optimistisch verhaal dat is samenge- steld uit het verhaal van de arts, de wil om beter te worden en niet te willen weten, de dubbelzinnigheden en ook het maatschappelijk 'herstelver- haal'. The: "In de Westerse cultuur horen patienten te herstellen. Met het aanslaan van de chemotherapie wordt het verhaal bevestigd. Als de tumor terug komt rijst de twijfel, maar het is moeilijk om op je woorden terug te komen. Patienten vertellen het herstelverhaal, maar ondertussen beseffen ze in stilte ook wel dat het eind nabij is."

Aanbeveling
"Nu we weten waar het optimisme vandaan komt, blijft de vraag bestaan of een patient wel de behoefte heeft om alles te weten. Artsen zijn bij wet verplicht te informeren, maar veel patienten blijken niet met de waarheid om te kunnen gaan. Zij lijken meer behoefte te hebben aan zorg en aandacht. Om aan deze behoefte tegemoet te komen zou een verpleegkundige of een zorgcoordinator de patienten en hun naasten gedurende de hele ziekteperiode moeten begeleiden", vindt The. Door haar aanbeveling voert de afdeling longziekten van het Academisch Ziekenhuis Groningen binnenkort zo'n ver- pleegkundige in.

Curriculum vitae
Anne-Mei The (Amsterdam, 1965) studeerde culturele antropologie in Amster- dam en begon daarnaast in haar derde jaar met de studie rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen. Vanaf 1991 doet zij onderzoek naar beslissin- gen rond het levenseinde. In 1997 verscheen haar boek "Vanavond om 8 uur..."; verpleegkundige dilemma's bij euthanasie en andere beslissingen rond het levenseinde. The promoveert tot doctor in de medische wetenschap- pen bij prof.dr. G.H. Koeter en prof.dr. R. Veldhuis. De titel van haar proefschrift luidt: Palliatieve behandeling en communicatie; een onderzoek naar het optimisme op herstel van longkankerpatienten. Uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum (Houten/Diegem) ISBN 90 313 2741 7 (4 maart 1999). Momenteel is The als fellow van de Nederlandse Kankerbestrijding werkzaam aan de Vrije Universiteit.

Nadere informatie: Dienst Interne en Externe Betrekkingen, tel. (050)363 54 46

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie