Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Rekenkamer ziet weinig van integratie etnische minderheden

Datum nieuwsfeit: 04-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Persbericht Algemene Rekenkamer

Onvoldoende zicht op werking integratiebeleid etnische minderheden
4 maart 1999

Het is onduidelijk in hoeverre het Nederlandse integratiebeleid voor etnische minderheden vruchten afwerpt. In de periode 1996-1997 waren 230 maatregelen van kracht om de participatie van minderheden in de Nederlandse samenleving te bevorderen, en de sociaal-economische achterstand van deze groepen te verminderen. Van het merendeel van deze maatregelen valt echter niet goed na te gaan of zij in de praktijk ook resultaat hebben. Dat komt doordat het doel van de maatregelen vaak niet duidelijk genoeg is geformuleerd. Bovendien wordt de werking van de maatregelen te weinig geëvalueerd. Dit staat in het rapport Integratiebeleid etnische minderheden dat de Algemene Rekenkamer vandaag publiceert.

Bijna alle ministeries zijn bij het integratiebeleid voor etnische minderheden betrokken; de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid (GSI) is verantwoordelijk voor de voortgang en de samenhang van het beleid. In de periode 1996-1997 behelsde het beleid een scala van 230 maatregelen, waarvan de meeste (127) afkomstig waren van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Met de maatregelen was volgens een schatting van de minister van GSI in 1998 ten minste f 1,5 miljard gemoeid.

De Rekenkamer constateert dat de onderbouwing van veel maatregelen tekortkomingen vertoont. Ook blijken de doelstellingen van een groot aantal maatregelen onvoldoende toetsbaar te zijn geformuleerd. Bij 86% is bijvoorbeeld niet aangegeven binnen welke termijn de doelstelling gerealiseerd zou moeten worden. Het gevolg is dat achteraf niet met zekerheid vastgesteld kan worden of een maatregel het gewenste effect heeft gehad.

Ook besteden ministers nog te weinig aandacht aan het beargumenteren van de keuze voor bepaalde beleidsmaatregelen en aan het systematisch evalueren van de resultaten. Daardoor kan er vaak geen relatie gelegd worden tussen ingezette middelen en bereikte resultaten.

Aanvullend op de algemene beoordeling van de 23o maatregelen heeft de Rekenkamer meer in het bijzonder getoetst welke beleidsresultaten zijn geboekt bij het onderwijs in Nederlands als tweede taal (NT2). Het betreft hier een deelterrein van het integratiebeleid waarvoor de uitgaven jaarlijks ongeveer f 400 miljoen bedragen. De maatregelen op dit beleidsterrein worden wél regelmatig geëvalueerd. Daarbij worden echter uiteenlopende definities gehanteerd, zodat de gegevens moeilijk vergelijkbaar zijn. Bij het evalueren van maatregelen zouden daarom de informatiestromen beter op elkaar afgestemd moeten worden.

De beschikbare gegevens maken wel duidelijk dat het NT2-onderwijsaanbod in capaciteit en kwaliteit is verbeterd. Er zijn echter nog steeds lange wachtlijsten.

In het kader van de Wet op de Inburgering Nieuwkomers moeten alle nieuwkomers die kans hebben op een achterstand, taalonderwijs aangeboden krijgen. De Rekenkamer betwijfelt, op basis van schattingen, of dit zonder substantiële beleidsimpulsen zal lukken. Ook het in de wet beoogde taalvaardigheidsniveau acht zij niet realistisch. Van de cursisten behaalde (in 1996) binnen de afgesproken periode 90% niet het beoogde taalvaardigheidsniveau van professionele en educatieve zelfredzaamheid.

Een bezinning op de haalbaarheid van beleidsdoelstellingen is volgens de Rekenkamer dan ook gewenst. Voorts vindt zij dat de bij het NT2-onderwijs betrokken ministers meer aandacht moeten schenken aan het taalonderwijs aan leden van minderheidsgroepen die al langer in Nederland verblijven.

De betrokken ministers zien in het rapport goede aanknopingspunten voor verbetering van de onderbouwing en evaluatie van het integratiebeleid. De minister van GSI vindt echter dat de Rekenkamer een te lage en te onzekere schatting heeft gemaakt van de aantallen nieuwkomers die in het kader van het inburgeringsbeleid bereikt kunnen worden. Ook betreurt hij het dat bij het beoordelen van beleidsresultaten niet naar het gehele integratiebeleid is gekeken, maar slechts naar één onderdeel daarvan, het NT2-onderwijs. De Rekenkamer vindt dat de departementen op hun eigen beleidsterrein dergelijke onderzoeken zelf ter hand zouden moeten nemen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie