Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Meer aandacht voor vrouwelijke geneeskundestudenten nodig

Datum nieuwsfeit: 05-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

KNMG Nieuws


Pofessor Vooijs tijdens tweede jubileum-symposium KNMG in Nijmegen:

MEER AANDACHT VOOR VROUWELIJKE GENEESKUNDESTUDENTEN NODIG

Professor dr. G.P. Vooijs van de Medische Faculteit Nijmegen pleit voor beleidsmaatregelen om vrouwelijke geneeskundestudenten meer kansen te geven. "Terwijl het aantal vrouwelijke geneeskundestudenten groeit, zie je dat niet terug in het aantal vrouwen dat hogere medische functies bezet. Die ontwikkeling baart decaan Vooijs grote zorgen. Als de verhouding tussen mannen en vrouwen niet verbeterd wordt, krijgen de universiteiten op niet al te lange termijn met een ernstig stafprobleem te maken", zo waarschuwde hij. Professor Vooijs opende donderdag 4 maart 1999 het tweede regionale symposium in Nijmegen `Dokteren in de 21e eeuw; met vrouw meer mens?' in het kader van 150-jarig jubileum van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst.

Vrouwen in de geneeskunst willen over het algemeen minder uren werken dan mannen, aldus Vooijs. Hij baseerde zich op de uitkomsten van een enquête die op een Nijmeegse studiedag onder aankomende geneeskundestudenten is gehouden. Op de vraag hoeveel uren per dag ze in de toekomst zouden willen werken, antwoordde 8 procent van de vrouwelijke studenten minder dan 30 uur en 37 procent minder dan 40 uur. Bij de mannelijke studenten was dat respectievelijk 8 en 23 procent. "En op die verschillen spelen we niet in." Over de aard en inhoud van beleidsmaatregelen om de geneeskundestudie beter voor vrouwen te accommoderen wordt nog druk gepraat in Nijmegen. "Die maatregelen zijn niet uit altruïsme, maar om de balans recht te trekken", aldus Vooijs.

Waar in 1991 55 procent van de Nijmeegse studenten vrouw was, was dat vorig jaar 68 procent. Vooijs verklaart dat hoge aantal vrouwen enerzijds door het inhaaleffect, maar ook de veranderende status van het vak speelt volgens hem een belangrijke rol. Feit is dat deze opkomst van vrouwen nog niet wordt vertaald in meer vrouwen op hogere posities. Het aantal vrouwen dat werkzaam is als wetenschappelijk medewerker groeit immers niet evenredig, laat staan de aanwezigheid van vrouwen op topposities. Er zijn slechts drie vrouwelijke medische hoogleraren. Alleen bij de AIO'S en OI's is de verhouding enigszins rechtgetrokken: 62 mannen tegenover 45 vrouwen. Hetzelfde geldt voor promoties; in 1996 promoveerden 26 procent vrouwen in 1998 was dat al 45 procent.

In reactie op Vooijs gaf professor dr. A.L.M. Lagro-Janssen aan dat uit een Noors onderzoek (in januari gepubliceerd in British Medical Journal) was gebleken dat er veel vrouwen nodig zijn om echte veranderingen te bewerkstelligen, om de verhouding in de topposities te veranderen. "Pas op het moment dat 60 procent vrouw was, wierp het vruchten af", aldus huisarts Lagro-Janssen. Ze ging verder in op de verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke artsen. "De vrouwelijke huisarts wacht vaker af, geeft meer informatie, vaker advies en schrijft minder medicijnen voor." Psychiater N.J. Nicolai sloot daarbij aan. Ze gaf aan dat uit studies blijkt dat vrouwelijke artsen meer relatiegericht en minder oplossingsgericht zijn.

KNMG-voorzitter professor dr. J.M. Minderhoud had in zijn inleidende speech al zijn verwondering uitgesproken over het weinige onderzoek dat verricht is naar de rol van vrouwelijke en mannelijke artsen in de gezondheidszorg. "Vooral omdat een aantal veranderingen tegelijk plaatsvindt. Na het accent te hebben gelegd op gelijkheid, zijn we nu in de positie gekomen om de verschillen en vooral de individuele mogelijkheden en capaciteiten mee te nemen in de verschillende beroepsuitoefeningen. Daarmee kan de gezondheidszorg haar voordeel doen."

In de afsluitende forumdiscussie "Is de dokter van de toekomst een dokteres?" vroeg internist dr. P.J. M. Stuyt zich af of het medisch beroep wel aantrekkelijk genoeg is voor vrouwen, qua mogelijkheden en qua randvoorwaarden. Kan er bijvoorbeeld voldoende parttime gewerkt worden? Ook wees hij op het ontbreken van vrouwelijke rolmodellen. Huisarts mevrouw J.A. Schulkes-Van de Pol beaamde dat. "Van de huisartsen is nu 20 procent vrouw. Dat is een stap in goede richting. Waarschijnlijk sluit het soort werk van de huisarts, de mogelijkheden om parttime en in groepspraktijken te kunnen werken, goed aan bij de wensen van vrouwen." De conclusies werden met behulp van de zaal snel getrokken: er zijn meer artsen nodig, dus moeten er meer opleidingsplaatsen komen en dient de minister meer geld beschikbaar te stellen.

© copyright KNMG 1999

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie