Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Pluri-activiteit agrarische vrouwen in Nederland neemt toe

Datum nieuwsfeit: 08-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Productschap Zuivel

persbericht 1593

Agricultural Economics Research Institute (LEI-DLO)
Burgemeester Patijnlaan 19
2585 BE The Hague
The Netherlands
P.O. Box 29703
2502 LS The Hague
phone: *31-70-3308330
fax: *31-70-3615624

AGRARISCHE VROUWEN WERKEN IN NEDERLAND VAKER OP HET BEDRIJF, TOENAME PLURIACTIVITEIT

Resultaten van het EU-onderzoek naar de arbeidsituatie en arbeidstrategiëen van agrarische vrouwen laten zien dat in Nederland de meeste vrouwen nog steeds hun inkomen vooral op het bedrijf verdienen (65%)*. Een kleine groep vrouwen werkt zowel ten minste een dag per week op het bedrijf als buitenshuis (11%) of werkt alleen buitenshuis (8%). De rest maakt weinig uren op het bedrijf of buitenshuis (16%). Van alle vrouwen verricht 13% nevenactiviteiten op het bedrijf; meestal is dit de verkoop van producten aan huis. Het is iets waar vrouwen snel mee starten, maar nog weinig in investeren. Vooral de arbeidsvraag op bedrijven met een weinig grondgebonden productie en het gebrek aan opleiding om elders aantrekkelijk werk te vinden, bepalen waarom vrouwen thuis werken. Verder vinden vrouwen het opvoeden van kinderen beter sporen met werk op het bedrijf dan buitenshuis. Het onderzoek is representatief voor agrarische vrouwen tussen 20 en 55 jaar, op kleine en grote bedrijven in vier regio's met verschillende arbeidsmarkten (RBA Groningen, IJssel-Vecht, Noord-Holland noord en Noord en midden Limburg).

Een trend is dat vrouwen hun baan niet langer opzeggen als zij kinderen krijgen, maar deze aanpassen en gebruikmaken van kinderopvang, meestal (gast)moeders. Daarmee wordt hun arbeidsstrategie minder bepaald door trouwen en/of kinderen krijgen en meer door het investeren in eigen arbeidsmogelijkheden. Daarbij neemt ook het belang toe om niet langer alleen van het agrarisch inkomen afhankelijk te zijn. Veel vrouwen die elders een inkomen verdienen, verwachten hun baan te gaan combineren met werkzaamheden op het bedrijf. Daarnaast blijft voor een deel van de jonge vrouwen een arbeidsperspectief aantrekkelijk waarbij alleen werk op het bedrijf en zorgtaken kunnen worden gecombineerd.

Ten opzichte van de studiegebieden in de andere landen (Griekenland, Italië en Noorwegen), valt op dat in Nederland veel vrouwen hoofdzakelijk op het agrarisch bedrijf hun inkomen verdienen. In de studiegebieden in Italië en in Noorwegen werken meer vrouwen buitenshuis, omdat de agrarische bedrijven veelal parttime worden gedreven en te weinig inkomen verschaffen. Verder investeren in Noorwegen zowel regionale overheden als vrouwen zelf meer in werkgelegenheid op het dunbevolkte platteland. Alleen in Griekenland werkt eenzelfde aantal vrouwen op het bedrijf, maar dit wordt vooral veroorzaakt door het gebrek aan betaald werk voor vrouwen elders. Agrarisch werk wordt verschillend gewaardeerd. In de zuidelijke studiegebieden ervaren vrouwen het vaker als een last, die hun weinig inkomen oplevert. In de noordelijke studie gebieden biedt het vrouwen de optie om dicht bij huis een inkomen te verdienen.

Hoewel de aanbevelingen qua uitwerking per land en per studiegebied verschillen, hebben ze de volgende punten gemeen: professionalisering van de arbeidssituatie van vrouwen op het agrarisch bedrijf, meer gelijke kansen in het structuurbeleid, meer betaalde diensten op het platteland, en een betere afstemming tussen gevraagde en geboden arbeidskwalificaties.


*

Overbeek, G., S. Efstratoglou, M.S. Haugen and E. Saraceno (1998): Labour Situation and Strategies of Farm Women in Diversified Rural Areas of Europe. Brussels, Commission of the European Communities, Directorate General of Agriculture

De volledige samenvatting kunt u hier downloaden (Html-format gezipped).
Exemplaren van het eindrapport zijn te verkrijgen bij: DGVI, Heinz-Rudolf Miko, fax +32.2.2963084; e-mail: heinz-(rudolf.miko@dg6.cec.be)

Voor vragen of opmerkingen over site: (zbox@pz.agro.nl) bijgewerkt op: 08 March 1999 15:47

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie