Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief BUZA inzake terugkeer afgewezen asielzoekers

Datum nieuwsfeit: 09-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-generaal

Binnenhof 4

Den Haag

Datum 3 maart 1999
Kenmerk DPC/AM-100/99
Blad /2
Bijlage(n) 1
Betreft Gefaciliteerde terugkeer afgewezen asielzoekers

Onder verwijzing naar de brief van de Staatssecretaris van Justitie aan Uw Kamer d.d.16 december jl. (TK, vergaderjaar 1998-1999 19 637, nr. 408), kunnen ondergetekenden U het volgende meedelen over de uitkomsten van hun overleg op 4 februari jl. inzake de onderlinge samenwerking bij de gefaciliteerde terugkeer van afgewezen asielzoekers.

Op grond van de bijgesloten voortgangsrapportage over het proefproject gefaciliteerde terugkeer afgewezen asielzoekers (GTAA) is door ons besloten dit project, ondanks het geringe aantal terugkeerders tot op heden, voort te zetten in afwachting van de uitkomsten van de tussentijdse evaluatie. Het project heeft defacto alleen betrekking op afgewezen Ethiopische asielzoekers, daar de terugkeer van afgewezen Angolese asielzoekers momenteel niet meer actief wordt nagestreefd in verband met de verslechterde veiligheidssituatie in Angola en het beleidsmatig uitstel van vertrek d.d. 20-8-1998..

De evaluatie van het GTAA-project was voorzien voor medio dit jaar, maar zal wegens de in de voortgangsrapportage gesignaleerde knelpunten eerst eind dit jaar plaatsvinden. Dan zal ook duidelijk zijn in hoeverre de in gang gezette beëindiging van de opvangvoorzieningen van uitgeprocedeerde Ethiopische asielzoekers, ook daadwerkelijk leidt tot terugkeer in grotere getale. Tevens zijn dan ook eerste resultaten bekend of en in hoeverre de uit middelen voor
ontwikkelingssamenwerking beschikbaar gestelde middelen daadwerkelijk bijdragen aan het creëren van een perspectief voor terruggekeerden op een duurzaam bestaan in Ethiopië.

De eerste ondertekenaar heeft in hogergenoemd overleg aangegeven dat zij er devoorkeur aangeeft de bijdrage uit middelen voor ontwikkelingssamenwerking langs multilaterale kanalen te geven. Het is kosteneffectiever om gebruik te maken van deze kanalen, in plaats van een relatief dure structuur op te zetten enkel en alleen voor een beperkt aantal terugkeerders uit Nederland. Tevens is zij van mening dat de steunverlening niet alleen ten goede mag komen aan terugkeerders uit Nederland, maar eveneens aan terugkeerders uit de regio en aan de lokale bevolking.

Afgesproken is dat eerste ondertekenaar in afwachting van de evaluatie, de mogelijkheden in kaart zal brengen om haar bijdrage aan het GTAA-project in Ethiopië alsmede gefaciliteerde terugkeer in het algemeen in een multilateraal kader onder te brengen.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking De Staatssecretaris van Justitie

E. Herfkens J. Cohen

Voortgangsrapportage pilotproject "Gefaciliteerde Terugkeer Afgewezen Asielzoekers" (GTAA).

I. Uitgangspunten

De politieke uitgangspunten voor het te ontwikkelen beleid voor de terugkeer van asielzoekers liggen besloten in de brief van 23 februari
1996 van de Staatssecretarissen van Justitie en van Buitenlandse Zaken en de Minister voor

Ontwikkelingssamenwerking, gericht aan de Tweede Kamer. Voorts geldt het gestelde in de nota Migratie en Ontwikkeling van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking (14 november 1996 ), die op 20 maart jl. door de Tweede Kamer werd besproken en aanvaard Tenslotte zij verwezen naar de notitie "terugkeerbeleid" van de Staatssecretaris van Justitie van 3 juni 1997.

De keuze van pilotlanden

De keuze van de pilotlanden is vastgelegd in de brief van 23 februari
1996 van de Staatssecretaris van Justitie, mede namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, aan de Tweede Kamer.

Ethiopië, Eritrea, Somalië, Angola en mogelijk Sri Lanka werden genoemd.

In overleg met het Ministerie van Justitie heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken vanaf november 1996 in eerste instantie bekeken of het mogelijk was de vrijwillige terugkeer te bevorderen naar Ethiopië, Eritrea en Angola.Voor deze landen werd gekozen, omdat daarmee een ontwikkelingsrelatie bestaat en terugkeer - in veiligheid,

waardigheid en met perspectief - verantwoord werd geacht. Uitgangspunt voor de opzet van de pilotprojecten waren gegevens van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) van het Ministerie van Justitie over het aantal afgewezen asielzoekers. Voor Ethiopië en Eritrea werd uitgegaan van 700-900, en voor Angola van circa 300 afgewezen asielzoekers waarvan ongeveer 100 minderjarigen.

Samenwerkingsovereenkomsten ter ondersteuning van de vrijwillige terugkeer werden gesloten met Ethiopië (22 augustus 1997) en met Angola (25 september 1997) . De duur van de overeenkomsten is drie jaar vanaf de datum van ondertekening. De doelgroep van de overeenkomsten, zijn afgewezen Ethiopische en Angolese asielzoekers, die voor de datum van ondertekening van het akkoord in Nederland een asielverzoek hebben ingediend.

Met Eritrea is vooralsnog geen overeenstemming bereikt. Het gaat hierbijoverigens maar om enkele tientallen afgewezen asielzoekers. De Eritreers hebben geen behoefte aan een samenwerkingsprotocol voor een dergelijk kleine groep. Indien Nederland hulp wil geven aan vrijwillig terugkerende asielzoekers, dan is daar geen bezwaar tegen. Van Nederlandse zijde is echter tot op heden geen duidelijk antwoord gekregen op de vraag of Eritrea het beginsel van internationaal gewoonterecht onderschrijft van terugname van elders niet toegelaten burgers.

II. Operationele maatregelen

Op basis van het werkplan gefaciliteerde terugkeer van afgewezen asielzoekers, dat U op 15 juli 1997 toeging, is het project operationeel gemaakt voor afgewezen Ethiopische en Angolese asielzoekers. Het werkplan gaat uit van drie fasen in het terugkeer proces teweten de voorbereiding, de terugkeer en de herintegratie. Voor elk van deze fasen zijn een aantal innoverende operationele maatregelen getroffen. E.e.a was januari 1998 grotendeels gereed .

ad 1) voorbereiding; één loket.

a. Het samenwerkingsverband van het Nederlands Migratie Instituut (NMI) met de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM/Nederland).

Dit samenwerkingsverband wordt door Justitie gesubsidieerd, op grond van een goedgekeurd projectplan, ten behoeve van voorlichting en begeleiding van potentiële terugkeerders. Het NMI beschikt over een dertiental laagdrempelige kantoren over het land verspreid. Justitie subsidieert drie consulenten uit de doelgroepen, een

coòrdinator en overige apparaatskosten. IOM heeft een vestiging in Den Haag, die hulp kan geven voor de terugreis van niet tot Nederland toegelaten migranten, die vrijwillig terugkeren.

b. De mogelijkheid voor een korte beroepsgerichte training.

Justitie is tevens bereid gevonden subsidie ter beschikking te stellen voor trainingen in Nederland, indien een terugkerende afgewezen asielzoeker daarom vraagt en e.e.a. niet mogelijk is in het land van herkomst. Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) is verantwoordelijk voor de toewijzing van een training, op aangeven van NMI. De training kan maximaal 60 werkdagen in beslag nemen en een bedrag van NLG 5.400,- vergen. Het Regionaal Bureau voor het Onderwijs (RBO/ Groningen) heeft tien trainingsmodules ontwikkeld. Tot op heden hebben twee afgewezen (Angolese) asielzoekers van een dergelijke training gebruik gemaakt..

c. Actieve voorlichting door overheid en het particulier Initiatief.

Per eind januari 1998 is een voorlichtingscampagne van start gegaan, ingeluid door een radio- en een regionale dagbladen interview door de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking. De overheidsinformatie bestaat uit een brochure en een projectenfolder . De campagne is gericht op afgewezen Ethiopische en Angolese asielzoekers zelf alsmede alle relevante diensten en instellingen in ons land verantwoordelijk voor asielzoekers .

Vrijwel gelijktijdig heeft het NMI een schriftelijke informatiestroom in het nederlands, engels, portugees, amhaars en tigrineaans voor de doelgroep op gang gebracht. Ook het COA draagt bij aan de voorlichting onder de doelgroep.

In dit verband verdient tevens aandacht het feit dat de Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland (VVN) aan alle 500 aangesloten plaatselijke vrijwilligersorganisaties voor vluchtelingenwerk schriftelijk laat weten dat het pilotproject alle steun verdient Deze steunbetuiging vergezelt de brochure en de projectfolders. Dit VVN-initiatief is erop gericht om vrijwilligers en professionals te stimuleren Ethiopische en Angolese afgewezen asielzoekers kennis te laten nemen van de aangeboden faciliteiten en hen te verwijzen naar het NMI/IOM. Een en ander om, indien men daarvoor kiest, te beginnen met de voorbereiding van een gefaciliteerde terugkeer. Tevens heeft de VVN augustus jl. allevrijwilligersgroepen instructiemateriaal doen toegaan over gefaciliteerde terugkeer.

d. Een geïntegreerde aanpak van de terugkeer.

Justitie heeft als onderdeel van het zogenaamde stroomschema voor de terugkeer van afgewezen asielzoekers een werkinstructie ontworpen voor districtsmedewerkers van de IND terwille van een soepele samenhang van enerzijds de mogelijkheid van een keuze voor gefaciliteerde terugkeer, anderzijds, indien de keuze niet wordt gemaakt, voor beëindiging van de opvang en uitzetting.

De terugkeerteams van de IND zijn, nadat de voorlichtingsfolders van het NMI/IOM medio januari 1998 waren verschenen en het particulier initiatief eerst de mogelijkheid had gehad om gedurende een maand zelf afgewezen asielzoekers te benaderen over het project, begin maart 1988 begonnen met het zelf informeren van afgewezen Ethiopische en Angolese asielzoekers over het project.

Betrokkenen zijn bij de vreemdelingendienst uitgenodigd en waar nodig ondersteund door een tolk. Het project is hun toegelicht en aangeboden met behulp van brochures in hun taal. van het onderhoud is steeds een verslag gemaakt.

De betrokkenen krijgen vier weken bedenktijd alvorens een tweede gesprek plaatsvindt waarin zij hun beslissing te kennen moeten geven. Indien zij zich daarna niet melden bij de vreemdelingendienst of niet via de IOM te kennen geven dat zij zich opgeven voor deelname aan het project, wordt aangenomen dat zij hun deelname daaraan weigeren.

In de vier weken bedenktijdtermijn kunnen betrokkenen voor coaching of informatie contact opnemen met het NMI. Gedurende deze periode worden er door de vreemdelingendienst of de IND geen stappen ondernomen tot gedwongen terugkeer met als mogelijk gevolg beëindiging van de opvangvoorzieningen.

ad 2) Terugkeer en eerste opvang

e. Met het IOM is een "sideletter" getekend, waarin de activiteiten van IOM in Nederland, Ethiopië en Angola conform de Agreed Minutes zijn vastgesteld. Overigens bestaat de mogelijkheid onder chapeau van deze "sideletter" aparte lokale contracten te sluiten per ambassade met IOM ter plaatse. In Ethiopië is op 1 augustus 1998 een contract gesloten met IOM in Addis Abeba voor dienstverlening ten behoeve van de eerste opvang na terugkeer.

Het Terugkeerbureau van de IOM regelt de terugreis, en de hiertoe benodigde reisdocumenten, van afgewezen asielzoekers die terugkeren in het kader van het GTAA-project. De IOM-vertegenwoordigingen in Addis Abeba en Luanda vangen terugkeerders op bij aankomst.

ad 3) Herintegratie

f. projectbureaus in Addis Abeba en Luanda.

Deze projectbureaus, opgezet voor de duur van het project met een kleine gekwalificeerde lokale staf, geven ondersteuning aan de herintegratie van terugkeerders. De bureausdragen zorg voor de hiertoe relevante informatie over de situatie in het land van herkomst, adviseren en begeleiden (kandidaat)terugkeerders bij de opstelling van herintegratieprojecten en monitoren de uitvoering hiervan.

Beide projectbureau functioneren conform het werkplan onder toezicht van een Steering Committee. Hierin participeert Harer Majesteits Ambassadeur naast vertegenwoordigers van de relevante autoriteiten van het land, van het IOM en overige internationale organisaties. Per Steering Committee en per projectbureau zijn Terms of Reference opgesteld en respectievelijk goedgekeurd door betrokkenen. Medewerkers van de Nederlandse ambassades houden intensief contact met de projectbureaus.

Het projectbureau in Luanda werd operationeel medio maart 1998 en dat in Addis Abeba april 1998.

In verband met de verslechterde veiligheidssituatie in Angola zijn de werkzaamheden van het projectbureau in Luanda evenwel opgeschort. Het bureau is per 1 oktober jl. gesloten. De faciliteiten blijven overigens beschikbaar voor die afgewezen Angolese asielzoekers, die wensen terug te keren. De Nederlandse ambassade te Luanda in samenwerking met de Angolese autoriteiten en de lokale vestiging van de IOM zal in dat geval zorgdragen voor opvang en assistentie, gericht op herintegratie.

g. Het programma gefaciliteerde terugkeer afgewezen asielzoekers.

Naast de door het Ministerie van Justitie aangeboden faciliteiten t.b.v. de terugkeer (ticket, eenmalige financiële bijdrage van NLG 500
-1250 afhankelijk van de gezinsomvang en transport van 1 m3 bagage en de eerder genoemde mogelijkheid van een korte beroepsgerichte opleiding), biedt de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking de volgende faciliteiten na terugkeer:


* de mogelijkheid van eerste opvang na terugkeer in een eenvoudig gasthuis voor max. 6 nachten;


* een maandelijkse financiële bijdrage van fl. 250,- p.p. gedurende 9 maanden;


* de mogelijkheid voor een financiële bijdrage voor een individueel herintegratieproject van max. NLG 5000,- op basis van een goedgekeurd projectvoorstel. Deze bijdrage is bedoeld voor een kleinschalige inkomensverwervende activiteit, dan wel ter ondersteuning van het vinden van arbeid in loondienst;


* de mogelijkheid voor een financiële bijdrage voor een gemeenschapsgericht herintegratieproject van max, NLG. 15.000,- op basis van een goedgekeurd projectvoorstel. Aanvragen voor een dergelijke bijdrage dienen ingediend te worden door lokale gemeenschappen, waar terugkeerders zich vestigen.

De Nederlandse ambassade beslist over de toewijzing van gelden voor dergelijke her- integratieprojecten, op basis van een advies van het projectbureau.

h. De OS-middelen

Als bijdrage uit middelen voor Ontwikkelingssamenwerking voor de herintegratie van 700-900 Ethiopiers en 300 Angolezen is in totaal een bedrag van ruim NLG 21 miljoen gereserveerd voor de looptijd van het project tot het derde kwartaal van het jaar 2000. Tot op heden is een bedrag van ruim NLG 600.000 uitgegeven, waarvan meer dan NLG500.000 in Angola, voornamelijk voor de opzet van de projectbureaus. De uitgaven voor de opzet en operationalisering van het projectbureau in Addis Abeba bedragen tot op heden ongeveer NLG 100.000. De middelen voor de projecten worden beheerd door de Nederlandse ambassades.

III. Stand van zaken per februari 1999 GTAA-project Ethiopië en Angola

Enkele honderden personen hebben inmiddels contact gezocht met consulenten van het Nederlands Migratie Instituut, het informatie en aanmeldpunt in Nederland.

Het project is sedert april 1998 door de IND of de Vreemdelingendiensten aan 340 van de oorspronkelijke doelgroep van
700-900 Ethiopische asielzoekers bekend gemaakt. Van hen hebben 223 personen het project ook daadwerkelijk door de IND of de Vreemdelingendiensten aangeboden gekregen. 197 van hen hebben het project afgewezen, en 14 zijn met onbekende bestemming vertrokken. 12 personen participeren in het programma van wie er inmiddels 9 naar Ethiopië zijn teruggekeerd. Aan de resterende 118 personen wordt het programma nog door de IND en Vreemdelingendiensten aangeboden. Conform het stappenplan beëindiging opvangvoorzieningen worden stappen ondernomen tot beëindiging van de opvang van de afgewezen asielzoekers die het project hebben afgewezen en niet bereid zijn te vertrekken. De overige tot de oorspronkelijke doelgroep behorende Ethiopiers hebben inmiddels een status gekregen, zijn al eerder met onbekende bestemming vertrokken of zijn nog in procedure.


113 personen die het project hebben afgewezen bevinden zich momenteel in het stappenplan tot beëindiging van de opvangvoorzieningen. Van twee personen zijn inmiddels de voorzieningen middels een ontruimingsbevel van de rechter beëindigd.

Van de afgewezen Angolese asielzoekers hebben 27 personen te kennen gegeven mee te willen doen aan het project. Hiervan zijn inmiddels 10 aanvragen door IOM buiten behandeling gesteld, 5 aanvragen zijn ingetrokken en 12 aanvragen zijn nog in behandeling. Niemand is nog vertrokken. Voor Angola geldt sinds 20 augustus een beleidsmatig uitstel van vertrek.

Het projectbureau in Addis Abeba ondersteunt de tot nu toe vrijwillig teruggekeerden bij hun sociaal-economische herintegratie. Betrokkenen hebben projectvoorstellen ingediend of zijn met de voorbereiding daarvan bezig, voor het opzetten van kleinschalige bedrijven in en buiten Addis Abeba. De juni jl. teruggekeerde alleenstaande minderjarige asielzoeker (AMA) is naast de voorbereiding van haar bedrijfsactiviteit, in de avonduren bezig met een marketing opleiding. Over de mate waarin de bijdrage uit middelen voor ontwikkelingssamenwerking daadwerkelijk bijdraagt aan een duurzame herintegratie, valt op dit moment nog niets te melden. Daarvoor is de tijd nog te kort en zijn nog te weinig personen aan een herintegratieproject begonnen. Naar verwachting kan hierover eind 1999 meer informatie volgen.

Knelpunten

Tot op heden hebben maar een gering aantal afgewezen asielzoekers geopteerd voor terugkeer in het kader van het GTAA-project. Hiervoor lijken meerdere factoren, een verklaring te kunnen vormen.

De menselijke factor.


* In dit verband kan gesproken worden van de calculerende asielzoeker. Afgewezen asielzoekers lijken in het algemeen alleen mee te werken aan het vertrek, indien het voor betrokkenen duidelijk is dat er geen mogelijkheid is op voortgezet verblijf in Nederland. Verder geloven veel afgewezen asielzoekers, in het bijzonder de Ethiopiërs,niet dat hun autoriteiten zullen meewerken aan terugname, in het geval betrokkenen weigeren te vertrekken.


* In hun weigering om mee te werken aan het vertrek worden afgewezen asielzoekers ook nog gesterkt door de stellingname van pressiegroepen, kerkelijke organisaties

e.d..


* In de begeleiding van asielzoekers door individuele medewerkers van COA, van de medewerkers van Stichting De Opbouw ( voor alleenstaande minderjarigen) en van de vrijwilliger van VVN ligt het accent tot op heden vooral op de opvang en integratie. Aan de eventualiteit van terugkeer en de voorlichting en begeleiding daarbij wordt sinds kort pas binnen de COA en VVN meer aandacht besteed.


* Ook diegenen die interesse hebben in het vertrek aarzelen veelal om zich daadwerkelijk aan te melden. Factoren die hierbij mogelijk mee spelen zijn: Sociale controle binnen hun eigen gemeenschap maar ook twijfel, schaamte en wantrouwen. Twijfel omdat men toch niet uitgesloten acht, dat er alsnog een status verstrekt zal worden. Wantrouwen in de Nederlandse overheid over de bereidheid om daadwerkelijk de geschetste faciliteiten aan te bieden. Schaamte speelt mogelijk ook een rol, daar de terugkeerder niet heeft kunnen voldoen aan de verwachting van de achterban thuis. Veel families hebben immers zwaar geïnvesteerd in de reis van betrokkene in de hoop op overmakingen en de mogelijkheid om andere leden over te laten komen.

De institutionele factor

Hier doen zich een aantal knelpunten voor:


* De regie van de landsgewijze invulling van het terugkeerbeleid

Het terugkeerbeleid voor afgewezen asielzoekers heeft als uitgangspunt dat deze dienen te vertrekken, bij voorkeur vrijwillig zonodig gedwongen. Het is een geïntegreerde benadering en verlangt bij de operationalisering een goede afstemming op beide sporen. De IND draagt als eerstverantwoordelijke hiervoor zorg. Bij de uitvoering op beide sporen zijn een groot aantal instanties (IND-districten, COA, Vreemdelingendiensten, Gemeenten, IOM, NMI en projectbureaus in herkomstlanden) en verschillende departementen (Justitie en Buitenlandse Zaken) betrokken.

Het GTAA-project, als onderdeel van een samenhangend terugkeerbeleid voor Ethiopische en Angolese afgewezen asielzoekers, heeft invulling gegeven aan het bevorderen van de vrijwillige terugkeer met o.m. inzet van middelen voor Ontwikkelingssamenwerking.Voor het herintegratietraject hiervan en voor de afstemming met Justitie en het Particulier Initiatief, ligt de coòrdinatie bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken De inbedding van het project in het geheel van de uitvoering van het terugkeerbeleid is de verantwoording van het Ministerie van Justitie.


* Informatie over de doelgroep.

Informatie over de doelgroep is van belang om zo goed mogelijk betrokkenen te kunnen voorlichten over de situatie in Ethiopië na terugkeer en de mogelijkheden om weer in hun bestaan te voorzien. Deze informatie is nodig voor de projectbureaus om zo gericht mogelijk informatie aan te kunnen leveren en te kunnen adviseren. Dergelijke algemene informatie over de doelgroep van uitgeprocedeerde asielzoekers is maar zeer ten dele voorhanden op basis van geanonimiseerde gegevens verstrekt in het kader van de asielprocedure (leeftijd, sexe, plaats van herkomst,
gezinssamenstelling,opleidingsniveau., werkervaring). Wel genereert het NMI de benodigde gegevens uit de interviews met kandidaat terugkeerders.


* Het bereiken van de doelgroep

Ondanks de informatiecampagne over het GTAA-project blijkt het in de praktijk moeilijk te zijn om door de lagen heen van intermediaire organisaties asielzoekers op objectieve wijze voorlichting te doen toekomen. De reeds teruggekeerde asielzoekers hebben aangegeven dat zij geen of nauwelijks informatie over het GTAA-project hebben ontvangen, en dat vele Ethiopische asielzoekers in Nederland zouden overwegen om vrijwillig terug te keren maar bij gebrek aan informatie sceptisch zijn om de stap daadwerkelijk te nemen. M.n. informatie over het vinden van een haalbare en duurzame mogelijkheid voor sociaal-economische herintegratie wordt door hen van doorslaggevend belang beschouwd in de besluitvorming in de afweging om al dan niet terug te gaan. Een recent experiment met directe telefonische voorlichting door het projectbureau in Addis Abeba aan drie potentiële terugkeerders, resulteerde in hun aanmelding voor terugkeer in het kader van het GTAA-project.

Het COA in overleg met IOM bekijken momenteel de mogelijkheid om eveneens d.m.v. mobiele teams in de opvang verblijvende afgewezen asielzoekers op te zoeken om met hen over de consequenties van de afwijzing en de eventualiteit van terugkeer van gedachten te wisselen.


* Beëindiging van de opvangvoorzieningen.

De voorzieningen van de vreemdelingen die niet meewerken aan (gefaciliteerde) terugkeer worden beëindigd met behulp van een zogenaamd stappenplan. De beëindiging van de opvangvoorzieningen is moeizaam. Vanwege de vele procedures die in dat kader kunnen worden aangespannen ( en die gemiddeld twaalf maanden in beslag nemen) is de toepassing van het stappenplan beëindiging opvangvoorzieningen ten aanzien van de doelgroep op korte termijn niet direct en in voldoende mate zichtbaar. Daarnaast verloopt de uitvoering van het stappenplan bij sommige gemeenten nogal stroef.

Mede daardoor bestaat er onvoldoende stimulans om aan het gefaciliteerde traject deel te nemen. Bijkomend probleem is dat een aanzienlijk deel van de afgewezen asielzoekers aan wie het project is aangeboden een nieuwe asielprocedure of aanvraag voor verblijf heeft ingediend waardoor men niet meer in aanmerking komt voor gefaciliteerde terugkeer. Per 9 oktober 1998 worden personen die een tweede asielverzoek hebben ingediend niet meer opgevangen en worden de voorzieningen beëindigd.


* De relatief hoge "overhead-kosten"

Het enkel en alleen opzetten van een begeleidings- en projectbeoordelingsstructuur in Ethiopië en Angola voor uit Nederland teruggekeerde afgewezen asielzoekers, is relatief duur. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken zal dan ook de mogelijkheid nagaan ofhierbij meer aangesloten dan wel gebruik gemaakt kan worden van multilaterale kanalen, zoals IOM, UNHCR en UNDP om het project kosteneffectiever te maken.

De opstelling van de autoriteiten van het land van herkomst t.a.v. gedwongen terugkeer

De afgewezen asielzoekers die niet meewerken aan hun vertrek, ondanks het aanbod van gefaciliteerde terugkeer, zullen gedwongen worden tot terugkeer. Deze gedwongen terugkeer verloopt echter zeer moeizaam en vindt (vooralsnog) vrijwel niet plaats.

Er doen zich nog steeds problemen voor met herkomstlanden bij de terugname van afgewezen asielzoekers die niet meewerken aan hun vertrek. Het feit dat in het samenwerkingsprotocol het beginsel van internationaal gewoonterecht is vastgelegd om burgers terugkeer te nemen, heeft in de praktijk bij de laissez-afgifte hiertoe bij de Ethiopiers nog niet geleid tot een versoepelde opstelling. Dit belemmert de verdere uitvoering van het project gefaciliteerde terugkeer. Over deze opstelling is door het Ministerie van Justitie en het Ministerie van Buitenlandse Zaken een gesprek gevoerd met de ambassadeur van Ethiopië. Hierbij is nogmaals aangedrongen op medewerking bij de verstrekking van laissez-passers voor de gedwongen terugkeer, conform de afspraken voortvloeiend uit het samenwerkingsprotocol. In dit overleg werd tevens aangegeven dat gefaciliteerde terugkeer niet van de grond komt, zolang beëindiging van de opvang en uitzetting niet plaatsvinden. Met de Ethiopische vertegenwoordiging is vervolgens afgesproken dat Nederland over zal gaan tot schriftelijk presenteren van niet tot Nederland toegelaten Ethiopiers, die weigeren te vertrekken.

Tot nu toe vonden 3 verwijderingen plaats en zijn 12 personen schriftelijk bij het Ethiopisch consulaat gepresenteerd in het kader van de nieuwe afspraken die zijn gemaakt.

Met de Angolese autoriteiten verliep de laissez-passer afgifte in het geval van gedwongen redelijk, zij het traag.

Wel kan gesteld worden dat zowel de Ethiopische als de Angolese autoriteiten actief participeren in de opzet van het herintegratietraject voor vrijwillig terugkerenden en hen er veel aan gelegen is om het tot een succes te maken.

Politiek- militaire factoren

Niet in de laatste plaats is de politieke en militaire ontwikkeling in het land van herkomst van belang in de besluitvorming over terugzending. Zoals reeds aangegeven is de verslechtering van de veiligheidssituatie in Angola aanleiding geweest om tot uitstel van vertrek over te gaan. Het grensconflict tussen Ethiopië en Eritrea wordt nauwgezet gevolgd, mede in verband met de terugkeer van afgewezen asielzoekers.


-------------------------------------------------- _________________________________________________________________

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie