Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Interne Markt Raad 25 februari 1999 in Brussel

Datum nieuwsfeit: 09-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de voorzitter van de Algemene

Commissie voor Europese Zaken van de

Tweede Kamer der Staten Generaal

Binnenhof 4

's-Gravenhage

Directie Integratie Europa

Afdeling Algemene Integratie

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 3 maart 1999
Kenmerk DIE/179/99
Blad 1/6
Bijlage(n) 1
Betreft Verslag Interne Markt Raad

d.d. 25 februari 1999

Hierbij heb ik de eer U aan te bieden het verslag van de Interne Markt Raad gehouden op 25 februari 1999.

DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Verslag Interne Markt Raad d.d. 25 februari 1999 te Brussel

Actieprogramma voor de Interne Markt/ Vereenvoudiging van wetgeving

Het voorzitterschap voegde beide agendapunten samen, reden om deze punten ook in dit verslag gezamenlijk te behandelen.

Naar de mening van Commissaris Monti is de interne markt, hoewel ver gevorderd, nog altijd niet te vergelijken met de thuismarkten in de lidstaten. Verdere inspanningen zijn dan ook nodig om de interne markt te vervolmaken. Daartoe zal de Commissie echter geen nieuw Actieprogramma opstellen. Wel is zij voornemens strategische doelstellingen voor een periode van drie jaar te ontwikkelen. Zij zal daartoe vóór de Interne Markt Raad van 21 juni 1999 komen met een document, waarin deze doelstellingen worden weergegeven.

Verscheidene lidstaten deelden de mening van de Commissie dat de interne markt nog niet perfect functioneert. Oostenrijk was van mening dat het feit dat er nog altijd een achterstand bestaat in de omzetting van richtlijnen, hieraan mede debet is. Minister Farnleitner stelde om die reden voor dat de Europese Raad nadrukkelijk het belang onderstreept, dat alle interne marktrichtlijnen tijdig in nationale wetgeving moeten worden omgezet.

Als prioriteiten voor het alsnog uitvoeren van de openstaande punten uit het Actieprogramma brachten de vertegenwoordigers van de lidstaten onder meer de volgende punten naar voren: het Statuut voor de Europese Vennootschap, de Commissie-mededeling over wederzijdse erkenning, overheidsaanbestedingen, elektronische handel en de ontwerp-richtlijn late betalingen.

Voor wat betreft het onderwerp vereenvoudiging van wetgeving stelde Commissaris Monti dat de Commissie van plan was de aanbevelingen van de SLIM-III teams over te nemen. Op het punt van de sociale zekerheid had zij dit reeds gedaan; de aanbevelingen hebben een belangrijke rol gespeeld bij de opstelling van een recent Commissie-voorstel om een nieuw wetgevend kader voor de sociale zekerheidssector op te zetten. SLIM-IV is inmiddels gestart. Voorafgaand aan de Interne Markt Raad van 21 juni a.s. zijn de eerste resultaten van de SLIM-IV-teams verwachtbaar.

Staatssecretaris Benschop bepleitte versnelling van de vereenvoudiging van wetgeving-exercitie. De SLIM-operatie is op zichzelf nuttig, maar zij heeft tot dusverre te weinig concrete resultaten opgeleverd.

Het voorzitterschap concludeerde dat de balans van zowel het Actieprogramma als de SLIM-exercitie (die voortgezet wordt) positief was. Nu dient de Interne Markt Raad nieuwe doelstellingen te ontwikkelen, waarbij de oriëntatie op de praktijk centraal dient te staan. Weliswaar zal geen nieuw Actieprogramma wordenopgesteld, maar wel zullen in een zogenaamd "bedrijfsplan" concrete doelstellingen voor de verdere ontwikkeling van de interne markt worden aangegeven.

Landenrapporten over functioneren markten

Commissaris Monti lichtte het proces van beoordeling van de landenrapporten in het kader van het Cardiff-proces toe. Deze beoordeling heeft geleid tot het verslag van het voorzitterschap, waarin opgenomen de conclusies en aanbevelingen uit de acht thematische analyses, en de ontwerp-conclusies, die ter goedkeuring aan de Raad voorlagen. De Commissie toont zich tevreden met het voorlopige resultaat van de in dit kader geleverde inspanningen.

Staatssecretaris Benschop benadrukte het belang van de beoordeling van de landenrapporten. Wel hadden de door de Raad aan te nemen conclusies scherper gesteld kunnen worden. De tekortkomingen in het functioneren van de interne markt in de diverse lidstaten moeten daadwerkelijk blootgelegd worden. De conclusies vormen echter slechts het begin en niet het eindpunt van het proces. Belangrijk is dat door het beschikbaar komen van de landenrapporten een schat aan materiaal over het functioneren van de interne markt wordt aangeboden, op basis waarvan prioriteiten voor de agenda van toekomstige Interne Markt Raden kunnen worden gesteld. Staatssecretaris Benschop achtte het vooral positief dat het proces van beoordeling op gang is gekomen. Nu zullen goede afspraken gemaakt moeten worden over de vraag hoe verder te gaan met de behandeling van de landenrapporten. "Peer review" zal daarbij meer concreet vorm moeten krijgen. Staatssecretaris Benschop benadrukte verder dat de rapporten volgens een strakker format moeten worden opgesteld en dat tijdig moet worden begonnen met de beoordeling van de rapporten. De Commissie deelde deze mening.

Staatssecretaris Ybema ging in op de acht thematische analyses, zoals verricht in het kader van de beoordeling van de landenrapporten. De staatssecretaris oordeelde, op basis van deze thematische toetsing, dat de rol van de overheden vaak nog veel te groot is, waardoor markten veelal niet optimaal functioneren. Ook op terreinen met duidelijke publieke belangen kan de introductie van marktprikkels naar zijn mening efficiency-voordelen opleveren, zonder dat daardoor het algemeen belang in het geding komt. Er kan beter gebruik worden gemaakt van marktpartijen bij de uitvoering van bepaalde taken, onder meer op de terreinen van het openbaar vervoer, de elektriciteitsvoorziening, de gassector, de zorgsector, de sociale zekerheid, het onderwijs en de volkshuisvesting. Staatssecretaris Ybema benadrukte tenslotte dat in de Interne Markt Raad open en constructief over noodzakelijke structurele hervormingen in het nationale beleid moet kunnen worden gesproken.

Alle lidstaten konden zich vinden in de voorgestelde ontwerp-Raadsconclusies. Slechts Portugal maakte bezwaren tegen de voorgestelde tekst, waarin werd opgeroepen om het niveau van staatssteun en andere interventies die tot verstoringenvan de mededinging zouden kunnen leiden, te verlagen. De verwijzing naar "andere interventies" is op verzoek van Portugal, dat deze term te vaag vond, uiteindelijk niet in de definitieve tekst opgenomen.

De voorzitter concludeerde dat de conclusies politieke oriëntaties bevatten voor de Interne Markt Raad. Zij zijn echter niet bedoeld om lidstaten juridisch te binden.

Parallel-importen en uitputting merkenrecht

Commissaris Monti gaf een toelichting op de resultaten van een studie naar de mogelijke voor-en nadelen van een systeem van wereldwijde dan wel communautaire uitputting van het merkenrecht. De studie is door een extern bureau verricht, in opdracht van de Commissie. In de studie wordt ingegaan op de gevolgen, onder meer voor de werkgelegenheid, van de invoering van een systeem van wereldwijde uitputting voor verschillende industriële sectoren. Uit de studie blijkt dat invoering van dit systeem een positief effect heeft op de werkgelegenheid en voor bepaalde sectoren ook zal leiden tot lagere prijzen. De Commissie heeft dan ook sympathie voor het systeem van wereldwijde uitputting.

De Commissie zal op korte termijn:


1. de verrichte studie bij het publiek, onder meer via publicatie op het Internet, bekend maken;


2. een werkconferentie organiseren, tijdens welke conferentie vertegenwoordigers van de Commissie en de lidstaten verder zullen spreken, op basis van de resultaten van de verrichte studie, over de voor-en nadelen van de invoering van een systeem van wereldwijde uitputting;


3. een "hoorzitting" organiseren, waarin belanghebbenden hun standpunten over het onderwerp naar voren kunnen brengen.

Op basis van de resultaten van hogergenoemde acties stelt de Commissie een verslag op, dat zal dienen ter voorbereiding van de Interne Markt Raad van 21 juni 1999.

De Zweedse minister van Handel verwees in zijn interventie naar een recente, door een Zweeds instituut verrichte studie, waaruit bleek dat een systeem van wereldwijde uitputting de consument ten goede komt. Invoering van het systeem zou leiden tot een daling van de prijzen en meer werkgelegenheid door toenemende parallel-importen.

Frankrijk riep op tot voorzichtigheid en stelde dat op basis van de beschikbare samenvatting van het in opdracht van de Commissie opgestelde rapport nu nog geen conclusies kunnen worden getrokken.

De voorzitter concludeerde dat, zodra laatstgenoemd rapport openbaar is gemaakt,Coreper het onderwerp van de uitputting van merkenrechten nader zal bespreken ter voorbereiding van de Interne Markt Raad van 21 juni. De Raad zal dan een diepgaande discussie over het onderwerp voeren.

Richtlijn betreffende het volgrecht ten behoeve van de auteur van een oorspronkelijk kunstwerk

Naar aanleiding van vragen over dit onderwerp, gesteld tijdens het Algemeen Overleg op 11 februari jl., zal nader worden ingegaan op de Nederlandse bezwaren tegen het totstandkomen van hogergenoemde richtlijn.

Nederland twijfelt aan de noodzaak van een richtlijn betreffende het volgrecht. Nederland is van mening dat er op de Europese markt voor kunst geen belemmeringen zijn die een richtlijn rechtvaardigen die leidt tot het scheppen van volgrecht, ook in lidstaten die dit recht tot dusverre nationaal niet kennen. Voor Nederland speelt verder een rol belangrijke rol dat het steeds verder uitdijende auteursrecht weerstanden oproept van de zijde van de consument. Gevolg van de richtlijn kan zijn dat de balans zoek raakt tussen de belangen van de consument en handel enerzijds en die van de kunstenaar anderzijds. Nederland vreest voorts dat noch de incasso van gelden noch de verdeling eenvoudig zal zijn.

De bezwaren van het Verenigd Koninkrijk, dat zich eveneens tegen het richtlijnvoorstel opstelde, worden vooral ingegeven door de vrees dat de handel in topstukken, die nu binnen de Unie met name in Londen plaats vindt, zich zal verplaatsen naar landen buiten de Unie die het volgrecht niet kennen, zoals de VS en Zwitserland. Hoewel dit bezwaar voor Nederland in mindere mate opgaat, vindt ook Nederland het ongewenst dat de richtlijn tot gevolg zou hebben dat een Unieland en daarmee de Unie een deel van de handel in kunstwerken kwijtraakt.

Het voorzitterschap streefde naar consensus over dit gevoelige richtlijnvoorstel, ondanks het feit dat op basis van art. 100A EG het besluit met gekwalificeerde meerderheid zou kunnen worden genomen. Consensus bleek echter niet te bereiken, vooral omdat het Verenigd Koninkrijk ernstige bezwaren tegen het voorstel bleef behouden. De Raad besloot de behandeling van het voorstel door Coreper voort te laten zetten met het oog op het alsnog spoedig bereiken van een akkoord.

Mededeling inzake gemeenschapsoctrooi

De Commissie ging ten vervolge op de Mededeling over het gemeenschapsoctrooi nader in op de volgende vier punten:


1. de Commissie gaf aan dat het gemeenschapsoctrooi op basis van het in te dienen voorstel voor een Verordening zal bestaan naast de nationale octrooien en het Europese Octrooi. Dit biedt maximale keuzemogelijkheden voor het bedrijfsleven.


2. de Commissie zal in de loop van dit jaar een richtlijnvoorstel indienenbetreffende de octrooieerbaarheid van software.


3. voor wat betreft het niet-wetgevende initiatief inzake de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties voor octrooigemachtigden beoogt de Commissie met een interpretatieve mededeling te komen.


4. er zal gestart worden met een proefproject ter ondersteuning van nationale octrooibureaus.

De voorzitter concludeerde dat een inhoudelijke discussie in de Raad gevoerd zal worden zodra de ontwerp-richtlijn, de ontwerp-verordening en de interpretatieve mededeling beschikbaar zijn.

Groenboek inzake de bestrijding van namaak en piraterij

De Commissie informeerde de Raad dat zij naar aanleiding van het Groenboek vele reacties heeft ontvangen die naar het oordeel van de Commissie in het algemeen de uitgangspunten van het Groenboek ondersteunden. De Commissie zal nu een mededeling en een actieplan opstellen, waarin voorstellen voor juridische en andere maatregelen worden opgenomen.

De visie van de regering op het Groenboek is neergelegd in de Nederlandse reactie, gericht aan de Commissie, die ook aan de Tweede Kamer wordt toegezonden.

Werknemers en ingezetenen derde landen

Commissaris Monti lichtte beide ontwerp-richtlijnen mondeling toe.

Het eerste voorstel beoogt belemmeringen op te heffen voor binnen de EU gevestigde bedrijven die in het kader van het vrij verkeer van diensten personeel uitzenden dat niet de nationaliteit van een der lidstaten bezit. Door middel van een dienstverleningskaart zal dit personeel zich op legale wijze tijdelijk binnen de EU kunnen ophouden en wordt twijfel ten aanzien van een mogelijk clandestien verblijf weggenomen. De uitzendende lidstaat moet dit personeel na verloop van de uitzendperiode weer toelaten. De ontvangende lidstaat mag aan de houder van deze kaart geen enkele voorwaarde aan toegang, verblijf en werk stellen.

Het tweede voorstel betreft een uitwerking van de in art. 59 EG geopende mogelijkheid om Hoofdstuk 3 EG (diensten) van toepassing te verklaren op onderdanen van een derde land die diensten verrichten en binnen de EU zijn gevestigd.

De Raad nam kennis van de toelichting door de Commissie.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie