Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Werkzaamheden Veiligheidsraad februari 1999

Datum nieuwsfeit: 10-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede

Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG
Directie Verenigde Naties

Afdeling Politieke en Veiligheidszaken

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 2 maart 1999
Kenmerk 99/DVN-PZ/010
Blad 1/11
Bijlage(n) 1
Betreft Werkzaamheden Veiligheidsraad / februari 1999

Zeer geachte Voorzitter,

Hierbij bied ik U, mede namens mijn collega voor Ontwikkelingssamenwerking, een verslag aan over de werkzaamheden van de Veiligheidsraad in de maand februari 1999.

ALGEMEEN

De Veiligheidsraad werd in februari voorgezeten door Canada. De agenda stond wederom voor een groot deel in het teken van de ontwikkelingen in Afrika. Centraal stonden hierbij met name de verslechterende situatie in Angola, alsmede die in de Hoorn van Afrika. Irak kwam in de Raad zelf nauwelijks aan de orde. Hier verlegde de discussie zich naar de drie panels die hun eerste - voornamelijk organisatorische - bijeenkomsten hielden. Te betreuren was dat de Raad eind februari door een Chinees veto niet in staat was het mandaat van UNPREDEP in Macedonië te verlengen.

Het oriëntatiedebat inzake bescherming van burgers in gewapende conflicten sloot goed aan bij de briefing in januari van de "Emergency Relief Coordinator" van het "Office for the Coordination of Humanitarian Affairs". De Raad verzocht de Secretaris-Generaal om een nader rapport, dat naar het zich laat aanzien in september tijdens het Nederlandse Voorzitterschap van de Raad zal verschijnen. Dit zal Nederland de mogelijkheid bieden follow-up te geven aan dit brede humanitaire onderwerp.

AFRIKA

Angola

De Raad besteedde in diverse zittingen aandacht aan Angola, mede in verband met de afloop van het mandaat van de VN-vredesmacht MONUA op
26 februari jl. Inmiddels gaat de afbouw van MONUA nog steeds door. Bijna alle regionale VN-hoofdkwartieren met de daaronder ressorterende team-sites zijn opgeheven en hetpersoneel is naar Luanda vertrokken. Sedert begin januari zijn 325 militairen en politiemensen gerepatrieerd. Ten behoeve van de liquidatie van de missie wordt momenteel met India en Roemenië overlegd om 250 infanteristen nog te laten blijven. Over een finale regeling waarbij een duurzame VN-presentie zou worden gegarandeerd, kon nog geen overeenstemming met de Angolese regering worden bereikt. In de resolutie is de vorm die een post-MONUA VN-aanwezigheid in Angola zou moeten aannemen, daarom nog opengehouden. Nog los van deze finale regeling is reeds besloten dat een VN-mensenrechtencomponent in Angola zal worden gecontinueerd. Nederland zal zich in de Raad blijven inzetten voor de handhaving van een blijvende multi-disciplinaire VN-aanwezigheid in Angola in de vorm van een zogenaamde waakvlam-constructie.

In februari werd door het Sanctiecomité Angola verder gewerkt aan de verhoging van de effectiviteit van de sancties tegen UNITA. De conclusies van het Sanctiecomité inzake de verbetering van de uitvoering van de sanctie-maatregelen jegens UNITA werden door de Raad in bovengenoemde resolutie geëndosseerd. Deze maatregelen hebben onder meer betrekking op de handel ini diamanten, assistentie aan buurlanden van Angola bij de implementatie van sancties en informatievoorziening aan het Sanctiecomité.

Burundi

Na een briefing door het Secretariaat over de situatie in Burundi legde de Voorzitter van de Raad een persverklaring af. Hierin werd de opschorting van de regionale sancties jegens Burundi verwelkomd en werd steun uitgesproken voor het Arusha-vredesproces. Tevens werd zorg uitgesproken over het aanhoudende geweld en de steun van buitenaf aan de rebellen. Beide partijen werden opgeroepen om humanitaire werkers ongehinderd toegang te verlenen en hun neutraliteit te respecteren. Nederland steunt evenals de andere leden van de Raad de totstandkoming van een alomvattend vredesproces met betrokkenheid van alle partijen.

Centraal-Afrikaanse Republiek/MINURCA

Op 2 februari verzorgde Assistent Secretaris-Generaal Annabi een briefing inzake de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) en de toekomst van de VN-vredesoperatie MINURCA. Na afloop werd een persverklaring uitgegeven waarin de Raad de door President Patassé gedane toezeggingen met betrekking tot het vredesproces verwelkomde en stelde dat de Raad spoedig een besluit zou nemen over de verlenging van MINURCA. Steun werd uitgesproken voor de inspanningen van de Speciale Gezant van de Secretaris-Generaal van de VN in Bangui om de politieke structuren in de CAR te versterken.

In een op 18 februari aanvaarde Presidentiële Verklaring over de ontwikkelingen in de CAR wordt een duidelijk verband gelegd tussen de politieke stappen die President Patassé moet zetten en de verlenging van het mandaat van MINURCA. Op 26 februari werd het mandaat van MINURCA verlengd tot 15 november 1999.

Nederland acht het van belang dat het politieke proces in de CAR voortgaat. Daarvoor is voortgezette aanwezigheid van MINURCA in dit stadium noodzakelijk. Dit doet niet af aan de verantwoordelijkheid van partijen in de CAR om ernst te maken met het politieke proces. Politieke stabiliteit is temeer noodzakelijk met het oog op het risico van het overslaan van het conflict in de Democratische Republiek Congo naar de CAR. Het mandaat van MINURCA is een voorbeeld van de door Nederland voorgestane brede aanpak: naast politieke elementen is MINURCA ook actief op sociaal-economisch terrein.

Democratische Republiek Congo

Op 17 februari verzorgde het Secretariaat een briefing over de situatie in de Democratische Republiek Congo (DRC). Op het diplomatieke vlak was een top-bijeenkomst in Lusaka niet mogelijk gebleken, omdat de rebellen niet rechtstreeks mochten deelnemen. Dit was voor Rwanda en Uganda reden om van een top af te zien. Wel zijn twee commissies gevormd respectievelijk over veiligheidszones in Congo en over een staakt-het-vuren. Op humanitair gebied was positief dat de mensenrechtencommissie-Garreton haar werk heeft kunnen hervatten. Het onderzoek naar de massagraven in Oost-Kivu kon echter nog niet plaatsvinden wegens de onveilige situatie. Er zijn nu meer dan 200.000 vluchtelingen in Oost-Congo.

In een verklaring voor de pers door de Voorzitter van de Veiligheidsraad worden de partijen nogmaals opgeroepen tot een staakt-het-vuren en tot een aanvang van de onderhandelingen. Ook bevatte de persverklaring een oproep tot het staken van de illegale stroom van wapens naar het gebied van de DRC.

Nederland heeft ernstige zorg over de ontwikkelingen in de regio uitgesproken. Er is nauwelijks sprake van enig momentum in het politieke proces, vooral nu de rebellen militaire aanvallen hebben aangekondigd.

Ethiopië/Eritrea

Op 9 februari werd door de Voorzitter tegenover de pers medegedeeld dat de Veiligheidsraad zijn ongenoegen had uitgesproken over de opnieuw opgelaaide vijandelijkheden in het grensconflict tussen Ethiopië en Eritrea. De strijdende partijen werden opgeroepen deze vijandelijkheden terstond te staken en de burgerbevolking te ontzien. Steun aan diplomatieke inspanningen zou moeten worden hervat.

Op 10 februari deed de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal Sahnoun verslag van zijn missie naar de regio. Hij onderstreepte de ernst van de situatie. Vervolgens werd Resolutie 1227 aangenomen, waarin de Raad grote bezorgdheid uitsprak over het grensconflict tussen de beide landen. De Veiligheidsraad riep verder op tot onmiddellijke beëindiging van de vijandelijkheden, met name de luchtaanvallen. Diplomatieke inspanningen om te komen tot een vreedzame oplossing van het conflict zouden moeten worden hervat, waarbij het "Framework Agreement" van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) nog onverkort als basis zou moeten dienen.

Verder werden alle staten opgeroepen tot het instellen van een wapenembargo, datechter nog niet mandatoir van aard is.

Op 24 februari vond in de Raad een discussie plaats over de vraag welke verdere maatregelen moeten worden genomen om partijen aan de onderhandelingstafel te krijgen. Daarbij kwam ook het instellen van een formeel - en bindend - wapenembargo door de VN aan de orde. Nederland gaat daarmee in principe akkoord. Voorop blijft evenwel staan dat het politieke initiatief bij het zoeken naar oplossingen bij de OAE ligt. De voorstellen van de OAE zullen de basis moeten vormen voor eventuele besprekingen. De VN zou met een duidelijke stap het werk van de OAE kunnen ondersteunen, waarmee de druk op partijen zich naar de onderhandelingstafel te begeven, zou worden opgevoerd.

Aanvaarding door Eritrea van de voorstellen van de OAE, alsmede intensivering van de vijandelijkheden, leidden op 27 februari tot een spoedzitting van de Raad. Tijdens deze zitting werd een Presidentiële Verklaring aangenomen waarin partijen werden opgeroepen de vijandelijkheden te staken, terwijl tegelijkertijd de acceptatie door Eritrea van de OAE-voorstellen werd begroet.

Guinee-Bissau

Op 4 februari verzorgde Onder-Secretaris-Generaal Prendergast een briefing over de situatie in Guinee-Bissau. De humanitaire situatie was ernstig, hoewel een verbetering zou zijn opgetreden door het overeengekomen staakt-het-vuren. Verkiezingen in maart zouden niet haalbaar zijn; deze zouden pas op zijn vroegst in het najaar kunnen plaatsvinden. Na afloop van de briefing benadrukte de Voorzitter van de Veiligheidsraad nog eens tegenover de pers de onvoorwaardelijke steun van de VN aan de Abuja-akkoorden.

Nederland heeft te kennen gegeven dat de situatie in Guinee-Bissau eens te meer het belang van spoedige activiteiten voor post-conflict vredesopbouw onderstreept, mede ter versterking van het politieke proces. Nederland is bereid een bijdrage aan ECOMOG in overweging te nemen, indien een trustfund voor Guinee-Bissau wordt opgericht. Dit laatste is op een aantal technische handelingen na bijna het geval.

Libië/Lockerbie

Op 26 februari vond de viermaandelijkse 'sanctions review' plaats. SGVN deed mondeling verslag van de vooruitgang die was geboekt sinds de aanvaarding van Resolutie 1192 (waarin het Brits-Amerikaanse initiatief inzake een strafproces tegen de twee verdachten voor een Schots hof in Nederland is vastgelegd). Daaruit kwam naar voren dat de door Libië gevraagde verduidelijkingen en toelichtingen zijn verstrekt en het wachten nu is op de beslissing van de Libische autoriteiten de twee verdachten naar Nederland over te brengen.

Aangezien aan de in Resolutie 1192 gestelde voorwaarde voor opschorting van de sancties, te weten de overdracht van de verdachten, nog niet is voldaan, constateerde de Voorzitter van het sanctiecomité (Slovenië) dat de sancties nog niet konden worden opgeheven. De Raad sloot zich bij deze conclusie aan. Door de Voorzittervan de Raad is na afloop tegenover de pers verklaard dat SGVN terzake actief zal blijven en dat de Raad de kwestie in behandeling houdt.

De Verenigde Staten betreuren het uitblijven van de in resolutie 1192 van Libië gevraagde actie. Om die reden wensen de VS druk op Libië te handhaven.

Nederland is het eens met de conclusie van de Voorzitter van het sanctiecomite dat aan de voorwaarde voor opschorting van de sancties (nog) niet is voldaan. Nederland hoopt dat Libië spoedig gevolg geeft aan de verplichtingen onder Resolutie 1192. Als beoogd gastland van het Schotse hof stelt Nederland zich in de Raad terughoudend op.

Sierra Leone

Op 17 februari verzorgde Assistent Secretaris-Generaal Annabi een briefing over de situatie in Sierra Leone. Hij stelde dat op het politieke vlak weliswaar enkele positieve signalen te bespeuren waren, doch dat de situatie precair bleef en uiterst zorgwekkend was op humanitair gebied. Van Nederlandse zijde werd lof uitgesproken voor de regering-Kabbah, die onder de huidige moeilijke omstandigheden bereid was tot dialoog met een tegenpartij die de meest verschrikkelijke wreedheden beging. De Nederlandse steun voor ECOMOG duurt voort, doch het optreden van ECOMOG wordt kritisch gevolgd. Dit mede in het licht van de recente berichten over mensenrechtenschendingen door ECOMOG.

Na afloop van de briefing bracht de Voorzitter van de Raad tegenover de pers het afgrijzen van de Veiligheidsraad over de door de rebellen begane wreedheden tot uitdrukking. Hij vermeldde dat de Raad steun had uitgesproken voor het feit dat President Kabbah een vredesproces had aangekondigd en had opgeroepen tot steun voor ECOMOG.

Somalië

Op 24 februari verzorgde Onder-Secretaris-Generaal Prendergast een briefing over de situatie in Somalië. Deze blijft zeer zorgwekkend, met name op het humanitaire vlak. Door de groeiende onveiligheid is het verstrekken van humanitaire hulp bijzonder moeilijk. De fact-finding missie van de "Intergovernmental Authority on Development" (IGAD) was voor onbepaalde tijd uitgesteld, maar de Speciale Vertegenwoordiger van de VN, David Steven, bracht op dat moment een bezoek aan Mogadishu en omgeving. Prendergast zei dat de Veiligheidsraad wellicht een meer coòrdinerende rol zou kunnen spelen om betere afstemming tussen de verschillende initiatieven te bewerkstelligen. In april zal het VN-secretariaat een bijeenkomst beleggen van geïnteresseerde leden van de Veiligheidsraad en betrokken bemiddelaars. Na afloop legde de Voorzitter van de Veiligheidsraad een korte verklaring voor de pers af, waarin de internationale gemeenschap wordt opgeroepen de burgerbevolking te helpen. Er bestaat grote bezorgdheid over de (humanitaire) situatie. Verder roept de Raad nogmaals alle staten op zich te houden aan het wapenembargo ingesteld bij Resolutie 751.

Nederland is van mening dat in het kader van het vredesproces voortgang in devorming van regionale autoriteiten van groot belang is. In het noorden is dit proces verder gevorderd dan in het zuiden.

Westelijke Sahara

Met algemene stemmen werd op 11 februari 1999 een resolutie aangenomen waarmee het mandaat van de VN-vredesmacht MINURSO voor slechts een korte periode werd verlengd tot 31 maart 1999. De resolutie bevat verder een oproep aan beide partijen om de taak van UNHCR te faciliteren en ondersteunt het voornemen van de Secretaris-Generaal om zijn Persoonlijk Gezant te vragen om een beoordeling van het MINURSO-mandaat.

Nederland betreurt dat tot nu toe geen werkelijke voortgang kon worden geboekt inzake de Westelijke Sahara. Nederland ziet het nu spoedig plaatshebben van het referendum als de sleutel en ondersteunt het voorstel van de Secretaris-Generaal om nu op vrij korte termijn te komen tot een evaluatie van de situatie. Niet uitgesloten wordt dat deze evaluatie gevolgen zal kunnen hebben voor de beginselbereidheid troepen ter beschikking te stellen voor MINURSO.

MIDDEN-OOSTEN

Irak

In februari besteedde de Veiligheidsraad vooral aandacht aan de herziening van het "olie-voor-voedsel"-programma. Op 25 februari jl. werd het rapport van de Secretaris-Generaal inzake de distributie van humanitaire goederen aan Irak in het kader van dit programma in de Veiligheidsraad besproken. De ernst van de humanitaire situatie in Irak kreeg zowel in het rapport als in de discussie grote aandacht. In verhouding tot het vastgestelde distributieplan is te verwachten dat het programma tegenvallende inkomsten zal hebben ter waarde van bijna
1 miljard US dollar. De negatieve effecten daarvan kunnen niet genoeg worden benadrukt, zeker nu in de nabije toekomst de olieprijzen niet lijken te zullen stijgen. Het is daarmee zeer onwaarschijnlijk dat alle sectoren in het distributieplan de vereiste aandacht kunnen krijgen.

Nederland heeft in zijn interventie nadruk gelegd op het belang van het programma voor de verbetering van de humanitaire situatie van de bevolking in Irak. Nederland onderschreef de meeste inzichten en analyses van het rapport. Er is in de laatste weken door de inspanningen van het Nederlandse voorzitterschap voortgang geboekt op het gebied van de reserve-onderdelen. Dit is niet alleen van belang - op termijn - voor de verhoging van de olie-export maar vooral ook voor de verbetering van het milieu in Irak. Nederland heeft, met name tegenover het VK en de VS, de hoop uitgesproken dat de ingezette trend van het opheffen van "holds" op deze contracten zal worden voortgezet. De tegenvallende opbrengsten van de olie-export lijken tot negatieve effecten te leiden op de niet prioritaire sectoren van het distributieplan. Ook deze sectoren dienen de aandacht van het Comité te behouden.

Voorts heeft Nederland duidelijk gemaakt dat het Nederlands voorzitterschap vanhet Comité vastbesloten was er alles aan te doen om de Hajj voor de 22.000 Iraakse pelgrims in maart 1999 mogelijk te maken. Een nieuw Nederlands voorstel terzake, dat inmiddels aan Irak is voorgelegd, komt in essentie neer op de inschakeling voor logistieke en financiële regelingen van een derde neutrale partij. Hierbij zou onder andere kunnen worden gedacht aan de Organisatie van Islamitische Staten (OIC) en de Federaties van Rode Kruisverenigingen en de Rode Halve Maan. Het Comité en het Nederlandse voorzitterschap zullen zich in de komende twee weken indringend over deze problematiek blijven buigen. Gehoopt wordt op een meer flexibele houding van Irak dan waar tot nu toe op kon worden gerekend. Er is een grote tegemoetkomende stap in de richting van Irak gezet.

Tijdens een formele zitting van het Sanctiecomité Irak op 26 februari verzorgde de humanitaire coòrdinator van de VN voor Irak - Hans von Sponeck - op verzoek van het Nederlandse voorzitterschap een briefing. Deze concentreerde zich voornamelijk op de sociale situatie in Irak. Door de tegenvallende olie-opbrengsten en de gevolgen hiervan op de non-prioritaire sectoren uit het distributieplan, zoals onderwijs en elektriciteit, was volgens Von Sponeck een somber toekomst-perspectief ontstaan.

De discussie inzake Irak verplaatst zich overigens momenteel in sterke mate naar de zogenaamde panels, die een technische evaluatie dienen uit te voeren van respectievelijk de stand van zaken betreffende de ontwapening van Irak (UNSCOM neemt deel aan dit panel), van de humanitaire situatie in Irak en van de kwestie van Koeweitse krijgsgevangenen en het geroofde Koeweitse bezit. De panels staan onder leiding van de Permanent Vertegenwoordiger van Brazilië. De drie panels dienen uiterlijk 15 april hun rapporten bij de Veiligheidsraad in te dienen.

Tijdens consultaties hierover heeft Nederland benadrukt dat pas na effectieve vaststelling dat Irak niet meer beschikt over massavernietigingswapens een overgang naar een "Ongoing Monitoring and Verification" (OMV)-systeem mogelijk is. Een stringent OMV-systeem, inclusief indringende inspecties, zal nodig zijn om te verzekeren dat Irak niet weer in staat zal zijn massavernietigingswapens te ontwikkelen.

Het eerste panel inzake ontwapening - waar de Nederlandse UNSCOM-Commissaris, Dr. A.J.J. Ooms, deel van uitmaakt - kwam van 23 tot 27 februari voor het eerst bijeen. De werkzaamheden zijn tot nu toe voornamelijk verkennend van aard. Ik neem mij voor Uw Kamer nader te informeren zodra de discussie zich geconcretiseerd heeft. De twee andere panels hadden in februari slechts eerste organisatorische zittingen. Inhoudelijk zullen deze panels pas begin maart aanvangen. Het tweede panel inzake humanitaire aangelegenheden zal bij haar werkzaamheden ook de Speciale Rapporteur voor de Mensenrechten in Irak
-

mr Max van der Stoel - betrekken. Ten behoeve van de evaluatie door dit panel zal

mr Van der Stoel een schriftelijke bijdrage vervaardigen.

EUROPA

Kosovo

De Raad stemde op 3 februari in met het jongste rapport van de Secretaris-Generaal over de situatie in Kosovo en de naleving van de resoluties 1160, 1199 en 1203. Het rapport gaat met name over het toenemende geweld en de verslechterende humanitaire situatie. Het totale aantal ontheemden wordt geschat op 370.000, van wie 210.000 elders in Kosovo onderkomen hebben gevonden. De levensomstandigheden van deze ontheemden zijn zeer zorgelijk.

Nederland heeft het rapport van de Secretaris-Generaal objectief en evenwichtig genoemd. De Voorzitter van de Veiligheidsraad legde een verklaring voor de pers af, waarin werd gesteld dat de Veiligheidsraad zijn positie had bepaald in de Presidentiële Verklaring van 29 januari jl. en dat de Raad de conclusies van de Contactgroep steunde. De jongste ontwikkelingen in Rambouillet hebben deze maand niet tot nieuwe uitspraken van de Raad geleid.

Bosnië-Herzegowina

Op 23 februari verzorgde Hoge Vertegenwoordiger Westendorp een briefing, mede naar aanleiding van zijn rapport, waarbij hij sprak van (trage) voortgang. Hij ging nader in op de problemen in Republika Srpska en de weigering van President Poplasen om Premier Dodik opnieuw als Premier voor te dragen. Hij meende dat Poplasen niet in de geest van de constitutie handelde en buiten zijn bevoegdheden trad, maar daar stond tegenover dat de demissionaire Premier Dodik volledige bevoegdheden bleef houden en de steun van een meerderheid van het parlement genoot. Arbitrage over Brcko kon in maart worden verwacht maar verder uitstel was niet uitgesloten. Internationale presentie in Bosnië-Herzegowina zou nog lang vereist blijven, maar niet noodzakelijkerwijs in de huidige vorm. De slechte economische situatie bleef een grote bron van zorg.

Na afloop van de bijeenkomst legde de Voorzitter een verklaring tegenover de pers af.

Nederland is bezorgd over de politieke stagnatie in de Republiek Srpska en acht het van belang dat President Poplasen de huidige demissionaire premier Dodik, die gesteund wordt door een meerderheid van het RS parlement, voordraagt als kandidaat-Premier. De huidige crisis is in de Nederlandse optiek in feite niet langer een regeringscrisis, maar een presidentiële crisis.

Macedonië

Een deze maand verschenen rapport van de Secretaris-Generaal over de VN-vredesmacht in Macedonië beschrijft de ontwikkelingen in de regio sedert juli 1998. Begin januari 1999 bereikte de VN-vredesmacht UNPREDEP de mandaatsterkte van 1050 militairen. De voornaamste politieke ontwikkeling waren de verkiezingen die in oktober en november 1998 werden gehouden en die tot een coalitieregering hebben geleid, waarin ook etnische Albanezen zijn vertegenwoordigd.

Met betrekking tot de verlenging van het mandaat van UNPREDEP, dat op


26 februari jl. afliep, wijst de Secretaris-Generaal erop dat een eventuelevredesregeling voor Kosovo verstrekkende gevolgen voor Macedonië en UNPREDEP kan hebben en dat deze gevolgen thans nog niet kunnen worden overzien. Uitdrukkelijk met dit voorbehoud gaf de Secretaris-Generaal de Veiligheidsraad in overweging het mandaat van UNPREDEP te verlengen tot 31 augustus 1999.

Tijdens een formele zitting van de Raad op 25 februari jl. werd een ontwerp-resolutie ter verlenging van het UNPREDEP-mandaat ter stemming gebracht. Dertien landen stemden vóór de resolutie, Rusland onthield zich van stemming en China sprak een veto uit. Rusland was van mening dat de belangrijke taak van UNPREDEP op het gebied van monitoring van wapenstromen onvoldoende in de ontwerpresolutie aan tot uitdrukking kwam. China achtte verlenging niet nodig, omdat de situatie in Macedonië mede dankzij UNPREDEP inmiddels zou zijn gestabiliseerd en de schaarse middelen beter elders konden worden aangewend. Overigens is het eenieder bekend dat China tot dit veto - dat UNPREDEP heeft beëindigd - heeft besloten naar aanleiding van Macedonische erkenning van Taiwan.

Nederland was voorstander van verlenging van het mandaat van UNPREDEP tot 31 augustus 1999 gezien de stabiliserende rol die UNPREDEP tot op heden heeft gespeeld in en rond Macedonië, maar ook gelet op de situatie in Kosovo. Nederland betreurt - evenals de andere leden van de EU - dan ook ten zeerste het veto, hetgeen tot uiting werd gebracht door het Voorzitterschap van de EU tijdens de formele zitting van de Veiligheidsraad. Het belang van veiligheid in de regio had zwaarder moeten wegen dan bilaterale overwegingen. Gebruik van het vetorecht op grond van bilaterale overweging staat haaks op de letter en de geest van het Handvest. De Veiligheidsraad draagt namens de VN-lidstaten de eerste verantwoordelijkheid voor internationale vrede en veiligheid. Juist vanuit die verantwoordelijkheid en vanuit het internationale belang bij stabiliteit in de regio waartoe Macedonië behoort, had de Veiligheidsraad destijds zijn mandaat aan UNPREDEP verstrekt.

AZIE

Tadzjikistan

Op 18 februari verzorgde Assistent-Secretaris-Generaal Annabi een briefing over de situatie in Tadzjikistan naar aanleiding van een onlangs verschenen rapport van de Secretaris-Generaal. Zowel in de briefing als in de daarop volgende discussie werd zorg uitgesproken over de trage vooruitgang van het vredesproces in Tadzjikistan, ondanks de voorzichtige stappen die nu op de goede weg lijken te worden gezet. De veiligheidssituatie laat nog veel te wensen over, waardoor onder andere UNMOT-waarnemers (VN-waarnemersmissie in Tadzjikistan) hun taak slechts vanuit de hoofdstad kunnen verrichten. Deze zorg is verwoord in een Presidentiële Verklaring. In die Verklaring worden voorts regelmatige contacten tussen President, oppositie en de nationale verzoeningscommissie, alsmede de bijdrage van contactgroeplanden en internationale organisaties verwelkomd.

Tevens wordt aangedrongen op het creëren van condities voor het houden van een constitutioneel referendum en van presidentiële en parlementaire verkiezingen, diedit jaar zouden moeten plaatsvinden.

Nederland heeft de Presidentiële Verklaring verwelkomd. Verhoogde internationale aandacht zou een positief effect kunnen hebben op de voortgang van het nationale verzoeningsproces. Nederland heeft te kennen geven dat thans zou moeten worden nagedacht over de mogelijkheden voor waarneming van het verkiezingsproces door OVSE en UNMOT in geheel Tadzjikistan, waarbij uiteraard de precaire veiligheidssituatie diende te worden meegewogen.

L ATIJNS AMERIKA

Haïti

Op 3 februari ontving de Veiligheidsraad een briefing van Assistent-Secretaris-Generaal Annabi over de ontwikkelingen inzake Haïti. Aansluitend verzorgde de Voorzitter van de Veiligheidsraad een verklaring aan de pers die in grote lijnen overeenkwam met de verklaring van 19 januari j.l. De Voorzitter van de Veiligheidsraad sprak namens Nederland en de andere leden van de Raad wederom bezorgdheid uit over de situatie in Haïti en de hoop werd uitgesproken dat zo spoedig mogelijk de weg wordt vrijgemaakt voor eerlijke en vrije verkiezingen. De Raad sprak waardering uit voor de professionaliteit van de Haïtiaanse nationale politie bij het handhaven van de orde in deze periode van politieke spanning.

ANDERE ONDERWERPEN

Oriëntatiedebat - Bescherming burgers in gewapende conflicten

Op initiatief van het Canadese voorzitterschap vond op 12 februari een open zitting van de Veiligheidsraad plaats over de bescherming van burgers in gewapende conflicten. Om het grote aantal sprekers te accommoderen, werd op 22 februari een extra zitting aan dit onderwerp gewijd. Aan het woord kwamen onder andere de President van het ICRC, de Uitvoerend Directeur van UNICEF en de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal voor Kinderen in Gewapende Conflicten. De Secretaris-Generaal was aanwezig bij de opening van de zitting.

De meeste delegaties verwelkomden de gelegenheid om over humanitaire aangelegenheden te spreken en waren van mening dat dit onderwerp blijvend de aandacht van de Veiligheidsraad moest hebben.

Nederland heeft gepleit voor een brede aanpak van de bescherming van burgers, inclusief humanitaire werkers, in gewapende conflicten, waarbij alle relevante actoren moeten worden betrokken. De noodzaak van de bescherming van burgers moet een prominente plaats innemen in de specifieke mandaten van de onder Hoofdstuk VI en VII vallende VN-operaties. De Veiligheidsraad zou in complexe noodsituaties het initiatief kunnen nemen betrokken VN-organisaties en fondsen te vragen om opstelling van een "Strategic Framework", dat als leidraad zou kunnen dienen voor het werk van de verschillende VN-organen. Thans komt het nog voor dat sommige groepen slachtoffers (bijvoorbeeld kinderen en vluchtelingen) alsdoelgroep van een VN-orgaan wel in aanmerking komen voor hulpinspanningen, doch dat andere groepen bij gebrek aan een VN-organisatie die over hun belangen waakt, tussen wal en schip geraken. Alhoewel vreedzame oplossing van welk conflict dan ook altijd het ultieme doel zal zijn, moet de bescherming van burgers één van de belangrijkste korte termijn doelen zijn van het "Strategic Framework". Hulporganisaties zouden verder binnen dit kader gebruik moeten maken van "principled programming": d.w.z. dat operationele beslissingen gebaseerd moeten zijn op heldere humanitaire principes, teneinde de geloofwaardigheid en onpartijdigheid van hulporganisaties te behouden.

In een Presidentiële Verklaring wordt de Secretaris-Generaal gevraagd uiterlijk september a.s. een rapport aan de Veiligheidsraad aan te bieden, waarin concrete maatregelen worden voorgesteld die de Veiligheidsraad, binnen zijn mandaat, zou kunnen nemen teneinde de burgerbevolking te beschermen. Nederland heeft zich bereid verklaard op basis van dit rapport follow-up te geven aan dit onderwerp gedurende zijn voorzitterschap in september 1999.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Aan de Voorzitter van de Eerste

Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 22

DEN HAAG
Directie Verenigde Naties

Afdeling Politieke en Veiligheidszaken

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 2 maart 1999
Kenmerk 99/DVN-PZ/010
Blad 1/11
Bijlage(n) 1
Betreft Werkzaamheden Veiligheidsraad / februari 1999

Zeer geachte Voorzitter,

Hierbij bied ik U, mede namens mijn collega voor Ontwikkelingssamenwerking, een verslag aan over de werkzaamheden van de Veiligheidsraad in de maand februari 1999.

ALGEMEEN

De Veiligheidsraad werd in februari voorgezeten door Canada. De agenda stond wederom voor een groot deel in het teken van de ontwikkelingen in Afrika. Centraal stonden hierbij met name de verslechterende situatie in Angola, alsmede die in de Hoorn van Afrika. Irak kwam in de Raad zelf nauwelijks aan de orde. Hier verlegde de discussie zich naar de drie panels die hun eerste - voornamelijk organisatorische - bijeenkomsten hielden. Te betreuren was dat de Raad eind februari door een Chinees veto niet in staat was het mandaat van UNPREDEP in Macedonië te verlengen.

Het oriëntatiedebat inzake bescherming van burgers in gewapende conflicten sloot goed aan bij de briefing in januari van de "Emergency Relief Coordinator" van het "Office for the Coordination of Humanitarian Affairs". De Raad verzocht de Secretaris-Generaal om een nader rapport, dat naar het zich laat aanzien in september tijdens het Nederlandse Voorzitterschap van de Raad zal verschijnen. Dit zal Nederland de mogelijkheid bieden follow-up te geven aan dit brede humanitaire onderwerp.

AFRIKA

Angola

De Raad besteedde in diverse zittingen aandacht aan Angola, mede in verband met de afloop van het mandaat van de VN-vredesmacht MONUA op
26 februari jl. Inmiddels gaat de afbouw van MONUA nog steeds door. Bijna alle regionale VN-hoofdkwartieren met de daaronder ressorterende team-sites zijn opgeheven en hetpersoneel is naar Luanda vertrokken. Sedert begin januari zijn 325 militairen en politiemensen gerepatrieerd. Ten behoeve van de liquidatie van de missie wordt momenteel met India en Roemenië overlegd om 250 infanteristen nog te laten blijven. Over een finale regeling waarbij een duurzame VN-presentie zou worden gegarandeerd, kon nog geen overeenstemming met de Angolese regering worden bereikt. In de resolutie is de vorm die een post-MONUA VN-aanwezigheid in Angola zou moeten aannemen, daarom nog opengehouden. Nog los van deze finale regeling is reeds besloten dat een VN-mensenrechtencomponent in Angola zal worden gecontinueerd. Nederland zal zich in de Raad blijven inzetten voor de handhaving van een blijvende multi-disciplinaire VN-aanwezigheid in Angola in de vorm van een zogenaamde waakvlam-constructie.

In februari werd door het Sanctiecomité Angola verder gewerkt aan de verhoging van de effectiviteit van de sancties tegen UNITA. De conclusies van het Sanctiecomité inzake de verbetering van de uitvoering van de sanctie-maatregelen jegens UNITA werden door de Raad in bovengenoemde resolutie geëndosseerd. Deze maatregelen hebben onder meer betrekking op de handel ini diamanten, assistentie aan buurlanden van Angola bij de implementatie van sancties en informatievoorziening aan het Sanctiecomité.

Burundi

Na een briefing door het Secretariaat over de situatie in Burundi legde de Voorzitter van de Raad een persverklaring af. Hierin werd de opschorting van de regionale sancties jegens Burundi verwelkomd en werd steun uitgesproken voor het Arusha-vredesproces. Tevens werd zorg uitgesproken over het aanhoudende geweld en de steun van buitenaf aan de rebellen. Beide partijen werden opgeroepen om humanitaire werkers ongehinderd toegang te verlenen en hun neutraliteit te respecteren. Nederland steunt evenals de andere leden van de Raad de totstandkoming van een alomvattend vredesproces met betrokkenheid van alle partijen.

Centraal-Afrikaanse Republiek/MINURCA

Op 2 februari verzorgde Assistent Secretaris-Generaal Annabi een briefing inzake de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) en de toekomst van de VN-vredesoperatie MINURCA. Na afloop werd een persverklaring uitgegeven waarin de Raad de door President Patassé gedane toezeggingen met betrekking tot het vredesproces verwelkomde en stelde dat de Raad spoedig een besluit zou nemen over de verlenging van MINURCA. Steun werd uitgesproken voor de inspanningen van de Speciale Gezant van de Secretaris-Generaal van de VN in Bangui om de politieke structuren in de CAR te versterken.

In een op 18 februari aanvaarde Presidentiële Verklaring over de ontwikkelingen in de CAR wordt een duidelijk verband gelegd tussen de politieke stappen die President Patassé moet zetten en de verlenging van het mandaat van MINURCA. Op 26 februari werd het mandaat van MINURCA verlengd tot 15 november 1999.

Nederland acht het van belang dat het politieke proces in de CAR voortgaat. Daarvoor is voortgezette aanwezigheid van MINURCA in dit stadium noodzakelijk. Dit doet niet af aan de verantwoordelijkheid van partijen in de CAR om ernst te maken met het politieke proces. Politieke stabiliteit is temeer noodzakelijk met het oog op het risico van het overslaan van het conflict in de Democratische Republiek Congo naar de CAR. Het mandaat van MINURCA is een voorbeeld van de door Nederland voorgestane brede aanpak: naast politieke elementen is MINURCA ook actief op sociaal-economisch terrein.

Democratische Republiek Congo

Op 17 februari verzorgde het Secretariaat een briefing over de situatie in de Democratische Republiek Congo (DRC). Op het diplomatieke vlak was een top-bijeenkomst in Lusaka niet mogelijk gebleken, omdat de rebellen niet rechtstreeks mochten deelnemen. Dit was voor Rwanda en Uganda reden om van een top af te zien. Wel zijn twee commissies gevormd respectievelijk over veiligheidszones in Congo en over een staakt-het-vuren. Op humanitair gebied was positief dat de mensenrechtencommissie-Garreton haar werk heeft kunnen hervatten. Het onderzoek naar de massagraven in Oost-Kivu kon echter nog niet plaatsvinden wegens de onveilige situatie. Er zijn nu meer dan 200.000 vluchtelingen in Oost-Congo.

In een verklaring voor de pers door de Voorzitter van de Veiligheidsraad worden de partijen nogmaals opgeroepen tot een staakt-het-vuren en tot een aanvang van de onderhandelingen. Ook bevatte de persverklaring een oproep tot het staken van de illegale stroom van wapens naar het gebied van de DRC.

Nederland heeft ernstige zorg over de ontwikkelingen in de regio uitgesproken. Er is nauwelijks sprake van enig momentum in het politieke proces, vooral nu de rebellen militaire aanvallen hebben aangekondigd.

Ethiopië/Eritrea

Op 9 februari werd door de Voorzitter tegenover de pers medegedeeld dat de Veiligheidsraad zijn ongenoegen had uitgesproken over de opnieuw opgelaaide vijandelijkheden in het grensconflict tussen Ethiopië en Eritrea. De strijdende partijen werden opgeroepen deze vijandelijkheden terstond te staken en de burgerbevolking te ontzien. Steun aan diplomatieke inspanningen zou moeten worden hervat.

Op 10 februari deed de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal Sahnoun verslag van zijn missie naar de regio. Hij onderstreepte de ernst van de situatie. Vervolgens werd Resolutie 1227 aangenomen, waarin de Raad grote bezorgdheid uitsprak over het grensconflict tussen de beide landen. De Veiligheidsraad riep verder op tot onmiddellijke beëindiging van de vijandelijkheden, met name de luchtaanvallen. Diplomatieke inspanningen om te komen tot een vreedzame oplossing van het conflict zouden moeten worden hervat, waarbij het "Framework Agreement" van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) nog onverkort als basis zou moeten dienen.

Verder werden alle staten opgeroepen tot het instellen van een wapenembargo, dat echter nog niet mandatoir van aard is.

Op 24 februari vond in de Raad een discussie plaats over de vraag welke verdere maatregelen moeten worden genomen om partijen aan de onderhandelingstafel te krijgen. Daarbij kwam ook het instellen van een formeel - en bindend - wapenembargo door de VN aan de orde. Nederland gaat daarmee in principe akkoord. Voorop blijft evenwel staan dat het politieke initiatief bij het zoeken naar oplossingen bij de OAE ligt. De voorstellen van de OAE zullen de basis moeten vormen voor eventuele besprekingen. De VN zou met een duidelijke stap het werk van de OAE kunnen ondersteunen, waarmee de druk op partijen zich naar de onderhandelingstafel te begeven, zou worden opgevoerd.

Aanvaarding door Eritrea van de voorstellen van de OAE, alsmede intensivering van de vijandelijkheden, leidden op 27 februari tot een spoedzitting van de Raad. Tijdens deze zitting werd een Presidentiële Verklaring aangenomen waarin partijen werden opgeroepen de vijandelijkheden te staken, terwijl tegelijkertijd de acceptatie door Eritrea van de OAE-voorstellen werd begroet.

Guinee-Bissau

Op 4 februari verzorgde Onder-Secretaris-Generaal Prendergast een briefing over de situatie in Guinee-Bissau. De humanitaire situatie was ernstig, hoewel een verbetering zou zijn opgetreden door het overeengekomen staakt-het-vuren. Verkiezingen in maart zouden niet haalbaar zijn; deze zouden pas op zijn vroegst in het najaar kunnen plaatsvinden. Na afloop van de briefing benadrukte de Voorzitter van de Veiligheidsraad nog eens tegenover de pers de onvoorwaardelijke steun van de VN aan de Abuja-akkoorden.

Nederland heeft te kennen gegeven dat de situatie in Guinee-Bissau eens te meer het belang van spoedige activiteiten voor post-conflict vredesopbouw onderstreept, mede ter versterking van het politieke proces. Nederland is bereid een bijdrage aan ECOMOG in overweging te nemen, indien een trustfund voor Guinee-Bissau wordt opgericht. Dit laatste is op een aantal technische handelingen na bijna het geval.

Libië/Lockerbie

Op 26 februari vond de viermaandelijkse 'sanctions review' plaats. SGVN deed mondeling verslag van de vooruitgang die was geboekt sinds de aanvaarding van Resolutie 1192 (waarin het Brits-Amerikaanse initiatief inzake een strafproces tegen de twee verdachten voor een Schots hof in Nederland is vastgelegd). Daaruit kwam naar voren dat de door Libië gevraagde verduidelijkingen en toelichtingen zijn verstrekt en het wachten nu is op de beslissing van de Libische autoriteiten de twee verdachten naar Nederland over te brengen.

Aangezien aan de in Resolutie 1192 gestelde voorwaarde voor opschorting van de sancties, te weten de overdracht van de verdachten, nog niet is voldaan, constateerde de Voorzitter van het sanctiecomité (Slovenië) dat de sancties nog niet kondenworden opgeheven. De Raad sloot zich bij deze conclusie aan. Door de Voorzitter van de Raad is na afloop tegenover de pers verklaard dat SGVN terzake actief zal blijven en dat de Raad de kwestie in behandeling houdt.

De Verenigde Staten betreuren het uitblijven van de in resolutie 1192 van Libië gevraagde actie. Om die reden wensen de VS druk op Libië te handhaven.

Nederland is het eens met de conclusie van de Voorzitter van het sanctiecomite dat aan de voorwaarde voor opschorting van de sancties (nog) niet is voldaan. Nederland hoopt dat Libië spoedig gevolg geeft aan de verplichtingen onder Resolutie 1192. Als beoogd gastland van het Schotse hof stelt Nederland zich in de Raad terughoudend op.

Sierra Leone

Op 17 februari verzorgde Assistent Secretaris-Generaal Annabi een briefing over de situatie in Sierra Leone. Hij stelde dat op het politieke vlak weliswaar enkele positieve signalen te bespeuren waren, doch dat de situatie precair bleef en uiterst zorgwekkend was op humanitair gebied. Van Nederlandse zijde werd lof uitgesproken voor de regering-Kabbah, die onder de huidige moeilijke omstandigheden bereid was tot dialoog met een tegenpartij die de meest verschrikkelijke wreedheden beging. De Nederlandse steun voor ECOMOG duurt voort, doch het optreden van ECOMOG wordt kritisch gevolgd. Dit mede in het licht van de recente berichten over mensenrechtenschendingen door ECOMOG.

Na afloop van de briefing bracht de Voorzitter van de Raad tegenover de pers het afgrijzen van de Veiligheidsraad over de door de rebellen begane wreedheden tot uitdrukking. Hij vermeldde dat de Raad steun had uitgesproken voor het feit dat President Kabbah een vredesproces had aangekondigd en had opgeroepen tot steun voor ECOMOG.

Somalië

Op 24 februari verzorgde Onder-Secretaris-Generaal Prendergast een briefing over de situatie in Somalië. Deze blijft zeer zorgwekkend, met name op het humanitaire vlak. Door de groeiende onveiligheid is het verstrekken van humanitaire hulp bijzonder moeilijk. De fact-finding missie van de "Intergovernmental Authority on Development" (IGAD) was voor onbepaalde tijd uitgesteld, maar de Speciale Vertegenwoordiger van de VN, David Steven, bracht op dat moment een bezoek aan Mogadishu en omgeving. Prendergast zei dat de Veiligheidsraad wellicht een meer coòrdinerende rol zou kunnen spelen om betere afstemming tussen de verschillende initiatieven te bewerkstelligen. In april zal het VN-secretariaat een bijeenkomst beleggen van geïnteresseerde leden van de Veiligheidsraad en betrokken bemiddelaars. Na afloop legde de Voorzitter van de Veiligheidsraad een korte verklaring voor de pers af, waarin de internationale gemeenschap wordt opgeroepen de burgerbevolking te helpen. Er bestaat grote bezorgdheid over de (humanitaire) situatie. Verder roept de Raad nogmaals alle staten op zich te houden aan het wapenembargo ingesteld bij Resolutie 751.

Nederland is van mening dat in het kader van het vredesproces voortgang in de vorming van regionale autoriteiten van groot belang is. In het noorden is dit proces verder gevorderd dan in het zuiden.

Westelijke Sahara

Met algemene stemmen werd op 11 februari 1999 een resolutie aangenomen waarmee het mandaat van de VN-vredesmacht MINURSO voor slechts een korte periode werd verlengd tot 31 maart 1999. De resolutie bevat verder een oproep aan beide partijen om de taak van UNHCR te faciliteren en ondersteunt het voornemen van de Secretaris-Generaal om zijn Persoonlijk Gezant te vragen om een beoordeling van het MINURSO-mandaat.

Nederland betreurt dat tot nu toe geen werkelijke voortgang kon worden geboekt inzake de Westelijke Sahara. Nederland ziet het nu spoedig plaatshebben van het referendum als de sleutel en ondersteunt het voorstel van de Secretaris-Generaal om nu op vrij korte termijn te komen tot een evaluatie van de situatie. Niet uitgesloten wordt dat deze evaluatie gevolgen zal kunnen hebben voor de beginselbereidheid troepen ter beschikking te stellen voor MINURSO.

MIDDEN-OOSTEN

Irak

In februari besteedde de Veiligheidsraad vooral aandacht aan de herziening van het "olie-voor-voedsel"-programma. Op 25 februari jl. werd het rapport van de Secretaris-Generaal inzake de distributie van humanitaire goederen aan Irak in het kader van dit programma in de Veiligheidsraad besproken. De ernst van de humanitaire situatie in Irak kreeg zowel in het rapport als in de discussie grote aandacht. In verhouding tot het vastgestelde distributieplan is te verwachten dat het programma tegenvallende inkomsten zal hebben ter waarde van bijna
1 miljard US dollar. De negatieve effecten daarvan kunnen niet genoeg worden benadrukt, zeker nu in de nabije toekomst de olieprijzen niet lijken te zullen stijgen. Het is daarmee zeer onwaarschijnlijk dat alle sectoren in het distributieplan de vereiste aandacht kunnen krijgen.

Nederland heeft in zijn interventie nadruk gelegd op het belang van het programma voor de verbetering van de humanitaire situatie van de bevolking in Irak. Nederland onderschreef de meeste inzichten en analyses van het rapport. Er is in de laatste weken door de inspanningen van het Nederlandse voorzitterschap voortgang geboekt op het gebied van de reserve-onderdelen. Dit is niet alleen van belang - op termijn - voor de verhoging van de olie-export maar vooral ook voor de verbetering van het milieu in Irak. Nederland heeft, met name tegenover het VK en de VS, de hoop uitgesproken dat de ingezette trend van het opheffen van "holds" op deze contracten zal worden voortgezet. De tegenvallende opbrengsten van de olie-export lijken tot negatieve effecten te leiden op de niet prioritaire sectoren van het distributieplan. Ook deze sectoren dienen de aandacht van het Comité te behouden.

Voorts heeft Nederland duidelijk gemaakt dat het Nederlands voorzitterschap van het Comité vastbesloten was er alles aan te doen om de Hajj voor de 22.000 Iraakse pelgrims in maart 1999 mogelijk te maken. Een nieuw Nederlands voorstel terzake, dat inmiddels aan Irak is voorgelegd, komt in essentie neer op de inschakeling voor logistieke en financiële regelingen van een derde neutrale partij. Hierbij zou onder andere kunnen worden gedacht aan de Organisatie van Islamitische Staten (OIC) en de Federaties van Rode Kruisverenigingen en de Rode Halve Maan. Het Comité en het Nederlandse voorzitterschap zullen zich in de komende twee weken indringend over deze problematiek blijven buigen. Gehoopt wordt op een meer flexibele houding van Irak dan waar tot nu toe op kon worden gerekend. Er is een grote tegemoetkomende stap in de richting van Irak gezet.

Tijdens een formele zitting van het Sanctiecomité Irak op 26 februari verzorgde de humanitaire coòrdinator van de VN voor Irak - Hans von Sponeck - op verzoek van het Nederlandse voorzitterschap een briefing. Deze concentreerde zich voornamelijk op de sociale situatie in Irak. Door de tegenvallende olie-opbrengsten en de gevolgen hiervan op de non-prioritaire sectoren uit het distributieplan, zoals onderwijs en elektriciteit, was volgens Von Sponeck een somber toekomst-perspectief ontstaan.

De discussie inzake Irak verplaatst zich overigens momenteel in sterke mate naar de zogenaamde panels, die een technische evaluatie dienen uit te voeren van respectievelijk de stand van zaken betreffende de ontwapening van Irak (UNSCOM neemt deel aan dit panel), van de humanitaire situatie in Irak en van de kwestie van Koeweitse krijgsgevangenen en het geroofde Koeweitse bezit. De panels staan onder leiding van de Permanent Vertegenwoordiger van Brazilië. De drie panels dienen uiterlijk 15 april hun rapporten bij de Veiligheidsraad in te dienen.

Tijdens consultaties hierover heeft Nederland benadrukt dat pas na effectieve vaststelling dat Irak niet meer beschikt over massavernietigingswapens een overgang naar een "Ongoing Monitoring and Verification" (OMV)-systeem mogelijk is. Een stringent OMV-systeem, inclusief indringende inspecties, zal nodig zijn om te verzekeren dat Irak niet weer in staat zal zijn massavernietigingswapens te ontwikkelen.

Het eerste panel inzake ontwapening - waar de Nederlandse UNSCOM-Commissaris, Dr. A.J.J. Ooms, deel van uitmaakt - kwam van 23 tot 27 februari voor het eerst bijeen. De werkzaamheden zijn tot nu toe voornamelijk verkennend van aard. Ik neem mij voor Uw Kamer nader te informeren zodra de discussie zich geconcretiseerd heeft. De twee andere panels hadden in februari slechts eerste organisatorische zittingen. Inhoudelijk zullen deze panels pas begin maart aanvangen. Het tweede panel inzake humanitaire aangelegenheden zal bij haar werkzaamheden ook de Speciale Rapporteur voor de Mensenrechten in Irak
-

mr Max van der Stoel - betrekken. Ten behoeve van de evaluatie door dit panel zal

mr Van der Stoel een schriftelijke bijdrage vervaardigen.

EUROPA

Kosovo

De Raad stemde op 3 februari in met het jongste rapport van de Secretaris-Generaal over de situatie in Kosovo en de naleving van de resoluties 1160, 1199 en 1203. Het rapport gaat met name over het toenemende geweld en de verslechterende humanitaire situatie. Het totale aantal ontheemden wordt geschat op 370.000, van wie 210.000 elders in Kosovo onderkomen hebben gevonden. De levensomstandigheden van deze ontheemden zijn zeer zorgelijk.

Nederland heeft het rapport van de Secretaris-Generaal objectief en evenwichtig genoemd. De Voorzitter van de Veiligheidsraad legde een verklaring voor de pers af, waarin werd gesteld dat de Veiligheidsraad zijn positie had bepaald in de Presidentiële Verklaring van 29 januari jl. en dat de Raad de conclusies van de Contactgroep steunde. De jongste ontwikkelingen in Rambouillet hebben deze maand niet tot nieuwe uitspraken van de Raad geleid.

Bosnië-Herzegowina

Op 23 februari verzorgde Hoge Vertegenwoordiger Westendorp een briefing, mede naar aanleiding van zijn rapport, waarbij hij sprak van (trage) voortgang. Hij ging nader in op de problemen in Republika Srpska en de weigering van President Poplasen om Premier Dodik opnieuw als Premier voor te dragen. Hij meende dat Poplasen niet in de geest van de constitutie handelde en buiten zijn bevoegdheden trad, maar daar stond tegenover dat de demissionaire Premier Dodik volledige bevoegdheden bleef houden en de steun van een meerderheid van het parlement genoot. Arbitrage over Brcko kon in maart worden verwacht maar verder uitstel was niet uitgesloten. Internationale presentie in Bosnië-Herzegowina zou nog lang vereist blijven, maar niet noodzakelijkerwijs in de huidige vorm. De slechte economische situatie bleef een grote bron van zorg.

Na afloop van de bijeenkomst legde de Voorzitter een verklaring tegenover de pers af.

Nederland is bezorgd over de politieke stagnatie in de Republiek Srpska en acht het van belang dat President Poplasen de huidige demissionaire premier Dodik, die gesteund wordt door een meerderheid van het RS parlement, voordraagt als kandidaat-Premier. De huidige crisis is in de Nederlandse optiek in feite niet langer een regeringscrisis, maar een presidentiële crisis.

Macedonië

Een deze maand verschenen rapport van de Secretaris-Generaal over de VN-vredesmacht in Macedonië beschrijft de ontwikkelingen in de regio sedert juli 1998. Begin januari 1999 bereikte de VN-vredesmacht UNPREDEP de mandaatsterkte van 1050 militairen. De voornaamste politieke ontwikkeling waren de verkiezingen die in oktober en november 1998 werden gehouden en die tot een coalitieregering hebben geleid, waarin ook etnische Albanezen zijn vertegenwoordigd.

Met betrekking tot de verlenging van het mandaat van UNPREDEP, dat op


26 februari jl. afliep, wijst de Secretaris-Generaal erop dat een eventuele vredesregeling voor Kosovo verstrekkende gevolgen voor Macedonië en UNPREDEP kan hebben en dat deze gevolgen thans nog niet kunnen worden overzien. Uitdrukkelijk met dit voorbehoud gaf de Secretaris-Generaal de Veiligheidsraad in overweging het mandaat van UNPREDEP te verlengen tot 31 augustus 1999.

Tijdens een formele zitting van de Raad op 25 februari jl. werd een ontwerp-resolutie ter verlenging van het UNPREDEP-mandaat ter stemming gebracht. Dertien landen stemden vóór de resolutie, Rusland onthield zich van stemming en China sprak een veto uit. Rusland was van mening dat de belangrijke taak van UNPREDEP op het gebied van monitoring van wapenstromen onvoldoende in de ontwerpresolutie aan tot uitdrukking kwam. China achtte verlenging niet nodig, omdat de situatie in Macedonië mede dankzij UNPREDEP inmiddels zou zijn gestabiliseerd en de schaarse middelen beter elders konden worden aangewend. Overigens is het eenieder bekend dat China tot dit veto - dat UNPREDEP heeft beëindigd - heeft besloten naar aanleiding van Macedonische erkenning van Taiwan.

Nederland was voorstander van verlenging van het mandaat van UNPREDEP tot 31 augustus 1999 gezien de stabiliserende rol die UNPREDEP tot op heden heeft gespeeld in en rond Macedonië, maar ook gelet op de situatie in Kosovo. Nederland betreurt - evenals de andere leden van de EU - dan ook ten zeerste het veto, hetgeen tot uiting werd gebracht door het Voorzitterschap van de EU tijdens de formele zitting van de Veiligheidsraad. Het belang van veiligheid in de regio had zwaarder moeten wegen dan bilaterale overwegingen. Gebruik van het vetorecht op grond van bilaterale overweging staat haaks op de letter en de geest van het Handvest. De Veiligheidsraad draagt namens de VN-lidstaten de eerste verantwoordelijkheid voor internationale vrede en veiligheid. Juist vanuit die verantwoordelijkheid en vanuit het internationale belang bij stabiliteit in de regio waartoe Macedonië behoort, had de Veiligheidsraad destijds zijn mandaat aan UNPREDEP verstrekt.

AZIE

Tadzjikistan

Op 18 februari verzorgde Assistent-Secretaris-Generaal Annabi een briefing over de situatie in Tadzjikistan naar aanleiding van een onlangs verschenen rapport van de Secretaris-Generaal. Zowel in de briefing als in de daarop volgende discussie werd zorg uitgesproken over de trage vooruitgang van het vredesproces in Tadzjikistan, ondanks de voorzichtige stappen die nu op de goede weg lijken te worden gezet. De veiligheidssituatie laat nog veel te wensen over, waardoor onder andere UNMOT-waarnemers (VN-waarnemersmissie in Tadzjikistan) hun taak slechts vanuit de hoofdstad kunnen verrichten. Deze zorg is verwoord in een Presidentiële Verklaring. In die Verklaring worden voorts regelmatige contacten tussen President, oppositie en de nationale verzoeningscommissie, alsmede de bijdrage van contactgroeplanden en internationale organisaties verwelkomd.

Tevens wordt aangedrongen op het creëren van condities voor het houden van een constitutioneel referendum en van presidentiële en parlementaire verkiezingen, die dit jaar zouden moeten plaatsvinden.

Nederland heeft de Presidentiële Verklaring verwelkomd. Verhoogde internationale aandacht zou een positief effect kunnen hebben op de voortgang van het nationale verzoeningsproces. Nederland heeft te kennen geven dat thans zou moeten worden nagedacht over de mogelijkheden voor waarneming van het verkiezingsproces door OVSE en UNMOT in geheel Tadzjikistan, waarbij uiteraard de precaire veiligheidssituatie diende te worden meegewogen.

L ATIJNS AMERIKA

Haïti

Op 3 februari ontving de Veiligheidsraad een briefing van Assistent-Secretaris-Generaal Annabi over de ontwikkelingen inzake Haïti. Aansluitend verzorgde de Voorzitter van de Veiligheidsraad een verklaring aan de pers die in grote lijnen overeenkwam met de verklaring van 19 januari j.l. De Voorzitter van de Veiligheidsraad sprak namens Nederland en de andere leden van de Raad wederom bezorgdheid uit over de situatie in Haïti en de hoop werd uitgesproken dat zo spoedig mogelijk de weg wordt vrijgemaakt voor eerlijke en vrije verkiezingen. De Raad sprak waardering uit voor de professionaliteit van de Haïtiaanse nationale politie bij het handhaven van de orde in deze periode van politieke spanning.

ANDERE ONDERWERPEN

Oriëntatiedebat - Bescherming burgers in gewapende conflicten

Op initiatief van het Canadese voorzitterschap vond op 12 februari een open zitting van de Veiligheidsraad plaats over de bescherming van burgers in gewapende conflicten. Om het grote aantal sprekers te accommoderen, werd op 22 februari een extra zitting aan dit onderwerp gewijd. Aan het woord kwamen onder andere de President van het ICRC, de Uitvoerend Directeur van UNICEF en de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal voor Kinderen in Gewapende Conflicten. De Secretaris-Generaal was aanwezig bij de opening van de zitting.

De meeste delegaties verwelkomden de gelegenheid om over humanitaire aangelegenheden te spreken en waren van mening dat dit onderwerp blijvend de aandacht van de Veiligheidsraad moest hebben.

Nederland heeft gepleit voor een brede aanpak van de bescherming van burgers, inclusief humanitaire werkers, in gewapende conflicten, waarbij alle relevante actoren moeten worden betrokken. De noodzaak van de bescherming van burgers moet een prominente plaats innemen in de specifieke mandaten van de onder Hoofdstuk VI en VII vallende VN-operaties. De Veiligheidsraad zou in complexe noodsituaties het initiatief kunnen nemen betrokken VN-organisaties en fondsen te vragen om opstelling van een "Strategic Framework", dat als leidraad zou kunnendienen voor het werk van de verschillende VN-organen. Thans komt het nog voor dat sommige groepen slachtoffers (bijvoorbeeld kinderen en vluchtelingen) als doelgroep van een VN-orgaan wel in aanmerking komen voor hulpinspanningen, doch dat andere groepen bij gebrek aan een VN-organisatie die over hun belangen waakt, tussen wal en schip geraken. Alhoewel vreedzame oplossing van welk conflict dan ook altijd het ultieme doel zal zijn, moet de bescherming van burgers één van de belangrijkste korte termijn doelen zijn van het "Strategic Framework". Hulporganisaties zouden verder binnen dit kader gebruik moeten maken van "principled programming": d.w.z. dat operationele beslissingen gebaseerd moeten zijn op heldere humanitaire principes, teneinde de geloofwaardigheid en onpartijdigheid van hulporganisaties te behouden.

In een Presidentiële Verklaring wordt de Secretaris-Generaal gevraagd uiterlijk september a.s. een rapport aan de Veiligheidsraad aan te bieden, waarin concrete maatregelen worden voorgesteld die de Veiligheidsraad, binnen zijn mandaat, zou kunnen nemen teneinde de burgerbevolking te beschermen. Nederland heeft zich bereid verklaard op basis van dit rapport follow-up te geven aan dit onderwerp gedurende zijn voorzitterschap in september 1999.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie