Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Orde: honorering medisch specialisten onrechtvaardig

Datum nieuwsfeit: 10-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Producttypering tussen hoop en vrees

ORDE-nieuwsbericht van 10/03/1999.

Tijdens het Vijfpartijenakkoord (VPA) en de nasleep daarvan zijn de meeste medisch specialisten in Nederland steeds tegemoet gekomen aan de stijgende vraag naar zorg vanuit de samenleving. Enkele wetenschappelijke verenigingen hebben reeds in die jaren welbewust een beleid gevoerd, dat was gericht op een matiging van deze forse groei in het geleverde zorgvolume. Die matiging was in feite ook een van de onderliggende doelstellingen van het VPA. Voor de meeste wetenschappelijke verenigingen heeft het VPA echter geleid tot een vicieuze cirkel van tariefdalingen die enerzijds het gevolg waren van volumeoverschrijdingen in enig voorafgaand jaar en die anderzijds wederom een volumegroei in de daarop volgende periode in gang zetten. Tegelijkertijd deden de effecten van de veranderende arts-patiënt-relatie, zoals gecodificeerd in de WGBO, zich in volle omvang gevoelen. De gerechtvaardigde vraag vanuit de zorgconsumenten naar meer informatie over het diagnostische traject dat hen te wachten staat, de aard van de aandoening waaraan zij lijden, de therapeutische alternatieven en de prognose stond en staat nu eenmaal op gespannen voet met de beperkte tijd die door medisch specialisten kon en kan worden besteed aan het contact met de individuele patiënt. Uit tal van wetenschappelijke verenigingen werd luid en duidelijk naar voren gebracht, dat de grenzen van het mogelijke en betamelijke waren bereikt: de kwaliteit van zorg aan de individuele patiënt dreigde in het gedrang te komen.
Bovendien wierpen deze ontwikkelingen een nieuw licht op enkele schrijnende onrechtvaardigheden in de wijze waarop medisch specialisten via het kaarten- en verrichtingensysteem werden gehonoreerd. Enerzijds bleek de werklast toe te nemen, anderzijds stond daar in veel gevallen geen evenredige toename van de honorering (meer) tegenover. Wat kort door de bocht geformuleerd: praten loont niet maar verrichtingen doen wel. Terecht kwam dan ook de vraag vanuit de specialistenwereld naar een meer evenwichtig en rechtvaardig honoreringsstelsel waarmee een zekere mate van inkomensharmonisatie in relatie tot de feitelijke werklast zou kunnen worden bereikt en waarin rekening zou moeten worden gehouden met de disutility van het specialisme.
Aan de ziekenhuiszijde ontstonden er problemen van een geheel andere, maar wezenlijke aard. De ziekenhuizen waren reeds lang gebudgetteerd, maar de specialisten niet - althans niet op het niveau van hun eigen ziekenhuis. De toenemende hoeveelheid zorg die door medisch specialisten werd geboden leidde tot toenemende volgkosten in het ziekenhuis, maar evenzeer tot een duidelijke inflatie van de FB-parameters waaruit het ziekenhuisbudget werd opgebouwd. Deze omstandigheid leidde onvermijdelijk tot een van de conclusies van de commissie Biesheuvel: er dient een bekostigingssystematiek te worden ontwikkeld die voor medisch specialisten en ziekenhuizen gelijkgericht werkt.
Voor de korte termijn is de oplossing van dit dilemma gevonden in de lokale initiatieven: door de ontwikkeling van een budgetopbouw voor medisch specialisten, gebaseerd op eerste polikliniekbezoeken, dagverplegingen en klinische opnamen kon een duidelijke koppeling tot stand worden gebracht met de productieparameters die op ziekenhuisniveau met de zorgverzekeraars werden gecontracteerd. Daarmee zijn evenwel de verhoudingen tussen de specialismen en tussen de instellingen zoals zij in het basisjaar waren, bevroren. Het systeem is daarom te rigide om er nog veel langer mee door te gaan. In Medisch Contact hebben Scheerder en Van Vliet hun visie ontvouwd op de wijze waarop het ziekenhuis nieuwe stijl dan wel bekostigd zou moeten worden. Die visie deelt de Orde uiteraard niet. Maar wat is het alternatief? Een ingrijpende modernisering van het verrichtingenstelsel aan de specialistische zijde en de FB-systematiek aan de ziekenhuiskant is in theorie denkbaar, maar komt niet tegemoet aan die fundamentele wens naar een gelijkgericht bekostigingsstelsel. >BR>Voor de Orde was en is de conclusie duidelijk: de bekostiging van de inzet van ziekenhuis en medisch specialisten binnen het geïntegreerd medisch-specialistisch bedrijf dient te worden gebaseerd op voor medisch specialisten herkenbare zorgproducten, met een duidelijke kwaliteits- en tijdsnorm en een herkenbaar uurtarief als basis. De NVZ en ZN delen die visie en hebben dat in het najaar van 1998 in een bestuurlijk akkoord met de Orde herbevestigd. Veel wetenschappelijke verenigingen hebben hun
diagnose-behandeling-combinaties inmiddels gedefinieerd. Extern gevalideerde onderzoeken naar de werkbelasting zullen gaan plaatsvinden. De eerste stap is nu dat er voor enkele specialismen in de Nederlandse ziekenhuizen op basis van DBC's zal worden geregistreerd en dat er vervolgens ook op basis van DBC's productieafspraken zullen worden gemaakt. Een sprong in het diepe is het zeker. Maar ook een goed voorbereide en door de Orde begeleide sprong naar het enige reële alternatief dat we als medisch specialisten hebben.
F.B.M. Sanders, voorzitter

© copyright ORDE 1999 home . index . email/adres . Artsennet

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie