Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief BUZA inzake ontwikkelingen in Bosnië-Herzegovina

Datum nieuwsfeit: 11-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's Gravenhage

Minister van Buitenlandse Zaken

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 9 maart 1999
Kenmerk DEU-111/99
Blad /7
Bijlage(n) 2
Betreft Actuele ontwikkelingen in Bosnië-Herzegovina C.c.

Zeer geachte Voorzitter,

Mede namens de Minister van Defensie informeer ik U hierbij als volgt over enige actuele ontwikkelingen in Bosnië-Herzegovina, in het bijzonder over het arbitragebesluit ten aanzien van Brcko, het ontslag van de President van de Republika Srpska (RS), Nikola Poplasen, en de gevolgen hiervan voor het politieke klimaat en de veiligheidssituatie. De aandacht gaat daarbij met name uit naar de ontwikkelingen in de RS.

Gezien de fluïde situatie zal het geschetste beeld wellicht nog nadere aanvulling behoeven. Van relevante verdere ontwikkelingen zullen wij U uiteraard op de hoogte houden.

Zoals bekend is tijdens de vredesonderhandelingen in 1995 geen overeenstemming bereikt over de vraag of Brcko en omgeving deel zou moeten uitmaken van de Federatie, danwel van de RS.

Voor de Federatie is Brcko van historisch en emotioneel belang. Bovendien is het de enige binnenhaven en in die zin een belangrijke schakel in de verbinding met de rest van Europa. Voor de RS heeft Brcko vooral een strategische betekenis omdat het de verbinding tussen het oostelijke en het westelijke deel van deze republiek vormt. De stad werd voor de oorlog voornamelijk bewoond door Moslims en ook door Kroaten. In de oorlog werd Brcko bezet door de Serviërs en vonden er op grote schaal etnische zuiveringen plaats.

Het noordoostelijk deel van de vooroorlogse gemeente Brcko werd in de Dayton-akkoorden voorlopig toegewezen aan de RS, het zuidelijk deel aan de Federatie. Vervolgens werd vastgelegd dat een internationaal arbitragetribunaal een bindende uitspraak over de toekomstige status van Brcko zou doen.

Het tribunaal, bestaande uit vertegenwoordigers van beide entiteiten en onder leiding van een internationale arbiter, de Amerikaan Roberts Owen, stelde vervolgens een internationale toezichthouder aan, de Amerikaan Robert Farrand. Deze ziet met name toe op de naleving van Dayton met betrekking tot de terugkeer van vluchtelingen en ontheemden en het oprichten van een multi-etnisch bestuur.

Hoewel het aanvankelijk de bedoeling was dat een jaar na Dayton een bindende uitspraak zou worden gedaan, is zowel in 1997 als in 1998 een definitieve beslissing uitgesteld, omdat de uitvoering van de Dayton-akkoorden in Brcko door beide partijen werd geobstrueerd. Dankzij de inspanningen van de internationale toezichthouder werd wel enige vooruitgang geboekt met betrekking tot de terugkeer en werd een begin gemaakt met de inrichting van bestuur, rechtspraak en politie op multi-etnische basis. Ook verklaarde de gematigde RS-regering onder leiding van Dodik zich bereid medewerking te verlenen. Met name lokale Bosnisch-Servische politici in Brcko gaven er echter telkens blijk van niet aan de in Dayton vastgelegde doelstellingen te willen meewerken. Nationalistische partijen in beide entiteiten werkten ook in de praktijk onvoldoende mee aan het bewerkstelligen van de terugkeer van vluchtelingen en ontheemden, zowel uit als naar Brcko.

Het tribunaal concludeerde op 5 maart jl. dat nog steeds geen sprake was van voldoende medewerking, met name aan RS-zijde, maar dat uitstel van een definitieve beslissing niet langer verantwoord was. Derhalve besloot men tot de instelling van een speciaal district, waarbij het grondgebied van de gehele vooroorlogse gemeente Brcko door beide entiteiten zal worden gedeeld, een zgn. condominium. Brcko zal voortaaan "Brcko District of Bosnia and Hercegovina" worden genoemd, bestuurd door vertegenwoordigers van beide entiteiten, maar direct ressorterend onder de staat Bosnië-Herzegovina. Het multi-etnische bestuur zal bestaan uit een districtsparlement, een gekozen uitvoerende raad, een onafhankelijke rechterlijke macht en een aparte politiemacht. De gekozen constructie is niet te beschouwen als een derde entiteit, omdat het gebied immers beide entiteiten toebehoort.

Arbiter Roberts Owen heeft aangegeven dat uitvoering van dit besluit gefaseerd zal geschieden, waarbij toezichthouder Farrand zal toezien op naleving door de partijen van de aangegane verplichtingen.

De grens tussen de beide entiteiten, die dwars door Brcko loopt, zal tot nader order worden gehandhaafd en de wetgeving van elk van beide entiteiten zal in de betreffende delen vooralsnog van toepassing blijven, totdat afstemming en harmonisatie heeft plaatsgevonden. Het nieuwe district zal ontstaan, zodra de beide entiteiten alle zeggenschap hebben overgedragen aan het nieuwe bestuur.

De partijen hebben 60 dagen de gelegenheid om commentaar op het besluit te leveren. Indien één van de partijen bij de uitvoering ernstig in gebreke blijft, kan het tribunaal tot herziening van het besluit overgaan en het district aan één van de entiteiten toewijzen.

De Regering verwelkomt het besluit over de status van Brcko. Verder uitstel is ongewenst, omdat het momentum in de uitvoering van de Dayton-akkoorden dient te worden behouden. Dit besluit zal bijdragen aan het wegnemen van de huidige onzekerheid bij ontheemden om terug te keren. Servische ontheemden die zijn ondergebracht in Brcko hebben een besluit tot eventuele terugkeer uitgesteld in de hoop op opname van Brcko in de Republika Srpska. Moslims en Kroaten op hun beurt wachtten met een eventuele terugkeer naar Brcko totdat duidelijk zou zijn of zij daar al dan niet onder controle van de Republika Srpska zouden vallen.

Het besluit is door Hoge Vertegenwoordiger Westendorp eveneens verwelkomd. De EU heeft middels bijgevoegde persverklaring eveneens haar steun uitgesproken en de partijen eraan herinnerd dat ze in december jl. tijdens de bijeenkomst van de Peace Implementation Council in Madrid opnieuw erkenning en onverwijlde uitvoering van een besluit hebben toegezegd.

De Federatie reageerde bij monde van het Bosniak lid van het Staatspresidium, Izetbegovic, gematigd positief op het arbitragebesluit. In de RS is daarentegen zowel door de gematigde als de nationalistische partijen afwijzend gereageerd. In een speciale zitting van het parlement op 7 maart jl. werd het besluit door alle Servische parlementsleden bekritiseerd. Tevens werden in een resolutie alle Bosnisch-Servische leden van de staatsorganen opgeroepen hun werkzaamheden op te schorten. De afgelopen dagen is druk overleg gevoerd tussen de internationale gemeenschap en de RS-autoriteiten. Na aanvankelijk met aftreden gedreigd te hebben zouden het Servische lid van het Staatspresidium Radisic en demissionair premier Dodik aan de HV enkele voorwaarden hebben gesteld voor het accepteren van het arbitragebesluit. Deze voorwaarden spitsen zich toe op afzwakking van enkele Bosnische staatsinstellingen.

Ook Belgrado lijkt het arbitragebesluit af te wijzen. Voorts lijken door de ontwikkelingen ten aanzien van Kosovo de politieke verhoudingen in de RS zich verder te verscherpen. De inspanningen van de internationale gemeenschap dienen er dan ook op gericht te zijn om enerzijds met de gematigden in de RS de dialoog te blijven zoeken, zonder overigens op de genomen besluiten terug te komen, en om anderzijds voor de bevolking stabiliteit en veiligheid zowel met militaire middelen als door verdere uitvoering van het wederopbouwproces, te blijven garanderen.

Het arbitragebesluit viel samen met het besluit van HV Westendorp om RS-president Nikola Poplasen met onmiddellijke ingang uit zijn ambt te zetten. De HV gaf als reden voor dit besluit misbruik van macht, het veronachtzamen van de wil van de bevolking zoals neergelegd in de verkiezingsresultaten, en het zich niet houden aan de uitvoering van de Dayton-akkoorden en aan de grondwet. In het bijzonder had Poplasen de benoeming gedwarsboomd van Dodik tot kandidaat-premier van een nieuwe RS-regering, hoewel deze wordt gesteund door de meerderheid in het parlement. Diverse malen had Poplasen geweigerd zijn handtekening te zetten onder reeds door het parlement aangenomen wetten. Tenslotte had hij het gezag van de HV ondermijnd.

Hierdoor zag de HV zich genoodzaakt, met een beroep op artikel 5 in annex 10 van de Dayton-akkoorden, conform zijn mandaat te handelen en de president te ontslaan.

De Regering ondersteunt het besluit van de HV en ook het EU-Voorzitterschap heeft inmiddels in de bijgevoegde persverklaring krachtige steun uitgesproken en verwezen naar de oproep van de Peace Implementation Council in Madrid om actie te nemen tegen diegenen die het vredesproces ondermijnen.

Na bekendmaking van het arbitragebesluit zijn met name in RS demonstraties gehouden en hebben zich enkele geweldsincidenten voorgedaan. Het ernstigste incident betrof een aanval van Bosnische Serviërs op SFOR-militairen in de omgeving van Brcko, waarbij onder de aanvallers één dode viel. In Zvornik hebben enkele Nederlandse marechaussees zich samen met andere leden van de United Nations International Police Task Force (UNIPTF) tijdelijk teruggetrokken na een aanval van enkele honderden demonstranten op het UNIPTF-bureau ter plaatse.

Hoewel sprake is van enkele acties gericht tegen de internationale gemeenschap, is de algehele veiligheidssituatie vooralsnog stabiel.

De waakzaamheid van SFOR is verhoogd. Passende maatregelen zijn getroffen. In het bijzonder is de Multinational Specialised Unit (MSU) van SFOR paraat die bij ongeregeldheden op verzoek van lokale SFOR-commandanten zo nodig kan worden ingezet.

Ter voorbereiding op de gevolgen van het arbitragebesluit heeft H.M. Ambassade te Sarajevo de gebruikelijke voorzorgsmaatregelen genomen en de Nederlanders werkzaam in Brcko e.o. en in de RS gewaarschuwd. In verband met de ontwikkelingen in Kosovo en het mogelijke overslaan van de crisis naar Bosnië-Herzegovina werd op 19 februari jl. reeds in nauw overleg met de Ambassade te Sarajevo onder meer het reisadvies voor de RS verder aangescherpt. Afhankelijk van de ontwikkelingen zullen zo nodig aanvullende maatregelen worden getroffen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Bijlage 1

EU Press Statement

The European Union welcomes the fact that a decision has been reached by the Arbitral Tribunal on the award for the Brcko area.

Under the existing international supervisory regime significant achievements were made. Families of refugees and displaced persons heave returned in the hundreds. A multi-ethnic administration, judiciary and police was created. A stable framework is also indispensable for potential investors. Their commitment is urgently required for the economic revitalisation of the area.

The European Union reminds the parties to the arbitration - the Federation and the Republika Srpska - that, in accordance with provisions of the Dayton Peace Accord, the Arbitrator's decision shall be final and binding, and the parties shall implement it without delay. Bosnia and Herzegovina's State and Entity leaders reaffirmed at the December 1998 Peace Implementation Conference in Madrid their commitment to respect and implement any further decision by the Arbitrator in 1999.

The European Union calls on the authorities in Bosnia and Herzegovina and in neighbouring countries to live up to their commitment and to seize the opportunity to build a self-sustaining peace in Bosnia and Herzegovina for the benefit of all citizens.

Bonn, 5 March 1999
_________________________________________________________________

Bijlage 2

Press statement EU Presidency

The Presidency of the European Union strongly supports today's decision of the High Representative, Carlos Westendorp, to remove the President of the Republika Srpska (RS) from office with immediate effect.

Despite repeated warnings, President Poplasen did not nominate a candidate for the office of Prime Minister who could win the support of the majority of the RS National Assembly. Instead, he tried to dismiss RS Prime Minister Milorad Dodik who has the necessary majority in the RS-National Assembly. He further tried to create a crisis in the RS. President Poplasen thus ignored the will of the RS electorate expressed in September 1998 elections. This misuse of power aimed against the implementation of the Dayton Peace Accords could no longer be tolerated.

The December 1998 Peace Implementation Conference in Madrid urged the High Representative to continue to take action against obstruction of peace implementation. The High Representative has acted accordingly based on the authority conferred upon him.

The Presidency of the European Union calls on all authorities - especially in the Republika Srpska - to respect the decision of the High Representative and to continue to work, together with the international community, for the full implementation of the Dayton Peace Accords.

Bonn, 5 March 1999

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie