Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Geannoteerde agenda Euro-11 en Ecofin raad

Datum nieuwsfeit: 15-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Geannoteerde agenda Euro-11 en Ecofin d.d. 15 maart 1999

DIRECTIE BUITENLANDSE FINANCIËLE BETREKKINGEN

Aan:

De Voorzitter van de Algemene Commissie

voor Europese Zaken

van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

BFB/99-185m

8 maart 1999

Onderwerp

Toezending geannoteerde agenda voor de Ecofin Raad van 15 maart 1999

Hierbij zend ik u, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, de geannoteerde agenda van de Ecofin Raad van 15 maart 1999.

Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot in de volgende vergadering.

Deze ontwerp-agenda wordt toegezonden aan de Voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer alsmede de Voorzitters van de Algemene Commissie voor Europese Zaken en de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer.

DE MINISTER VAN FINANCIEN Geannoteerde agenda Euro-11 vergadering d.d. 15 maart 1999

Voorafgaand aan de Ecofin Raad zal de Euro-11 bijeenkomen. Voor de Euro-11 is een discussie over het multilaterale toezicht en de coördinatie van het economische beleid geagendeerd. Daarbij zal waarschijnlijk worden gesproken over de ontwikkelingen in de lopende rekeningen van de EU/eurozone, de VS en Japan en over de gevolgen van de internationale groeivertraging voor de begrotingen van de eurolanden.

Voor 1999 wordt voor de VS een lopende-rekening-tekort verwacht van 3,3% BBP, voor Japan een overschot van 3,3% BBP en voor de EU een overschot van 1,0% BBP. Centraal staat de vraag of deze ontwikkelingen als bron van zorg moeten worden gezien en welke beleidsrespons passend is.

Ook zal waarschijnlijk worden gesproken over de gevolgen van de internationale groeivertraging voor de begrotingen van de eurolanden en met name voor de tekortdoelstellingen die voor 1999 zijn geformuleerd.

Geannoteerde agenda Ecofin Raad d.d. 15 maart 1999

Ontwerp Raadsverordening inzake controle op de Eigen Middelen

Voorafgaand aan de Ecofin Raad zal een korte concertatie plaatsvinden tussen de Europese Commissie, het Europese Parlement en de Europese Raad over de ontwerp Raadsverordening met betrekking tot de controle op de Eigen Middelen. Deze ontwerp verordening is op een tweetal punten gewijzigd ten opzichte van de huidige verordening. Ten eerste betreft dit een aansprakelijkstelling van de lidstaten indien ten gevolge van een fout van de douaneautoriteiten van de desbetreffende lidstaat een douaneschuld niet werd vastgesteld terwijl de schuldenaar (de persoon die aansprakelijk is voor de betaling van de douaneschuld) te goede trouw heeft gehandeld, of de schuldenaar niet binnen een termijn van drie jaren door de douane in kennis werd gesteld van de douaneschuld om redenen die aan de douaneautoriteiten te wijten zijn. De tweede wijziging omvat een ontheffing van de verplichting tot afdracht van de eigen middelen die niet konden worden geïnd om redenen van overmacht of om andere redenen die niet aan de lidstaten te wijten zijn. Over de eerste wijziging bestaat nog geen overeenstemming tussen de Raad en de Commissie, aangezien het merendeel van de lidstaten van mening is dat de maatregel te eenzijdig van aard is (in het nadeel van de lidstaten). Met betrekking tot de tweede wijziging heeft de Raad met een aantal kanttekeningen van diverse lidstaten (waaronder Nederland) instemmend gereageerd. Tijdens de concertatie zal worden getracht tot overeenstemming te komen over van de wijzigingsvoorstellen.

Agenda 2000

Financieel Kader

Onder dit agendapunt zal de discussie worden voortgezet over de Financiële Perspectieven 2000-2006. Hoewel in de informele Europese Raad te Petersberg alle lidstaten het eens waren over de noodzaak van budgetdiscipline en een meerderheid van lidstaten reële stabilisatie als referentiekader aanvaardbaar vond, lopen de standpunten nog uiteen over de exacte bedragen voor de onderscheiden categorieën van de Financiële Perspectieven. In de komende weken zal Bondskanselier Schröder de lidstaten bezoeken om de contacten met de lidstaten te intensiveren teneinde de weg vrij te maken voor besluitvorming over het Agenda 2000 pakket in de Europese Raad van 24/25 maart a.s.

Tegen de achtergrond van de komende bilaterale consultaties is het niet waarschijnlijk dat tijdens de Ecofin Raad van 15 maart nog nieuwe gezichtspunten naar voren zullen worden gebracht. Wel zou de Ecofin Raad nogmaals aandacht kunnen besteden aan de noodzaak de besluitvorming over de landbouwhervormingen te doen passen in het wenselijk geachtte financieel kader, wat voor Nederland inhoudt een reële stabilisatie van de landbouwuitgaven.

Implementatie van het Groei- en stabiliteitspact

Stabiliteitsprograma Spanje

Het stabiliteitsprogramma van Spanje gaat uit van een groei van 3,8% in 1999, gevolgd door een gemiddelde groei van 3,3% in de periode 2000-2002. Het begrotingstekort van 1,9% BBP in 1998 zal in 2002 moeten zijn omgeslagen in een overschot van 0,1% BBP. De schuldquote daalt van 67,4% BBP in 1998 naar 59,3% BBP in 2002.

Het Spaanse programma onderkent het toenemende belang dat het structurele beleid speelt in EMU-context.

Stabiliteitsprogramma Belgie 1999-2002

Het Belgische stabiliteitsprogramma gaat uit van een groei van 2,4% in 1999, gevolgd door een gemiddelde groei van 2,3% over de periode 2000-2002. Over de periode 1999-2002 richt de regering zich op een intermediaire begrotingsdoelstelling van een primair overschot van 6% van het BBP. Hiermee voldoet de regering aan de aanbeveling van de Raad van juli 1998 inzake de globale richtsnoeren en aan de afspraken van het 1 mei weekend. De regering verbindt zich ertoe dat deze norm wordt nageleefd, door indien nodig bijsturende maatregelen te nemen. Het begrotingstekort zal volgens het programma dalen van 1,3% in 1999 naar 0,3% in 2002. De schuldquote daalt van 117,5% BBP in 1998 naar 106,8% BBP in 2002.

Stabiliteitsprogramma Duitsland 1999-2002

De Duitse regering heeft het stabiliteitsprogramma 5 januari jl. ingediend. Het macro-economische scenario dat ten grondslag ligt aan het programma gaat uit van een groei van 2% in 1999 en van 2,5% gedurende de periode 2000-2002. Hiermee komt de gemiddelde groei voor de periode 1998-2002 licht boven de trendgroei van 2,25% te liggen. Doelstelling van het programma is het begrotingstekort van 2,5% in 1998 tot 1% in 2002 terug te dringen. Tot en met 2000 zal het tekort nagenoeg gelijk blijven. Het programma voorziet een daling van de staatsschuld van 61% BBP in 1998 tot 59,5% in 2002.

Tevens is aangegeven dat de Duitse regering ernaar streeft onder haar voorzitterschap een Europees Werkgelegenheidspact te sluiten teneinde de werkgelegenheid te bevorderen. Het pact is gericht op een betere macro-economische coördinatie, een gecoördineerde werkgelegenheidsstrategie en structurele hervormingen die de efficiëntie en flexibiliteit van de arbeidsmarkt verbeteren.

Stabiliteitsprogramma Frankrijk 1999-2002

Het Franse stabiliteitsprogramma presenteert twee groeiscenario's: een gunstig scenario met een gemiddelde groei van 3% over de periode 2000-2002 en een groei van 2,7% in 1999, en een behoedzaam scenario met een gemiddelde groei van 2,5% over de periode 2000-2002 en een groei van 2,4% in 1999. Het tekort daalt in het gunstig groeiscenario van 2,9% BBP in 1998 tot 0,8% BBP in 2002 en de schuldquote daalt van 58,2% BBP in 1998 tot 55,6% BBP in 2002. In het behoedzame scenario daalt het tekort naar 1,2% BBP en de schuldquote naar 57,6% BBP.

Het programma gaat in op het stimuleren van technologische innovatie, het verbeteren van de efficiëntie van de overheidssector en het verminderen van de lastendruk op arbeid.

Stabiliteitsprogramma Luxemburg 1999-2002

Volgens het basisscenario van het stabiliteitsprogramma van Luxemburg bedraagt de groei 3,4% in 1999 en vervolgens gemiddeld 3,7% in de periode 2000-2002. Het overschot op de begroting daalt daarbij van 2,1% in 1998 naar 1,7% in 2002. Omdat een zeer open economie als die van Luxemburg gevoelig is voor veranderende externe omstandigheden, zijn ook een scenario met hogere groei (gemiddeld 4,5% gedurende 2000-2002) en lagere groei (gemiddeld 3,0% gedurende 2000-2002) opgenomen.

Gegeven de robuuste positie van de overheidsfinanciën van Luxemburg, is het begrotingsbeleid voornamelijk gericht op het implementeren van structurele programma's. Zo is sinds 1996 een programma van belastingverlagingen doorgevoerd. Speciale aandacht zal in 1999 worden gegeven aan de implementatie van het actieprogramma voor de werkgelegenheid, dat in februari '99 door het parlement is goedgekeurd.

Globale richtsnoeren voor Economisch Beleid (structurele aspecten)

Cardiff II (Commissie rapport, II/784/98)

Op de Europese Raad van Cardiff (juni 1998) is besloten tot een intensivering van de monitoring en coördinatie van structurele economische hervormingen. Het rapport is een vervolg op een Commissie- rapport (Cardiff I, 5474/99) waarin nagegaan is in hoeverre de interne markt op het terrein van product- en kapitaalmarkten feitelijk is gerealiseerd. Het Cardiff I-rapport is in de vorige Ecofin-vergadering behandeld. Het Cardiff II-rapport geeft een analyse van de voortgang en toekomstige prioriteiten op het gebied van structurele hervormingen in Europa. Het is mede gebaseerd op de afzonderlijke voortgangsrapportages van structurele hervormingen en de nationale actieplannen voor werkgelegenheid van de lidstaten. De voornaamste conclusie van het rapport is dat structurele hervormingen een essentieel element zijn voor werkgelegenheid en groei in Europa. In het rapport wordt gewezen op de noodzakelijke samenhang van hervormingen op de verschillende markten. Geconstateerd wordt dat de interne markt geleid heeft tot een verbeterde werking van productmarkten, maar dat er nog problemen zijn op het gebied van overheidsaankopen, technische standaarden en staatssteun. Het rapport vormt een belangrijke basis voor het opstellen van globale richtsnoeren voor het economisch beleid en de voorbereidingen van het werkgelegenheidspact. Deze globale richtsnoeren zullen na de Europese Raad van Keulen (3-4 juni) worden vastgesteld.

Syntheserapport

Dit rapport is het resultaat van de landenexamens die het EPC heeft gehouden op basis van de Stabiliteitsprogrammas, de nationale actieplannen werkgelegenheid en de voortgangsrapportages van structurele hervormingen. Het geeft een beeld van de voortgang in de verschillende lidstaten op het gebied van structurele hervormingen op product- ,diensten-, kapitaal- en arbeidsmarkt en de openbare financiën op lange termijn. De bedoeling van het rapport is om lidstaten van elkaar te laten leren welke structurele beleidsmaatregelen effectief zijn geweest (best practice). Inzicht in de voortgang van structurele hervormingen en vergelijking met andere lidstaten kan een effectief drukmiddel zijn voor beleidsaanpassingen. Uit het rapport blijkt dat Nederland op het gebied van structurele hervormingen relatief goed presteert. Als specifiek goede voorbeelden van Nederland wijst het rapport op de MDW-operatie en op de hervormingen in de sociale zekerheid. Het rapport laat zien welke lidstaten op de verschillende beleidsterreinen aanpassingen hebben doorgevoerd en welke lidstaten nog aanpassingen moeten doorvoeren. Door de Europese Raad in Wenen is geconcludeerd dat deze processen kunnen bijdragen aan een verbetering van de globale richtsnoeren. Samen met het Cardiff II-rapport geeft het syntheserapport goed aan op welke terreinen en in welke lidstaten het structurele hervormingsproces nog onvoltooid gebleven is. Dit betekent ten eerste een aansporing voor individuele lidstaten en ten tweede een bijdrage aan de discussie over de nieuwe globale richtsnoeren.

Rekenkamerrapport over 1997

Op de Ecofin Raad van 15 maart 1999 zal de Voorzitter van de Europese Rekenkamer een presentatie geven over het jaarverslag van de Rekenkamer over het begrotingsjaar 1997. De Europese Rekenkamer kan opnieuw niet tot een globale positieve verklaring komen gezien het grote aantal fouten dat in de steekproef is gevonden met betrekking tot de betalingen. Dit stemt Nederland uiteraard tot zorg. De Europese Commissie heeft inmiddels een aantal maatregelen in het kader van het project SEM 2000 (Sound and Efficient Financial Management) getroffen om te komen tot verbeteringen. Daarnaast wordt bij de onderhandelingen over de Agenda 2000-voorstellen veel aandacht besteed aan goede beheer- en controlebepalingen. De Ecofin-Raad moet het Europees Parlement nu een aanbeveling geven over het verlenen van kwijting aan de Europese Commissie voor de uitvoering van de begroting 1997.

Fraudebestrijding

In december 1998 diende de Commissie een voorstel in voor een verordening tot oprichting van een Europees Bureau voor fraude-onderzoek (OLAF). Dit voorstel is besproken door een daartoe ingestelde Raadswerkgroep. Op uitnodiging van het voorzitterschap heeft hierover verder overleg plaatsgevonden tussen de Raad, het Europees Parlement en de Commissie (interinstitutionele groep op hoog niveau). Het voorzitterschap zal de Ecofin-Raad verslag doen over de uitkomsten van de besprekingen van deze interinstitutionele groep, die op de ochtend van 15 maart nog bijeen zal komen. De Ecofin Raad zal vervolgens spreken over de uitgangspunten op basis waarvan de Commissie snel met een nieuw voorstel voor een verordening kan komen. Het is de bedoeling dat de Ecofin-Raad deze verordening op 25 mei 1999 vaststelt.

Belastingen

Belasting op spaargelden

Tijdens de Ecofin Raad van 1 december 1998 is met betrekking tot het richtlijnvoorstel voor de belastingheffing van spaartegoeden het belang van een gecoördineerde actie richting derde landen onderstreept. Deze actie - die verkennend van aard is - moet antwoord geven op de vraag of derde landen bereid zijn de door de Ecofin geformuleerde uitgangspunten van het richtlijnvoorstel te onderschrijven. De gesprekken worden door de Commissie en de troïka (het vorige, huidige en komende voorzitterschap) in eerste aanleg gevoerd met Zwitserland, Liechtenstein, Andorra, Monaco en San Marino. Op verzoek van de Ecofin Raad zal de Commissie verslag uitbrengen van de resultaten van de besprekingen met derde landen.

Energiebelasting

De Ecofin van 1 december 1998 heeft de Groep Financiële Vraagstukken (GFV) opgedragen oplossingen te zoeken voor een aantal principiële probleemgebieden met betrekking tot de ontwerprichtlijn belasting van energieproducten. Hierbij zouden tevens de economische effecten van het richtlijnvoorstel moeten worden bezien, in het bijzonder de effecten op de inflatie, de concurrentiepositie (interne markt en internationaal), de koopkracht, de transportkosten en het milieu. Door het Duitse voorzitterschap is een verslag opgesteld van het in dit kader door de GFV gevoerde overleg. Dit verslag zal dienen als interim-rapport aan de Ecofin op 15 maart 1999. De Ecofin wordt uitgenodigd om kennis te nemen van de problemen en oplossingen zoals in het interim-rapport weergegeven en de GFV op te dragen zijn technische onderzoek voort te zetten op basis van het rapport.

Verlaagd BTW-tarief arbeidsintensieve diensten

De Commissie heeft voorgesteld dat op verzoek lidstaten met unanimiteit door de Raad van Ministers kunnen worden gemachtigd om voor de periode van 1 januari 2000 tot 31 december 2002 een experiment toe te passen met het verlaagde BTW-tarief op arbeidsintensieve diensten. De Commissie zal dit voorstel op de Ecofin Raad nader toelichten. Het doel van de maatregel is het bevorderen van de werkgelegenheid met name waar het gaat om ongeschoolde of laaggeschoolde arbeid en tevens het tegengaan van werken in de zwarte en grijze circuit. Tegen het eind van 2002 zal de maatregel worden geëvalueerd. Voor de toepassing van het experiment geldt een aantal voorwaarden: de diensten zijn arbeidsintensief, worden direct verricht voor particulieren, hebben een plaatsgebonden karakter en het experiment leidt niet tot een verstoring van de concurrentieverhoudingen. Het experiment mag in geen geval de werking van de interne markt verstoren. De lidstaten die aan het experiment willen deelnemen moeten vóór 1 september 1999 machtiging aanvragen bij de Commissie voor de arbeidsintensieve diensten die zij in het experiment willen betrekken. Een machtiging is niet vrijblijvend. Wanneer de lidstaten een machtiging hebben verkregen zijn zij gehouden deze ook voor de volle periode van drie jaren toe te passen.

In een eerdere fase heeft Nederland aan Brussel meegedeeld in de eerste plaats te denken aan de sectoren van de schoen- en kledingherstellers, kappers, fietsenreparateurs, glazenwassers en schoonmakers. Bij glazenwassers en schoonmakers is daarbij wel de restrictie gemaakt dat het dient te gaan om werkzaamheden aan woningen. Op dit moment is nog niet bekend voor welke branches Nederland formeel een verzoek zal indienen bij de Commissie. Daartoe wordt nog bekeken welke ruimte het budgettaire kader in dat verband zal bieden.

Belastingvrije verkoop

Hier zal tijdens de lunch van de Ecofin Raad over worden gesproken. De beslissing van de Raad tot beëindiging van de belastingvrije verkopen in het intra-EU-verkeer dateert van 11 november 1991. Aanleiding daartoe was de inwerkingtreding van de interne markt met daaraan gekoppeld de afschaffing van de fiscale binnengrenzen per 1 januari 1993. Vanwege de problematiek van de sociale gevolgen is evenwel besloten tot een ruime overgangsperiode en wel tot 1 juli 1999.

De Europese Raad heeft in december 1998 de Commissie en de Raad (ECOFIN) verzocht om zich in maart 1999 te buigen over de problemen die door de afschaffing van de belastingvrije verkopen zouden kunnen ontstaan voor de werkgelegenheid. Onlangs heeft de Commissie de resultaten van het onderzoek naar de gevolgen van de afschaffing bekendgemaakt. Daarbij heeft zij kenbaar gemaakt geen voorstel voor uitstel van de afschaffing te zullen presenteren.

De Commissie is van mening dat de afschaffing van de belastingvrije verkopen in het algemeen geen significante negatieve invloed zal hebben op de werkgelegenheid. Voorts is de Commissie van mening dat handhaving van belastingvrije verkopen in het intra-EU-verkeer aanleiding zal geven tot onzekerheid en bovendien de normale detailhandel en bepaalde transportmodaliteiten zal benadelen. De eventuele korte termijn effecten die aan de afschaffing verbonden zijn worden ruimschoots gecompenseerd door de banen die op de langere termijn door de afschaffing worden gecreëerd, zeker als de belastingopbrengsten worden gebruikt om de lasten op de arbeid te verlagen (aldus de Commissie). De lidstaten worden door de Commissie opgeroepen om de eventuele korte termijn effecten tegen te gaan met gebruikmaking van de daarvoor bestemde structuurfondsen. Daarnaast geeft de Commissie aan dat er ruimte is voor speciaal daarvoor door de EU te ontwikkelen financiële maatregelen.

DIRECTIE BUITENLANDSE FINANCIËLE BETREKKINGEN

Aan:

De Voorzitter van de Vaste Commissie voor Financiën

van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

Onderwerp

Toezending geannoteerde agenda voor de Ecofin Raad van 15 maart 1999

Hierbij zend ik u, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, de geannoteerde agenda van de Ecofin Raad van 15 maart 1999.

Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot in de volgende vergadering.

Deze ontwerp-agenda wordt toegezonden aan de Voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer alsmede de Voorzitters van de Algemene Commissie voor Europese Zaken en de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer.

DE MINISTER VAN FINANCIEN

DIRECTIE BUITENLANDSE FINANCIËLE BETREKKINGEN

Aan:

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 22

2513 AA DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

Onderwerp

Toezending geannoteerde agenda voor de Ecofin Raad van 15 maart 1999

Inlichtingen: Freek Janmaat · Telefoon: 070-342 7180 · Fax: 070-342 7901 · Postbus 20201, 2500 EE Den Haag

Bezoekadres: Korte Voorhout 7, Den Haag

Hierbij zend ik u, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, de geannoteerde agenda van de Ecofin Raad van 15 maart 1999.

Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot in de volgende vergadering.

Deze ontwerp-agenda wordt toegezonden aan de Voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer alsmede de Voorzitters van de Algemene Commissie voor Europese Zaken en de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer.

DE MINISTER VAN FINANCIEN

DIRECTIE BUITENLANDSE FINANCIËLE BETREKKINGEN

Aan:

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

Onderwerp

Toezending geannoteerde agenda voor de Ecofin Raad van 15 maart 1999

Inlichtingen: Freek Janmaat · Telefoon: 070-342 7180 · Fax: 070-342 7901 · Postbus 20201, 2500 EE Den Haag

Bezoekadres: Korte Voorhout 7, Den Haag

Hierbij zend ik u, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, de geannoteerde agenda van de Ecofin Raad van 15 maart 1999.

Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot in de volgende vergadering.

Deze ontwerp-agenda wordt toegezonden aan de Voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer alsmede de Voorzitters van de Algemene Commissie voor Europese Zaken en de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer.

DE MINISTER VAN FINANCIEN

DIRECTIE BUITENLANDSE FINANCIËLE BETREKKINGEN

Aan:

Alle Ministers

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

Onderwerp

Toezending geannoteerde agenda voor de Ecofin Raad van 15 maart 1999

Inlichtingen: Freek Janmaat · Telefoon: 070-342 7180 · Fax: 070-342 7901 · Postbus 20201, 2500 EE Den Haag

Bezoekadres: Korte Voorhout 7, Den Haag

Hierbij zend ik u, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, de geannoteerde agenda van de Ecofin Raad van 15 maart 1999.

Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot in de volgende vergadering.

Deze ontwerp-agenda wordt toegezonden aan de Voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer alsmede de Voorzitters van de Algemene Commissie voor Europese Zaken en de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer.

DE MINISTER VAN FINANCIEN

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie