Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak staatssecretaris BUZA over toekomst Europa

Datum nieuwsfeit: 17-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Ministerie van Buitenlandse Zaken

Onderwerp: Toespraak van Dick Benschop, Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Datum: 17-03-99

Nummer : 044/99

Toespraak van Dick Benschop Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Nieuwspoort, 16 maart 1999

I Inleiding

Dames en heren,

Het zijn spannende tijden in Europa. De landbouwhervormingen houden de gemoederen bezig. Vorige week nam Oskar Lafontaine ontslag. Vandaag vindt het vervolg van Rambouillet plaats. En vanochtend vroeg heeft de Europese Commissie als klap op de vuurpijl haar ontslag ingediend. Het rapport van de commissie van wijzen liet geen andere conclusie toe. Dit is historisch in de geschiedenis van de Unie. Europese grenzen worden verlegd, en dat op vele manieren.

II Bestuurscultuur Commissie: uit de tijd

Ik wil eerst stilstaan bij het ontslag van de Commissie. Het gaat in de huidige crisis nu niet alleen om de individuele commissarissen en hun falen, de benoeming en timing van aantreden van een nieuwe Commissie, en dergelijke. Er is meer aan de hand. Het Comité van Wijzen heeft namelijk niet individuele gevallen aangeklaagd, maar de hele bestuurscultuur van de Commissie, zoniet van de gehele Unie, gelaakt.

Tot nu toe is de politiek-bestuurlijke structuur en cultuur van de Commissie er een geweest met een strakke scheiding tussen politieke beleidsvorming en uitvoering en het beheer. De politieke beleidslijnen worden door de commissarissen en hun persoonlijke kabinetten uitgezet, terwijl de commissie-ambtenaren in de afzonderlijke Directoraten-Generaal verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en het beheer. Een model dus met een rigide scheiding tussen enerzijds het politiek primaat (waar veel aandacht voor is) en anderzijds de ambtelijke bedrijfsvoering (waar nauwelijks aandacht voor is).

Dit model heeft vele jaren redelijk gefunctioneerd. Het bood ruimte aan visionaire politieke leiding door mensen met verbeeldingskracht, zoals destijds Jacques Delors. Het schiep een ambtelijk apparaat van een elite van streng geselecteerde, hoog-opgeleide ambtenaren, die trouw het geformuleerde beleid beleden.

Maar dit bestuurlijke model is uit de tijd. Het werkt niet meer. Het schept namelijk een verticale, hiërarchische benadering, die ook misbruikt kan worden. Het schept ruimte voor ritselarij en vriendjespolitiek. Natuurlijk, persoonlijke verantwoordelijkheid mag hiermee niet worden gebagatelliseerd. En de Commissie heeft dat aan den lijve ondervonden. Maar het ligt ook aan inherente weeffouten van de bestuurlijke structuur.

In geheel Europa zien we de laatste jaren dat niet zozeer de politieke beleidsvorming en beleidsbepaling, maar juist de uitvoering van dat beleid de politieke problemen kan opleveren. Binnen de lidstaten, en ja, ook binnen Nederland, hoeven we niet ver te zoeken om daarvan voorbeelden te vinden.

Burgers verwachten van de overheid dat deze doelmatig, doeltreffend, maar ook duidelijk optreedt. Het gaat ook niet meer alleen om de wenselijkheid, maar tevens om de haalbaarheid van beleid. Het gaat niet meer alleen om het opleggen van nieuwe beslissingen, maar om een anticiperend optreden van de overheid als actieve speler op een groot speelveld.

De huidige politiek-bestuurlijke structuur en cultuur van Europa zijn nog niet toegesneden op de wensen van doelmatigheid, doeltreffendheid en duidelijkheid. Dat blijkt nu. En het Comité van Wijzen heeft dat ook nog eens vastgesteld. Dat geeft een hele schok. De huidige crisis biedt echter zowel een aanleiding alsook een aangrijpingspunt om de hele bestuursstructuur en -cultuur van de Commissie tegen het licht te houden. En, waar nodig, te hervormen.

Verschillende vragen komen daarbij op. Waarom wordt nog vastgehouden aan de fictie van de collectiviteit van de
Commissie-verantwoordelijkheid tegenover het Europees Parlement ? Is het niet beter die in een individuele om te zetten, zodat ook individuele Eurocommissarissen naar huis kunnen worden gestuurd? Waarom zijn de Commissarissen formeel nog steeds een soort top-functionarissen, d.w.z. top-ambtenaren ? Moeten we niet vaststellen dat de Commissie feitelijk inmiddels allang een politiek college is ?

De huidige crisis drukt ons met de neus op de feiten. Het is tijd antwoorden op dit soort belangrijke vragen te formuleren. De Europese Commissie moet haar manier van opereren aanpassen. Het Comité van Wijzen heeft dat ook geconcludeerd. De Commissie moet worden hervormd van een organisatie die zich enkel bezighoudt met beleidsformulering, naar een organisatie die eveneens verantwoordelijk is voor adequate beleidsuitvoering.

Dit betekent meer aandacht voor de bedrijfsvoering in het algemeen en invoering van beter financieel beheer in het bijzonder. Wat dit laatste betreft: eerst het beleid, dan de budgetten. De Commissie moet voortaan specifiek antwoord geven op de vraag hoe beleid kan worden uitgevoerd.

Diverse maatregelen zijn inmiddels aangekondigd. De Commissie heeft zelf duidelijke gedragscodes aangenomen. Hierin worden heldere normen voor Commissarissen, kabinetsleden en ambtenaren vastgelegd.

Daarbij moet worden gedacht aan duidelijke taakomschrijvingen, onafhankelijkheid, onpartijdigheid, een verbod op aannemen van cadeaus of het aanstellen van familieleden, etc. Kortom: richtlijnen voor ethisch gedrag.

Er zal daarnaast een versterkt fraudebestrijdingsbureau worden opgericht. Dit bureau zal zowel interne onderzoeken bij alle Europese instellingen, alsook externe onderzoeken bij de lidstaten kunnen verrichten. Europese instellingen en ambtenaren worden nu verplicht alle informatie over eventuele fraude aan het bureau mee te delen. Zo wordt de 'whistle blower' beschermd en kunnen frauduleuze dwalingen effectief aan de kaak worden gesteld.

Dit fraudebestrijdingsbureau zal gezien de tijdsdruk formatief onder de Commissie vallen, maar onafhankelijk kunnen opereren. Nederland zal erop toezien dat de onafhankelijkheid van de directeur daadwerkelijk wordt gewaarborgd.

De bestuurlijke cultuur van de Europese Commissie moet dus veranderen. Het afleggen van verantwoording moet voortaan centraal staan en de aandacht voor de uitvoering en de controle daarop moeten een stuk beter. Het rapport van Middelhoek en de zijnen ligt er niet voor niks. Consequenties moeten worden getrokken.

Wanneer gaan we de crisis nu aanpakken ? Zo snel mogelijk, dunkt mij. Het Europees Parlement zal maandag en dinsdag over de ontstane situatie debatteren. Dat is van belang voor het vervolg. Op de Top van Berlijn gaan we afspreken wat de procedures zullen zijn.

Hoe gaan we de crisis aanpakken? Daar is nog niet alles over te zeggen. Veel zal afhangen van de komende contacten tussen de lidstaten. Er doen natuurlijk verschillende mogelijkheden de ronde. Te denken valt bijvoorbeeld aan het vroegtijdig benoemen van de nieuwe Commissie, die toch al per 1 januari 2000 zou moeten komen.

III Agenda 2000

Zoals u misschien weet staan we aan de vooravond van de Top in Berlijn. Daar zullen we niet alleen de commissie-perikelen, maar natuurlijk ook de voorstellen vervat in Agenda 2000 bespreken. Dat gaat niet alleen over geld, maar ook over de wijze waarop we de Unie in de toekomst vorm willen geven.

Kort wil ik twee zaken aansnijden:

(i) Netto-betalerspositie

Nederland vindt dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Maar op dit moment bevindt Nederland zich in de eerste groep betalers en in de tweede groep van verdieners.

Het gaat niet alleen over geld maar over solidariteit. Als we de Europese solidariteit in de volgende eeuw met een nieuwe, grotere Unie willen behouden, dan zullen we nu vaart moeten maken met een rechtvaardige verdeling van de lasten.

Er zijn verschillende instrumenten die nu op tafel liggen, zoals bevriezing van de reële uitgaven tot 2006 en de nettobegrenzer die ervoor zorgt dat buitenproportionele betalingen naar de nationale schatkisten terugvloeien. Op de Top van Berlijn zullen we deze kwesties succesvol moeten afronden.

(ii) GLB/structuurfondsen

Het landbouwbeleid was jarenlang het succesverhaal van de Unie. Maar de tijden zijn veranderd. Europa is veranderd. We kunnen niet onze doelstellingen in de 21ste eeuw verwezenlijken met beleid uit de jaren vijftig en zestig. Aanpassingen zijn noodzakelijk. Natuurlijk moeten ieders belangen in acht worden genomen. Daarom moeten we goed kijken naar overgangsregelingen. Maar vast staat dat het landbouwbeleid zal wordenhervormd en dat de structuurfondsen zullen worden herzien.

Beide zaken - netto-betalerspositie en hervormingen van het GLB en de structuurfondsen - hebben ook hun weerslag op de toekomst van de Unie. Immers: we willen nieuwe democratieën uit Midden- en Oosteuropa in ons midden opnemen. Dat kost geld. De besparingen die we alleen al uit principe moeten doorvoeren, hebben ook een groot praktisch nut. Zij effenen de weg naar een succesvolle uitbreiding van de EU.

Aan de onderhandelingstafel wordt er nu hard onderhandeld, ook door Nederland. Dat is goed en dat kan ook. De EU kan namelijk tegen een stootje: het is zogezegd de puberteit voorbij, het wordt volwassen. Dat bewijst ook de crisis van vandaag. De positie van het Europees Parlement en de relatie tussen de Commissie en het Parlement is aan verandering onderhevig. Dat is iets dat groeit van binnenuit. Maar het betreft niet alleen institutionalia. Er zijn ook onderliggende beleidsmatige ontwikkelingen in de EU waar te nemen.

IV Nieuwe dynamiek in Europa

Europa ontwikkelt zich namelijk razendsnel en er is nu een nieuwe dynamiek in de EU te ontwaren. Wij zien niet lijdzaam toe, maar nemen
- bewust of onbewust - aan deze nieuwe dynamiek deel. Vandaag wil ik het hebben over deze dynamiek en over de noodzaak te zoeken naar nieuwe wegen van integratie.

Met de ratificatie van het Verdrag van Amsterdam en de totstandkoming van de EMU worden nieuwe processen in gang gezet, deels zichtbaar, deels misschien nog wat verborgen. Ik noem drie voorbeelden:

Derde pijler: justitie, politie, asiel en migratie

Allereerst de samenwerking op de terreinen van politie en justitie, en van asiel en migratie. Met een Unie waarin de landsgrenzen vervagen is het belang - en zijn ook de mogelijkheden - van een Europese aanpak van criminaliteit overduidelijk. Een ander voorbeeld is het asielbeleid van de verschillende lidstaten. Dat valt nog teveel ten prooi aan verschillende belangen en versnipperde beleidsvisies. Ook hier is het duidelijk dat we deze problematiek in Europees verband moeten aanpakken.

Het Verdrag van Amsterdam geeft al enkele aanzetten. Nieuwe Nederlandse initiatieven helpen de Unie nu verder stappen te zetten op weg naar een eerlijke, effectieve Europese aanpak. In oktober volgt in Finland een speciale Europese top over asielproblematiek. De noodzaak is nijpend en Nederland zet zich in voor echte resultaten in plaats van geduldige resoluties. Hier moet Europa spijkers met koppen slaan: zoals het nu gaat, kan het niet.

Tweede pijler: GBVB

Een zelfbewuste Unie heeft naast economische macht ook politiek kracht nodig. Nieuwe instrumenten uit het Verdrag van Amsterdam scheppen de mogelijkheid een echt Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid op te tuigen. Maar in het kielzog van formele instrumenten zijn ook positieve politieke ontwikkelingen waar te nemen.

De Britse premier Tony Blair heeft kort geleden over Europese defensie een verfrissendepositie ingenomen. Europese defensie mag nu, ook van het Verenigd Koninkrijk. Dit heeft belangrijke gevolgen. De nieuwe veiligheidslogica is ook voor de Britten voortaan niet een keus tussen "Europeanen" en "Atlantici". Zij zien in dat Europese veiligheid gebaat is bij zowel een sterke Unie alsook een nauwe Transatlantische band. Europa zal meer verantwoordelijkheden op veiligheidsterrein gaan nemen. Ik juich deze ontwikkeling toe. Europese integratie en vernieuwing van de NAVO versterken elkaar. Het is goed voor Europa en goed voor de transatlantische band. Dat wordt op het continent, aan de andere kant van de Noordzee, maar ook aan de andere kant van de Atlantische oceaan goed begrepen.

Gisteren is in Parijs het vervolg van de Rambouillet-conferentie over Kosovo van start gegaan. We zijn er nog lang niet, en het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid staat nog in de kinderschoenen, maar een actievere Europese inzet is al zichtbaar.

Eerste pijler: EMU/euro

We zullen moeten leren omgaan met de nieuwe werkelijkheid van de EMU. Sommigen hebben hun conclusies al getrokken: zie het drama Lafontaine.

De euro brengt Europa letterlijk in handen van de Europese burgers. Burgers, banken, en bedrijven, maatschappelijke organisaties, lagere overheden en universiteiten: ze grijpen nu zelf het nieuwe momentum aan.

De EU is niet meer een proefkonijn van politici, maar een realiteit voor burgers en bedrijven. Steeds meer Europese spelers roeren zich en geven zelf richting aan de Europese integratie. Zij komen niet per se uit Brussel, en ook niet per se uit de hoofdsteden. Kijk hoe in Groot-Brittannië, nota bene het land dat nog niet tot de EMU is toegetreden, de bedrijven zich al wel voor de euro klaarstomen. Europa wordt vanuit het middenveld verder opgebouwd.

Hoe dienen wij met deze dynamiek om te gaan? Wat zijn onze doelstellingen?

V Oude en nieuwe doelstellingen van Europese integratie

Het is goed te beseffen welke doelstellingen onze Europese 'Founding Fathers' aanvankelijk met de Europese eenwording voor ogen hadden. De Europese integratie was vooral een politieke, Europese veiligheidskwestie. Door middel van integratie moesten de oude, gevaarlijke tegenstellingen tussen Duitsland en Frankrijk worden ingebonden. Nu is het ondenkbaar dat er oorlog tussen Duitsland en Frankrijk uitbreekt. En alleen al die 'ondenkbaarheid' geeft aan hoe ver het Europese project is voortgeschreden.

Binnen de Unie lijkt nu ook langzaam maar zeker één Europese binnenlandse ruimte tot stand te komen. Daarbinnen gaat het meer om de omgang met maatschappelijke geledingen en allerlei voor burgers direct relevante thema's - zoals het vinden van een goede verhouding tussen markt en mensen, werk, veiligheid, zorg, munt en milieu - dan om het overwinnen van de oude tegenstellingen tussen volkeren en staten. Binnen de Unie worden dergelijke thema's, die in iedere lidstaat aan de orde zijn en dwars door alle lidstaten gezamenlijk spelen, steeds actueler.

Nu de traditionele doelstellingen zijn bereikt, moeten we verder kijken. De positie van Europa in de wereld wordt steeds centraler. De economische en sociale kracht van Europa ligt besloten in de bedrijven en in de mensen. Zij moeten goed zijn toegerust om in een globaliserende context te kunnen functioneren. Willen we een sterk en sociaal Europa? Dan moeten we de EU en Europa beter en krachtiger positioneren in een steeds kleiner wordende wereld. Dan moeten we af van het etiket "de Oude Wereld".

Een nieuwe Europese dynamiek in een veranderde wereld betekent dat we moeten zoeken naar nieuw instrumentarium. Een nieuwe stijl van integratie waarmee we de klassieke tegenstellingen kunnen ontstijgen tussen Brussel versus de hoofdsteden, tussen supranationaal versus intergouvernementeel, en tussen inzet van wetgeving en geld versus nietsdoen.

VI Integratie nieuwe stijl: Een 'New Appeal'

We zijn een eind opgeschoten, maar Brusselse wetgeving en Brusselse subsidiepotten alleen, zijn niet meer voldoende. In plaats van het beperken van Europa tot minimumnormen, pleit ik voor het uitlokken van maximumprestaties. Het is tijd moderne managementtechnieken op Europa los te laten.

Kijken we bijvoorbeeld naar de Interne Markt: dat is een kernstuk van Europa. In de EU zijn de belangrijkste funderingen van de interne markt-regelgeving al gelegd. Nu verlegt de aandacht zich van het maken van nieuwe regelgeving naar het functioneren van die interne markt. Er zijn namelijk tal van tekortkomingen: belemmeringen binnen de lidstaten, vaak onbereikbaar voor de juridische middelen van de Europese Commissie .

Hier is dus ruimte voor de lidstaten zelf om elkaar te motiveren door het geven van constructieve kritiek en het aanreiken van goede voorbeelden. Nederland pleit daarom sinds enkele jaren voor een vorm van EU-vergelijking van en door elkaar: een 'peer review'.

Via de behandeling van rapporten over de situatie in elk land afzonderlijk wordt de lidstaten niet alleen een spiegel voorgehouden, maar wordt iedereen tegelijkertijd een kijkje in de keuken van de ander gegund. Niemand wil in een officieel EU-'score board' als slechtste presteerder onderaan de lijst bungelen. Dan zal de kritische schijnwerper van de partners zich namelijk alleen maar scherper op je richten. Én: is men op zoek naar goede ideeën, dan bieden andermans ervaringen aanknopingspunten voor verbeteringen in eigen land. Dit is een nieuwe methodiek in de Europese integratie.

Belemmeringen wegnemen is één ding, nieuw beleid formuleren is een ander. Ook daarbij kunnen we ons voordeel met deze nieuwe aanpak doen.

We zien dat bijvoorbeeld op sociaal-economisch terrein. Het stabiliteitspact heeft het succesvolle naar elkaar toegroeien van het begrotingsbeleid in de lidstaten bestendigd. Hoe meer het gezamenlijk belang ervan wordt geïnternaliseerd, hoe sterker het pact tegen conjuncturele tegenwind bestand zal zijn. De globale economische richtsnoeren - waar nu voor het eerst aan wordt gewerkt - kunnen een effectief aanvullend instrument vormen van wederzijdse beïnvloeding en sturing door middel van de 'peer pressure' die ervanuitgaat. Want 'peer pressure' is het geheim van 'peer review'.

Ondanks scepsis in de aanloop, wordt nu ook aan een EU-werkgelegenheidspact gewerkt. Dit zal op de top van Keulen in juni tot stand moeten komen en is één van de prioriteiten van het Duitse voorzitterschap. De kern van de Europese werkgelegenheidsstrategie vormen de werkgelegenheidsrichtsnoeren. Deze worden jaarlijks door de
15 Europese ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid opgesteld.

Lidstaten worden geacht rekening te houden met de opgestelde richtsnoeren. Maar het is aan hen om die aanbevelingen op eigen wijze te verwerken in hun nationale beleid. De Commissie en de Raad brengen een jaarverslag uit en daarin houden zij de lidstaten een spiegel voor. Zij kunnen ook aanbevelingen doen en deze aanbevelingen vergroten dan de 'peer pressure'.

Met 'integratie nieuwe stijl' bedoel ik dus een samenspel van nieuwe instrumenten om de lidstaten uit te dagen maximale prestaties te leveren. Een samenspel van 'push'- en 'pull'-factoren. Een samenspel van 'peer pressure' en 'best practices'.

Deze nieuwe methodiek komt niet in de plaats van klassieke instrumenten: zij vult deze juist aan. Zij betekent geenszins een aantasting van hetgeen we al in Europa hebben bereikt. We willen juist deze verworvenheden (het acquis communautaire) aanvullen en het integratieproces een stap verder brengen door het aanboren en faciliteren van een groot, maar latent, Europees potentieel. Want hoewel de richtsnoeren zich primair lijken te richten op de lidstaten, worden tegelijkertijd tal van andere actoren indirect aangesproken: bedrijven, maatschappelijke organisaties, NGO's, regio's en burgers.

Zo worden processen in gang gezet die dwars door de landsgrenzen heen spelen. Richtsnoeren kunnen de 'stille kracht van Europa' aanspreken op een wijze die de juridische richtlijnen en verordeningen ontberen. Lidstaten kunnen zo op eigen kracht naar elkaar toe groeien.

Het Europese weefsel wordt steeds dichter: niet door verdere integratie van boven op te leggen, maar door het uitdagen van de spelers binnen Europa. Geen 'New Deal', maar een 'New Appeal' .

VII Slot

De zoektocht naar nieuwe integratie is nog niet afgelopen. Europa zal in brede zin antwoord moet geven op razendsnelle mondiale economische, sociale en politieke ontwikkelingen.

Binnen de EU is een dynamiek te ontwaren. De toekomst van Europa zal steeds minder door grote overheidsprojecten en gedetailleerde blauwdrukken van bovenaf worden gekenmerkt, maar juist door een dynamiek van binnenuit. Beleid zal daarom gericht moeten zijn op het aanboren, ontketenen en faciliteren van de 'stille kracht van Europa'.

De dynamiek is niet alleen beleidsmatig, maar ook politiek. De val van de Commissie - hoe verontrustend de aanleiding ook - is winst voor de democratie van de EU. Dedreiging van het EP sorteert effect. En dit precedent kan evolueren tot politiek principe. Een toekomstige Commissie zal beter zijn voorbereid. Het nieuwe parlement nog daadkrachtiger.

Het oplossen van de crisis van vandaag moet worden bezien tegen de achtergrond van de vraag "waar willen we naar toe met Europa?"

Van bestuurscultuur tot integratiemethodieken: hervormingen en aanpassingen zullen veel creativiteit en moed vergen.

Uiteindelijk gaat het er om Europa aan de burgers terug te geven. Want uiteindelijk moet Europa van binnenuit gestalte krijgen. Hier in Nieuwspoort voelt u zich wellicht Leienaar of Rotterdammer. Bent u in Duitsland, dan voelt u zich Nederlander. Bent u in de Verenigde Staten, dan voelt u zich Europeaan. Identiteit is een idee, maar wel een belangrijk idee. De Europese idee vat steeds meer post. Dat is cruciaal voor de echte eenwording van Europa. Want een formele pijlerstructuur met een baaierd aan wetten betekent niets als Europa niet wordt meegemaakt en van binnenuit wordt gevoeld. Wat Europa nodig heeft, is lef. Wat Europa nodig heeft is een nieuwe generatie Europeanen: eigenzinnig en relevant.

Dank u wel.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie