Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

D66-manifest voor de verkiezing van het Europese Parlement

Datum nieuwsfeit: 18-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
D66 Nieuws

D66-manifest voor de verkiezing van het Europese Parlement

Inleiding

Het succes van Europa

De toekomst van Europa ligt in handen van de Europese burgers. D66 vindt dat het succes van de Europese Unie van allen afhankelijk is en door allen moet worden verwezenlijkt.

Europese integratie is vijftig jaar geleden gestart om vrede en economische stabiliteit in Europa te waarborgen. Intussen is veel meer gebeurd. Wij hebben allen meer keuze gekregen: Meer keuze voor de consument, meer mogelijkheden tot culturele uitwisselingen, meer keuze in educatieve mogelijkheden, meer keuze om met gelijkgestemden allerlei activiteiten te ondernemen. Zo betekent Europa meer dan alleen economische integratie maar ook politieke integratie op basis van gemeenschappelijke waarden en onder erkenning van de culturele diversiteit in de Unie.

We verwachten veel van Europa maar eisen ook van Europa dat ze luistert naar de burgers en effectief antwoorden geeft op de verwachtingen van burgers. Aan de vooravond van de 21e eeuw moet de slag worden gemaakt naar een democratisch, sociaal en duurzaam Europa, dat een eigen rol in de wereld speelt Het is ook het tijd om het Europese Parlement een geloofwaardige rol in de Europese Unie te geven: een rol van een open, integere en doelmatige volksvertegenwoordiging. Het Europese Parlement moet het Europese ideaal levend houden. Het moet voorkomen dat de Unie een ambtelijke strijd blijft tussen nationale bureaucratieën. Dit is het uitgangspunt voor de uitbreiding van de Unie naar Midden- en Oost-Europa, waar D66 achter staat. Deze uitbreiding vereist echter ook een hervorming van de Unie.

De Unie moet de bevoegdheden en de middelen krijgen om gemeenschappelijke zorgen en uitdagingen gemeenschappelijk aan te pakken, maar ook de ruimte te geven om lokale zorgen en uitdagingen lokaal aan te pakken. Besluitvorming moet dan ook zo dicht mogelijk bij de burger blijven. Het gaat daarbij niet alleen om een taakverdeling tussen overheden maar ook het scheppen van kaders om het zelforganiserend vermogen van groepen burgers aan te spreken. We kunnen veel van elkaars ervaringen leren in Europa. De Unie moet de uitwisseling van ervaringen actief bevorderen.

In dit manifest geeft D66 haar prioriteiten aan voor haar opstelling in het Europese Parlement:

* Een democratisch Europa;

* Een Europa met een sociaal gezicht;
* Een Europa met een groen hart;

* Een internationaal solidair Europa;
* Een Europa dat een eigen rol in de wereld speelt.

D66 is aangesloten bij de Partij van Europese Liberalen en Democraten (ELDR) en onderschrijft in die hoedanigheid het verkiezingsprogramma van de ELDR.


Democratisch Europa

1. Met het Verdrag van Amsterdam zijn belangrijke stappen genomen voor een volwaardige inbreng van de burgers. Ieder persoon kan naar het Hof van Justitie gaan indien instellingen tegen de fundamentele rechten van de burger in handelen. Daarnaast heeft iedere burger van de Unie een recht op toegang tot de documenten afkomstig van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Maar er is meer nodig. De Unie moet democratischer en slagvaardiger worden. De uitbreiding van de Unie, die D66 ondersteunt, vereist een grondige hervorming van de instellingen van de Unie. D66 is dan ook voorstander van het starten van Intergouvernementele Conferentie in het jaar 2000. De institutionele en financiële problemen van de Unie moeten worden opgelost voordat uitbreiding daadwerkelijk plaatsvindt.

2. Maar een verdergaande Europese integratie maakt het noodzakelijk om de invloed van de burgers van de Europese Unie ten opzichte van de Europese instellingen te vergroten. De rechten, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Europese burgers en instellingen dienen te worden opgenomen in een Europese Grondwet.

3. D66 blijft pleiten voor versterking van het Europese Parlement als vertegenwoordiging van de burgers van de Europese Unie. Het parlement moet om te beginnen meer zicht krijgen op besluitvorming in de Raad van Ministers. De voorzitter van de Raad dient na verzoek van het EP een besluit van de Raad uit te leggen en te verdedigen in het Europees Parlement. Het Europees Parlement moet in het wetgevingsproces naast de Europese Commissie mede-initiatiefrecht krijgen. Alle instellingen moeten strikt letten op subsidiariteit, opdat de besluitvorming zo dicht mogelijk bij de burger blijft. Alle aan de Raad en Parlement verstuurde openbare documenten in het Nederlands, moeten zo snel mogelijk op Internet beschikbaar zijn. Ook de voorlichting van de instellingen moet zoveel mogelijk ook in het Nederlands.

4. D66 wil dat het Europees Parlement de voorzitter van de Europese Commissie kiest. Deze stelt vervolgens de rest van de Commissie samen. Zowel de Commissie als geheel, als individuele Commissarissen zijn verantwoording schuldig aan het Europees Parlement en hebben het vertrouwen van het Europees Parlement nodig. In het kader van uitbreiding is D66 voor een beperking van het aantal commissarissen, waarbij niet elk land altijd een commissaris afvaardigt, mits de democratie op het niveau van de Europese Unie voor de burger voldoende duidelijk wordt.

5. D66 vindt dat het Europees Parlement rechtstreeks voor de burgers aanspreekbaar moet zijn over de financiën van de Unie. Daarom moet het zeggenschap krijgen over zowel de inkomsten- als de uitgavenkant van de begroting. Bovendien moet de Unie minder afhankelijk zijn van afdrachten van de lid-staten en moet de grondslag voor eigen heffingen verbreed worden.

6. Om de Europese kiezer daadwerkelijk een politieke keuze te geven, moeten de Europese verkiezingen aan de hand van Europese kieslijsten worden gehouden. D66 pleit ervoor dat de kiezer daarbij één stem voor een lijst krijgt en één stem voor een vertegenwoordiger uit eigen district.

7. De verdere uitbreiding van de Europese Unie kan niet zonder gevolgen blijven voor de Europese instellingen, in het bijzondere het Parlement. Daarom heeft het Verdrag van Amsterdam een maximum voor het aantal leden van het Parlement vastgesteld op 700. Verder moet de integriteit van de parlementsleden worden versterkt door het invoeren van een statuut. Verder moet D66 het voortouw blijven nemen voor een statuut voor de EP-leden en hun medewerkers waarin, onder andere, de (reis)kostenvergoedingen worden geregeld.

8. Brussel moet de zetel worden van Raad en Parlement.

Het sociale gezicht van Europa

9. De inwerkingtreding van de Europese Monetaire Unie is een majeure uitdaging voor de Unie. Zij draagt bij tot de werkelijke realisering van een interne markt en brengt ook prijsstabiliteit en lage rente met zich mee. Dat betekent meer keuze en lagere prijzen voor de consument, inkomenszekerheid voor werkenden en niet-werkenden en ruimte voor ondernemers om te investeren. D66 heeft zich altijd al ingespannen voor het tot stand komen van de EMU. De invoering van de Euro moet met zo min mogelijk problemen voor burger en bedrijven plaatsvinden.

10. De EMU geeft ook een opdracht aan de lid-staten en de Unie om de sociale cohesie te versterken, binnen de kaders van het stabiliteitspact. Met de invoeging van een hoofdstuk over de werkgelegenheid in het Verdrag van Amsterdam en de bepaling over de Economische en Monetaire Unie krijgen de 19 miljoen Europese werklozen de aandacht die zij verdienen. Elke lidstaat blijft weliswaar zijn eigen werkgelegenheidsbeleid bepalen maar houdt daarbij rekening met de op Europees niveau gecoördineerde strategie waarbij sociale randvoorwaarden en minimumnormen zijn verwoord. Over deze aansluiting tussen de sociale dimensie en de economie moet blijvend worden gewaakt.

11. Het Sociaal Handvest dient te voorzien in sociale minimumnormen voor bijvoorbeeld beloning, arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid en ontslagbescherming. Deze Europese sociale minimumnormen moeten nationale stelsels versterken in plaats van afzwakken. Op langere termijn is verdere afstemming, samenwerking en samenspel gewenst waardoor de sociale stelsels van de armere lidstaten toegroeien naar het niveau van de rijkere lidstaten. Daarbij is een zekere mate van beleidsconcurrentie en de nodige marktwerking geoorloofd, om rekening te houden met specifieke wensen en omstandigheden in de lid-staten.

12. D66 legt in een sociaal Europa de nadruk op de bestrijding van jeugd- en langdurige werkloosheid. Dit kan door te investeren in kennis en bredere inzetbaarheid, en bevordering van arbeidsparticipatie van jongeren en vrouwen. Gewerkt moet worden aan wet- en regelgeving voor het combineren van werk- en zorgtaken, verlofmogelijkheden en flexibele werkpatronen. D66 streeft bovendien die fiscale maatregelen na die bij werkgevers de aandacht voor scholing van personeel versterken, met name van laag opgeleiden en ouderen. Voorkomen moet worden dat werknemers al na hun 40e als onbruikbaar terzijde worden geschoven.

13. De sociale partners spelen een belangrijke rol in sociaal en werkgelegenheidsbeleid. Commissie, Raad van Ministers en Parlement moeten alle partners betrekken in de sociale dialoog. De dialoog moet zich onder meer richten op de gelijke waardering en beloning van mannen en vrouwen.

14. Veertig jaar na het Verdrag van Rome is het vrij verkeer van werknemers nog niet effectief gerealiseerd. Vestigingseisen en bureaucratische procedures vormen nodeloze belemmeringen voor burgers om over de grens te gaan werken. Om vraag en aanbod van arbeid in Europees verband beter op elkaar aan te sluiten is het van belang de interne mobiliteit te versterken. D66 vindt voorlichting, erkenning van diplomas en meer aandacht op talenonderwijs hiervoor een stap in de goede richting. Verder vindt D66 dat inspanningen op het gebied van uitwisseling van studenten en docenten en van Europese leerplanontwikkeling moet worden voortgezet. De vrije vestiging van EU burgers moet voor 2005 in alle lidstaten worden gerealiseerd.

15. Op dit moment zijn er ook nog teveel belemmeringen op het terrein van sociale zekerheid en pensioenen. Daarom dienen maatregelen te worden getroffen waarmee de opgebouwde aanspraak op pensioen en sociale zekerheid kunnen worden meegenomen naar een ander land. Zo kan een Europees stelsel van waarde-overdracht het zelfs mogelijk maken dat voorzieningen bij de oorspronkelijke uitvoerder blijven. Duidelijk is in ieder geval dat verdere samenwerking van sociale stelsels de interne mobiliteit zal versterken.

16. Samenwerkende sociale stelsels moeten een oplossing bieden voor de 'dubbele vergrijzing'. Er zijn steeds meer ouderen en deze ouderen worden steeds ouder. Slechts twee lidstaten (Nederland en het Verenigd Koninkrijk) maken op dit moment reserveringen voor aanvullende pensioenen. De overige lidstaten werken met een omslagstelsel waarbij de voorzieningen voor ouderen gedragen worden door steeds minder jongeren. Door vergelijkende studies en aanbevelingen zal de Unie bevorderen dat in stappen een meer duurzame oudedagsvoorziening in alle lid-staten wordt gerealiseerd.

17. Ziekenfondsen en zorgverzekeraars zullen meer mogelijkheden moeten bieden voor het gebruik van het persoonsgebondenbudget voor medische behandelingen in het buitenland.

18. D66 wil nu voor de totstandkoming van de Europese Monetaire Unie het begrotingsbeleid van de Europese lidstaten steeds verder op elkaar wordt afgestemd ook de verschillende fiscale stelsels op elkaar afstemmen om oneigenlijke concurrentie tussen landen tegen te gaan. Het gaat hierbij vooral om het vaststellen van minimale criteria voor heffingen op vermogen, ondernemingen en winst om te voorkomen dat lid-staten ondernemingen gaan aanlokken met gunstige fiscale voorwaarden.

19. Tegelijkertijd dient in de fiscale stelsels een verschuiving te komen van lasten op arbeid naar lasten op consumptie en produktie. Daarmee wordt arbeid goedkoper en wordt werkgelegenheid gestimuleerd.

Het groene hart van Europa

20. De ontwikkeling van een duurzame Europese economie betekent meer investeren in milieubeleid en het vernieuwen en milieuvriendelijker maken van de Europese samenleving. D66 stelt uitdrukkelijk dat hierbij niet de milieunormen die voor de economie het beste uitkomen moeten gelden, maar de normen die voor het milieu noodzakelijk zijn!

21. Een duurzame economie vereist andere produktie- en consumptiepatronen. Daarom wil D66 ook in Europees verband het belastingstelsel ecologiseren en de lasten op arbeid verschuiven naar lasten op die vormen van consumptie en produktie die ongunstiger zijn in gebruik van grondstoffen of milieuvervuiling dan denkbare alternatieven. Duurzame en arbeidsintensieve producten en diensten dienen te vallen onder de lage BTW schijf. Milieu-onvriendelijke producten onder een hoge.

22. Daarnaast is het van belang om op Europees niveau een 'groen BNP' te ontwikkelen om inzicht te krijgen in milieukosten en opbrengsten van milieubeleid. Ook is het van belang dat de Europese Unie actief de doelstellingen van Kyoto uitvoert en vertaalt in kaders waarbinnen de lid-staten van de Unie concrete actieplannen opstellen en uitvoeren.

23. D66 wil dat (landbouw)subsidies geleidelijk zodanig worden aangepast dat een eind wordt gemaakt aan negatieve ecologische effecten. De mogelijkheden om milieuvriendelijke produktievormen in de landbouw te bevorderen moeten worden uitgebreid.

24. D66 zal zich blijven inzetten voor aanscherping van het EU-milieubeleid en de integratie van dit beleid in andere beleidsterreinen als landbouw en verkeer en vervoer. Allereerst dient hiervoor het gemeenschappelijk landbouwbeleid marktconform te worden. De Europese consument betaalt zo niet langer prijzen die kunstmatig hoog worden gehouden. Gerichte inkomensondersteuning kan dan worden toegepast waar dit absoluut noodzakelijk en gewenst is. Ook moeten middelen worden ingezet voor de overgang naar meer milieuvriendelijke produktiemethoden. Hiermee wordt landbouw een gewoon onderdeel van de interne markt en komt begrotingsruimte vrij voor andere beleidsterreinen.

25. D66 staat voor een maatschappij waarin mens en dier in harmonie kunnen leven. Hiertoe zal een diervriendelijker veeteelt door de Europese richtlijnen een wettelijke vorm moeten krijgen in de lidstaten, aangezien economische drijfveren een dieronvriendelijke veeteelt in de hand werken. De veeteelt op kleinschalig bedrijven heeft ook een gunstig effect op de werkgelegenheid. Het vervoer van levende have moet in afstand, tijd en aantal uiterst beperkt worden. Ook dit dient in de Europese richtlijnen vastgelegd te worden.

26. Een duurzaam verkeer- en vervoersbeleid kenmerkt zich door een selectief gebruik van verplaatsingen. D66 wil dit bewerkstelligen door de kosten die met het verplaatsen samengaan in rekening te brengen. Een 'groen' Eurovignet kan voor wegtransport een eerste stap zijn. Spoorgoederenvervoer kan door verdere liberalisering doelmatiger worden en daarmee concurreren met transport over de weg Ook in het personenvervoer zullen maatregelen worden bevorderd om tot een verschuiving van individueel (weg) naar collectief (rail) vervoer te komen. Liberalisering moet echter gepaard gaan met investeringen in het Europese treininfrastructuur. Versnelde aanleg van HSL lijnen heeft hierbij de voorrang.

27. Dit kan ook bijdragen tot een verschuiving van lucht naar rail. Het is zaak dat de luchtvaart de kosten moet gaan dragen van vervuiling die het veroorzaakt. D66 pleit in dit verband voor drie concrete maatregelen op Europees niveau: per luchthaven opzetten van verhandelbare emissierechten voor geluid en luchtverontreiniging, invoering van een Europese belasting op kerosine en het invoeren van BTW op vliegtickets. Via het vaststellen van minimum niveaus voor landingsrechten zullen meer specifiek korte luchtverbindingen worden ontmoedigd. verhoging.

28. D66 wil dat de Europese Unie haar inspanningen opvoert om het milieu in Midden- en Oost-Europa te verbeteren. Verbetering van het milieu moet in ieder geval een rol spelen bij de uitbreiding van de Unie. De Unie moet bereid zijn de financiele middelen beschikbaar te stellen om de inspanning mogelijk te maken.

Verder werken aan een grotere democratische Unie

29. Uitbreiding van de Europese Unie brengt meer stabiliteit met zich mee en biedt de mogelijkheid voor verdere veiligheid en een meer gelijkmatige verdeling van welvaart. D66 kiest voor een snelle, maar zorgvuldige toetreding van de kandidaat-landen uit Midden- en Oost-Europa en Cyprus. Een belangrijke voorwaarde voor de toetreding tot de Unie vormt het respect voor de naleving van de rechten van de mens en bescherming van minderheden. Het is echter noodzakelijk om de Unie eerst voor te bereiden op deze uitbreiding. Dit betekent een slagvaardiger bestuur en een grondige hervorming van de Europese fondsen. In de toetredende landen betekent het ingrijpende aanpassingen van regelgeving, instituties en concurrentievermogen. Deze aanpassing zal het beslag op het budget van de Unie aanzienlijk vergroten, behalve indien de uitbreiding met relatief arme landen leidt tot een grondige verschuiving in de besteding van, vooral de structuurfondsen, in hun voordeel. Als de hervorming van de financiële huishouding van de Unie onvoldoende besparingen opleveren is een verhoging van het budget van de Unie bespreekbaar.

30. Wanneer andere Europese landen, bijvoorbeeld Turkije, eveneens aan de voorwaarden voldoen voor toetreding, worden zij aan de onderhandelingstafel uitgenodigd. Ook de kandidaat-landen die niet tot de eerste ronde toetreders behoren, moeten een reëel perspectief houden op afzienbare termijn. Zo snel mogelijk dienen economische en institutionele vormen van integratie te worden aangeboden.

Bestrijding van criminaliteit

31. Aan de schaduwkant van de economie profiteren ook criminelen van het wegvallen van de grenzen en de liberalisering van de interne markt. (Internationale) fraude en handel in mensen, wapens, drugs en kinderpornografie groeien mee.

32. Grensoverschrijdende (georganiseerde) criminaliteit kan alleen worden bestreden door hechtere samenwerking van justitie en politie in de Europese Unie. Europol speelt hierbij een essentiële rol. Het is voor D66 te overwegen om Europol executieve bevoegdheden te geven in de ondersteuning van de lokale politiediensten. Maar de democratische controle op Europol dient dan wel op korte termijn te worden neergelegd bij het Europees Parlement en het Europese Hof van Justitie. Op de lange termijn moet een Europees openbaar ministerie of een commissie van justitiële autoriteiten toezicht uitoefenen op Europol. Daarvoor is het echter een Europese coördinatie van strafrecht noodzakelijk.

Immigratie- en asielbeleid

33. Vrede, stabiliteit en welvaart oefenen begrijpelijk een grote aantrekkingskracht uit op velen die buiten de Unie wonen. D66 zal zich inzetten voor een toetsbaar asielbeleid dat transparante asielprocedures waarborgt en minimumnormen vastlegt voor opvang en bescherming van vluchtelingen en ontheemden. Asielzoekers mogen niet de dupe worden van elkaar tegenwerkende bureaucratieën. Anderzijds wil D66 voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van een gebrek aan afstemming binnen de Unie.

34. D66 vindt het daarom van groot belang de samenwerking te versterken op het gebied van asielbeleid maar ook bij het toekennen van Europese rechten aan buitenlanders die al lange tijd hier verblijven. D66 is een voorstander van een structurele aanpak van het asielbeleid op Europees niveau, 'Burden-sharing' en gemeenschappelijke financiering van de opvang die door een lidstaat wordt geboden.

Een eigen rol in de wereld

35. Doel van het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid (GBVB) is om de Europese Unie, als geheel van democratische en welvarende staten, een positieve rol in de wereld te laten spelen. Het EP heeft in de wereld veel aanzien gekregen door zijn consequente uitspraken met betrekking tot de schending van mensenrechten en zeer onmenselijke wapens, bijv. steun voor het verbieden van mijnen. Nu de impasse in het GBVB door de "minus een unanimiteit" is gedeblokkeerd in het verdrag van Amsterdam, dienen de EP uitspraken versterkt te worden door een doeltreffend en consistent mensenrechtenbeleid door de Unie.

36. Daarnaast is het een opdracht van de Unie om in haar buitenlands beleid de economische, sociale, bestuurlijke en politieke omstandigheden in ontwikkelingslanden te verbeteren. Een herijking en afstemming van het ontwikkelingsbeleid van de Unie en de lidstaten is dringend gewenst. Het is noodzakelijk om de markttoegang van de minst-ontwikkelde landen tot de Unie effectief te verbeteren. Globalisering van de economieën en verdere liberalisering van markten kunnen in het bijzonder de ontwikkeling van de armste landen bedreigen. Het ondersteunen van structurele aanpassingsprogramma's, het verlichten van schulden, het openen van de Europese Markt voor alle producten (ook landbouw-), het betalen van een goede prijs voor grondstoffen, het bevorderen van een investeringsklimaat, het ondersteunen van sociale sectoren als onderwijs en gezondheid en het bevorderen van goed bestuur en democratie worden gezien als de beste manier om armoede structureel te bestrijden. Samenwerking en coördinatie tussen de lidstaten en de Commissie dienen te worden versterkt. De inspanningen van de Unie op het gebied van noodhulp zijn succesvol gebleken en moeten worden voortgezet. Maar het helpen opzetten van een economische infrastructuur kan alleen gebeuren wanneer alle bewoners de kans krijgen om hun eigen omgeving vorm te geven en aan de nodige besluitvorming deel te nemen.

37. Het door de EMU versterkte Europese gezag moet worden aangewend om binnen het Internationaal Monetaire Fonds te pleiten voor een strakker wereldwijd toezicht op internationale geld- en kapitaalstromen. Dit bevordert de economische stabiliteit, waardoor alle economieën meer kans krijgen zich op een gezonde manier te ontwikkelen. De Europese Unie zal in de toekomst met één stem binnen de wereldbank en IMF moeten spreken.

38. Op het gebied van handelspolitiek dient in internationaal verband ook meer met één stem te worden gesproken. D66 wil hiervoor de bevoegdheid van de Unie om namens de lidstaten te spreken naar alle handelspolitieke activiteiten uitbreiden, zoals naar diensten en intellectuele eigendommen. Daarnaast kan de Commissie bij de besprekingen van de wereldhandelsakkoorden pleiten voor een neerwaartse harmonisatie van invoerrechten. Tenslotte zal de Europese Unie bevorderen dat internationale handel binnen verantwoorde sociale en milieu-voorwaarden plaatsvindt. Hier zal het instrumentarium van o.a. de ILO voor moeten versterkt. De Europese unie kan haar eigen bedrijfsleven ook hierop aanspreken via de sociale dialoog.

39. De burgers verwachten van de Unie dat ze slagvaardig is in haar buitenlands beleid. Daarom pleit D66 voor een Europees buitenlands beleid dat tot stand komt op basis van meerderheid van stemmen. Daarmee kan de Europese Unie in internationaal verband met één stem spreken. Het GBVB moet dan onderworpen worden aan de controle van het Europese Parlement. De Hoge Vertegenwoordiger van het GBVB moet geregeld verantwoording afleggen voor het EP.

40. De Unie zal in toenemende mate haar verantwoordelijkheid moeten nemen op het terrein van veiligheid. Daartoe dienen de taken van Westeuropese Unie (WEU) te worden ondergebracht bij de Europese Unie.

41. Een Europees veiligheidsbeleid moet zich niet ontwikkelen tot een concurrent van de NAVO. Het moet een kader zijn voor operaties waaraan de Noord-Amerikaanse NAVO-partners niet willen deelnemen. Een Europese defensiecapaciteit kan zich zo geleidelijk ontwikkelen. Maar een intensieve samenwerking met de NAVO blijft van belang.

Vijftig jaar Europa

42. Vijftig jaar vrede, veiligheid en economische stabiliteit hebben bijgedragen aan het succes van Europa. D66 vindt dat het nu tijd is om het Europese ideaal levend te houden. D66 wil op kritische wijze mee bouwen aan een Europa dat het vertrouwen van de burger verdient.


Samenvatting D66 Europees manifest

Een democratisch Europa
1. Er moet een Europese grondwet komen waarin de rechten van burgers duidelijk zijn vastgelegd.
2. D66 wil een Intergouvernementele conferentie voor 2002 om te komen tot een heldere en democratische structuur van de Unie. 3. D66 wil meer bevoegdheden voor het Europees Parlement door zeggenschap over alle uitgaven, en mede initiatiefrecht in wetgeving. 4. Commissarissen zijn individuele verantwoording schuldig aan het Europees Parlement.
5. Het Europees Parlement moet alleen in Brussel vergaderen. 6. Er moet een districtenstelsel voor het Europees Parlement komen met Europese kieslijsten.

Het sociale gezicht van Europa
7. De EMU is goed en moet er komen zonder problemen voor de consumenten.
8. Minimale sociale normen moeten bestaande sociale stelsels versterken.
9. Er moet een sterkere coordinatie in het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten komen.
10. Uitwisseling van werknemers en studenten moet bevorderd worden. De vrije vestiging van burgers uit de lidstaten van de Europese Unie moet in 2005 in alle lidstaten effectief zijn.
11. Pensioenrechten en aanspraak op sociale verzekeringen moeten overdraagbaar zijn tussen nationale stelsels.
12. Belastingconcurrentie tussen lidstaten moet worden voorkomen. Er moet en minimum niveaus voor belastingen op vermogen en winst worden ingesteld. Arbeid daarentegen minder belasten is goed voor de werkgelegenheid.

Het groene hart van Europa
13. D66 kiest voor duurzame ontwikkeling in de economie. 14. Milieuvriendelijk produceren moet relatief minder belast worden. 15. Landbouw moet snel marktconform met prikkels voor duurzame en milieuvriendelijke landbouw.
16. Meer vervoer via rail bevorderen door liberalisering en grootschalige investeringen.
17. Luchtvaart binnen de EU afremmen door BTW op tickets en accijns op kerosine.
18. Meer Europese Unie-geld en stappenplan voor milieu bij uitbreiding van de Unie.

Internationaal solidair en veilig Europa
19. Uitbreiding snel maar zorgvuldig.
20. Uitbreiding vereist hervorming van structurele fonds ten gunste van nieuwe toetreders.
21. Er moet snel een Europees asielbeleid komen. 22. Finaciering van opvang asielzoekers uit Europees budget. 23. Europol moet executieve rol spelen in bestrijden van grensoverschrijdende criminaliteit met controle van het Europees Parlement.

Eigen rol in de wereld
24. Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid moet snel gestalte krijgen met controle van het Europees Parlement. 25. Meer Europese afsteming in ontwikkelingssamenwerking. 26. De Europese Unie moet een stem krijgen in internationale financiele organisaties IMF en Wereldbank.
27. Meer Europese defensiesamenwerking binnen NAVO.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie