Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Besluiten Europese Raad - Interne Markt

Datum nieuwsfeit: 18-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten


2163. Raad - INTERNE MARKT

Press Release: Brussels (25-02-1999) - Nr. 6215/99 (Presse 55)


Voorzitter: de heer Lorenz SCHOMERUS , Staatssecretaris, ministerie van Economische Zaken en Technologie van de Bondsrepubliek Duitsland

DEELNEMERS

BESPROKEN PUNTEN

FOLLOW-UP VAN HET ACTIEPLAN VOOR DE INTERNE MARKT

en

EENVOUDIGER REGELGEVING VOOR DE INTERNE MARKT (SLIM)/BETERE

REGELGEVING

ECONOMISCH HERVORMINGSPROCES VAN CARDIFF - INTERNEMARKTASPECTEN


- Conclusies van de Raad

VOLGRECHT VAN DE KUNSTENAAR

PARALLELIMPORTEN/UITPUTTING VAN MERKRECHTEN

OCTROOIEN/MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

GROENBOEK OVER DE BESTRIJDING VAN NAMAAK EN PIRATERIJ

VERRICHTEN VAN GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTEN IN DE EU DOOR ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN

DIVERSEN

Voorstel voor een verordening betreffende Gemeenschapsmodellen

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België
:

de heer Jean-Louis SIX

Plaatsvervangend Permanent Vertegenwoordiger

Denemarken
:

de heer Jørgen ROSTED

Staatssecretaris van Industrie

Duitsland
:

de heer Lorenz SCHOMERUS

Staatssecretaris, ministerie van Economische Zaken en Technologie

Griekenland
:

de heer Adamantios VASSILAKIS

Plaatsvervangend Permanent Vertegenwoordiger

Spanje
:

de heer Ramón de MIGUEL y EGEA

Staatssecretaris voor het Buitenlands Beleid en voor de Europese Unie

Frankrijk
:

de heer Philippe ETIENNE

Plaatsvervangend Permanent Vertegenwoordiger

Ierland
:

de heer Tom KITT

Onderminister van Ondernemingen, Handel en Werkgelegenheid (belast met arbeidsvraagstukken, consumentenrechten en internationale handel)

Italië
:

de heer Enrico LETTA

Minister van Europese Zaken

Luxemburg
:

mevrouw Lydie ERR

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Samenwerking

Nederland
:

de heer Dick BENSCHOP

de heer Gerrit YBEMA

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Staatssecretaris van Economische Zaken

Oostenrijk
:

de heer Johann FARNLEITNER

Minister van Economische Zaken

Portugal
:

de heer Francisco SEIXAS da COSTA

Staatssecretaris van Europese Zaken

Finland
:

de heer Jan STORE

Plaatsvervangend Permanent Vertegenwoordiger

Zweden
:

de heer Leif PAGROTSKY

Minister van Handel, bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken

Verenigd Koninkrijk
:

Lord SIMON of Highbury

Minister van Handel en Mededingingsbeleid in Europa


* * *

Commissie
:

de heer Mario MONTI

Lid

FOLLOW-UP VAN HET ACTIEPLAN VOOR DE INTERNE MARKT

en

EENVOUDIGER REGELGEVING VOOR DE INTERNE MARKT (SLIM)/BETERE REGELGEVING

De Raad hield een publiek debat - door middel van een videoverbinding naar de perskamer doorgestuurd - over de follow-up van het actieplan voor de interne markt en over vereenvoudiging van de regelgeving, inclusief het SLIM-initiatief.

Wat het actieplan betreft, kwam commissaris MONTI bij een eerste evaluatie tot de slotsom dat het over het algemeen met succes was uitgevoerd. De interne markt is nu goeddeels gerealiseerd en ondersteunt het beleid van de Gemeenschap in tal van sectoren. Terwijl de inspanningen tot dusver waren gericht op het voltooien van de interne markt, moet in de toekomst vooral worden gewerkt aan een beter functioneren ervan. De Commissie vond dan ook dat er geen behoefte is aan een nieuw actieplan maar zou liever zien dat er strategische doelstellingen komen die geregeld worden getoetst. Het scorebord van de interne markt, dat verder elk halfjaar zal worden gepubliceerd, blijft een belangrijk instrument voor het toezicht op het functioneren van de interne markt en het opsporen van problemen. Tenslotte kondigde de heer MONTI aan dat de Commissie vóór de eerstkomende Raad Interne Markt in juni 1999 een mededeling zal voorleggen waarin het actieplan wordt beoordeeld, en waarin tevens haar ideeën staan wat betreft de doelstellingen van de interne markt die de komende jaren verwezenlijkt moeten worden.

Een aantal delegaties benadrukte dat één van de belangrijkste doelstellingen nu zou moeten zijn ervoor te zorgen dat de internemarktwetgeving werkelijk wordt uitgevoerd en gehandhaafd. Het voorstel van de Commissie om doelstellingen op middellange termijn te bepalen voor de verdere verbetering van de werking van de interne markt, kreeg bij de bespreking ruime steun. Verscheidene delegaties waren van mening dat de interne markt voor de Europese burgers nog niet alle beloofde resultaten heeft opgeleverd. Verscheidene ministers waren er dan ook vast van overtuigd dat strategische doelstellingen moeten worden bepaald die leiden tot tastbare verbeteringen voor zowel het bedrijfsleven als de burgers. Verscheidene ministers wezen op specifieke kwesties of sectoren die zij bij uitstek geschikt achten om tot een beter functionerende interne markt te komen. De voorstellen betreffende een statuut van de Europese vennootschap en elektronische handel werden meermalen genoemd, net als overheidsopdrachten, wederzijdse erkenning en nauwere samenwerking inzake belastingaangelegenheden.

Wat het SLIM-initiatief betreft, wees de heer MONTI erop dat tot dusver een specifieke evaluatie is uitgevoerd over 14 sectoren met het oog op verbetering en/of vereenvoudiging van de communautaire wetgeving. De Commissie zal binnenkort met voorstellen komen naar aanleiding van aanbevelingen van de SLIM (fase 3)-teams inzake communautaire verzekeringswetgeving en de richtlijn inzake elektromagnetische compatibiliteit. Een voorstel om de voorschriften van de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels te vereenvoudigen, ligt al bij de Raad. Wat SLIM 4 betreft, zei de heer MONTI dat de aanbevelingen van de deskundigen (over vennootschapswetgeving, wetgeving inzake voorverpakking en gevaarlijke stoffen) in mei worden verwacht. Hij stelde ook voor om, zodra de vierde fase afgerond is, een algemene evaluatie van het gehele SLIM-initiatief te maken.

De meeste ministers vestigden er de aandacht op dat het lang duurt voor de aanbevelingen van de SLIM-teams tastbare resultaten opleveren en onderstreepte dat dit sneller moet gaan. Algemeen was men het eens met het voorstel van de Commissie voor een algemene evaluatie. Verscheidene sprekers hadden belangstelling voor een voortzetting van het SLIM-initiatief. Sommige sprekers stelden onderwerpen voor de vijfde fase voor.

Ter afronding van de besprekingen constateerde Raadsvoorzitter SCHOMERUS dat er een consensus was over een verbintenis om nieuwe uitdagingen aan te gaan en nieuwe doelstellingen te bepalen om het functioneren van de interne markt verder te verbeteren en aan te passen aan het nieuwe klimaat van toegenomen transparantie en grotere concurrentiedruk ten gevolge van de invoering van de euro. Geloofwaardigheid moet een richtsnoer zijn: het is belangrijk om doelen te bepalen waaraan de concrete resultaten van de Gemeenschap kunnen worden afgemeten. Ook met betrekking tot SLIM is geloofwaardigheid een element dat in aanmerking moet worden genomen: de gevolgen van de vereenvoudiging moeten tastbaar zijn voor zowel het bedrijfsleven als de burgers. De voorzitter van de Raad constateerde dat alle delegaties het erover eens waren dat toekomstige besprekingen een meer interactief karakter moeten hebben: de besluitvormers moeten zich meer inspannen om de burgers en de marktdeelnemers te informeren over de mogelijke voordelen van de interne markt en ook rekening te houden met hun reactie op bezorgdheden en verwachtingen.

Het actieprogramma voor de Interne Markt
werd in juni 1997 door de Commissie ingediend; het bevat een lijst van acties die voor januari 1999 op vier gebieden moeten worden ondernomen:

- het doeltreffender maken van de regels;
- de opheffing van de voornaamste marktverstoringen;
- de opheffing van sectorale belemmeringen voor marktintegratie;
- de totstandbrenging van een interne markt die alle burgers ten goede komt.

Het SLIM (eenvoudiger regelgeving voor de interne markt) initiatief ging van start in 1996 en functioneert als volgt: kleine groepen deskundigen en gebruikers komen informeel bijeen om een bepaald gedeelte van de wetgeving te bezien (een of meer wetgevingsteksten over een bepaald onderwerp). Binnen enkele maanden stellen deze groepen vast wat de problemen zijn en doen zij aanbevelingen aan de Commissie over de vereenvoudiging en verbetering van de wetgeving. Om deze aanbevelingen in echte vereenvoudiging om te zetten, moet de Commissie een formeel voorstel doen aan de wetgevingsautoriteit (de Raad, in sommige gevallen samen met het Europees Parlement) die het dan in behandeling neemt volgens de normale wetgevingsprocedures.

ECONOMISCH HERVORMINGSPROCES VAN CARDIFF - INTERNEMARKTASPECTEN

De Raad besprak uitvoerig de internemarktaspecten van het economisch hervormingsproces dat in juni 1998 door de Europese Raad in Cardiff op gang werd gebracht. De Raad herinnerde eraan dat de Europese Raad had besloten dat, gelet op de toegenomen doorzichtigheid en de grotere concurrentiedruk ten gevolge van de EMU de markten (goederen, diensten en kapitaal) beter moeten gaan functioneren en dat daartoe structurele hervormingen nodig zijn. De Europese Raad was ingenomen met de procedure die de ECOFIN-Raad had goedgekeurd, namelijk dat de lidstaten en de Commissie aan het eind van ieder jaar, wanneer de globale richtsnoeren voor het economisch beleid worden opgesteld, een rapport indienen over producten (goederen en diensten) en kapitaalmarkten.

Tijdens de Raad Interne Markt van 7 december 1998 was overeengekomen vanuit het perspectief van de interne markt een bijdrage te leveren aan de bespreking van deze richtsnoeren door de ECOFIN-ministers; de Europese Raad van Wenen begroette zo een bijdrage.

Sindsdien werden een eerste reeks nationale verslagen alsmede het "Cardiff I"-verslag van de Commissie ("Economische hervormingen: verslag over de werking van communautaire producten en kapitaalmarkten") besproken, wat heeft geleid tot voorstellen voor verdere acties in acht horizontale sectoren: het wettelijke en bestuurlijke kader, mededinging en overheidssteun, parallelhandel, technische handelsbelemmeringen, nutsdiensten, diensten en het MKB.

Op grond van deze besprekingen heeft de Raad Interne Markt de volgende conclusies eenparig goedgekeurd, die zijn bijdrage vormen tot de opstelling van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van
1999:

"De Raad,

overwegende dat de interne markt als spil van de economische integratie van Europa een nieuwe dimensie heeft gekregen door de invoering van de gemeenschappelijke munt;

overwegende dat, overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Cardiff, de voordelen van de economische en monetaire unie en van de Europese interne markt alleen ten volle aan alle burgers van Europa ten goede kunnen komen via een strategie ter bevordering van de werkgelegenheid door vergroting van het concurrentievermogen en economische en sociale samenhang in een kader van macro-economische stabiliteit;

overwegende dat grotere doorzichtigheid van de prijzen en meer mededinging in het kader van de economische en monetaire unie de nog bestaande structurele tekortkomingen duidelijker aan het licht brengen;

overwegende dat derhalve regelmatig een grondige analyse van de ontwikkelingen op de product- en kapitaalmarkten moet worden verricht, zodat dergelijke structurele zwakheden doeltreffender kunnen worden aangepakt;

overwegende dat daarbij de verenigbaarheid van maatregelen op het gebied van de interne markt met alle andere relevante beleidsterreinen, en met name het economisch en maatschappelijk evenwicht, in aanmerking dienen te worden genomen;

overwegende dat de Europese Raad van Cardiff en die van Wenen derhalve een proces op gang hebben gebracht dat tot een doeltreffende coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten moet leiden;

overwegende dat de Raad in het kader van die strategie een eerste analyse gemaakt heeft van de verslagen van de lidstaten en de Commissie over het functioneren van de product- en kapitaalmarkten vanuit het oogpunt van de interne markt;

overwegende dat uit deze analyse, op basis van de werkzaamheden van de Commissie en van de lidstaten, zoals genoemd in de nota van het voorzitterschap van 3 februari 1999 (doc. 5745/99 MI 11), blijkt dat bij de opstelling van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid belang moet worden gehecht aan de micro-economische aspecten;

overwegende dat dergelijke analyses deel zullen uitmaken van een doorlopend proces,

IS TOT DE VOLGENDE CONCLUSIES GEKOMEN:

1. De door de lidstaten en de Commissie ingediende verslagen over het functioneren van de product- en kapitaalmarkten bevestigen dat aanzienlijke vooruitgang is geboekt bij de ontwikkeling van de interne markt door het wegnemen van handelsbelemmeringen en het openstellen van de nationale markten voor meer mededinging, wat wordt aangetoond door een aanzienlijke toename van de intra-EU-handel, diversificatie van de handel en een waarneembare mate van prijsconvergentie. Deze positieve ontwikkeling is vooral het het resultaat van het Actieprogramma voor de Interne Markt en de duidelijke politieke verbintenis van de lidstaten en de Commissie om de doelstellingen van dat actieprogramma, met name een snellere uitvoering van de interne-marktwetgeving en een betere handhaving van die wetgeving, te verwezenlijken.
2. Er blijven evenwel nog steeds handelsbelemmeringen en structurele tekortkomingen bestaan, die een hinderpaal vormen voor de integratie en de doeltreffendheid van de markt en verhinderen dat de burgers en de ondernemingen ten volle profijt kunnen trekken van de interne markt. Derhalve zijn zowel op nationaal als op communautair niveau resolute maatregelen vereist om de resterende belemmeringen weg te nemen en de structurele ontwikkelingen en economische prestaties van de markten nauwgezet te volgen.
Alleen wanneer de interne markt optimaal functioneert, kan het macro-economisch beleid zijn volledige potentieel inzake groter concurrentievermogen en een hogere productiviteit, meer macro-economische stabiliteit, duurzame groei en werkgelegenheid ontwikkelen, en zodoende een evenwichtige economische ontwikkeling bewerkstelligen. De vereiste structurele aanpassingen moeten sneller worden doorgevoerd. In dat verband moet rekening worden gehouden met de sociale aanvaardbaarheid en relevante terreinen van het Gemeenschapsbeleid, zoals economische en sociale samenhang en bescherming van consument en milieu.

3. Tegen deze achtergrond heeft de Raad de volgende gebieden aangemerkt waarop op nationaal en EU-niveau verdere actie vereist is.

= Een beter regelgevingsklimaat


- De lidstaten bevestigen hun verbintenis inzake volledige omzetting van de communautaire wetgeving zonder verdere vertraging, met name door middel van een betere uitvoering van de reeds overeengekomen nationale tijdsschema's voor de omzetting. Een volledige administratieve uitvoering en een efficiënte handhaving van de regels van de interne markt zijn van even groot belang.
- Op nationaal en communautair niveau moet gestreefd blijven worden om het wettelijke en administratieve kader te vereenvoudigen en te verbeteren. Minder ingewikkelde en gebruiksvriendelijker regels zullen de administratieve rompslomp en de kosten voor het bedrijfsleven, vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen, verminderen en derhalve gunstiger voorwaarden creëren voor het ondernemerschap en de werkgelegenheid. Initiatieven van de Gemeenschap, zoals SLIM, BEST en Business Test Panels spelen samen met de nationale inspanningen om de regelgeving te vereenvoudigen en te verbeteren een belangrijke rol op dit gebied en moeten worden voortgezet om in de gehele Europese Unie tot een systematischer en samenhangender aanpak inzake hervorming van de wetgeving te komen die aan alle economische actoren ten goede komt. De bevordering van een wetgevings- en administratief kader dat bijdraagt tot een grotere efficiëntie van de markt moet de positieve resultaten van het communautair acquis nog versterken.

= Verbetering van het mededingingsklimaat

- Een correcte en consequente toepassing van de communautaire en nationale mededingingsregels is onontbeerlijk. De controlerende rol van de Commissie is daarbij van cruciaal belang, maar ook de lidstaten moeten hun beleid waar nodig aanscherpen.


- Een diepgaand onderzoek op communautair niveau naar de effecten van overheidssteun op de concurrentie en de werking van de markten is nodig om ongerechtvaardigde verstoringen in de verbeterde interne markt en de nieuwe economische omstandigheden te voorkomen. Voor een betere economische doeltreffendheid in de Gemeenschap zijn doorlopende inspanningen vereist om het totale niveau van overheidssteun die concurrentieverstoringen inhoudt, te verlagen en om te vormen tot doorzichtige maatregelen waarmee wordt gestreefd naar doelstellingen als werkgelegenheid, die in het algemeen belang zijn. De rol van de Commissie bij de controle en evaluatie van de overheidssteun is van wezenlijk belang, vooral wat de maatregelen betreft die de concurrentievervalsing wellicht het meest in de hand werken. De Raad zal de vorderingen van de lidstaten op dit gebied op gezette tijden bezien.


- De Raad erkent het belang van de slagkracht van de Europese economie, van een doeltreffende, concurrerende interne markt voor nutsdiensten, waarin voldoende rekening wordt gehouden met de verplichtingen van universele dienstverlening. De Raad benadrukt dat de lidstaten erop moeten toezien dat de richtsnoeren die bedoeld zijn om de concurrentie in bepaalde sectoren te vergroten teneinde de werking van de interne markt te verbeteren, volledig toegepast en nageleefd worden. De sectoren waar de liberalisering het verst gevorderd is, zoals telecommunicatie en delen van de vervoersector, beginnen voor de economische actoren in verschillende mate reeds tastbare voordelen op te leveren. De lidstaten worden aangespoord de kansen te benutten die zich voordoen nu de opening van de energiemarkten voor een grotere concurrentie voor de deur staat. Op nationaal en communautair vlak zijn voorts even grote inspanningen nodig om te bewerkstelligen dat ook andere markten in alle lidstaten geleidelijk voor concurrentie worden opengesteld; daarbij moet rekening gehouden worden met de specifieke kenmerken van elke sector, met inbegrip van geografische factoren. Daartoe zal de Raad bijzondere aandacht blijven besteden aan kwesties als de voltooiing van en de toegang tot de netwerken (vooral aansluitingen en grensoverschrijdende verbindingen) en de rol van regelgevende instanties. De Raad verzoekt de Commissie om in toekomstige verslagen bijzondere aandacht te schenken aan het effect - met name op groei en werkgelegenheid - van de opening van de markten in die sectoren, zodat de dienstverlening van algemeen economisch belang gewaarborgd is en voorkomen wordt dat er hinderpalen voor de werking van de interne markt en de toepassing van de mededingingsregels ontstaan.


- De Raad herinnert aan zijn conclusies van 18 mei 1998 inzake overheidsopdrachten en benadrukt nogmaals het belang van een volledige en tijdige uitvoering en correcte toepassing in alle lidstaten van de desbetreffende richtlijnen en begeleidende maatregelen. De Raad verzoekt de Commissie de door haar aangekondigde voorstellen zo spoedig mogelijk in te dienen. De Raad zal de behandeling ervan nog dit voorjaar voortvarend ter hand nemen, met als doel de voordelen van meer mededinging volledig te benutten, ook uit het oogpunt van de begrotingen van de lidstaten.


- Er moet worden voortgezocht naar oplossingen voor de problemen in verband met restricties ten aanzien van parallelhandel. De Raad zal ook de bevindingen van de door de Commissie verrichte studie naar de uitputting van intellectuele eigendomsrechten in beschouwing nemen; daarbij zal hij een correcte verhouding tussen de belangen van de houders van rechten en van de consument nastreven.

= Opheffing van resterende handelsbelemmeringen
- Naast harmonisatie en onderlinge aanpassing van de wetgeving is effectieve toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning cruciaal voor de opheffing van technische handelsbelemmeringen. Publieke en private instanties en de instanties die belast zijn met typegoedkeuring, certificatie en beproeving moeten samenwerken om het beginsel van wederzijdse erkenning beter te doen naleven. De Raad ziet met veel belangstelling de door de Commissie aangekondigde mededeling hierover tegemoet; hij zal deze aandachtig bestuderen om de markten voor goederen en diensten beter te doen functioneren.


- Om de ontwikkeling van Europese normen te bevorderen en de resterende technische handelsbelemmeringen doeltreffender te kunnen aanpakken, moeten de werkzaamheden bij de bevoegde publieke en private instanties op nationaal en Europees vlak, alsmede bij de Commissie en in de lidstaten, worden opgevoerd.

= Betere prestaties in de dienstensector

- Om de voordelen en het economisch potentieel van de interne markt in de dienstensector volledig te benutten is extra werk noodzakelijk; meer bepaald dienen de lidstaten de communautaire wetgeving op dit gebied volledig en tijdig toe te passen. Er moet een oplossing komen voor de nog altijd sterk gefragmenteerde dienstenmarkten in de EU, het consumentenvertrouwen moet toenemen en grensoverschrijdende dienstenverrichting moet makkelijker worden. De Raad hecht bijzonder veel belang aan de ontwikkeling van een wettelijk kader voor de elektronische handel, dat rekening houdt met alle belangen, en zal daar resoluut naar toe werken.
- De Raad wijst erop dat het vermogen van de interne markt om optimaal te functioneren in ruime mate bepaald wordt door de beschikbaarheid van passende en efficiënte financiële diensten, waaronder risicokapitaal, voor alle segmenten van het bedrijfsleven en vooral voor het MKB.

=
Er moet de nodige aandacht worden besteed aan de nationale belastingstelsels en het effect daarvan op de werking van de interne markt, met name aan de constante noodzaak van gecoördineerde actie op Europees niveau bij de bestrijding van schadelijke belastingconcurrentie.

=
Ofschoon de situatie van het midden- en kleinbedrijf, dat gebaat is bij een goed functionerende interne markt, aandacht krijgt in de analyse van de diverse punten die in deze conclusies aan bod komen, onderstreept de Raad dat verbetering van het ondernemingsklimaat voor het MKB als centraal element van een consistente groei- en werkgelegenheidsstrategie van belang is. Daartoe dient onder meer het innoverend vermogen van het MKB te worden versterkt, bijvoorbeeld door kennis toegankelijker te maken.


4. In het licht van de tot dusverre met het Cardiff-proces opgedane ervaring verzoekt de Raad het Comité van Permanente Vertegenwoordigers na te gaan hoe de procedures voor de opstelling en behandeling van de toekomstige verslagen van de lidstaten en de Commissie kunnen worden verbeterd. De Raad wijst erop dat de nationale verslagen homogener van structuur moeten zijn en moeten worden behandeld volgens een tijdschema dat de beraadslagingen in de Raad vergemakkelijkt; bovendien moet nauwer worden samengewerkt bij de verzameling van statistieken en andere gegevens die steun bieden bij het toezien op de werking en de prestaties van de markten.


5. De Raad (Interne Markt) zal, op basis van deze conclusies en de door de Commissie aan te dragen suggesties, nagaan hoe de werkzaamheden betreffende de interne markt na afloop van het actieprogramma voor de interne markt gestalte moeten krijgen waarbij voorrang zal worden gegeven aan initiatieven die zijn toegesneden op beter geïntegreerde en efficiënter werkende markten. Doel daarbij is de burger en het bedrijfsleven ten volle te doen profiteren van de voordelen van de interne markt.


6. Om de vorderingen bij de totstandbrenging van een volledig geïntegreerde interne markt, onder meer op de hierboven besproken terreinen, in het oog te kunnen houden, verzoekt de Raad de Commissie om de daartoe dienende instrumenten en procedures verder te ontwikkelen en daarbij vooral te putten uit de ervaring die tot dusverre is opgedaan met het scorebord voor de interne markt.


7. Overeenkomstig het mandaat van de Europese Raad van Wenen is de Raad (Interne Markt) het erover eens dat deze conclusies zijn bijdrage aan de opstelling van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid vormen."

VOLGRECHT VAN DE KUNSTENAAR

De Raad besprak het voorstel voor een richtlijn betreffende het volgrecht ten behoeve van de auteur van een oorspronkelijk kunstwerk. Het voorzitterschap nam er nota van dat er al een brede consensus is over het voorstel. Gelet op de blijvende moeilijkheden van sommige lidstaten, nam het er ook nota van dat een aantal openstaande kwesties nog verder besproken moeten worden. De Raad verzocht daarom het Comité van Permanente Vertegenwoordigers de besprekingen voort te zetten zodat spoedig een akkoord kan worden bereikt.

Het volgrecht is het recht van de auteur of zijn erfgenamen om een vergoeding te krijgen gebaseerd op de verkoopprijs die wordt verkregen bij elke verkooptransactie van het werk na de eerste overdracht door de auteur.

De ratio van dit voorstel is dat, hoewel in de wetgeving van de meeste lidstaten in het volgrecht is voorzien, de bestaande wetgeving bepaalde verschillen vertoont, met name ten aanzien van de betrokken werken, de gerechtigden, het toegepaste percentage, de verrichtingen waarop het recht van toepassing is, alsmede ten aanzien van de berekeningsgrondslag ervan. Duidelijk is dat het al dan niet toepassen ervan een van de factoren vormt die bijdragen tot het ontstaan van concurrentievervalsingen en tot het naar elders binnen de Gemeenschap verplaatsen van verkopingen; de verschillen met betrekking tot de toepassing van het volgrecht hebben een nadelige invloed op de goede werking van de interne markt van kunstwerken.

Vier lidstaten (Oostenrijk, Ierland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk) kennen geen volgrecht. Luxemburg heeft het in beginsel in zijn wetgeving opgenomen maar nog niet de uitvoeringsmaatregelen aangenomen om het toe te passen.

PARALLELIMPORTEN/UITPUTTING VAN MERKRECHTEN

De Raad nam nota van het mondeling verslag van Commissaris MONTI over de resultaten van de studie over de uitputting van aan merken verbonden rechten en van het voornemen van de Commissie om de lidstaten te raadplegen en alle bij dit onderwerp betrokken partijen te horen. Na een lange bespreking verzocht de Raad het Comité van Permanente Vertegenwoordigers om de resultaten van deze studie te bekijken zodra het volledige verslag van de Commissie daarover beschikbaar is, zodat tijdens de Raad Interne Markt in juni 1999 een grondig debat over dit onderwerp kan plaatsvinden.

OCTROOIEN/MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

Commissaris MONTI gaf in de Raad een toelichting bij de onlangs aangenomen mededeling inzake de follow-up van het Groenboek over octrooien. In deze mededeling geeft de Commissie een uitvoerige evaluatie van de raadpleging over het Groenboek en kondigt zij een nieuwe aanpak aan om de mogelijkheid voor het verkrijgen van octrooibescherming in de EU te verbeteren.

GROENBOEK OVER DE BESTRIJDING VAN NAMAAK EN PIRATERIJ

De Raad nam ook nota van de toelichting van de heer MONTI bij dit Groenboek, dat de Commissie in oktober ll. heeft aangenomen. Bij de publicatie daarvan vier maanden geleden, begon de Commissie met een uitvoerigere raadpleging van alle betrokken partijen en instellingen. Doel van deze raadpleging, die eind maart afgerond moet zijn, is de economische gevolgen van namaak en piraterij in de Interne Markt te beoordelen, na te gaan of de wetgeving op dit gebied doeltreffend is en een aantal initiatieven voor te stellen om de toestand te verbeteren.

Sommige delegaties en de Commissie wezen erop dat het belangrijk is dat op dit punt vooruitgang wordt geboekt, gelet op de gevolgen van deze kwestie voor de uitputting van merkrechten betreffende parallelimporten van authentieke merkartikelen.

VERRICHTEN VAN GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTEN IN DE EU DOOR ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN

Commissaris MONTI diende twee richtlijnvoorstellen in die gericht zijn op de vergemakkelijking van het vrij verrichten van diensten in de Gemeenschap en op de verduidelijking van de rechtspositie van onderdanen van derde landen die zulke grensoverschrijdende diensten verrichten.

De voorstellen betreffen niet-EU-onderdanen die als zelfstandige of als werknemer in een lidstaat werken, en hun diensten willen aanbieden in een andere lidstaat dan die waar zij verblijven, of door hun werkgever tijdelijk ter beschikking zijn gesteld van een ander EU-land. De voorstellen voorzien in de invoering van een "EG-kaart voor het verrichten van diensten" die een garantie zou zijn voor de rechtspositie van deze personen. Die kaart zou zelfstandigen ook vrijstellen van de verplichting om zich in een andere lidstaat als zelfstandige te laten registreren.

DIVERSEN

Voorstel voor een verordening betreffende Gemeenschapsmodellen

Op verzoek van de Spaanse delegatie, zei de Commissie te verwachten dat het gewijzigde voorstel voor een verordening betreffende Gemeenschapsmodellen door de Commissie eind april of begin mei 1999 zal worden aangenomen. De Commissie wijzigt haar oorspronkelijke voorstel dat eind 1993 was ingediend om rekening te houden met de definitieve versie van de modellenrichtlijn die in oktober 1998 is aangenomen. Zodra de verordening is aangenomen, zal het Gemeenschapsmodel worden beheerd door het Bureau voor harmonisatie binnen de Interne Markt (merken, tekeningen en modellen) in Alicante.


/newsroom/press/c/ACFD1.htm

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie