Rijks Universiteit Groningen
Levensgeschiedenisbeslissingen van scholeksters
Geboren met een zilveren lepel
Scholeksters kunnen de sociale status van hun ouders overerven: ze worden
#met een zilveren lepel# geboren. Of hun dit uiteindelijk een beter bestaan
garandeert, is de vraag. Ook blijken scholekster-vrouwtjes in sommige
gevallen bij mannetjes #veelwijverij# af te dwingen. Op korte termijn
levert dat niets op, maar ze vergroten wel hun kansen op een betere toe-
komst. Gedragsbioloog Dik Heg komt tot deze conclusies in zijn onderzoek
naar de scholeksterpopulatie op Schiermonnikoog. Hij promoveert op 22 maart
1999 aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Waar moet ik me vestigen? Met wie moet ik jongen maken? Hoeveel moet ik in
mijn jongen investeren? Het zijn beslissingen over de levensgeschiedenis in
de dieren- en mensenwereld. In de natuur bestaat een enorme diversiteit aan
mogelijke oplossingen. De scholekster blijkt zijn eigen - en steeds nieuwe
-levensgeschiedenisbeslissingen te nemen. De vogels proberen hun levens-
stijl aan te passen aan de locale omstandigheden om een zo groot mogelijk
nageslacht op de wereld te zetten.
Zilveren lepel
Scholeksters broeden op de kwelder en eten op het wad. De veelal monogame
paartjes werken eendrachtig samen om hun territorium te verdedigen, eieren
uit te broeden en jongen te voeren. Belangrijk is de kwaliteit van hun
territorium. Vlak naast het wad is de beste plek. Dit heet een #hokkerter-
ritorium#. Zo#n territorium garandeert ongeveer 0,65 jongen per paar per
jaar. Een #wipper-territorium# ligt verder op de kwelder en levert een
scholeksterpaar 0,20 jongen per jaar. Jongen blijken de sociale status van
hun ouders te overerven. Heg: #Ze worden, zoals de Britten het zeggen, met
een zilveren lepel geboren#. Jonge hokkers veroveren vaak een hokkerterri-
torium. Maar als je als wipper geboren bent, word je bijna nooit een
hokker.
#Veelwijverij#
Vrouwtjes die weduwe geworden zijn of nooit tot broeden zijn gekomen,
proberen met geweld hun buurvrouwen te verjagen. Deze bloedige gevechten
eindigen soms in een #patstelling#: ze kunnen niet van elkaar winnen, maar
geven geen van tweeen op. De man heeft nu twee vrouwtjes. Bij #agressieve
polygynie# maken beide vrouwtjes elk een nest. In andere gevallen stoppen
de vrouwtjes hun vijandelijke acties en gaan met het mannetje op een nest
verder: #cooperatieve polygynie#. In beide gevallen gaan de legsels groten-
deels of helemaal verloren. De eieren koelen af of vallen ten prooi aan
rovers. #In het eerste seizoen levert de #veelwijverij# geen van de drie
vogels voordeel op. Maar de indringster heeft een volgend seizoen wel meer
kans op een betere territoriumplek,# aldus de promovendus.
Lesbische relaties
Scholeksters copuleren vaak en opzichtig met elkaar. In het geval van een
trio gaan ook de beide vrouwtjes een lesbische relatie met elkaar aan. #Ik
heb ontdekt dat dit copuleren meer een signaalfunctie heeft dan een voort-
plantingsfunctie. Het moet indringers afschrikken,## verklaart de promoven-
dus. #Copuleren betekent zoiets als #Eendracht maakt macht#. Wij horen bij
elkaar en zullen onszelf, indien noodzakelijk, verdedigen.#
#Fingerprints# en koperen eieren
Dik Heg voerde zijn onderzoek uit onder vrijlevende scholeksters op wad en
kwelders van Schiermonnikoog. De vogels werden gekleurringd en vijftien
jaar lang geobserveerd (1983-1997). De scholekster wordt gemiddeld vijftien
jaar oud en kan de hoge leeftijd van 44 jaar bereiken. Heg maakte gebruik
van innovatieve technieken als DNA-fingerprinting. Op deze manier kon hij
vaststellen of kuikens bastaarden waren of niet. Scholekstermannetjes
blijken soms - meestal op initiatief van de vrouwtjes - buiten het eigen
nest te paren. Ook kon zo de variatie op andere waddeneilanden en de vaste
wal vergeleken worden met die op Schiermonnikoog. Heg ontwierp een eigen
experimentele methode om broedgedrag te onderzoeken: koperen eieren met
binnenin een thermometer geplaatst. #Volgens deskundigen een zeer creatieve
en innovatieve onderzoeksmethode,# aldus Heg.
Curriculum vitae
Dik Heg, geboren 1967 te Boxmeer, studeerde van 1986 tot 1992 biologie aan
de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoek naar de scholeksters op
Schiemonnikoog is mede gefinancierd door NWO-ALW. Zijn onderzoek kreeg
eerder al uitgebreid aandacht van de media in binnen- en buitenland. De
volledige titel van zijn proefschrift luidt: Life history decisions in
Oystercatchers, ISBN 90-367-1027-8. Heg voerde het onderzoek uit onder
begeleiding van prof.dr. R.H. Drent (promotor) en dr. J.B. Hulscher (refe-
rent).
Nadere informatie: Dienst Interne en Externe Betrekkingen,
tel. (050)363 54 46
|