Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Kamervagen en antwoorden Defensie oevr 'onderzoek Lukavac'

Datum nieuwsfeit: 24-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Defensie

Brieven van de minister/staatssecretaris van Defensie aan de Eerste/Tweede Kamer der Staten-Generaal

Kamervragen en Antwoorden

Aan: de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,

Uw brief 1-3-1999
Uw kenmerk 2989908600
Ons nummer D 99000931 Datum 22 maart 1999

Onderwerp: Vragen van het Tweede-Kamerlid Harrewijn over het "onderzoek Lukavac"

Onder verwijzing naar de bovengenoemde brief bied ik u hierbij aan de antwoorden op de schriftelijke vragen van het Tweede-Kamerlid der Staten-Generaal, de heer Harrewijn.

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE,

H.A.L. van Hoof

Bijlage behorende bij de brief van de Staatssecretaris van Defensie nr. D 99000931 d.d. 22 maart 1999

Antwoorden op de vragen van het Tweede-Kamerlid Harrewijn (GroenLinks) over het "onderzoek Lukavac" (nr.2989908600)

Vraag 1: Kan de kamer inzage verkrijgen in de resultaten van TNO, de ARBO-dienst van de Koninklijke Landmacht en het onderzoeksbureau DHV inzake "onderzoek Lukavac"?

antwoord:. Ik heb op 26 februari 1999 met mijn brief P/99001368 het rapport van TNO Preventie en Gezondheid, alsmede de aanbevelingen van de begeleidingscommissie en de samenvattingen van de onderzoeken, aan de Kamer aangeboden.

Vraag 2: Betreurt u het feit dat er niet in een eerder stadium gereageerd is op de klachten van militairen die in 1994-1995 in het Bosnische Lukavac verbleven? Deelt u de mening dat er doeltreffender gereageerd moet worden op gezondheidsklachten in het eerste stadium dat zij optreden?

antwoord: De militaire gezondheidszorgdiensten ('de onderdeelsartsen') hebben tijdig en adequaat zorg verleend aan militairen die zich met klachten meldden. Helaas kon pas in een relatief laat stadium in de individueel gerapporteerde klachten een patroon worden ontdekt. Herkenning van dit patroon maakte een meer doeltreffende reactie mogelijk. Mede naar aanleiding van de aanbevelingen van de "Begeleidingscommissie Gezondheidsonderzoek Unprofor" zal worden bekeken hoe de medische zorg bij uitzendingen zodanig kan worden ingericht dat eerder een mogelijk patroon in gelijksoortige klachten kan worden onderkend.

Vraag 3:In welk stadium verkeert de ontwikkeling van een integraal zorgmodel voor uitgezonden militairen?

antwoord:. Defensie kent integrale zorg. Iedere militair met gezondheidsklachten kan een beroep doen op militair geneeskundige en psychologische hulpverlening. Voor specialistische hulp beschikt Defensie over het Centraal Militair Hospitaal. Ook is sprake van een goede nazorg. De psychologische nazorg bestaat onder meer uit debriefings en terugkeergesprekken na thuiskomst. Bovendien wordt alle uitgezonden militairen enkele maanden na terugkeer een nazorgvragenlijst toegezonden op basis waarvan - indien nodig - hulp kan worden aangeboden. Overigens zal - mede naar aanleiding van de aanbevelingen van de "Begeleidingscommissie Gezondheidsonderzoek Unprofor" - worden onderzocht hoe de 'medische' zorg bij uitzendingen zodanig kan worden ingericht dat eerder een mogelijk patroon in gelijksoortige klachten kan worden onderkend. 4. Zoals wordt aanbevolen door de"Begeleidings-commissie Gezondheidsklachten Unprofor", zal Defensie onderzoek blijven doen naar de relatie tussen militair optreden en het ontstaan van gezondheidsklachten. Internationale contacten zullen waar nodig geïntensiveerd worden. Zoals ik u met mijn brief van 21 september 1998 (Kamerstukken 21.490, nr. 22) meldde, wordt ook het onderzoek naar de Cambodja-klachten voortgezet. De eerste fase van het onderzoek betrof individueel medisch onderzoek van slechts een klein gedeelte van militairen met gezondheidsklachten. Vervolgonderzoek was derhalve gerechtvaardigd, mede omdat mogelijk een of meer gemeenschappelijke oorzaken van de klachten zouden kunnen worden gevonden. In het onderhavige geval (Lukavac) is het niet zinvol het onderzoek voort te zetten. Het uitgevoerde onderzoek geeft geen aanleiding te veronderstellen dat een vervolgonderzoek meer informatie zou opleveren over de factoren die de gezondheidsklachten hebben veroorzaakt. Ook zijn alle militairen met klachten, die daar prijs op stelden, individueel onderzocht en waar nodig doorverwezen voor verdere (specialistische) behandeling. 5. Het rapport en de aanbevelingen van de begeleidingscommissie geven een aantal beleidsaanbevelingen, die thans worden bestudeerd. Uiteraard kan ik, zo kort nadat ik de aanbevelingen heb ontvangen, nog niet alle concrete maatregelen kenbaar maken. Wel kan ik toezeggen dat de aanbeveling meer en tijdiger aandacht te geven aan de milieuaspecten van de plaatsen waar tijdens uitzendingen eenheden gelegerd worden, door mij zal worden overgenomen. Ik zal daarbij aansluiten bij de procedures bij oefeningen zoals die ontwikkeld zijn naar aanleiding van de asbestproblematiek in Polen (Aanhangsel van de Handelingen, 1997-1998, nr. 140 en 142). Ook zal het daarbij te gebruiken milieuprotocol worden verbeterd. De registratie van medische gegevens en de medische nazorg zullen zo worden ingericht dat eerder en systematisch klachten op groepsniveau kunnen worden gesignaleerd.

Vraag 4: Zijn er nog aanknopingspunten om het onderzoek naar de mogelijke schadelijke effecten van oorlogsomstandigheden op de gezondheid van uitgezonden militairen voort te zetten? Zo ja, welke?

antwoord: Zoals wordt aanbevolen door de"Begeleidings-commissie Gezondheidsklachten Unprofor", zal Defensie onderzoek blijven doen naar de relatie tussen militair optreden en het ontstaan van gezondheidsklachten. Internationale contacten zullen waar nodig geïntensiveerd worden. Zoals ik u met mijn brief van 21 september 1998 (Kamerstukken 21.490, nr. 22) meldde, wordt ook het onderzoek naar de Cambodja-klachten voortgezet. De eerste fase van het onderzoek betrof individueel medisch onderzoek van slechts een klein gedeelte van militairen met gezondheidsklachten. Vervolgonderzoek was derhalve gerechtvaardigd, mede omdat mogelijk een of meer gemeenschappelijke oorzaken van de klachten zouden kunnen worden gevonden. In het onderhavige geval (Lukavac) is het niet zinvol het onderzoek voort te zetten. Het uitgevoerde onderzoek geeft geen aanleiding te veronderstellen dat een vervolgonderzoek meer informatie zou opleveren over de factoren die de gezondheidsklachten hebben veroorzaakt. Ook zijn alle militairen met klachten, die daar prijs op stelden, individueel onderzocht en waar nodig doorverwezen voor verdere (specialistische) behandeling.

Vraag 5: Welke preventieve maatregelen worden er naar aanleiding van het rapport genomen?

antwoord: Het rapport en de aanbevelingen van de begeleidingscommissie geven een aantal beleidsaanbevelingen, die thans worden bestudeerd. Uiteraard kan ik, zo kort nadat ik de aanbevelingen heb ontvangen, nog niet alle concrete maatregelen kenbaar maken. Wel kan ik toezeggen dat de aanbeveling meer en tijdiger aandacht te geven aan de milieuaspecten van de plaatsen waar tijdens uitzendingen eenheden gelegerd worden, door mij zal worden overgenomen. Ik zal daarbij aansluiten bij de procedures bij oefeningen zoals die ontwikkeld zijn naar aanleiding van de asbestproblematiek in Polen (Aanhangsel van de Handelingen, 1997-1998, nr. 140 en 142). Ook zal het daarbij te gebruiken milieuprotocol worden verbeterd. De registratie van medische gegevens en de medische nazorg zullen zo worden ingericht dat eerder en systematisch klachten op groepsniveau kunnen worden gesignaleerd.

Vraag 6: In hoeverre is er enig verband tussen de ziekteverschijnselen van voormalige Cambodja militairen en de militairen die in Bosnie en Afrika hebben gediend?

Vraag 7: In hoeverre zijn er overeenkomsten in de ziekteverschijnselen van Nederlandse uitgezonden militairen en bijvoorbeeld Britse en Amerikaanse militairen die uitgezonden zijn?

antwoord 6 en 7. Het Post Cambodja Klachten Onderzoek, de talrijke publikaties over het 'Gulf War'syndroom en de rapporten van de doorlopende nazorgonderzoeken van de krijgsmachtdelen geven min of meer dezelfde bevindingen: een vijfde van de militairen rapporteert na uitzending a-specifieke klachten; een klein percentage heeft ernstige klachten. Ook de psychologische problemen komen goeddeels overeen. Genoemde percentages worden steeds gevonden, zowel bij onderzoeken in Nederland als in het buitenland. Uit de onderzoeken blijkt ook, dat over de oorzaken van die problemen doorgaans weinig duidelijk wordt en dat er weinig aanknopingspunten voor behandeling zijn.
_________________________________________________________________

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie