Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Nieuwsbrief Synchron, januari 1999

Datum nieuwsfeit: 24-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Nieuwsbrief Synchron, januari 1999.

Continue zorg bij CVA .

"CVA wordt te weinig benoemd als chronische ziekte. Het is weliswaar een acute aandoening maar met chronische gevolgen. De diagnostiek en behandelingen in de acute en revalidatiefase zijn de laatste jaren sterk verbeterd. De aandacht voor de chronische fase, en dan met name voor neuropsychologische veranderingen, moet sterk verbeteren." Huisarts George Beusmans uit Maastricht vertelt vol passie over het transmuraal zorgmodel voor CVA-patiënten, dat in de regio Heuvelland in praktijk wordt gebracht.

Aanleiding voor het gesprek is de herziene versie van dit model die onlangs is verschenen. Na de presentatie van de eerste versie, drie jaar geleden, kwamen alle betrokkenen geregeld bijeen om te bezien hoe het model in de praktijk werkte en of er aanpassingen nodig waren. Aanpassingen waren inderdaad noodzakelijk. Beusmans roemt de inzet en het enthousiasme van alle deelnemers. "Het is gebleken dat zowel de zorgverleners in het ziekenhuis als de zorgverleners daarbuiten zeer goed met elkaar kunnen samenwerken."

Zelf uitzoeken.
Toch noemt hij enkele zaken die nog beter kunnen. Hij schetst de gang van zaken die wordt gevolgd bij het zorgmodel. "In de acute fase zijn de huisarts en de neuroloog intensief betrokken, in de revalidatiefase de revalidatiearts en alle paramedici met tal van interventiemogelijkheden. In deze fasen richten de zorgverleners zich met name op de somatische kant en de patiënt boekt over het algemeen vooruitgang. Vroeger of later belandt hij echter in de stabilisatiefase: er verbetert niet meer zoveel. Maar dat betekent niet dat iedereen zich dan moet terugtrekken! Juist dan zou je zorg moeten blijven aanbieden. Juist dan komen neuropsychologische gevolgen aan het licht, zoals gedragsmatige en karakterologische veranderingen, die van grote invloed kunnen zijn op de patiënt, maar ook op zijn relaties met de omgeving." Inmiddels is een werkgroep bezig om een eenvoudig screeningsinstrument te ontwikkelen waarmee gemeten kan worden of de patiënt indringende veranderingen heeft ondergaan. Aan de hand van die test kan worden bezien of er nadere diagnostiek nodig is en welke therapie het meest van toepassing is. "Met iedere chronisch zieke - of hij nou diabetes heeft of een hartkwaal - blijft iedereen bezig. Maar de CVA-patiënt moet het op een gegeven moment allemaal zelf maar uitzoeken. Dat is van de gekke. Ook aan deze groep patiënten moeten we, als dat nodig is, continue zorg bieden vanuit een integrale benadering: zowel lichamelijk als psychosociaal."

Spil.
Zowel in de revalidatie- als in de chronische fase kan de thuiszorgcoördinator, zoals die in het zorgmodel is opgevoerd, een belangrijke rol vervullen. Meer dan aanvankelijk was gedacht. Beusmans: "Het is een goede zaak dat de coördinator de wekelijkse vergaderingen van het revalidatieteam in ziekenhuis of revalidatiecentrum bijwoont. Hij of zij kan aangeven wat er thuis mogelijk is aan revalidatie. Vaak worden die mogelijkheden onderschat. Technisch gaat het misschien allemaal wat minder intensief, maar dat weegt weer op tegen het oefenen in de eigen, dagelijkse omgeving. Zo ontstaat er ook steeds meer oog voor elkaars mogelijkheden." De financiering van deze belangrijke spil in de chronische fase is nog niet gegarandeerd en dat baart Beusmans wel enige zorgen. "Op 1 mei eindigt dit project en daarmee ook de geldstroom. Met name de thuiszorgcoördinator valt dan financieel gezien buiten de boot, want het betreft een nieuwe functie. Ik vind dat de zorgverzekeraars over de brug moeten komen, zodat de communicatie en onderlinge samenwerking in deze zorgketen verder vorm en inhoud kunnen krijgen."

Doorstroom.
Als laatste wens haalt Beusmans een intensievere samenwerking met de verpleeghuizen naar voren. "We hebben met alle betrokkenen een zorgketen voor CVA-patiënten opgezet. Het is dan moeilijk om te merken dat een schakel - een soepele doorstroom van ziekenhuis naar verpleeghuis - een beetje los blijft zitten. Terwijl verpleeghuizen een hele belangrijke plaats kunnen innemen in de zorg rond de CVA-patiënt." Het zou ideaal zijn, in de ogen van Beusmans, als elk verpleeghuis beschikt over een goede revalidatieafdeling, zodat patiënten hier na een intensieve oefenperiode vrij snel ontslagen kunnen worden, waardoor nieuwe opnamen mogelijk zijn. Overigens weet hij te melden dat de wachttijden de laatste maanden zijn afgenomen. Wellicht heeft dit ook te maken met alle alternatieve revalidatiemogelijkheden die de projectgroep grondig in kaart heeft gebracht.


Een praktisch protocol .

Bij Synchron staat aandacht voor neuropsychologische gevolgen van een beroerte hoog op de agenda. Caroline van Heugten ontwikkelde in haar vorige baan bij het NIVEL een protocol voor ergotherapeuten dat handvatten biedt voor de diagnose en behandeling van apraxie na een beroerte. Onlangs promoveerde zij op dit onderwerp aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Een janboerenfluitjesvertaling van apraxie is apraktisch. Een fors aantal mensen ondervindt na een CVA praktische problemen bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten. Caroline van Heugten, die momenteel de activiteiten van Synchron coördineert, verduidelijkt: "Iemand weet bijvoorbeeld niet meer hoe hij een kam moet gebruiken. Hij zet de tanden omhoog in plaats van op het haar. Of gebruikt de kam om zijn tanden te poetsen. Volgordeproblemen komen ook voor: iemand trekt eerst zijn schoenen aan en dan pas zijn sokken. Soms kunnen bewegingen niet gestopt worden: iemand blijft eindeloos kauwen op een stukje brood."

Zelfstandigheid.
Er is tot nu toe weinig onderzoek gedaan naar apraxie, terwijl schattingen aangeven dat er elk jaar zo'n 4500 mensen bijkomen die kampen met apraxie. "En dat zijn nog voorzichtige schattingen", meent Caroline van Heugten. De onderzoeksvraag kwam rechtstreeks uit de praktijk. Ergotherapeuten wilden hun eigen handelen tegen het licht houden, uitmondend in een meer gestructureerde aanpak. In opdracht van de NCCZ ging psychologe Caroline van Heugten aan de slag bij het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) in samenwerking met de Hogeschool van Amsterdam. "Ergotherapie is bij uitstek de discipline die zich richt op het vergroten van de zelfstandigheid van personen in hun eigen leefomgeving. Dat doel hadden we met dit protocol ook voor ogen voor mensen met apraxie."

Methoden aanreiken.
Apraxie is lastig te diagnosticeren, dat gebeurt nogal eens door uitsluiting van andere functiestoornissen. In het protocol wordt een observatiemethode aangereikt ter ondersteuning van de diagnostiek. De behandeling behelst een strategietraining van twaalf weken. Het trainen van strategieën onderscheidt zich van functie- en vaardigheidstrainingen, doordat patiënten bepaalde methoden krijgen aangereikt waarmee ze op verschillende terreinen uit de voeten kunnen. Caroline van Heugten: "Met die strategieën kunnen ze de problemen die ze ondervinden omzeilen en daardoor redden ze zich in het dagelijks leven beter. Als mensen niet meer weten hoe ze zich moeten aankleden, laat je ze bijvoorbeeld hardop benoemen wat er allemaal bij komt kijken. Anderen zijn geholpen bij het visualiseren van het aankleden. Weer anderen gaat de handelingen dagen als ze plaatjes bekijken. De ergotherapeut kan met het protocol in de hand de instructies aanpassen aan de specifieke problemen en een methode aanreiken die aanslaat bij de betreffende patiënt."

Spectaculaire effecten.
Bij de veertig patiënten die de onderzoekster heeft gevolgd, is voor en na de training de mate van apraxie gemeten evenals het functioneren in het dagelijks leven. De apraxie blijkt niet verminderd, maar het percentage patiënten dat na de training zelfstandiger kan functioneren is spectaculair: 80%. Het protocol is dan ook enthousiast ontvangen, allereerst uiteraard door de ergotherapeuten. "Ze hebben op een veel eerder moment duidelijk wat er aan de hand is. Daardoor kunnen ze ook beter met andere disciplines, met de patiënt en familieleden communiceren. Maar bovenal biedt het werken met het protocol structuur in de ergotherapeutische behandeling. Het geeft hun houvast en ze gebruiken de methodiek nu ook af en toe bij andere patiënten." Ook andere disciplines tonen interesse in het onderzoek, juist omdat het zo praktijkgericht is. Caroline van Heugten trekt regelmatig het land in om lezingen te geven, waaronder binnenkort voor de landelijke werkgroep revalidatieartsen die zich met CVA bezighouden. Bij de drie hogescholen in het land met een ergotherapieopleiding is het protocol in het reguliere onderwijsprogramma opgenomen. De Hogeschool van Amsterdam heeft inmiddels een tweedaagse post-hbo-cursus ontwikkeld waar ergotherapeuten leren hoe ze met het protocol moeten werken.

Grootschalig vervolg.
Op de vraag of de zelfredzaamheid van de patiënten blijvend is, moet Caroline van Heugten het antwoord schuldig blijven. Dat wordt onder meer onderzocht in een groot vervolgonderzoek onder 160 patiënten waar zo'n 45 revalidatiecentra en verpleeghuizen aan meewerken.


Activiteiten op het gebied van neuropsychologische gevolgen.


* Synchron onderneemt reeds een aantal jaren activiteiten voor CVA-patiënten met neuropsychologische problemen.
* In 1995 is een tweedaagse training georganiseerd in Hoensbroek door neuropsychologen van de Hartenark voor de Limburgse vrijwilligers die de groepsactiviteiten van Samen Verder begeleiden.

* Tijdens het symposium in december 1996 'Zorg voor de CVA-patiënt in de revalidatie- en chronische fase' bleek in een workshop over neuropsychologische gevolgen veel behoefte te zijn aan deskundigheidsbevordering bij zorgverleners op het gebied van de late onzichtbare gevolgen na een CVA. Ook de informatie en voorlichting over psychosociale problematiek aan patiënten, familie en hulpverleners moet worden verbeterd. Een ander knelpunt was dat depressieve stoornissen na een CVA onvoldoende worden onderkend en behandeld.

* Eind 1997 heeft de Werkgroep Deskundigheidsbevordering Huisartsen (WDH) in de Westelijke Mijnstreek samen met Synchron een nascholing voor huisartsen georganiseerd o.a. over cognitieve gevolgen en erkennen en behandelen van depressies na een CVA.
* In april 1998 verzorgde een cognitief therapeut op verzoek van Synchron een presentatie over de gehanteerde cognitieve training aan CVA-patiënten in het revalidatiecentrum in Hoensbroek. Aanwezig waren de leden van het CVA-consulentennetwerk (fysiotherapeuten, logopedisten, gespecialiseerde wijkverpleegkundigen en huisartsen) in de eerste lijn. Aan de hand van een aantal vragen werd na afloop gediscussieerd over het huidige zorgaanbod op neuropsychologisch gebied, de knelpunten in de praktijk, de ideale situatie en welke randvoorwaarden dan nodig zijn. Afgesloten werd met de aanbeveling om een boekje samen te stellen met cognitieve strategieën voor zorgverleners en patiënten en partners in de thuissituatie. Dit boekje zou als basis kunnen dienen voor een cursus waar eerstelijns disciplines kunnen oefenen en een casus bespreken met een deskundige.

* Op 16 april en 6 mei '98 zijn twee voorlichtingsdagen over neuropsychologische gevolgen georganiseerd voor 30 CVA-patiënten en hun partners.

* Sinds 3 september jl. is een werkgroep neuropsychologische gevolgen vier maal bij elkaar geweest. Deelnemers zijn een huisarts, revalidatiearts, neuroloog, neuropsychologen, thuiszorgcoördinator, fysiotherapeut in de eerste lijn, manager in een verpleeghuis, patiëntvertegenwoordiger en de coördinator van de Niet-Aangeboren Hersenletsel Zorg in Limburg. Het doel is gestructureerde, planmatige aandacht voor neuropsychologische gevolgen; een eerste screening bij alle CVA-patiënten op een bepaald tijdstip door een bepaalde discipline, goede doorverwijzing voor nader onderzoek, betrokkenen leren omgaan met de gevolgen en betere bekendmaking van consultmogelijkheden.


Gebruik ALS-model geëvalueerd.


* Medio '96 is de eerste versie van het samenwerkingsmodel ALS uitgebracht. Dit model bevat vooral procedureel-organisatorische afspraken in de diagnostische fase, in de fase van toenemende afhankelijkheid en in de fase van ADL-verzorging/nazorg familie. Eind september is een korte enquête verstuurd aan ongeveer 200 zorgverleners die het ALS-model hebben aangevraagd bij Synchron (tussen juli '96 en september '98 ). De belangrijkste vragen waren:
Werkt u met het model en zo ja, hoeveel ALS-patiënten betreft het?
* Adviseert u andere zorgverleners met het model te werken en zo ja, welke?

* Is de onderlinge samenwerking tussen zorgverleners verbeterd?
* Hebt u voorstellen voor aanpassingen?
Inmiddels hebben 40 behandelaars (20%), voornamelijk revalidatie-artsen uit het hele land, de vragenlijst teruggestuurd. In mindere mate hebben neurologen, huisartsen, thuiszorgmedewerkers en ergotherapeuten gereageerd. Ongeveer 50% van de respondenten werkt met het model. De rest gaf aan het model als basis te gebruiken voor de ontwikkeling van een eigen model of werkt al volgens een eigen model, wil er in de toekomst mee gaan werken of heeft (nog) geen ALS-patiënten in behandeling gehad in de periode sinds de aanvraag van het model. In totaal zijn ongeveer 140 patiënten volgens het model begeleid. De huisarts wordt het meest geadviseerd om met het model te gaan werken (dit komt overeen met de opzet).
De samenwerking is volgens 25% van de respondenten door het model verbeterd. Volgens anderen was deze al goed omdat men deel uitmaakt van een ALS-team. Ongeveer de helft heeft de vraag niet beantwoord of kan het niet beoordelen. Een enkele keer werd geantwoord dat samenwerking afhankelijk is van de betreffende personen.
Bijna drie kwart van de zorgverleners heeft geen voorstel voor aanpassingen van het model. Volgens enkelen is het model te algemeen en is er juist behoefte aan diepgang of meer specifieke informatie zoals criteria voor indicatie PEG-sonde en beademing en advisering bij slikproblematiek. Daarnaast wordt de uitwerking van de rol van de gemeente bij de WVG gemist. De functie van het maatschappelijk werk bij verwerkingsproblematiek is in het model niet genoemd. Inhoudelijke uitbreiding van het medisch en paramedisch gebied, zoals verwijzing naar de (toekomstige) ergotherapiestandaard is gewenst. Thuisbehandeling als mogelijke optie zou toegevoegd kunnen worden in het model. Momenteel bekijkt het Coördinatiecentrum in Noord-Nederland in multidisciplinair verband het model en past het zonodig aan aan de regionale situatie.
Het huidige model wordt nu door Synchron/VSN niet aangepast. Er wordt gestreefd om de informatie uit het model op te laten nemen in de herziene versie van:
'Behandeling en begeleiding van patiënten met amyotrofische laterale sclerose' (1997), redactie Jennekens en de Jong. ISBN 9063481306.
Meer informatie over ALS (en andere spierziekten) op internet: www.vsn.nl


Publicaties.

Apraxia in stroke patients: assessment and treatmen. Dit proefschrift van dr. C. van Heugten gaat over het evaluatie-onderzoek van een programma (protocol) voor diagnostiek en behandeling van apraxie bij CVA-patiënten. De behandeling is gericht op verbetering van het functioneren van apractische patiënten door middel van het aanleren van strategieën waardoor de mensen onafhankelijker kunnen functioneren. Het (engelstalig) rapport kost ( 36,-. Bestellen: NIVEL (Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg), Postbus 1568, 3500 BN Utrecht, 030-2729700.

Transmuraal Zorgmodel CVA Regio Heuvelland; een stroke service model voor de verbetering van de kwaliteit van zorg voor CVA-patiënten. De ervaringen van ruim twee jaar (sinds mei '96) in de regio Heuvelland zijn door het Transmuraal & Diagnostisch Centrum, de Vakgroepen Huisartsgeneeskunde en Neurologie van het azM en Synchron verwerkt in de nieuwe herziene uitgave van januari '99. De aanpassingen zijn: informatievoorziening op maat aan patiënt en partner, de inzet van de nieuwe functie 'zorgcoördinator thuiszorg', de nieuwe acute behandeling van het herseninfarct de 'cerebrale trombolyse' en de criteria die revalidatie-artsen hanteren voor de keuze tussen revalidatiecentrum, niet klinische revalidatie, verpleeghuis en de eerstelijn.
Het model is te bestellen door ( 25,- over te maken op bankreknr. 67.94.11.224 (van Lanschot Bankiers te Maastricht) ten name van azM o.v.v. grootboekrekening 8391150-2210 bestelling brochure TZM-CVA. Informatie: azM, Postbus 5800, 6202 AZ Maastricht, 043-3877388/3875391.

Werken bij iemand met een persoonsgebonden budget... informatie voor hulpverleners.
De Vereniging van Budgethouders Per Saldo heeft in november 1998 een brochure uitgebracht met informatie over het persoonsgebonden budget, overeenkomsten tussen budgethouders en hulpverleners, arbeidsovereenkomsten, ziekte, vakantie en verlof, overleg over het werk en problemen tussen de budgethouders en de hulpverlener. Bestellen: Per Saldo, Postbus 19161, 3501 DD Utrecht, 030-2304066.

Transmuraal Zorgprogramma Reumatoïde Artritis.
Deze uitgave (dec. '98) bevat het samenwerkingsprotocol ra, het voorlichtingsprogramma, de cursus 'Omgaan met reuma', het standaard zorgplan ra, een overzicht van medicatie, hulpmiddelen en aanpassingen en informatiefolders, die door patiënten worden gebruikt en een transmuraal persoonsgebonden dossier. Dit uitgebreide programma (p. 165) is eind '98 uitgebracht door KITTZ en CCZ-NN en kost ( 70,- . Informatie: CCZ NN, 050-3612417 en KITTZ
Bestellen: KITTZ, Postbus 4050, 9701 EB Groningen, 050-3686224.

Mantelzorg bij mensen met Reumatoïde Artritis.
Dit rapport bevat de resultaten van een onderzoek dat onder reumapatiënten en hun belangrijkste mantelzorgers is gehouden. Veel mensen met ra ontvangen hulp bij hun dagelijkse bezigheden. Ruim driekwart van deze thuishulp wordt verleend door de partner, kinderen of andere mensen uit de directe omgeving van de patiënt. Thuiszorg en particulier verleende zorg, zoals huishoudelijke hulp en de pedicure, komt aan niet meer dan een kwart van de totale hulpbehoefte tegemoet! Het onderzoek toont aan dat de informele hulpverlening de grenzen heeft bereikt: mantelzorgers geven gemiddeld 33 uur per week hulp aan de reumapatiënt. Gemiddeld wordt per patiënt meer dan vierduizend gulden per jaar aan hulpmiddelen, hulpverlening en andere ziektekosten besteed. Hiervan wordt hooguit een kwart vergoed. Voorlichting over subsidie- en vergoedingsregelingen moet derhalve worden uitgebreid. Informatie: drs. R. Riemsma, Universiteit Twente Vakgroep Psychologie, Postbus 217, 7500 AE Enschede, 053-4893287.

Verpleegkundige psychosociale zorg aan chronisch zieken; tussen thuis en ziekenhuis
Deze recente publicatie belicht welke psychosociale problemen chronisch zieken kunnen ervaren, in hoeverre deze problemen kunnen samenhangen met de aard van de aandoening en welke factoren een rol spelen bij het ontstaan van psychosociale problematiek. Daarna wordt inzicht geboden in de adaptieve opgaven (=inspanningen die gepaard gaan bij het proces om de ziekte een plaats te geven in het bestaan) van mensen met een chronische ziekte. Vervolgens komt de verpleegkundige visie en de noodzaak van psychosociale zorg aan de orde. Het boek wordt afgesloten met de huidige zorgpraktijk, de belangrijkste knelpunten op het gebied van de huidige psychosociale zorg en de noodzaak tot methodiekontwikkeling,
deskundigheidsbevordering en implementatie.
Het boek kost ( 29,50. Bestellen: NIZW-Uitgeverij, Postbus 19152, 3901 DD Utrecht, 030-2306607 (bestelnr. E32116).

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie