Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen over "abortusboot"

Datum nieuwsfeit: 25-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG
Directie Sociale en Institutionele Ontwikkeling

Afdeling Sociaal Beleid

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 19 maart 1999
Kenmerk DSI/SB-265/99
Blad /1
Bijlage(n) 1
Betreft Beantwoording vragen van de leden Verhagen en

Van Ardenne-van der Hoeven over "abortusboot" voor de

kusten van Afrika, Azië en Latijns-Amerika

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer, d.d. 10 maart 1999 kenmerk 2989909260, waarbij gevoegd waren de door de leden Verhagen en

Van Ardenne-van der Hoeven overeenkomstig de artikelen 134 en 135 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U als bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

Eveline Herfkens


2989909260

Antwoord van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking op vragen van de leden Verhagen en Van Ardenne-Van der Hoeven

Vraag 1

Willen Nederlandse feministen en medici een "abortusboot" laten uitvaren naar de kusten van Azië, Afrika en Latijns-Amerika om buiten de territoriale wateren vrouwen te helpen die ongewenst zwanger zijn?

Antwoord:

Ja. Dr. Rebecca Gomperts, abortusarts te Amsterdam, heeft in overleg met enkele vrouwenorganisaties een dergelijk initiatief gelanceerd.

Vraag 2

Is het bericht waar dat U niet onwelwillend staat tegenover subsidiëring van dit abortusbootproject en U de initiatiefnemers uitnodigt een projectvoorstel in te dienen?

Antwoord:

Desgevraagd heb ik gerefereerd aan de conferentie "Cairo +
5" die pas in Den Haag had plaatsgevonden. Vele sprekers wezen bij die gelegenheid op het feit dat Nederland de laagste abortuscijfers ter wereld kent. Ondertussen sterven in de Derde Wereld jaarlijks vele vrouwen onnodig aan de gevolgen van onoordeelkundig uitgevoerde abortussen. Ik concludeerde derhalve dat het idee van de initiatiefneemster ten minste een concreet antwoord op een concreet en schrijnendprobleem behelst, maar evenzeer een aantal haken en ogen kent, o.m. op het terrein van het internationale zeerecht en v.w.b. kosteneffectiviteit.

Ik heb de initiatiefnemers dan ook niet uitgenodigd een projectvoorstel in te dienen; wel heb ik laten weten een eventueel voorstel serieus te zullen bekijken.

Vraag 3

Bent U niet van mening dat dergelijke projecten juist het draagvlak voor family-planning en het gebruik van anti-conceptiemiddelen in de betreffende landen aantasten?

Antwoord:

Dat is de vraag. Geen vrouw ter wereld opteert voor abortus als anti-conceptiemiddel. De in de vraag genoemde contekst en de beschikbaarheid van anti-conceptiemiddelen is inderdaad cruciaal, teneinde abortus zoveel mogelijk te voorkomen. Daarmee is evenwel het concrete probleem waaraan ik in mijn antwoord op vraag 2 refereerde niet opgelost.

Vraag 4

Zo nee, kunt U dit dan nader motiveren?

Antwoord:

Zie 3.

Vraag 5

Denkt U niet dat dit soort activiteiten die juist beogen de nationale wetgeving te ontlopen contraproductief kunnen werken op de bereidheid van politici in de betreffende landen om mee te werken aan family-planningsprojecten?

Antwoord:

Dat is afhankelijk van de nadere invulling van het initiatief. Overigens is gebrek aan faciliteitenvoor veilige abortus niet altijd het gevolg van nationale wetgeving.

Vraag 6

Meent U niet dat door de financiering van dit soort projecten de Nederlandse bijdrage (4% van de OS-begroting) ten behoeve van reproductieve gezondheidszorg en family-planning in een kwaad daglicht komt te staan waardoor landen minder genegen zullen zijn met Nederland samen te werken?

Antwoord:

Nederland voert een beleid van goede voorlichting en ruime beschikbaarheid van voorbehoedsmiddelen gekoppeld aan het bepleiten van het niet strafbaar stellen van abortus. De ervaring leert dat een dergelijk beleid leidt tot een hoog gebruik van voorbehoedsmiddelen en een laag abortuscijfer. Hoewel ik mij bewust ben van het feit dat de export van Nederlandse visies naar andere culturen een ingewikkelde materie is, ben ik ook van mening dat de resultaten van dit beleid vanuit meerdere gezichtspunten dermate gunstig zijn -zoals onderkend door meerdere sprekers (o.m. mevrouw Clinton en mevrouw Sadik, president van UNFPA) tijdens hogergenoemde Haagse conferentie- dat de kennis erover op ruime schaal beschikbaar moet zijn. De nadere uitwerking is afhankelijk van de mogelijkheden, die per land kunnen verschillen.

Vraag 7

Hoe verhoudt eventuele subsidiëring van dit soort projecten zich tot de door U voorgestane ownership, partnership en grotere betrokkenheid van de regering van de ontvangende landen bij de ontwikkeling van projecten en programma's?

Antwoord:

Ownership en partnership zijn inderdaaduitgangspunten van mijn beleid. Net zoals het mijn uitgangspunt is bij te dragen aan vrouwenrechten die deel uitmaken van internationaal aanvaarde mensenrechten. Vastgesteld kan worden dat die honderdduizenden vrouwen die nu op onveilige wijze abortus ondergaan een duidelijk draagvlak vormen in de ontvangende landen voor het zoeken naar oplossingen voor dit probleem.

Vraag 8

Waarom acht U het onwenselijk dat Memisa een ziekenhuis runt in een ontwikkelingsland en staat U wel sympathiek tegenover het runnen van een varende abortuskliniek door Nederlandse artsen?

Antwoord:

Met de uitspraak dat ik het onwenselijk achtte dat Memisa een ziekenhuis runt heb ik willen zeggen dat het verstrekken van voor ieder toegankelijke basisgezondheidszorg, inclusief reproductieve gezondheidszorg, in principe een verantwoordelijkheid van de overheid is. Dat geldt ook voor ontwikkelingslanden, maar zolang die deze taak nog niet op eigen kracht kunnen realiseren blijft om humanitaire redenen tijdelijk hulp nodig. De gedachte achter de varende abortuskliniek kan per definitie niet zijn het op structurele basis verstrekken van zorg maar is eveneens humanitair van aard. Tevens is hier sprake van het element van bewustmaking.

Vraag 9

Welke projecten die beogen de nationale wetgeving in ontwikkelingslanden te ontlopen gaat U in de toekomst nog meer financieren?

Antwoord:

Ik ondersteun geen activiteiten die in strijd zijnmet de wetgeving van het ontvangende land. Wel is het mogelijk om groepen te steunen die actie voeren om wijzigingen in wetgeving tot stand te brengen, bijvoorbeeld activiteiten om vrouwenbesnijdenis te verbieden. De Kamer heeft een dergelijk beleid aangemoedigd, bijvoorbeeld via de zogeheten motie Aarts c.s., die leidde tot het instellen van een budget ter ondersteuning van organisaties die zich verzetten tegen dictatuur.

Vraag 10

Hoe zou de Nederlandse regering reageren op de financiering door derde landen van een abortusboot voor de kust van Nederland die beoogt de Nederlandse wetgeving te ontlopen?

Antwoord:

Als een dergelijke situatie zich ooit zou voordoen zal de regering deze vraag gaarne beantwoorden aan de hand van de zich concreet voordoende feiten.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie