Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak Hoogervorst Vereniging Bedrijfspensioenfondsen

Datum nieuwsfeit: 25-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
expostbus51


MINISTERIE SZW

www.minszw.nl

SZW: Toespraak staatssecretaris Hoogervorst

Nr. 99/48
24 maart 1999

Embargo:
25 maart 1999 tot

15.00 uur

Toespraak door staatssecretaris J.F. Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de openbare ledenvergadering van de Vereniging van Bedrijfspensioenfondsen op 25 maart 1999 in Rotterdam.

Vandaag viert u dat het precies vijftig jaar geleden is dat de .Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds. van kracht werd. Ik heb even bij mezelf moeten nagaan wat daar zo feestelijk aan is. Wat is er feestelijk aan het feit dat de overheid nu al een halve eeuw ondernemingen dwingt tot deelname aan verplichte pensioenregelingen? Moet ik als liberaal blij zijn met een halve eeuw uitsluiting van de markt?

Het zal u misschien verbazen, maar het antwoord op die vraag is per saldo toch ja. Waarom? Ik denk dat de verplichtstelling ontzettend belangrijk geweest is voor de opbouw van ons pensioenstelsel. De verplichtstelling is een belangrijke reden waarom we nu steeds uit het buitenland mogen horen dat we in Nederland onze oudedagsvoorziening zo goed hebben geregeld.

Dat beeld in het buitenland is meer dan alleen een kwestie van degelijke Hollandse polder-pr. Het wordt bevestigd door de harde cijfers over de inkomens van ouderen. Uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat 65-plus huishoudens gemiddeld 3.270 gulden per maand te besteden hebben. Dat is 750 gulden minder dan het gemiddelde van alle huishoudens, maar daarbij moet worden aangetekend dat 65-plus huishoudens meestal minder personen hoeven te onderhouden. Want we hebben in Nederland nu eenmaal niet de cultuur dat de kinderen tot ver na hun veertigste bij hun ouders blijven wonen.

Wordt gecorrigeerd voor het aantal personen in een huishouden, dan blijkt dat de welvaart van 65-plus huishoudens slechts 6% lager ligt dan het landelijk gemiddelde. Dat is een klein verschil. Zeker als je daarbij in aanmerking neemt dat veel gepensioneerden hun grote uitgaven dan al achter de rug hebben. De hypotheek is vaak afbetaald, de kinderen de deur uit, de dakkapel is eindelijk af.

En we weten nu al met grote zekerheid dat het kloofje van een paar honderd gulden per maand elk jaar smaller wordt. Want de mensen die straks ophouden met werken hebben vaker en een beter pensioen dan de mensen die nu hoogbejaard zijn. En dan heb ik het nog niet eens over de wassende stroom van tweeverdieners, die op termijn zullen leiden tot een enorme toename van het aantal huishoudens met twee aanvullende pensioenuitkeringen.

Tot zover een paar cijfers en trends over inkomens van ouderen. Ik sta daar bewust wat langer bij stil. Want als je die echt tot je door laat dringen, dan besef je de omvang van de veranderingen die gaande zijn. Je begrijpt beter waarom je op de televisie steeds meer reclameboodschappen ziet die gericht zijn op de oudere consument. Het beeld van de ouderen als armlastige en kwetsbare groep is aan nuancering toe.

Begrijpt u mij goed. Ik zie de verbetering van de inkomenspositie van gepensioneerden als een groot goed. En nog beter vind ik dat er steeds minder mensen zijn die alleen van de AOW moeten rondkomen. In 1997 waren dat nog 40.000 huishoudens. Nog eens 50.000 hadden behalve AOW alleen huursubsidie. Uiteraard verdient deze groep mensen onverminderd de volle aandacht van de politiek. Maar waar het mij om gaat is dat we praten over een betrekkelijk kleine groep. We hebben het over minder dan 6,5%van de 65-plus huishoudens. En dat percentage zal nog verder dalen.

Een halve eeuw verplichtstelling is dus van grote betekenis geweest voor de kwaliteit en de breedte van onze oudedagsvoorziening. In die vijftig jaar hebt u, de bedrijfstakpensioenfondsen, een reputatie van professionaliteit en soliditeit opgebouwd. Dat is een felicitatie waard.

Dat neemt niet weg dat de laatste jaren een proces van bezinning op gang is gekomen over de tweede pijler van ons pensioenstelsel. Er is behoefte de spelregels scherper te formuleren.

Het gaat dan om twee zaken. Het gaat ten eerste om de taakafbakening. Welke producten mogen pensioenfondsen aanbieden en welke niet? Waar ligt de grens tussen het werkgebied van de fiscaal vrijgestelde pensioenfondsen en dat van de commerciële verzekeraars? Ten tweede gaat het om de verplichtstelling. Wordt het niet tijd dat de criteria voor de verplichtstelling worden aangepast aan de eisen van deze tijd?

Over deze twee punten wil ik vandaag graag meer zeggen. Sterker nog, ik kan op deze punten vandaag meer duidelijkheid bieden.

Ik begin met de taakafbakening. Het gaat hier om een lastig dilemma. Van de ene kant is het logisch -en valt het zelfs te prijzen- dat pensioenfondsen steeds meer individuele producten willen aanbieden. Want daarmee spelen de fondsen in op de toenemende behoefte van werkgevers en werknemers aan maatwerk, flexibiliteit en uitruilmogelijkheden.
Maar aan de andere kant geeft dat een spanning met de wezenskenmerken van pensioenfondsen, namelijk collectiviteit en solidariteit. Hoe individueler het pensioenproduct van de fondsen, hoe minder aanleiding er in beginsel is om pensioenfondsen een aparte wettelijke en fiscale status toe te kennen.

Hoe beoordeel ik in dit licht de voorstellen die de Stichting van de Arbeid heeft gedaan voor een nieuwe taakafbakening tussen pensioenfondsen en particuliere verzekeraars?

Het is duidelijk dat de Stichting een pragmatische koers vaart. De voorstellen bieden de pensioenfondsen grote ruimte. Dat komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in het 10%-criterium. Zolang de werkgever maar 10% bijdraagt in de premies staat het pensioenfondsen vrij om allerlei aanvullende individuele producten aan te bieden. Ik heb eind vorig jaar, in een toespraak bij de Verzekeringskamer gezegd dat het feit dat partijen overeenstemming hebben weten te bereiken zwaar zal meewegen in het oordeel van het kabinet. Dat zo zijnde, heb ik daar aan toegevoegd dat ik niet uitsluit dat we vanuit onze politieke eindverantwoordelijkheid toch wat scherpere lijnen zullen trekken.

En zo zal het wat mij betreft ook gebeuren. Wil het kabinet de hoofdlijnen van het advies van de Stichting kunnen overnemen, dan zullen de wezenskenmerken van solidariteit en collectiviteit toch wat beter uit de verf moeten komen. Ik zal bevorderen dat dit alsnog gebeurt. Daarbij denk ik aan drie beleidslijnen. Ten eerste via de aanpassing van de Pensioen- en Spaarfondsenwet, de PSW. Daar kom ik straks op terug. Ten tweede ben ik voornemens de criteria van de Stichting waar nodig aan te scherpen en nader uit te werken. En tenslotte zal ik voorstellen aanvullend de eis te stellen dat bedrijfstakpensioenfondsen hun collectieve basisregeling financieren op basis van doorsneepremie. Want juist in de doorsneepremie, een gelijke premie voor iedereen, komen solidariteit en collectiviteit tot uitdrukking.

De eis van doorsneepremie voor de basisregeling komt voor de bedrijfstakpensioenfondsen feitelijk neer op bekrachtiging van een al bestaande situatie. Toch kan ik me voorstellen dat er bedrijfstakpensioenfondsen zijn die niet op extra eisen als deze staan te wachten. Hen wil ik voorhouden: het is het een of het ander. Want als we de solidariteit en de collectiviteit niet duidelijk handen en voeten geven, dan is de kans levensgroot dat de verplichtstelling gaat sneuvelen in Brussel en bij het Europese Hof in Luxemburg. Dus zeg ik tegen u: pensioenfondsen, we doen dit juist ook in uw belang!

Voor de ondernemingspensioenfondsen zal de extra eis van doorsneepremie niet gelden. Maar daarmee is niet gezegd dat deze fondsen vrij baan krijgen en onbelemmerd alle denkbare pensioenproducten kunnen aanbieden. De Opf.s zullen zich, net als de bpfs uiteraard, moeten houden aan de Pensioen en Spaarfondsen Wet en aan de aangescherpte criteria van de Stichting.

Ik wil nog eens benadrukken dat de aanpassing van de PSW heel wat gaat betekenen. Juist ook waar het gaat om eisen van solidariteit. Op dit punt lijkt het me niet overbodig om hier en daar de ogen in het pensioenveld te openen. Want ik denk dat de wijzigingen van de PSW tot gevolg zullen hebben dat een aantal aanvullende vrijwillige pensioenproducten zal verhuizen van de tweede naar de derde pijler, naar de vrije markt dus.

Laat me dat nader toelichten. In de PSW zal de gelijke behandeling van mannen en vrouwen straks tot een sluitend geheel worden geregeld.

Voor de gangbare collectieve pensioenregelingen geldt de eis van gelijke behandeling al. Dat is geregeld in de Vierde EG-richtlijn, de Barber-richtlijn en in de WGB, de Wet Gelijke Behandeling mannen en vrouwen.
Maar bij vrijwillige voorzieningen, in de vorm van beschikbare premieregelingen, zijn ongelijke uitkeringen nog steeds mogelijk.

Om een voorbeeld te geven: De huidige wetgeving staat toe dat een vrouw die extra pensioen koopt minder pensioenuitkering krijgt per premiegulden dan een man die hetzelfde doet. Vrouwen leven immers gemiddeld langer dan mannen. Dat betekent dat dezelfde premie- en beleggingsopbrengst over een langere periode moet worden uitgekeerd. Van de andere kant is nabestaandenpensioen voor een vrouw goedkoper dan voor een man, want de kans dat zij overlijdt en een nabestaande achterlaat is kleiner.

Actuarieel gezien is er dus niets mis met ongelijke uitkeringen. Maar uit oogpunt van solidariteit en gelijke behandeling acht het kabinet dit soort ontwikkelingen toch ongewenst. Vandaar dat het kabinet de eis stelt dat alle vrijwillige pensioenvoorzieningen tot gelijke uitkeringen moeten leiden.

Ik weet dat het hier gaat om strenge eisen. Zo streng dat het voor cao-partners aanleiding kan zijn om dan maar helemaal af te zien van sommige vrijwillige voorzieningen. Omdat het te ingewikkeld wordt of omdat er risico-selectie dreigt bij de deelnemers. En dat betekent dan dat werknemers deze voorzieningen zelf moeten kopen bij particuliere verzekeraars in de derde pijler. Die consequentie wordt door het kabinet niet alleen aanvaard, maar wordt door het kabinet ook wenselijk geacht.

Kortom: zo ziet u hoe meer solidariteit en gelijkheid gepaard kunnen gaan met meer marktwerking. We krijgen meer solidariteit in de tweede pijler en meer marktwerking in de derde pijler. En ik moet zeggen dat ik daar een heel paars gevoel van binnen bij krijg!

Tot zover de taakafbakening tussen pensioenfondsen en verzekeraars. Ik besef dat het geen eenvoudige kost is. Gelukkig weet ik dat u als pensioenfondsbestuurders heel wat gewend bent. Ik voel dan ook geen schroom om nog een kleine vijf minuten uw aandacht te vragen voor mijn tweede punt, de verplichtstelling zelf.

In de vijftig jaar dat de verplichtstelling bestaat is de wet zelden ingrijpend veranderd. Dat zegt iets over de stabiliteit in het pensioenbeleid. Toch zie je dat de laatste jaren de behoefte is ontstaan om de wet- en regelgeving aan te passen aan de eisen van de tijd.

U hebt ongetwijfeld nog vers in het geheugen dat vorig jaar de verplichtstelling is verruimd. Werkgevers hebben meer mogelijkheden gekregen voor vrijstelling van deelname aan
bedrijfstakpensioenfondsen. Dat kan als een onderneming een eigen cao afsluit, of als een bedrijf onderdeel wordt van een concern, of als het bedrijfstakpensioenfonds jaren achter elkaar slecht presteert.

Maar ook op andere punten is de verplichtstelling aan herziening toe. Het is daarom dat ik de SER om advies heb gevraagd over wijziging van de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds.

Wat willen we met die wetswijziging?

Ik beperk me tot drie hoofdpunten.

Het eerste punt gaat over de representativiteit. Verplichtstelling is alleen gerechtvaardigd als er een breed draagvlak is in de sector. Of dat draagvlak bestaat wordt getoetst zodra een verzoek tot verplichtstelling wordt ingediend. Vervolgtoetsen vinden onvoldoende plaats. Dat kan betekenen dat pensioenregelingen verplicht blijven, terwijl daarvoor geen brede steun meer bestaat. Dat vindt het kabinet ongewenst. Verplichtstelling is een zwaar instrument, dat bewust moet worden toegepast. Verplichtstelling mag geen automatisme zijn.

Aan de SER is daarom voorgelegd om de representativiteit regelmatiger te toetsen. Ik denk daarbij aan eens in de vijf jaar.

Wat zijn de criteria voor representativiteit? Het kabinet stelt voor om aansluiting te zoeken bij de toetsing voor de algemeen verbindend verklaring van cao.s. Dat wil dus zeggen dat georganiseerde werkgevers in beginsel 60%van de werknemers in een sector in dienst moeten hebben. En het ligt voor de hand dat de Stichting van de Arbeid als adviesorgaan gaat optreden bij de periodieke toetsing.

Het tweede hoofdpunt gaat over de doelgerichtheid van de verplichtstelling. Nu is het alles of niets: een pensioenregeling wordt helemaal verplicht gesteld of helemaal niet. Een middenweg bestaat niet. Dat is niet optimaal, want het is goed mogelijk dat de minister slechts tegen bepaalde onderdelen van een pensioenregeling bezwaar heeft en tegen andere onderdelen juist niet.

Vandaar dat we het mogelijk maken om verplichtstellingen te beperken tot delen van de pensioenregeling. En uiteraard zullen dat de delen zijn die de minister in het algemeen belang acht.

Het derde en laatste hoofdpunt gaat over de concurrentieverhoudingen in pensioenland. We zien de laatste jaren dat steeds meer pensioenfondsen eigen verzekeringsdochters oprichten of banden aangaan met verzekeraars. Daar is op zich niets tegen, zolang andere marktpartijen maar niet op achterstand worden gezet.

Daar komen duidelijke regels voor. Regels in de geest van het rapport van de werkgroep Markt en Overheid, ook wel de werkgroep Cohen genoemd.

Om welke regels gaat het dan?

Het gaat om strakke regels voor het uitbaten van databestanden door bedrijfstakpensioenfondsen. We gaan verbieden dat bpf-en exclusieve informatie geven aan hun eigen verzekeringsdochter. Als gegevens worden verstrekt over deelnemers, dan moeten die verstrekt worden aan alle marktpartijen.

We zullen ook niet toestaan dat pensioenfondsen de producten van de eigen verzekeringsdochter gaan aanprijzen onder het mom van voorlichting. Bpf-en mogen alleen informatie geven over de regelingen die ze zelf uitvoeren.

En tenslotte komen er eisen voor het gebruik van namen en beeldmerken. Het moet klip en klaar zijn met wie de mensen te maken hebben: met het pensioenfonds of met een commerciële partij. We zullen daarom verbieden dat verzekeringsdochters dezelfde naam of hetzelfde beeldmerk voeren als het bedrijfstakpensioenfonds.

Tot zover het groot onderhoud en de renovatie van de verplichtstelling. Rest mij nog de taak om expliciet antwoord te geven op uw expliciete vraag hoe ik denk over de .toekomst van de bedrijfstakpensioenfondsen..

Als u met toekomst de nabije toekomst bedoelt, dan denk ik dat mijn verhaal van vandaag duidelijk genoeg geweest is. De bedrijfstakpensioenfondsen zijn van grote betekenis geweest voor de kwaliteit en de breedte van onze oudedagsvoorziening. Maar er is behoefte om de tweede pijler opnieuw te positioneren tussen de eerste en de derde. Pensioenfondsen moeten zich duidelijker concentreren op hun kerntaak: het aanbieden van pensioenregelingen op basis van collectiviteit en solidariteit. En juist in die kerntaak ligt de bestaansgrond voor de verplichtstelling.

Ik denk dat met de voorstellen die er nu liggen de bedrijfstakpensioenfondsen weer een tijd vooruit kunnen.

Of dat betekent dat de verplichtstelling ook de volgende vijftig jaar blijft bestaan valt niet te overzien. Al is het alleen maar omdat niemand, zelfs de pensioenfondsen niet, zo ver vooruit kan kijken. Maar eerlijk gezegd is die vraag ook niet zo interessant. Het gaat niet om het instrument van de verplichtstelling, het gaat om het doel van een goede oudedagsvoorziening. En ik twijfel er niet aan dat de pensioenfondsen tot in lengte van dagen daar hun bijdrage aan zullen blijven leveren.


- LET OP EMBARGO -

25 mrt 99 15:00

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie