Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Nieuwe hoogleraar UT onderzoekt onderwijsvernieuwing

Datum nieuwsfeit: 25-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Universiteit Twente

99/32 25 maart 1999

Oratie prof. Bosker

Computersimulaties behulpzaam bij onderzoek naar onderwijsvernieuwing als 'studiehuis'

Presteren leerlingen in de ene organisatievorm van onderwijs beter dan in een andere? Dat is de centrale onderzoeksvraag die prof. dr. R.J. Bosker zich gaat stellen in zijn nieuwe betrekking van hoogleraar Formalisering van Theorieën betreffende Onderwijsorganisatie en Onderwijseffectiviteit. "Het formuleren van mathematische modellen, om organisaties met computersimulaties door te rekenen, heeft een aantal belangrijke voordelen", constateert professor Bosker bij de aanvaarding van zijn ambt op 25 maart 1999 aan de faculteit Toegepaste Onderwijskunde van de UT.

De weg van sociaal onderzoek is bezaaid met klassieke valkuilen. Ook het onderzoek naar de effectiviteit van onderwijsorganisaties kan aanleiding geven tot onbedoelde neven-effecten. Zo is in de onderwijskunde het Hawthorne-effect gemeengoed. Leerkrachten zullen in kleine klassen extra hun best doen: als ze erin slagen om het voordelig effect van klassenverkleining aan te tonen dan kunnen ze in de toekomst ook kleinere klassen tegemoet zien. Volgens de nieuwe onderwijskunde-hoogleraar Bosker is dit fenomeen wellicht even hardnekkig als het omgekeerde effect, waarbij leerkrachten met grote klassen zeer hard werken om te laten zien waartoe zij, ondanks de moeilijke omstandigheden, in staat zijn. Dit fenomeen staat in de sociale wetenschappen bekend als het John Henry effect. Deze spoorwegarbeider vreesde bij de introductie van machines voor zijn baan. Om te bewijzen dat een mens hetzelfde vermag als een machine werkte hij zich letterlijk dood.

Dergelijke fenomenen maken het lastig zoiets ogenschijnlijk eenvoudigs als klassenverkleining te onderzoeken. Intussen zijn met vallen en opstaan modellen ontwikkeld die de complexiteit van dergelijke sociale processen in het onderwijs steeds dichter benaderen. Goede mogelijkheden ziet Bosker hierbij in het gebruik van computersimulaties. "Een computersimulatie is een representatie van een structuur in actie", aldus Bosker.

Vooral als het aantal algoritmes te groot wordt, schiet de verbeelding en de rekenkracht van de mens snel tekort. De computer kan daarom bij sociaal onderzoek zijn nut bewijzen. Goede ervaringen heeft Bosker met een mathematisch model van het onderwijssysteem.Uit computersimulaties met dat model ontdekte de Twentse promovenda Henny de Vos vorig jaar dat het prestatieniveau daalt op scholen die leerkrachten randvoorwaarden opleggen bij het formuleren van hun standaarden. Deze intrigerende bevinding wordt nu onderworpen aan een echte empirische toets.

Voor de onderwijskundige kent het gebruik van modellen en computersimulaties meerdere positieve kanten. Zo wordt de onderzoeker gedwongen de theorie nog eens nauwkeurig onder de loep te nemen, en de kern bondig te formuleren in een reeks mathematische vergelijkingen. Bij deze omzetting kunnen 'ontbrekende schakels' in de theorie aan het licht komen. Dit kan op zijn beurt weer leiden tot belangrijke wetenschappelijke vooruitgang. Voorts stemt de modelexercitie tot nadenken over de vorm van relaties die de interesse wekken van de onderzoeker. Ook het nauwkeurig bestuderen van de 'empirische evidentie' kan nooit eerder ontwaarde lacunes aan het licht brengen. Oefeningen met het computermodel leiden soms tot onverwachte bevindingen die aanleiding kunnen zijn voor bijstelling van de achterliggende theorie. De computer is namelijk geduldig en altijd bereid tot experimenten die in werkelijkheid nooit uitvoerbaar zijn.

Bosker vindt dat 'ideaaltypen' in de onderwijskunde in mathematische vergelijkingen moeten worden gegoten of door middel van quasi-experimenten beproefd moeten worden. Op deze manier is hun effectiviteitsclaim te toetsen met statistische modellen. Bosker: "Dergelijk onderzoek is des te meer geboden waar het modellen betreft die niet de doorsnee situatie betreffen, maar die geënt zijn op ideeën die we in Nederland de 'traditionele vernieuwingscholen' noemen. Het geeft te denken dat veel beleidsinitiatieven, zoals het studiehuis, geïnspireerd zijn door die vernieuwingstradities zoals: Montessori, Jenaplan en Dalton, zonder dat men de opbrengsten van aldus vormgegeven onderwijs op wetenschappelijk verantwoorde wijze in kaart heeft gebracht."

Contactpersoon Voorlichting en Externe Betrekkingen, M.A.M. van Zaalen, 053 4892214, email, (M.A.M.vanZaalen@veb.utwente.nl)

© Universiteit Twente 1999

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie