Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak staatssecretaris Hoogervorst SZW op NVVA-symposium

Datum nieuwsfeit: 25-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
expostbus51


MINISTERIE SZW

www.minszw.nl

Toespraak staatss.Hoogervorst op NVVA-symposium

Nr. 99/47
25 maart 1999

Embargo:
25 maart 1999 tot

10.30 uur

Toespraak door staatssecretaris J.F. Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het symposium van de Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne op 25 maart 1999 in het World Trade Center te Rotterdam.

Ik dank de Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne voor de gelegenheid om op deze dag enige woorden tot u te mogen spreken. Ik ben daar extra blij om omdat ik er van overtuigd ben dat het belang van de arbeidshygiënisten de komende jaren als één van de vier kerntaken van de arbodienst alleen maar groter zal worden.

De vraag naar uw deskundigheid zal uitgerekend in het midden- en kleinbedrijf gaan toenemen. En daarbij reken ik op u.

Maar........u moet daar wel zélf wat voor doen.

Het komt niet vanzelf naar u toe. De overheid heeft de afgelopen periode veel kaders en voorwaarden geschapen. Nu komt het er op aan dat u zélf zorgt voor een voortvarende aanpak. En als u mij toestaat geef ik u daarbij wat ideetjes mee.
Maar v¢¢r ik daar aan toe kom wil ik graag eerst iets zeggen over de stand van zaken met betrekking tot het arbobeleid in zijn algemeenheid en de positie van de arbodiensten in het midden- en kleinbedrijf in het bijzonder. Want tenslotte gaat het naar mijn idee toch vooral om het midden- en kleinbedrijf en de rol van de werkgevers daarin. Hoe benadert u hen? Wat gaat u hun vertellen.

Hoe voorkomt u dat werkgevers u zien als louter en alleen een lastige indringer die bovendien alleen maar geld kost. In de richting van die werkgevers zou ik heel simpel willen zeggen: u heeft ongelijk. Het opvolgen, implementeren en uitvoeren van goede adviezen van arbeidshygiënisten bespaart niet alleen kosten, het levert u geld op.

Maar terug naar het arbobeleid van de overheid en meer in het bijzonder van mijn ministerie. We hebben op het terrein van de wet- en regelgeving natuurlijk al veel gedaan. U weet dat. Ik noem u de wet Pemba, de Wulbz, de wet Rea en de nieuwe Arbowet. Ik zal hier niet diep op deze wetgeving ingaan. Maar het doel is duidelijk. Het aanscherpen van de financiële verantwoordelijkheid voor de werkgever op het gebied van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.

Met andere woorden: werkgevers hebben een direct financieel belang bij het terugdringen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. De noodzaak hiervan moge duidelijk zijn.

De direct aan arbeid gerelateerde kosten van ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en medische zorg beliepen in 1995 ongeveer 12 miljard gulden. Dat is toch bijna twee procent van wat wij met zijn allen in dit land verdienen, het bruto binnenlands product. Het is daarom ons aller zorg dat het aantal arbeidsgebonden aandoeningen, beroepsziekten en arbeidsongevallen de komende jaren gaat dalen. Ik heb het idee dat met de invoering van de nieuwe Arbowet en de andere wetten die ik u al noemde, we een stelsel hebben opgebouwd waarmee we daadwerkelijk iets kunnen doen.

Kijken we iets specifieker naar het midden- en kleinbedrijf dan zien we dat de problematiek in deze sector niet gering is. Ik hoef u het eigenlijk niet te noemen, want als het goed is weet u het veel beter dan ik. Neem de oplosmiddelenproblematiek. Het Organisch Psycho Syndroom (OPS). Of de verminderde vruchtbaarheid van werknemers die laatst is vastgesteld. En het zit natuurlijk door het hele MKB heen. Schilders, woningstoffeerders, de hele grafische branche, de hout- en meubelbrache en, niet te vergeten, de autospuiterijen.

Ik kreeg laatst verslag van een recente inspectietocht langs autospuiterijen door de Arbeidsinspectie. De inspecteur constateerde dat bij het schoonmaken van spuitapparatuur er sprake is van een hoge, risicovolle piekblootstelling aan oplosmiddelen. Bij drie van de vier bezochte bedrijven was geen enkele beschermende voorziening. Maar bij één bedrijf was de schoonmaakbak heel simpel omkast met van die handgaten zoals bij een couveuse en werden de dampen uit de kast afgezogen. Al met al een hele goeie, doeltreffende en relatief goedkope oplossing. In dit geval bedacht door het bedrijf zelf. Maar het idee had natuurlijk ook afkomstig kunnen zijn van een arbeidshygiënist van de arbodienst.

Ik had het over de oplosmiddelenproblematiek. Maar de stoffenproblematiek in het algemeen baart mij oprecht zorgen. Op ons verzoek heeft TNO-Voeding een onderzoek uitgevoerd naar het gevaarlijke stoffenbeleid in het MKB. Een onderzoek naar de stand van zaken.

Dit onderzoek is nog niet afgerond maar ik heb toch al een paar eerste rapportages gezien. Ik noem u wat bevindingen uit dit nog niet gepubliceerd rapport.

Houdt u uw stoel maar even goed vast.

- de werkgever geeft, zo blijkt uit het onderzoek, lage prioriteit aan gevaarlijke
stoffen;

- de rol van de Arbeidsinspectie en de arbodienst wordt door de ondernemer verward;

- de werkgever doet weinig met de risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) en met
het plan van aanpak;

- voor de werkgever is niet duidelijk waar hij arbokennis vandaan kan halen;

- de informatievoorziening is ongestructureerd naar de bedrijven toe;

- arbeidsomstandigheden hebben geen hoge prioriteit voor branche-organisaties;

- de arbodienst werkt te weinig oplossingsgericht;
- de werkwijze van de arbodienst is te veel probleemgericht in plaats van
oplossingsgericht als het gaat om arbeidshygiënische vraagstukken.
Geen malse kritiek als u het mij vraagt.

Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat het onderzoeksrapport van TNO-voeding ook enige opmerkingen over het overheidsbeleid maakt. Volgens het rapport vinden de werkgevers dat Nederland in vergelijking met andere Europese landen té hard van stapel loopt met het op poten zetten van een gevaarlijke stoffenbeleid. Dat ervaar ik eerder als een compliment dan als een puntje van kritiek. Nu weet ik wel dat de arbodiensten nogal eens in de hoek staan waar de kritiek wordt uitgedeeld. Soms is dat terecht, maar lang niet altijd.

Bovendien weet ik dat uw positie als arbeidshygiënist lang niet altijd een gemakkelijke is. En de laatste tijd is er ook veel ten goede veranderd. Ik zie dat ook. Ik zal dan ook de laatste zijn die uw werk langs welke meetlat dan ook wil leggen. Integendeel. Ik wil u slechts een hart onder de riem steken want het werk dat u doet is in mijn ogen zeer belangrijk. En nogmaals: er is een hoop ten goede veranderd. De contracten die worden afgesloten op het terrein van de Arbo nemen in waarde toe.

En ik heb natuurlijk ook oog voor de kleinere bedrijfjes die wat aanhikken tegen zo'n uitgebreid arbocontract en het dan maar met tientjescontracten afdekken. Toch geldt hier ook: goedkoop is op termijn duurkoop. Want pas op! Alleen al in het midden- en kleinbedrijf gaat het om ruim een half miljoen mensen die direct en dagelijks risico's lopen op ziekte en definitieve uitval als gevolg van bijvoorbeeld OPS. Dat is dus tien procent van de beroepsbevolking. En dan heb ik het nog niet eens over de bakkersallergie en de latexallergie. De risico's van het werken met toxische stoffen zijn groot en nog niet eens allemaal in kaart gebracht.

Binnenkort verschijnt het proefschrift van twee onderzoekers van de afdeling gezondheidsleer van de Landbouwuniversiteit in Wageningen waarover afgelopen zaterdag in de Volkskrant al werd gepubliceerd. En wat blijkt: onder de bezoekers van voortplantingsklinieken bevinden zich relatief veel drukkers, tapijtleggers en schilders. De onderzoekers toonden aan dat er een direct verband bestaat met het werken met oplosmiddelen.

Voor mij is één ding duidelijk: er moet wat veranderen en er moet wat verbeteren. En daarbij vestig ik mijn hoop op u. Het gaat nu om een praktische en resultaatgerichte aanpak. Daar is nu de tijd meer dan rijp voor.

Een praktische en resultaatgerichte aanpak. Maar ook, en ik wil dat graag onderstrepen, een assertieve, innovatieve en creatieve aanpak. En dat mag £ allemaal gaan uitvoeren.

En er zijn kansen genoeg. Een betrekkelijk nieuwe loot aan de arbo-boom is het arboconvenant. Zo pas heb ik daarover een nota aan de Tweede Kamer gestuurd. Ik zie de arboconvenanten als één van de bouwstenen van mijn plan van aanpak WAO. In die nota geef ik wat toxische stoffen betreft prioriteit aan een drietal evidente klachtenveroorzakers: oplosmiddelen, allergische stoffen en kwarts.

Daarbij mik ik op het verder uitbouwen en stimuleren van innovatief bronbeleid. Kansrijke ontwikkelingen, nieuwe uitvindingen en zaken die nu nog niet tot de stand van de techniek behoren, krijgen via die convenanten wat mij betreft een kans. Bij oplosmiddelen moet u denken aan het ontwikkelen en uitproberen van vervangende producten. En natuurlijk gaat het mij daarbij om concrete resultaten. Resultaten in termen van verlaging van het aantal werknemers dat aan risico.s wordt blootgesteld.

De deelnemers aan zo'n convenant, de sociale partners, de overheid en wat mij betreft ¢¢k de producenten moeten zich daar op vastleggen. Nogmaals: aan de overheid ligt het niet.

In dit regeerakkoord is voor de komende vier jaar 160 miljoen gulden beschikbaar gesteld, onder meer voor onderzoek, voorlichting en voorbeeldprojecten. Ik doe hier vandaag graag een oproep aan de branche-organisaties om deze handschoen van het convenant op te pakken.

Verder denk ik dat de branche-organisaties ook eens kunnen nadenken over collectieve contracten voor aangesloten leden. Dat helpt om kleine bedrijfjes met slechts enkele werknemers over de streep te trekken en het betaalbaar te houden.

Niet allemaal aparte arbocontracten voor elk bedrijfje maar collectieve contracten waar het aangesloten bedrijf uit kan halen wat het nodig heeft. Maar ook hierin liggen weer kansen voor de arbeidshygiënist en de arbodiensten. Wij ontvangen u graag op het ministerie als u ideeën heeft over innovatieve oplossingen of over vervangende stoffen.

Wij laten ons graag door u op het spoor zetten van kansrijke en nog niet of onvoldoende ontwikkelde beschermingsmaatregelen die ook uitvoerbaar blijken. Zet u zelf maar ook de branche of het bedrijf waarvoor u werkt op het spoor van innovatieve (bron)oplossingen en vervolgens op het convenantenspoor. De werkgever is best te overtuigen. En wijzen op aansprakelijkheid en een straffer optreden van de Arbeidsinspectie is lang niet altijd nodig. Hoewel het soms wel helpt natuurlijk.

Tenslotte nog dit:

- De arbeidshygiënist zal in zijn adviezen een zorgvuldige afweging maken van de
belangen van betrokkenen;

- De arbeidshygiënist adviseert betrokkenen effectief, zorgvuldig en begrijpelijk over
redelijkerwijs te nemen maatregelen;

- De arbeidshygiënist licht betrokkenen naar beste kennis en vermogen zo volledig
mogelijk in over de gezondheidsrisico's verbonden aan voorkomende
werkzaamheden.

Ik zou het niet beter hebben kunnen zeggen. Het zijn namelijk niet mijn woorden maar ik citeerde uw eigen Code van beroep van de Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne. Ik heb daar niets meer aan toe te voegen. Ik wens u vandaag een bijzonder vruchtbaar symposium.


- LET OP EMBARGO -

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie