Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

1997/1998: goed jaar voor Vlaams huishoudelijk verbruik

Datum nieuwsfeit: 31-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
1997/1998: een goed jaar voor het huishoudelijk verbruik

De resultaten van de huishoudbudgetenquête 1997/1998 zijn ter beschikking van het publiek

Technische omschrijving

De huishoudbudgetenquête meet de uitgavenstructuur van een gemiddeld Belgisch huishouden. Over de periode van 1 juni 1997 tot 31 mei 1998, noteerden 2.213 representatieve huishoudens hun inkomsten en uitgaven. Deze enquête is de derde in een reeks van drie jaarlijkse enquêtes die op een gelijkaardige manier de periodes 1995/1996 en 1996/1997 bestreken. De gegevens die door de huishoudens in de steekproef werden geleverd, werden geëxtrapoleerd naar de ongeveer vier miljoen huishoudens die ons land telt.

Evolutie van de consumptie

Volgens de resultaten van de enquête bedroeg de totale jaarlijkse consumptie voor een gemiddeld Belgisch huishouden over de periode 1997/1998, 1.061.495 BEF. Dit is 5% meer dan voor de periode 1996/1997 (1.011.017 BEF) en 6% meer dan voor 1995/1996 (999.668 BEF). Deze trend valt niet alleen nationaal, maar ook regionaal waar te nemen.

In het huishoudbudget daalde over de laatste twintig jaar het aandeel van van voedsel, kleding, meubelen en huishoudtoestellen, verwarming, verlichting en water. Het aandeel voor huur (inclusief aan eigenaars toegerekende huur), cultuur, vervoer en telecommunicatie, gezondheid en financiële diensten en verzekeringen is daarentegen geleidelijk gestegen.

Evolutie van de structuur van het huishoudbudget over de laatste twintig jaar (in procent van het totaal aan bestedingen)

Enquêtejaar

1978/1979 1987/1988 1997/1998

voeding, drank, tabak 22,2% 19,0% 16,4%

kleding, schoeisel 7,9% 7,3% 5,7%

bruto huur 17,7% 20,9% 21,7%

verwarming, verlichting, water 6,5% 5,9% 5,3%

meubelen, huishoudtoestellen 8,6% 6,7% 6,3%

gezondheid 3,3% 3,6% 4,3%

vervoer en telecommunicatie 11,2% 11,6% 13,8%

cultuur en ontspanning 7,3% 7,4% 9,2%

horeca 3,9% 4,5% 4,4%

reizen 3,9% 3,3% 3,1%

financiële diensten 3,7% 4,3% 4,8%

andere 3,8% 5,5% 5,0%

Structuur van het budget in de gewesten

Het Brussels huishouden onderscheidt zich van de andere doordat het relatief weinig uitgeeft aan voeding. Dit valt gedeeltelijk te verklaren door de kleinere omvang van Brusselse huishoudens (gemiddeld 2,1 personen, t.o.v. 2,5 voor de rest van het land). Anderzijds gaan er meer uitgaven naar huur, maar liggen de uitgaven voor verwarming, verlichting en water en voor de inrichting en het onderhoud van huis en tuin lager dan in Vlaanderen en Wallonië. Een Brussels huishouden geeft minder uit voor persoonlijk vervoer (hoofdzakelijk aankoop van auto’s en hun verbruik), maar meer voor post en telecommunicatie en reizen.

Een Vlaams huishouden besteedt meer aan kleding en schoeisel en aan de inrichting en het onderhoud van huis en tuin. Uitgaven voor persoonlijk vervoer liggen hoger, maar die voor openbaar vervoer aanzienlijk lager dan voor de rest van het land. Vlaamse huishoudens geven ook meer uit aan cultuur en ontspanning en horeca.

Een Waals huishouden heeft duidelijk lagere uitgaven voor huur, maar hogere uitgaven voor verwarming, verlichting en water. Uitgaven voor gezondheid liggen hoger en die voor horeca en reizen liggen lager dan in de rest van het land. Ook uitgaven voor financiële diensten en verzekeringen liggen hoger in Wallonië.

Uitgaven voor tabak zijn t.o.v. de enquête 1995/1996 in Brussel en vooral in Wallonië gedaald. Hierdoor benaderen zij nu die in Vlaanderen, waar de tabaksconsumptie vrijwel gelijk bleef.

Gemiddelde uitgaven per huishouden en per jaar volgens gewest (1997/1998) Bedrag in BEF Procentuele verdeling Brussel Vlaanderen Wallonië Rijk Brussel Vlaanderen Wallonië Rijk Voeding 114.581 136.599 135.098 133.695 11,36% 12,60% 12,98% 12,59% Drank 30.830 29.593 33.211 30.830 2,98% 2,73% 3,19% 2,90% Tabak 9.914 9.015 10.169 9.491 0,98% 0,83% 0,98% 0,89% Kleding en schoeisel 44.393 67.383 52.604 60.026 4,40% 6,22% 5,05% 5,65% Huur (inclusief aan eigenaars toegerekende huur) 248.561 232.159 219.501 229.811 24,65% 21,42% 21,09% 21,65% Verwarming, verlichting, water 44.739 55.795 59.221 55.705 4,44% 5,15% 5,69% 5,25% Inrichting en onderhoud van huis en tuin 59.752 69.197 66.674 67.336 5,93% 6,38% 6,41% 6,34% Gezondheid 46.716 42.926 50.665 45.875 4,63% 3,96% 4,87% 4,32% Persoonlijk vervoer 91.910 123.590 114.651 117.192 9,11% 11,40% 11,02% 11,04% Openbaar vervoer 14.696 5.228 14.643 9.348 1,46% 0,48% 1,41% 0,88% Post, telecommunicatie 23.672 19.070 19.837 19.825 2,35% 1,76% 1,91% 1,87% Cultuur, vrije tijd, onderwijs 88.463 100.559 94.784 97.343 8,77% 9,28% 9,11% 9,17% Horeca 46.743 54.453 33.606 46.743 4,60% 5,02% 3,23% 4,40% Toeristische reizen 43.880 34.789 26.251 32.990 4,35% 3,21% 2,52% 3,11% Lichaamsverzorging 25.774 26.233 24.426 25.590 2,56% 2,42% 2,35% 2,41% Financiële diensten en verzekeringen 48.278 49.306 54.753 50.977 4,79% 4,55% 5,26% 4,80% Andere goederen en diensten 26.482 30.050 30.609 28.717 2,62% 2,59% 2,94% 2,70% Gemiddelde totale consumptie 1.008.264 1.083.944 1.040.701 1.061.495 100% 100% 100% 100% Gemiddeld totaal inkomen 1.046.899 1.229.321 1.164.059 1.187.968

Een downloadbare tabel is beschikbaar als u gedetailleerder cijfers wenst.

Gemiddelde uitgaven volgens een aantal karakteristieken

Volgens de inkomensklassen Een huishouden uit het hoogste inkomenskwartiel (of de 25% huishoudens met het hoogste inkomen) consumeert gemiddeld 3 maal meer dan een huishouden uit het laagste inkomenskwartiel (de 25% huishoudens met het laagste inkomen). Het verschil tussen het verbruik van het hoogste en laagste inkomensdeciel (de 10% hoogste en laagste inkomens) bedraagt een factor 4,5.

Inkomenskwartielen (a) Uitgaven in BEF Kwartiel 1 557.230 Kwartiel 2 869.129 Kwartiel 3 1.138.851 Kwartiel 4 1.678.855 (a) Kwartiel : ieder kwartiel omvat 25% van de huishoudens.

Volgens het beroepsstatuut Huishoudens van zelfstandigen en bedienden hebben een duidelijk hogere consumptie in vergelijking met huishoudens van arbeiders en gepensioneerden. Huishoudens waarvan de referentiepersoon niet actief is consumeren slechts de helft van de zelfstandigen- of bediendenhuishoudens. Voor alle groepen , behalve de niet-actieven is het verbruik t.o.v. 1995/1996 toegenomen.

Beroepsstatuut Uitgaven in BEF Zelfstandig 1.396.286 Arbeider 1.071.777 Bediende 1.313.381 Gepensioneerd 803.287 Niet-actief 644.372

Volgens de leeftijdsklasse Huishoudens met een referentiepersoon tussen 40 tot 49 jaar vertonen de hoogste consumptie. Voor huishoudens van meer dan 60 jaar ligt het totaal verbruik 1,5 maal lager.

Leeftijdsklasse Uitgaven in BEF 20 tot 29 jaar 988.633 30 tot 39 jaar 1.128.437 40 tot 49 jaar 1.281.848 50 tot 59 jaar 1.184.708 60 jaar en meer 804.064

Volgens het aantal actieve personen Het totaal verbruik stijgt met het aantal actieve personen in het huishouden. Huishoudens zonder actief persoon verbruiken slechts de helft van huishoudens met twee of meer actieve personen.

Aantal actieven Uitgaven in BEF geen 758.534 één 1.098.941 twee of meer 1.396.475

Volgens de bevolkingsdichtheid Het totaal verbruik ligt op het platteland lager dan in de steden of de semi-urbane gebieden.

Bevolkingsdichtheid Uitgaven in BEF minder dan 100 inw/km² 970.695 van 100 tot 499 inw/km² 1.078.639 500 inw/km² en meer 1.060.294

Alle gedetailleerde tabellen zijn beschikbaar op papier of diskette in onze informatie- en documentatiecentra.

Persberichten

Laatst gewijzigd op: 30-03-99 © 1998/1999 NIS, Ministerie van Economische Zaken

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie