Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Vlaamse begrotingscontrole 1999

Datum nieuwsfeit: 31-03-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Vlaamse regering

PERSMEDEDELING VAN DE VLAAMSE REGERING

BIJZONDERE VERGADERING VAN 31 MAART 1999

Vlaamse begrotingscontrole 1999

Op voorstel van Vlaams Begrotingsminister Wivina DEMEESTER heeft de Vlaamse regering de begrotingscontrole voor 1999 afgerond.

De begrotingscontrole 1999 beperkte zich traditiegetrouw tot een technische bijstelling van de geraamde inkomsten en uitgaven voor het begrotingsjaar 1999 in functie van de definitieve afrekening 1998 enerzijds en de gewijzigde economische parameters anderzijds.

Een belangrijk bijkomend element in de begrotingscontrole 1999 betreft de aangepaste berekening van het aantal jongeren tot 18 jaar. De federale overheid heeft zich ertoe geëngageerd om, gespreid over de jaren 1999 en 2000, de achterstallige middelen voor de financiering van het onderwijs door te storten aan de Gemeenschappen. Voor 1999 impliceert dit een (éénmalige) meerontvangst van 2 miljard fr. en een recurrente meerontvangst van ca. 300 miljoen.

Wijzigingen aan inkomstenzijde

Vooraf dient te worden opgemerkt dat ten gevolge van de keuze voor een acyclische begrotingsnormering de variatie van de toegewezen middelen in functie van de wisselende economische conjunctuur bepalend is voor de uitgaven. Wijzigingen in gewestbelastingen en niet-fiscale ontvangsten blijven wel nog bepalend voor de uitgaven.

1. De toegewezen middelen

1.1. De definitieve afrekening 1998

De definitieve afrekening 1998 van de toegewezen middelen leidt tot een meerontvangst van 2,3 miljard fr.

Deze meerontvangst is de resultante van lagere inflatie, sterkere economische groei en een verbeterde fiscale capaciteit in 1998.

Als gevolg van de keuze voor een acyclische begrotingsnorm kan de meerontvangst die het gevolg is van een sterkere economische groei niet worden aangewend voor meeruitgaven. Net zomin zou een eventuele minderontvangst ten gevolge van lagere economische groei aanleiding kunnen geven tot een besparing.

Dit betekent dat uitreindelijk een bedrag van 1,75 miljard mag worden aangewend voor eenmalige initiatieven of bijkredieten bij vorige jaren.

1.2. De gewijzigde parameters 1999

De verrekening van de gewijzigde parameters leidt in 1999 tot een minderontvangst van 1,6 miljard fr. Deze minderontvangst is de resultante van een lagere inflatieverwachting (1,3% i.p.v. 1,4%) en van lagere groei (2% i.p.v. 2,5%).

Net zoals de hogere BNP-groei in 1998 geen aanleiding mag geven tot een stijging van de uitgavenmogelijkheden, zo mag ook de lagere BNP-groei in 1999 geen aanleiding geven tot een daling van de uitgavenmogelijkheden.

Dit betekent dat de uitgaven uiteindelijk maar rekening moeten houden met een daling met 645 miljoen fr.

Het acyclische karakter van de begrotingsnorm heeft m.a.w. tot gevolg dat van de eenmalige middelen (2,3 miljard er 1,75 miljard eenmalig mogen worden aangewend, en dat de verminderde toegewezen middelen (-1,6 miljard) slechts tot een uitgavendaling van 645 miljoen leidt.

1.3. Aanpassing BTW-middelen (herrekening aantal jongeren tot 18 jaar)

De federale overheid zal gespreid over twee jaar 4.025,4 miljoen fr. doorstorten aan de Vlaamse overheid. Voor 1999 impliceert dit een meerontvangst van 2.012,7 miljoen fr., die éénmalig aangewend kan worden. Daarenboven kan een bedrag van 316 miljoen fr. recurrent worden ingeschreven in meerontvangst.

2. De gewestbelastingen

In vergelijking met de initiële begrotingsopmaak 1999 stijgt de opbrengst van de Gewestbelastingen met ca. 2,8 miljard fr. Dit bedrag mag worden verrekend als een recurrente meerontvangst.

De stijging kan als volgt worden geraamd :


- Spelen en weddenschappen : 844,6 mio (init. Begrot. '99) tgo. 900,0 mio (begrot.controle '99)
- Autom. Ontspanningstoestellen : 1.211,8 tgo. 1.375,7
- Openingsbelasting : 359,4 tgo. 320,0
- Onroerende voorheffing : 3.909,7 tgo. 3.909,7
- Registratierechten : 13.582,0 tgo. 14.000,0
- Successierechten : 15.357,2 tgo. 17.600,0
- Verwijlinteresten : 450,0 tgo. 150,0

Subtotaal : 35.714,6 tgo. 38.255,2


- Kijk- en luistergeld : 17.594,9 tgo. 17.839,5

Totaal : 53.309,5 tgo. 56.094,7 miljoen.

3. De niet-fiscale ontvangsten

Voor de niet-fiscale ontvangsten wordt een lichte daling verwacht met -123,3 miljoen fr. Dit bedrag moet worden verrekend als een structurele minderontvangst.

Samenvatting : wijzigingen aan inkomstenzijde


* voor recurrent gebruik :

- 645,3 miljoen fr. (daling toegewezen belastingen o.m. onder invloed van gedaalde inflatie '98 en '99; acyclisch gedeelte niet verrekend)
+ 316,0 miljoen (invloed aantal jongeren)
- 123,3 miljoen (daling niet-fiscale ontvangsten) + 2.785,2 miljoen (stijging gewestbelastingen + kijk- en luistergeld)

totaal voor recurrent gebruik : + 2.332,6 miljoen fr.


* voor eenmalig gebruik :
+ 1.748,2 miljoen fr. (afrekening middelen 1998 en vroeger, acyclisch gedeelte niet verrekend) + 2.012,7 miljoen fr. (eenmalige middelen onderwijs)

totaal voor eenmalig gebruik : + 3.760,9 miljoen fr.

Wijzigingen aan uitgavenzijde

Hoofdzakelijk in twee sectoren, met name onderwijs en welzijn, doen zich belangrijke onvermijdbare meeruitgaven voor, met name :

- 600 miljoen meeruitgave voor onderwijs ten gevolge van de blijvende toename van het aantal full-time personeelsequivalenten. Deze toename is het gevolg van de afgesloten onderwijsakkoorden

- 1,1 miljard meeruitgave in de welzijnssector. De stijging komt vrijwel volledig op rekening van verhoogde tewerkstelling in de gehandicaptensector en de kostprijs van de CAO beschutte werkplaatsen.

Deze meeruitgaven, die recurrent zijn, worden gefinancierd vanuit de recurrente meerontvangsten.

Ruimte voor eenmalige uitgaven in 1999 : 4,25 miljard

In 1999 is er een belangrijk pakket van 4.243,6 miljoen fr. aan eenmalige middelen ter ter beschikking. Dit bedrag komt als volgt tot stand :


- éénmalige meermiddelen :3.760,9 miljoen fr.
- bijkredieten vorige jaren : -397,3 miljoen fr. Totaal beschikbaar : 3.363,6 miljoen fr.

Daarenboven wordt voorgesteld om de provisionele kredieten die in 1999 niet zullen worden uitgegeven, aan te wenden voor eenmalige investeringen. Dit geeft een extra-eenmalige impuls van 880 miljoen fr. voor 1999.

Samen kunnen er dus voor 4,25 miljard fr. aan eenmalige investeringen worden verricht.

Invulling van de ruimte voor eenmalige uitgaven 1999

De Vlaamse regering heeft beslist om de eenmalige middelen 1999 volledig in te zetten voor extra investeringen. Deze eenmalige investeringsimpuls kan als volgt opgedeeld worden:


* + 2.100 miljoen investeringen schoolgebouwen, verdeeld over basisonderwijs (800 miljoen), secundair onderwijs (600), HOBU (700), volgens het aantal
leerlingen/studenten, waarbij voorrang verleend moet worden aan de dossiers inzake veiligheids- en instandhoudingswerken. Daarmee wordt een aanzienlijk deel van de achterstand inzake vernieuwing van schoolgebouwen ingelopen.


* + 250 miljoen diverse investeringen en maatregelen ter bevordering van de veiligheid in het kader van de samenlevingscontracten, met bijzondere aandacht voor grootstedelijke gebieden. Bij deze investeringen gaat bijzondere aandacht naar veiligheid op en rond het openbaar vervoer.


* + 350 miljoen voor PC/KD


* + 600 miljoen aanvullende investeringen voor het programma Waterbeheer, met als doel het
overstromingsgevaar op een geïntegreerde wijze op bevaarbare en onbevaarbare waterlopen 'in te dijken'.


* + 250 miljoen aanvullend structureel onderhoud van de wegen ten gevolge van de winterschade


* + 450 miljoen investeringsmiddelen VIPA (= Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden) : 100 miljoen voor kinderdagverblijven, 200 miljoen voor bejaardenvoorzieningen, en 150 miljoen voor ziekenhuizen.


* + 250 miljoen informatica-investeringen voor het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap


* + 50 miljoen noodhulp voor Kosovo

Algemeen totaal voor éénmalige investeringen : 4.250 miljoen fr.

Aandacht voor de werkgelegenheid

1. Investeringen in creatie van werkgelegenheid

De extra investeringsimpuls van 4,25 miljard leidt tot een belangrijke verhoging van de tewerkstelling.

2. Extra impuls voor uitvoering van Europese richtsnoeren tewerkstelling

Er wordt een bedrag van 1,3 miljard fr. herschikt binnen het programma tewerkstelling. Hiermee wordt een extra impuls gegeven aan de uitvoering van de Europese richtsnoeren Tewerkstelling.

3. Successierechten familiale ondernemingen worden van 3% op 0% gebracht

In het kader van de versterking van de werkgelegenheid in familiale ondernemingen en consequent met de uitgangsprincipes bij de hervorming van de successierechten (in 1997) worden de successierechten bij erfopvolging in familiale ondernemingen van 3% op 0% gebracht.

info : Carl Buyck, woordvoerder van minister Demeester tel. (02) 227 24 11
e-mail: (persdienst.demeester@vlaanderen.be)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie