Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Kabniet Belgie over de stage der jongeren

Datum nieuwsfeit: 01-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Stage der jongeren - Voordeelbanenplan - Begeleidingsplan voor werklozen - Dienstencheques

Kabinet van de minister van tewerkstelling en arbeid en gelijke-kansenbeleid

STAGE DER JONGEREN

De stage der jongeren heeft tot doel om de inschakeling van jongeren in het arbeidsproces te bevorderen door de onderneminegen en administraties ertoe te verplichten een aantal jonge werkzoekenden als stagiair in hun onderneming op te nemen. In principe gaat het om werkzoekenden jonger dan 30 jaar zonder werkervaring.

Minister Smet wijst erop dat de vakbondscijfers over het aantal stagiairs onderschat zijn omdat door de jaren heen, dikwijls op vraag van de vakbonden, een aantal categorieën gelijkgesteld werden met stagiairs, bijvoorbeeld het industrieel leercontract, het alternerend leren en werken enz. De cijfers van 1997 wijzen uit dat 23.938 jongeren een stage contract of een gelijkgesteld contract hadden, wat overeenstemt met 91 %van de in te vullen stageplaatsen.

Er zijn vier belangrijke wijzigingen : 1. Het stopzetten van de verplichting om jongeren met een Eerste - Werk-Ervaringscontract aan te werven . Alle stagiaires worden aangeworven in het kader van een traditionele stage der jongeren. 2. Voorts wordt er voorzien in een verstrenging van de sanctie. Er wordt een sanctie opgelegd aan de werkgever van 3000 BF vermenigvuldigd met het aantal kalenderdagen dat de stagiaire niet werd tewerkgesteld 3. De stagiaire moet eveneens opgenomen worden in de RSZ-aangifte. 4. In het kader van de uitvoering van het IPA worden gehandicapten die tewerkgesteld worden met een contract van onbepaalde duur gelijkgesteld met een stagiair.

VOORDEELBANENPLAN

Het voordeelbanenplan werd door minister Miet Smet in het leven geroepen op 1 januari 1995 en is een specifieke maatregel om de langdurig werklozen meer kansen te geven op de arbeidsmarkt. Het richt zich tot werklozen die één jaar of langer werkloos zijn. Voor de werkgever die een persoon aanwerft die 1 jaar werkloos is of leeft van een bestaansminimum betekent dit een degressieve vermindering van de patronale bijdragen ( 1ste jaar 75%, 2de jaar 50%). Is de aangeworven persoon reeds 2 jaar werkloos, dan kan de werkgever rekenen op een vermindering van 100% het eerste jaar en 75% het tweede jaar.

In de wet wordt deze maatregel verlengd voor 1999 en 2000.

Het gaat dan ook om een maatregel die om verschillende redenen een succes genoemd kan worden. Volgens de cijfers van december 1998 werden, sinds de maatregel van kracht is, reeds 127.825 personen aangeworven. Het gaat om 67.888 mannen en 59.937 vrouwen. Het voordeelbanenplan werd dus vrij gelijkmatig opgenomen door mannen ( 53 %) en vrouwen (47%).

Per gewest kunnen we de volgende verdeling optekenen: Vlaanderen 53.968 (42.22%), Wallonië 62.979 (49.27%) en Brussel 10.878 (8.51 %)

Opvallend is dat 47 % van de werklozen die in dit stelsel aan de slag gingen reeds meer dan twee jaar werkloos waren. Het gaat m.a.w. om mensen die zonder hulp van deze maatregel niet of zeer moeilijk uit de werkloosheid zouden geraken.

BEGELEIDINGSPLAN VOOR WERKLOZEN

In het wetsontwerp wordt eveneens voorzien in een begeleidingsplan voor werklozen, dat enkele zeer belangrijke wijzigingen inhoudt t.o.v. het bestaande begeleidingsplan. Dit laatste werd gelanceerd door Minister Smet in januari 1993 en is gebaseerd op een nauwe samenwerking tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten. Het nieuwe plan is operationeel sinds 1 januari 1999.

Het nieuwe begeleidingsplan streeft een dubbel doel na : 1. Enerzijds langdurige werkloosheid voorkomen door de werkzoekenden intensiever te begeleiden en intensief op te leiden 2. En anderzijds toezicht houden op de beschikaarheid voor de arbeidsmarkt van de werklozen Het Begeleidingsplan zoals het nu is opgenomen in de Tewerkstellingswet werd geheroriënteerd in de richting van de Europese richtsnoeren.

Het Begeleidsingsplan wordt toegespitst op de laaggeschoolde werklozen van jonger dan 25 jaar, zonder een diploma Hoger Secundair onderwijs. Het gaat hier om een groep van 30.000 die jaarlijks op de arbeidsmarkt komen. In de 6de maand werkloosheid zullen deze jongeren verplicht opgeroepen worden, zal een analyse van hun profiel en situatie gemaakt worden om een voor hen passend begeleidingsplan op te stellen. Een systematische opvolging moet ervoor zorgen dat de begeleiding aangepast of bijgestuurd kan worden. De federale overheid betaalt 10.000 BF per begeleidingsovereenkomst

Zoals ook in Denemarken het geval is, voorziet het wetsontwerp voor een groep die nog zwakker staat op de arbeidsmarkt, nl. de 7200 schoolverlaters die hoogstens over een diploma van het basisonderwijs beschikken, naast de begeleiding ook nog in een intensieve opleiding met uitzicht op een baan. Het gaat dan om het bijwerken van algemene kennis, het verwerven van attitudes om te werken in een onderneming , en het aanleren van een beroep. De opleiding kan 6 tot 18 maanden uren, met een minimum van 1000 uur. Bovendien wordt elke jongere individueel begeleid. De federale staat draagt 150.000 Bf bij per opleiding.

De financiering van deze maatregel gebeurt via een heffing van 0.05 % van de Bruto Loonmassa (1 miljard BF per jaar).

Voor de jongeren die geen wachtuitkering genieten, zal gedurende de 6 maanden intensieve opleiding een begeleidingsuitkering worden betaald van 4000 BF per maand. Jaarlijks zullen dus 30.000 laaggeschoolde jonge werklozen een individuele begeleiding ontvangen en wordt voorzien in een intensieve opleiding voor de 7200 laagstgeschoolden . Dit moet voor hen een nieuwe start op de arbeidsmarkt mogelijk maken.

De heroriëntering van het begeleidingsplan naar jongere werklozen betekent echter niet dat de oudere werklozen in de kou blijven staan. Voor hen zullen de gewesten verdergaan met het aanbieden van een begeleiding aan de werklozen van 25 tot 45 jaar die niet in het bezit zijn van een diploma Hoger Secundair Onderwijs.

DIENSTENCHEQUES

De dienstencheques zullen als experiment ingevoerd worden gedurende 2 jaar. Nadien volgt een evaluatie.. De bedoeling is om via dit stelsel de markt van de dienstverlening aan personen verder te ontwikkelen en de tewerkstelling te verhogen in die sectoren waar veel zwartwerk is of waar men dit soort karweien zelf opknapt. Door de dienstencheck kan een bestaande potentiële vraag naar diensten omgezet worden in een effectieve vraag

De sector die voor het experiment in aanmerking komt is de sector van binnenhuiswerken van schilderen en behangen. Deze sector wordt gekenmerkt door een groot risico op zwartwerk ten gevolge van een vrij hoge arbeidskost.

In de toekomst zal de overheid de helft van de arbeidskost op zich nemen via het systeem van de dienstencheques. De gebruiker zal dan slechts 50 % van het uurloon betalen. De maximale overheidstussenkomst per gebruiker bedraagt 40.000 BF.

In de begroting van 1999 werd een budget van 200 miljoen BF voorzien. Vanaf 2000 zal op jaarbasis 400 miljoen BF voorzien worden.

Minister Miet Smet heeft vandaag in de Commissie Sociale Zaken aangekondigd dat zij de nodige maatregelen zal treffen opdat het systeem van de dienstencheques van start kan gaan op 1 april 1999. De minister meldde eveneens dat de uitvoering van de maatregel toevertrouwd zal worden aan de RVA.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie