Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief BUZA aan Kamer inzake Kosovo

Datum nieuwsfeit: 06-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 6 april 1999
Kenmerk DGPZ-1001/99.
Blad /6
Bijlage(n) 1
Betreft Kosovo

Zeer geachte Voorzitter,

De ontwikkelingen in en rond Kosovo hebben de laatste dagen dramatische vormen aangenomen.

Tegen deze achtergrond is het beleid van de Nederlandse regering er in de allereerste plaats op gericht zo spoedig mogelijk een einde te maken aan deze humanitaire catastrofe. In nauwe samenwerking met een groot aantal andere landen en internationale organisaties doet de Nederlandse regering al het mogelijke om de vluchtelingenstroom op te vangen en de helpende hand te bieden.

Vanaf afgelopen zondag worden vanuit Nederland vluchten uitgevoerd met hulpgoederen van Defensie voor de opvang van deze vluchtelingen. Inmiddels heeft de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking aan UNHCR, UNICEF, het ICRC, het Nederlandse Rode Kruis en het WFP in totaal 20 miljoen gulden ter beschikking gesteld. De in (de voormalige Joegoslavische Republiek) Macedonië gelegerde Nederlandse genie-compagnie wordt ingezet voor de bouw van opvangfaciliteiten, de drie Chinook-helikopters voor distributie van hulpgoederen. Deze inspanningen worden internationaal gecoordineerd tussen UNHCR, de EU en de NAVO, die daartoe op 4 april jl. praktische afspraken hebben gemaakt.

De massale instroom in de buurlanden bedreigt ook de stabiliteit in de regio.Nederland geeft op verschillende manieren steun aan deze landen, bijvoorbeeld door middel van betalingsbalanssteun aan Macedonië en door de inzet in dat land van Nederlandse militairen, die in het kader van afspraken in de NAVO, naast hun humanitaire hoofdtaak door hun aanwezigheid ook een gevoel van veiligheid geven. Om de druk op de buurlanden te verminderen zal ook het tijdelijk overbrengen van vluchtelingen naar derde landen van belang kunnen zijn.

De massaliteit van de exodus onderstreept ook de noodzaak de NAVO-luchtacties maximaal te richten op het zo spoedig mogelijk uitschakelen van de eenheden van leger en politie van de Federale Republiek Joegoslavië die de wandaden in Kosovo plegen. Ook de Nederlandse regering heeft zich de afgelopen dagen ingezet voor intensivering van de acties, speciaal tegen deze doelen. Daarnaast blijft van belang ook de voor het optreden van FRJ-eenheden in Kosovo relevante infrastructuur in de rest van Joegoslavië uit te schakelen, ook om een zo groot mogelijke druk op Milosevic uit te oefenen om de beginselen van het pakket van Rambouillet en Parijs alsnog te aanvaarden, zijn troepen onmiddellijk en volledig uit Kosovo terug te trekken en de terugkeer van de vluchtelingen mogelijk te maken.

De grote emotionele lading van de gruweldaden in Kosovo mag niet het zicht doen verliezen op wat oorzaak is en wat gevolg. De wandaden in Kosovo zijn niet het gevolg van het optreden van de NAVO, maar van dat van Milosevic. Evenzo valt het mislukken van de bemiddelingspoging van de missie-Primakov niet te verwijten aan de Russische premier, maar komt geheel op het conto van de president van de FRJ. De regering acht het van het grootste belang met de Russische Federatie de nauwste contacten te blijven onderhouden. Rusland speelt immers een sleutelrol bij het vinden van een oplossing voor het conflict op de Balkan.

Voor de regering staat vast dat de aanpak van deze afschuwelijke problemen alleen kans van slagen heeft met een geintegreerd humanitair, politiek en militair beleid. Daarop is ook de speciale Algemene Raad van 8 april, waarbij tevens de landen uit de regio worden betrokken, gericht. Hierbij zal Nederland ook verscherping van de economische sancties tegen de FRJ opnieuw aan de orde stellen. Op elk van deze elementen voor een geintegreerd beleid, inclusief die van de regionale stabiliteit en de opvang van vluchtelingen in de regio en daarbuiten gaan wij hieronder mede namens de andere betrokken bewindspersonen nader in.

vluchtelingen

Tussen de verschillende internationale hulporganisaties en de NAVO is een intensieve samenwerking op gang gekomen., nadat was gebleken dat de vluchtelingen door de Serviërs met tienduizenden tegelijk naar de grens werden afgevoerd en de logistieke capaciteit van de civiele hulpverleners daarop niet was berekend.

UNHCR schatte op 5 april het aantal Kosovo-Albanezen dat Kosovo had verlaten op bijna 400.000, dat wil zeggen 226.000 naar Albanie,
120.000 naar Macedonie, 37.500 naar Montenegro, 7.900 naar Bosnie-Herzegovina en 6.000 naar Turkije. Daarnaast zijn in Kosovo zelf meer dan 300.000 personen ontheemd. UNHCR verwacht dat het totale aantal vluchtelingen en ontheemden binnen korte tijd kan oplopen tot
900.000.

Hoewel UNHCR aanvankelijk aarzelend stond tegenover de inzet van militaire middelen bij de hulpoperatie, gaf Mw. Ogata in reactie op een aanbod van SG NAVO Solana op 3 april jl. aan dat UNHCR op de volgende gebieden ondersteuning nodig had:


- het beheer van de luchtbrug naar Albanië en Macedonië;


- het uitladen, de opslag en de verdere distributie van de hulpgoederen;


- het opzetten van opvangkampen voor de vluchtelingen;


- tijdelijke opvang van vluchtelingen op het grondgebied van NAVO-lidstaten ter ontlasting van Macedonië.

Tijdens een door de EU op 4 april in Brussel bijeengeroepen overleg met de NAVO-lidstaten, UNHCR, WEU, OVSE en de Raad van Europa zijn afspraken gemaakt over de inzet van de NAVO bij de humanitaire werkzaamheden en de coòrdinatie met UNHCR (zie bijgevoegde verklaring van het EU-voorzitterschap). De militaire ondersteuning zal duren tot het moment dat de humanitaire organisaties de hulpverlening onder controle zullen hebben.

De NAVO heeft voortvarend gereageerd op het verzoek van Mw. Ogata. Militaire eenheden van diverse landen zijn op dit moment bij de humanitaire hulpverlening betrokken. De NAVO richt zich op zowel de voedselvoorziening als het bouwen van noodaccommodaties. In Macedonië worden de 12.000 aldaar gestationeerde NAVO-militairen ingezet. In Albanië wordt de hulp thans verstrekt door een aantal NAVO-landen, in het bijzonder Italië; de NAVO treft voorbereidingen voor het zenden van een troepenmacht van in beginsel 6.000 man. De Nederlandse bijdrage aan de NAVO-noodhulp-operatie concentreert zich op Macedonië. Hier zijn reeds Nederlandse genie- en transportmiddelen (shovels, bulldozers, vrachtauto´s en Chinook-helikopters) aanwezig, die direct worden ingezet bij de verspreiding van hulpgoederen en bij de bouw van vluchtelingenkampen. Nederlandse en Duitse militairen bouwen thans een opvangkamp voor 3.000 vluchtelingen bij Tetovo. Na de voltooiing ervan zullen zij een tweede kamp inrichten voor 1.000 personen. Daarnaast worden door andere NAVO-landen soortgelijke activiteiten ontplooid.

In aanvulling hierop heeft Defensie legeringsmateriaal ter beschikking gesteld dat wordt gebruikt bij de bouw en de inrichting van vluchtelingenkampen. Hieraan bestaat thans de grootste behoefte. Het gaat om 500 tenten (waarin 6.000 personenkunnen worden ondergebracht),
2350 slaapzakken, 13.000 dekens, 2773 matrassen, 40 tentkachels en 20 aggregaten. Voorts zal Defensie noodrantsoenen naar Macedonië sturen. De hulpgoederen zijn deels al door transportvliegtuigen van de Koninklijke luchtmacht en twee gehuurde Antonov-vliegtuigen overgebracht naar de Macedonië.

opvang vluchtelingen buiten de regio

Zoals door de Staatssecretaris van Justitie reeds uiteengezet tijdens het Algemeen Overleg met de vaste commissies voor Justitie en Buitenlandse Zaken op 31 maart jl., is de regering van mening dat opvang van vluchtelingen uit Kosovo zo veel moglijk in de regio dient plaats te vinden. Zulks vooral omdat uitgangspunt is en blijft dat de vluchtelingen zo spoedig mogelijk naar hun woonplaats moeten kunnen terugkeren en de etnische zuivering niet mag worden gesanctioneerd. Bij de ontmoeting van de Ministers van Buitenlandse Zaken van de EU-trojka en de buurlanden in Bonn op 1 april jl. heeft de EU gesteld dat afspraken over beëindiging van de gevechten in Kosovo in ieder geval dienen te verzekeren dat de vluchtelingen spoedig kunnen terugkeren met een internationale garantie voor hun veiligheid.

Gezien de grote druk die de vluchtelingenstromen op de landen in de regio leggen en de steeds zorgwekkender situatie waarin veel vluchtelingen zich bevinden, is de regering bereid in EU-verband afspraken te maken over tijdelijke opvang van Kosovaren. Nederland is in beginsel bereid daaraan een bijdrage te leveren rekening houdend met de fysieke mogelijkheden. Tijdens een bijeenkomst van de Humanitarian Issues Working Group, die vandaag in Geneve plaatsvindt, en in een speciale vergadering van JBZ-ministers, die op 7 april in Luxemburg zal worden gehouden, zal de regering de volgende uitgangspunten hanteren:


- formulering van een EU-aanpak voor tijdelijke bescherming;


- besluitvorming over spreiding en financiering;


- registratie van vluchtelingen door UNHCR in de regio;


- coordinatie en toewijzing aan EU-lidstaten door UNHCR;


- besluitvorming over EU-terugkeerbeleid.

De Kamer zal zo spoedig mogelijk na afloop van bovengenoemde vergaderingen over de uitkomsten ervan en de implicaties daarvan voor de opstelling van de regering worden geïnformeerd.

effecten op de regio

De interne stabiliteit in Macedonië staat onder druk vanwege de explosief groeiende stroom vluchtelingen, die ook de precaire etnische verhoudingen in het land dreigt te verstoren. De Albanese minderheid vormt een derde van de totale bevolking van 2 miljoen. De internationale gemeenschap komt inmiddels de regering van Macedonië op grote schaal te hulp. Nederland onderstreept het belang van stabiliteitvan Macedonië met macro-steun ter grootte van 10 miljoen gulden en zal er ook in multilateraal verband op aandringen dat hier een collectieve inspanning wordt geleverd.

Albanië krijgt het grootste deel van de vluchtelingen uit Kosovo te verwerken, terwijl het in de regio het armste land is. De Albanese regering heeft haar steun betuigd aan de luchtacties van de NAVO. Tirana beschuldigt de FRJ ervan bij herhaling de Albanese grenzen te hebben geschonden met (granaat)beschietingen. De interne politieke verhoudingen in Albanië zijn gespannen, doch ten aanzien van Kosovo lijkt geen sterke verdeeldheid te bestaan. De stabiliteit in Albanië, dat na de crisis van 1997 nog altijd te kampen heeft met grote problemen bij de handhaving van de openbare orde en de democratisering, staat of valt met de internationale steun voor de opvang van de immense stroom vluchtelingen. Nu de NAVO heeft besloten om juist daarvoor op korte termijn een speciale troepenmacht in Albanië te stationeren, begint die steun op gang te komen.

In de Joegoslavische deelrepubliek Montenegro bestaan grote spanningen tussen de aanhangers van president Djukanovic en Milosevic-gezinden. Milosevic heeft recentelijk de commandant en 7 officieren van het in Montenegro gelegerde tweede legerkorps vervangen. Milosevic-aanhangers zouden momenteel van wapens worden voorzien. Het aantal vluchtelingen uit Kosovo is aanzienlijk toegenomen. Vanwege de onzekerheid over de verdere ontwikkelingen in Montenegro wil het merendeel van die vluchtelingen zo spoedig mogelijk naar buurland Albanië. Er bestaat consensus over de wenselijkheid van maatregelen ter ondersteuning van de regering-Djukanovic. Vanwege de positie van Montenegro als onderdeel van de FRJ zijn de mogelijkheden op dit vlak evenwel relatief beperkt.

militair optreden

Om het vermogen van de FRJ offensief op te treden in Kosovo verder te ondermijnen worden de luchtaanvallen de komende dagen verder opgevoerd.

Hiertoe voorzien de Verenigde Staten de NAVO-luchtvloot van extra middelen. Het gaat onder meer om F-117 "Stealth" jachtbommenwerpers, het vliegkampschip Theodore Roosevelt en Apache-gevechtshelikopters. De Apaches worden gestationeerd in Noord-Albanië, evenals een met MLRS-raketwerpers uitgeruste artillerie-eenheid.

De NAVO-luchtaanvallen in de rest van de FRJ zijn de afgelopen dagen geïntensiveerd. Strategische doelen, waaronder het hoofdkwartier van de MUP, brandstofopslagplaatsen, een electriciteitscentrale, verkeersknooppunten en een aantal bruggen, onder meer over de Donau, zijn getroffen. Intussen gaan de aanvallen op de luchtafweer, communicatiecentra, wapenverzamelplaatsen en lokale hoofdkwartieren door. De NAVO-luchtaanvallen beginnen derhalve in toenemendemate resultaat te hebben. De effectiviteit van de geïntegreerde FRJ-luchtverdediging is verminderd, met name als gevolg van aanvallen op communicatiecentra, maar veel autonome wapensystemen vormen nog steeds een bedreiging.

Van de drie mogelijke opties voor militaire inzet - lucht, grond of een combinatie - is door de NAVO reeds geruime tijd geleden uitdrukkelijk gekozen voor de eerste. Vastgesteld moet worden dat de optie van grondtroepen in een offensieve rol, gelet op de vereiste omvang van een dergelijke troepenmacht en de termijn waarop deze operationeel zou kunnen zijn, niet realistisch is. Wel is de inzet van grondstrijdkrachten voorzien om op de naleving van een eenmaal bereikt akkoord toe te zien en de veilige terugkeer van de vluchtelingen te garanderen.

diplomatie

De Nederlandse regering acht het van groot belang dat op elk moment de optie van een politieke oplossing wijd open blijft. Zij draagt daar langs verschillende

kanalen, direct en indirect, aan bij. Zo heeft de eerste ondergetekende in zijn contacten met zijn Russische collega Ivanov sterk bepleit dat de RF een nieuwe bemiddelingspoging onderneemt zodra een dergelijke poging perspectief kan bieden op een aanvaardbaar resultaat. Ook andere intiatieven mogen niet worden uitgesloten. De Nederlandse regering zal met andere landen zo creatief mogelijk naar nieuwe wegen blijven zoeken. Telkens zal zorgvuldig moeten worden afgewogen of de doelstelling van dergelijke initiatieven de oplossing daadwerkelijk dichterbij kan brengen; stappen zonder voldoende perspectief werken immers averechts.

Voor de regering blijven de humanitaire, militaire en politieke doelstellingen, waaronder het bevorderen van de stabiliteit in de regio, onderdeel van een samenhangende beleidsinzet van Nederland en zijn partners.

de Minister van Buitenlandse Zaken

de Minister van Defensie

de Minister van Justitie

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie