Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen vrijheid van meningsuiting in Cuba

Datum nieuwsfeit: 07-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag
Directie Westelijk Halfrond

Afdeling Midden-Amerika en

Caraïbisch gebied

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 19 maart 1999
Kenmerk DWH/MC-117/99
Blad 1/1
Bijlage(n) 1
Betreft Antwoord op de vragen van de leden Apostolou en Koenders over de vrijheid van meningsuiting in Cuba

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer van 1 maart, nr. 2989908520, moge ik U als bijlage dezes mijn antwoord doen toekomen op de door de leden Apostolou en Koenders overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen over de vrijheid van meningsuiting in Cuba.

DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN,

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van de leden Apostolou en Koenders over de vrijheid van meningsuiting in Cuba (ingezonden 26 februari 1999)

Vraag 1:

Hebt u kennisgenomen van de berichten dat Cuba hard gaat optreden tegen de misdaad, maar vooral tegen dissidenten?

Antwoord vraag 1:

Ja. In Cuba heeft het parlement ingestemd met een aanscherping van de bestaande strafwet. Tevens werd op 16 februari jl. goedkeuring gehecht aan de "Wet ter bescherming van de nationale onafhankelijkheid en economie van Cuba". De laatstgenoemde wet en de wijzigingen van het Wetboek van Strafrecht werden op 15 maart jl. gepubliceerd in het Cubaanse Staatsblad en zijn vanaf dat moment van kracht.

Vraag 2:

Welke elementen uit de %Wet ter bescherming van de nationale onafhankelijkheid en de economie van Cuba% richten zich met name op censuurmaatregelen en beperking van de vrijheid van meningsuiting van Cubaanse burgers?

Antwoord vraag 2:

De wet beoogt gedrag strafbaar te stellen waarmee steun wordt gegeven aan de doeleinden van de Helms Burton Wet, het embargo, de economische oorlog tegen Cuba, de omverwerping (van de regering) en aan soortgelijke maatregelen (en handelingen), waarmee schade wordt toegebracht aande onafhankelijkheid, de integriteit en de soevereiniteit van de staat alsmede aan zijn economische, politieke en sociale fundamenten

(art.1). De wet bepaalt dat een ieder die zich schuldig maakt aan het verstoren van de openbare orde ter bevordering van de doelstellingen van de Helms Burton Wet een straf riskeert van twee tot acht jaar (art.8). De maximum straf op overtreding zoals gebruik van geweld, intimidatie, chantage, winstbejag, of wanneer deze handelingen leiden tot represailles van de Verenigde Staten, kan 20 jaar worden opgelegd (art. 9).

Buitenlandse journalisten die in Cuba zijn geacrrediteerd worden van de toepassing van de wet uitgesloten. De wet is wel van toepassing op Cubaanse journalisten of dissidenten die medewerking verlenen aan buitenlandse massamedia.

Vraag 3:

Wat is uw oordeel over deze maatregelen tegen critici van het Cubaanse regime?

Antwoord vraag 3:

De wet richt zich met name tegen "collaboratie" met de VS en andere partijen die soortgelijke doelstellingen beogen als de VS in haar politiek jegens Cuba. De wet is zorgwekkend aangezien hij inderdaad de vrijheid van meningsuiting beperkt en bovendien in zijn doelstellingen en redactie mogelijkheden biedt tot arbitraire toepassing. Na het Pausbezoek leek sprake van een lichte, zij het volstrekt onvoldoende verbetering van de mensenrechtensituatie in Cuba. Zoals in het antwoord op de vorige vraag ook naar voren kwam, beroept het regime zich zoals steeds op het VS-boycotbeleid om deze en andere vrijheidsbeperkende maatregelen te rechtvaardigen. Ik beschouw de recente aanscherping van de Cubaanse wetgeving als een stap terug en een structurele verslechtering van het binnenlands politiek klimaat in Cuba.

Vraag 4:

Deelt u het oordeel dat voornoemde wetgeving de beweging van onafhankelijke Cubaanse journalisten en dissidentengroeperingen verder inperkt en derhalve in strijd is met de fundamentele rechten van de mens?

Antwoord vraag 4:

Ja.

Vraag 5:

Welke mogelijkheden staan tot uw beschikking om stelling te nemen tegen deze maatregelen van de Cubaanse regering? Welke initiatieven gaat u ondernemen? Bent u bereid om deze zaak in internationale fora als de EU en de Verenigde Naties aan te kaarten?

Antwoord vraag 5:

Nederland heeft de optie zowel in EU-verband, in VN-verband als bilateraal uiting te geven aan de bestaande gevoelens van verontrusting en afwijzing ten aanzien van de jongste ontwikkelingen inzake de mensenrechten.

In EU-verband zal Nederland er op aangedrongen dat de EU zich tegenover de Cubaanse autoriteiten krachtig uitspreekt tegen de inperking van de vrijheden van Cubaanse burgers en pers, zoals hierboven aan de orde gesteld. De EU heeft op 17 maart jl. een verklaring uitgegeven waarin ernstige bezorgheid wordt uitgesproken inzake het beperken van het uitoefenen van burgerrechten in Cuba als gevolg van de recente wetswijzigingen.

In VN-verband zal Nederland er bij de EU-partners op aandringen deze kwestie aan de orde te stellen tijdens de 55ste zitting van de Mensenrechtencommissie (MRC) van de VerenigdeNaties, die plaatsvindt van 22 maart tot en met 30 april a.s.

Voorts is op 18 maart jl. de Cubaanse ambassadeur op het departement ontboden, waarbij het inperken van de vrijheden van Cubaanse burgers, dissidenten en pers in Cuba aan de orde is gesteld en veroordeeld.


1) NCR Handelsblad, 16 februari jl.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie