Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

GS Overijssel kiezen noordtak Betuwelijn

Datum nieuwsfeit: 07-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Provincie Overijssel

Zwolle, 7 april 1999

GS OVERIJSSEL KIEZEN VOOR NOORDTAK BETUWELIJN VIA GOOR-DELDEN-HENGELO-OLDENZAAL

Gedeputeerde Staten van Overijssel hebben hun voorkeur uitgesproken voor het zogenaamde D-alternatief van de Noordoostelijke verbinding (voorheen Noordtak Betuwelijn genoemd). Dit tracé loopt via de aan te passen spoorlijn Goor-Delden-Hengelo naar Oldenzaal. Voorwaarde is wel dat er voldoende lange tunnels worden gebouwd in de genoemde woonkernen. De dagelijkse besturen van bijna achttien betrokken (18) gemeenten en de Regio Twente delen de visie van GS en leggen dit voor aan hun raadscommissie en/of raad. De gemeenten Stad Delden en Goor echter wijzen dit alternatief af; zij kiezen voor het tracé langs de A1. GS leggen hun visie op 26 april 1999 voor aan de statencommissie Ruimte en Groen. Provinciale staten zullen op 28 april 1999 beslissen.

Tracé Achterhoek afgewezen

De samenwerkende overheden in Overijssel zien het E-alternatief door de Achterhoek niet langer als een reëel alternatief, omdat dit tracé geen oplossing biedt voor de goederenstroom naar Noord-Nederland. Bovendien is de kans op bundeling met Rijksweg 15/A 18 op dit moment gering en is de ruimtelijke inpassing bij de stedenband Twente problematisch.

De problematiek van de tracékeuze spitst zich dus toe op het F-alternatief langs de A 1 en het D-alternatief via Zutphen-Lochem-Goor-Delden-Hengelo. Het D-alternatief met voldoende lange tunnels in Goor, Delden, Hengelo en Oldenzaal komt naar mening van de meerderheid van de samenwerkende overheden in Overijssel voldoende tegemoet aan belangen van mens en natuur. Tenminste, als het ontwerp beantwoordt aan de nodige eisen betreffende de ligging, bouwwijze en lengte van de tunnels. Dit D-alternatief is in de Trajectnota/MER ook als meest milieuvriendelijk alternatief aangeduid.

De Overijsselse gemeenten Goor en Stad Delden zijn het niet eens met de keuze voor het D-alternatief; zij kiezen voor het F-alternatief langs de A-1 vanwege de veiligheid, bundeling van vervoersstromen, kostenbeperking, aanvaardbare gevolgen voor het milieu en mensgerichte voordelen. De gemeente Markelo heeft geen voorkeur.

Flankerend beleid

Provincie, gemeenten en Regio Twente dringen er bij de minister op aan dat rijks- en Europees flankerend beleid (zoals prijsmaatregelen) wordt ingezet, om te zorgen dat meer vracht per spoor wordt vervoerd. Zij zijn er van overtuigd dat louter de aanleg van de Betuweroute en de Noordoostelijke verbinding niet voldoende is om het railvervoer te stimuleren.
De Noordoostelijke verbinding moet ook benut worden voor personenvervoer. Samen met de realisering van de combiterminal in Oldenzaal dient dat voor de regio economisch voordelen op te leveren.

Provincie, gemeenten en Regio Twente vinden dat bij de uitwerking van het D-alternatief daarnaast extra aandacht moet worden geschonken aan zaken als voldoende ongelijkvloerse kruisingen, geluidswerende voorzieningen, maatregelen voor de fauna plus een extra spoorboog en aanvullende elektrificatie bij Zutphen.

Daarnaast vragen zij veel aandacht voor de oplossing van de problemen (geluid, veiligheid overwegen en vervoer gevaarlijke stoffen) langs de bestaande spoorlijn Deventer-Almelo-Hengelo-Oldenzaal. Over deze lijn vindt het goederenvervoer plaats totdat de Noordoostelijke verbinding gereed is. Deze periode moet zo kort mogelijk zijn en er moeten voldoende maatregelen worden getroffen, waarvoor de minister geld moet vrij maken.

Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland stellen eind april
1999 de provinciale reactie vast. Ook het concept-standpunt van Gelderland spreekt zich uit voor het D-alternatief, via de lijn Zutphen- Lochem-Goor-Delden-Hengelo.
Volgens de Planologische Kernbeslissing Betuweroute moet er medio 1999 een besluit worden genomen over de Noordoostelijke verbinding. De provincies en gemeenten is gevraagd een standpunt in te nemen en daarbij aan te geven welke alternatieven passen in het ruimtelijke beleid van de provincie, welk tracé de voorkeur verdient en welke tracés bezwaarlijk zijn.

Inspraak

De reactie op de Trajectnota/MER van provincie, 18 gemeenten en Regio Twente is in een aantal stappen tot stand gekomen. Een voorlopige reactie is in januari/februari 1999 in raadscommissies, de statencommissie Ruimte en Groen en de PPC besproken. In diezelfde periode zijn door rijk en NS informatieavonden en hoorzittingen gehouden. Hierbij waren de provincie en gemeenten aanwezig; met de daar naar voren gebrachte vragen, ideeën en opvattingen is rekening gehouden bij het opstellen van de definitieve reactie. Daarnaast hebben sommige gemeenten nog eigen inspraakavonden georganiseerd. Op 1 en 29 maart 1999 is in het Platform Noordtak door de dagelijkse besturen met de uiteindelijke reactie ingestemd. Medio 1999 zal de minister van Verkeer en Waterstaat overleg plegen met de mede-overheden over de Noordoostelijke verbinding. Mogelijk zullen provinciale staten zich begin 2001 moeten uitspreken over een ontwerp-tracébesluit van het rijk. Het uiteindelijke tracébesluit, waartegen beroepsmogelijkheid bestaat, wordt in de loop van 2001 verwacht.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie