Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen bedrijfsfitness en fiscale gevolgen

Datum nieuwsfeit: 09-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
expostbus51


MINISTERIE FIN

www.minfin.nl

MIN FIN: BEDRIJFSFITNESS EN FISCALE GEVOLGEN

PERSBERICHTNR. 99/072 Den Haag 9 april 1999

ANTWOORDEN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN OP VRAGEN VAN DE

LEDEN VAN DE TWEEDE KAMER DER STATEN GENERAAL VERBURG EN REITSMA OVER

BEDRIJFSFITNESS EN FISCALE GEVOLGEN

VRAGEN:


1.

Heeft het college van Gedeputeerde Staten van Provincie Noord-Holland een beroep op u gedaan om de waarderingscriteria voor de heffing van loonbelasting op bedrijfsfitnessfaciliteiten aan te passen?

2.

Onderschrijft u de stelling dat 'bedrijfsfitness bijdraagt aan de doelstelling van het kabinet met betrekking tot terugdringing van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid, het verbeteren van arbeidsomstandigheden en de bevordering van de algemene gezondheid van de beroepsbevolking'?

3.

Bent u van mening dat daarom de opzeg van bedrijfsfitnessprogramma.s door werkgevers en de deelname daaraan door werknemers gestimuleerd moeten worden?

4.

Deelt u de opvatting dat de in artikel 16, sub e, van de Uitvoeringsregeling Loonbelasting 1990 opgenomen waarderingsvoorgeschriften voor bedrijfsfitnessfaciliteiten leiden tot een ongelijke behandeling voor alle werkgevers c.q. werknemers?

5.

Beseft u dat de uitvoering van de huidige waarderingsvoorschriften het voortbestaan van bestaande bedrijfsfitnessprogramma.s in gevaar kan brengen en heen belemmering kan vormen voor de opzet van nieuwe bedrijfsfitnessprogramma.s.

6.

Bent u bereid de waarderingsvoorschriften voor bedrijfsfitness, zoals opgenomen in de Uitvoeringsregeling Loonbelasting 1990 (artikel 16, sub e) zodanig aan te passen dat alle werkgevers, ongeacht de aard van de organisatie, bedrijfsfitnessfaciliteiten voor hun werknemers kunnen creëren en dat deze faciliteiten op gelijke wijze in het kader van de loonbelasting worden belast?

7.

Deelt u mening dat, gelet op de in vraag 2 genoemde doelstellingen van het kabinet, de 'nihilcriteria' bij de waardering van bedrijfsfitnessfaciliteiten in het kader van de heffing van Loonbelasting moeten worden verruimd?

ANTWOORDEN:


1.

Ja.

2.

Ja.

3, 4 en 5.
Bedrijfsfitnessfaciliteiten vormen naar het huidige recht in het algemeen belastbaar loon in de vorm van loon in natura. In artikel 16, sub e van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 is tegelijkertijd echter vastgelegd dat de waarde van aan de werknemer verstrekte lichamelijke oefening, geheel of nagenoeg geheel gedurende de werktijd, op de plaats waar de arbeid wordt verricht en waaraan de deelneming openstaat voor alle werknemers, wordt gesteld op nihil. Voor de achtergronden hiervan kan ik mede verwijzen naar het antwoord op de vragen gesteld door het lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Heeringa op 7 mei 1998 over bedrijfsfitness (nummer DB 98/1385U).

Mijns inziens leiden de huidige waarderingsvoorschriften niet tot een ongelijke behandeling voor alle werkgevers c.q. werknemers. Wel geven aspecten rond de organisatie van bedrijfsfitness naar mijn oordeel aanleiding tot een aanpassing van deze voorschriften.

6 en 7.
Ik zie dan ook reden om de waarderingsvoorschriften voor bedrijfsfitness zodanig aan te passen dat niet langer is vereist voor de nihil-waardering dat de bedrijfsfitness wordt verricht op de plaats van arbeid. Bij deze aanpassing zal het begrip 'lichamelijke oefening' worden vervangen door de term 'bedrijfsfitness', waarbij de inhoud van dit begrip nader zal worden omlijnd. Deze aanpassing van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 zal terugwerken tot 1 januari 1999. Aangezien het niet de bedoeling is dat in wezen niet bedrijfsgebonden sportbeoefening onbelast kan worden verstrekt, zullen de overige vereisten om te komen tot een nihilwaardering gehandhaafd blijven.
Tegelijk ben ik voornemens een en ander bij de aanpassing van de loonbelastingwetgeving in het kader van de 21e eeuw in de Wet op de loonbelasting 1964 zelf op te nemen.

Woordvoerder: mw. E.A. Hijink
Tel.nr: 070 - 342 8229


09 apr 99 11:29

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie