Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Onderhandelaarsakkoord over CAO-BVE 1998-1999

Datum nieuwsfeit: 10-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Onderhandelaarsakkoord over de CAO-BVE 1998-1999

Zoetermeer, 9 april 1999

Nadat kort voor Pasen een belangrijke doorbraak werd bereikt in de onderhandelingen over een nieuwe cao voor de bve-sector, hebben onderhandelaars van werkgevers en werknemers vrijdag 24 april jl. een akkoord op hoofdlijnen gesloten. Omdat partijen overeengekomen waren dat enige rust, ook in arbeidsvoorwaardelijke zin, wenselijk was, beperken de wijzigingen zich voornamelijk tot het doorvertalen in de cao van een aantal op centraal niveau gemaakte afspraken, zoals de 3% adv en de uitbreiding en flexibilisering van de Bapo-regeling met ingang van 1 augustus 1998. Daarnaast zijn echter belangrijke richtinggevende afspraken gemaakt over de inhoud van de cao-bve 1999 - en volgende jaren.

Invulling 3% adv
De normjaartaak wordt met 3% verlaagd van 1710 naar 1659 uur. De werknemer heeft ter invulling van de verminderde normjaartaak recht op herkenbare vrije tijd. Hiervoor geldt het volgende:

A. Ondersteunend en beheerspersoneel (OBP).

Voor het OBP kunnen verschillende varianten worden toegepast: 4 dagen van 9 uur, 4 dagen van 8 uur en 1 dag van 4 uur, 5 dagen van 8 uur, gevolgd door 4 dagen van 8 uur of 5 dagen van 8 uur met 19 vrij opneembare adv-dagen.
Ook andere vormen van invulling van de adv zijn mogelijk. Welke vorm ook gekozen wordt, randvoorwaarde is dat de normjaartaak van 1659 uur wordt gerealiseerd.
Vormgeving van de adv door verkorting van de werktijd per dag behoort niet tot de mogelijkheden, tenzij de werknemer hier zelf voor kiest.

B. Onderwijsgevend personeel (OP)

Om tot een verlichting van de taakbelasting te komen, wordt het maximum van de lesgevende taken met 3,65% verlaagd van 875 naar 843 uur per jaar. Voor het onderwijsgevend personeel gaat gelden dat zij recht hebben op 13 vrije dagdelen per jaar (dagdelen waarop zij niet plaats- en tijdgebonden ingezet kunnen worden). Deze 13 dagdelen worden evenwichtig gespreid over de periode waarin de docent les geeft.

Herbezetting
Ten aanzien van de herbezetting van de door de adv vrijkomende arbeidstijd geldt dat het beschikbare budget voor herbezetting zowel voor OBP als OP volledig voor dat doel zal worden ingezet. Over de wijze waarop het herbezettingsbudget wordt aangewend, alsmede over het achteraf toetsen of de herbezetting volgens de gemaakte afspraken is gerealiseerd, wordt overleg gevoerd met het igo (instituuts georganiseerd overleg).Voorkomen moet worden dat de adv leidt tot stijging van de werkdruk.
Daar waar als gevolg van de door adv vrijkomende arbeidstijd vacatures ontstaan, hebben deeltijders een voorrangspositie bij het vervullen van deze vacatures.

Uitwerking spaarvariant-regeling sector bve
De werknemer in de bve-sector wordt in de gelegenheid gesteld een deel van het verlof te sparen. Het maximum aantal uren dat op jaarbasis gespaard kan worden is 60 uur. Voor betrokkene geldt in voorkomende gevallen een jaartaak van 1719 uur. De keuze voor sparen mag niet leiden tot verdringing. Als het personeel met een lesgevende taak betreft, stijgt de maximale lestaak tot 875 uur. Voor deeltijders geldt dat zij maximaal 131 uur kunnen sparen tot maximaal 1710 uur.
In het schooljaar 1998 - 1999 zullen partijen onderzoeken of het mogelijk en wenselijk is de spaarregeling uit te breiden zodat op jaarbasis meer uren kunnen worden gespaard.
De werknemer dient voor 15 juni zijn keuze voor opname of sparen adv kenbaar te maken aan werkgever.

Vernieuwde Bapo-regeling
Het recht op Bapo-verlof wordt, anders dan tot op heden, met ingang van 1 augustus 1998 op jaarbasis verrekend.
Bij een leeftijd van 52 t/m 56 jaar is een vermindering van de normjaartaak met 170 uur mogelijk; de eigen bijdrage aan deze vermindering bedraagt 25% voor de werknemers t/m schaal 8 als maximum functieschaal en 35% voor werknemers in een maximum functieschaal 9 en hoger. Als het personeel met een onderwijsgevende taak betreft, geldt aanvullend dat de lesgevende taak met minimaal 120 uur wordt verminderd (van max. 843 naar max. 723 per jaar bij een volledige betrekking).
Bij een leeftijd van 56 t/m 65 jaar is een vermindering van de normjaartaak met 340 uur mogelijk. Ook dan bedraagt de eigen bijdrage aan deze reductie 25% voor de werknemers t/m functieschaal 8 en 35% voor werknemers in functieschaal 9 en hoger. Als het personeel met een onderwijsgevende taak betreft, geldt aanvullend dat de lesgevende taak met minimaal 240 uur wordt verminderd (van max. 843 naar max. 603 uur per jaar bij een volledige betrekking). Onderzocht zal worden bezien hoe de Bapo vanaf 1 augustus 1999, met terugwerkende kracht tot 1 augustus 1998, flexibel kan worden opgenomen en hoe een totaalrecht in combinatie met Fpu (Flexibel pensioen en uittreden) realiseerd zal worden. Bapo-uren die in 1998-1999 niet worden opgenomen, gaan niet verloren maar kunnen in een later stadium in het kader van de flexibele Bapo-regeling alsnog worden opgenomen. Voor de huidige 60-jarigen die op 61-jarige leeftijd gebruik gaan maken van de Fpu-regeling en daardoor volgens de flexibele Bapo-regeling recht hebben op een premie van 170 klokuren Bapo, zal in ieder geval een overgangsregeling gelden.

Scholing en loopbaanbeleid
Partijen zijn overeengekomen de bestaande afspraken over scholing en studiefaciliteiten te intensiveren en moderniseren. Met het oog op zowel een optimale inzetbaarheid als werkzekerheid van het personeel achten zij het van belang om scholing niet langer uitsluitend te richten op het vergroten van de eigen deskundigheid c.q. het beter functioneren in de huidige functie, maar tevens op reële mogelijkheden voor een andere functie in de toekomst. Hiervoor is het in de eerste plaats noodzakelijk om het scholings- en loopbaanbeleid in nauwe samenhang met elkaar te bezien. Dit betekent dat niet alleen het scholingsbeleid meer aandacht vereist, maar ook het loopbaanbeleid per instelling geïntensiveerd zal moeten worden.
Uit onderzoek blijkt dat de deelname van ouderen aan scholing sterk achterblijft bij die van andere leeftijdscategorieën. Toch kan scholing een instrument zijn om burn-out-verschijnselen tegen te gaan. Als element van het leeftijdsbewust personeelsbeleid dient aan deze categorie dan ook extra aandacht te worden besteed in het scholingsbeleid.
Om bovenstaande te kunnen realiseren wordt onder E-10 opgenomen:
* De werknemer heeft recht op een zodanige scholing dat hij in staat is zijn functie adequaat uit te oefenen, voor zover dit past binnen het vastgestelde scholingsbudget van de instelling.
* De werknemer heeft recht op scholing en opleiding ten behoeve van het verrichten van een andere functie dan die hij uitoefent, indien dit past binnen zijn loopbaanperspectief binnen de instelling

CAO-partijen achten het in het kader van een goed personeelsbeleid van belang om per instelling een goed loopbaanbeleid te ontwikkelen. Het kader hiervoor wordt opgenomen in artikel E-1 van de CAO-bve.
Aandachtspunten voor het loopbaanbeleid zijn onder meer:
* het continu en tijdig inventariseren welke functies vervuld moeten worden, oftewel een goede formatieplanning;
* belangstellingsregistraties: het systematisch inventariseren van de belangstelling van medewerkers voor het vervullen andere functies;

* het in dit verband gebruik maken van functioneringsgesprekken en beoordelingen, waarin naast het bespreken van het functioneren in de huidige functie ook de mogelijkheden in de toekomst bezien kunnen worden;

* potentieelbeoordelingen, waarbij het in tegenstelling tot functioneringsgesprekken en de reguliere beoordeling expliciet gaat om een oordeel over wat iemand voor de toekomst in zijn of haar mars heeft. Hierbij gaat het dus om de vraag of een werknemer de kwaliteiten heeft om in de toekomst een andere/hogere functie te gaan vervullen;

* loopbaanbegeleiding, in die gevallen dat mensen iets anders willen doen maar niet precies weten wat; het daar waar mogelijk voor diverse functies ontwikkelen van loopbaanpaden of carrière-lijnen;
* het creëren van een interne vacaturebank;
* horizontale taakroulatie, waarbij werknemers op vrijwillige basis eens in de zoveel tijd andere taken op hetzelfde niveau als hun huidige functie kunnen gaan verrichten;

* het gericht inzetten van scholing: dit betekent dat het scho-lingsbeleid van de instelling nauw moet worden afgestemd op het loopbaan-beleid.

CAO 1999 en volgende jaren
Mede gelet op het uitgangspunt om in het overgangsjaar 1998-1999 enige rust te betrachten ook voor wat betreft arbeidsvoorwaardelijke ontwikkelingen, zijn niet alle wensen van de Onderwijsbonden CNV en andere vakorganisaties gerealiseerd. Hetzelfde geldt trouwens voor de werkgeversdelegatie. De bespreking van een aantal onderwerpen is verschoven naar de agenda van het overleg over de CAO-bve 1999 en volgende jaren. Dit betreft zaken als taakbelasting, scholing en faciliteiten Medezeggenschapsraad, een flexibelere bedrijfsvoering, flexibel beloningsbeleid en de reikwijdte van de CAO.
Daarnaast zijn er al een aantal richtinggevende afspraken voor de CAO 1999 en volgende jaren vastgelegd in de CAO-bve 1998-1999. Van belang zijn vooral de afspraken om te streven naar een verdere kwaliteitsverbetering, o.a. door een vermindering van de werkdruk. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dient daaraan een bijdrage te verlenen die met name ingezet zal worden voor het realiseren van een substantieel lager maximum aantal contacturen op jaarbasis en een taakverlichting in het algemeen. Ook zullen partijen voor de CAO-bve 1999 en volgende in het kader van het werkgelegenheids- en mobiliteitsbeleid afspraken maken over een beleid, waarin een uiterste extra inspanning wordt gedaan om gedwongen ontslagen te voorkomen. Om dit te kunnen realiseren zullen partijen verder afspraken maken over het inzetten van de volgende instru-menten:

* mobiliteitsbevorderende maatregelen waaronder scholing;
* het instellen van regionale arbeidspools en/of mobiliteits-centra. Mede gelet op de invoering van een nieuw bekostigingssysteem per 1 januari 2000, zijn deze beleidsintenties van groot belang.

C. Bezoek de ledenraadplegingen

U kunt uw oordeel over dit resultaat kenbaar maken tijdens drie ledenraadplegingen die de Onderwijsbonden CNV organiseren. Aarzel niet ook uw kritische kanttekeningen en adviezen voor de cao voor 1999 daar aan de orde te stellen. Uw stemt telt ook dan!

D. Data ledenraadplegingen

maandag 11 mei: Van de Valk Motel Assen
Balkenweg 1, 9405 CC Assen
tel (0592) 35 15 15

woensdag 13 mei: Berghotel Amersfoort Best Western Utrechtseweg 225 3818 EG Amersfoorttel
tel (033) 422 42 90

donderdag 14 mei: Hotel Congrescentrum Restaurant De Postelse Hoeve

Alle bijeenkomsten beginnen om 19.30 uur en worden omstreeks 21.30 uur afgesloten.

E. Redactie

Deze nieuwsbrief is een uitgave van de Onderwijsbonden CNV Boerhaavelaan 52713 HA ZOETERMEER
telefoon (079) 320 20 20
fax (079) 320 21 95
Deze nieuwsbrief wordt toegezonden aan de leden van de Onderwijsbonden CNV werkzaam in de bve-sector inclusief agrarisch onderwijs.
Redactie:
Paul Hassing (beleidsmedewerker)
Evert W. de Jong (bestuurder)
Kees van Kortenhof (voorlichter)

Voor nadere informatie:
Kees van Kortenhof tel (079) 320 20 40 of gsm 06 53 20 47 36.


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie