Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord op vragen over banen Europese elektriciteitssector

Datum nieuwsfeit: 12-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
expostbus51


MINISTERIE EZ

www.minez.nl

MIN EZ: werkgelegenheidsverlies eur. elek.sector

Ministerie van Economische Zaken
Berichtnaam: persbericht
Nummer: 051
Datum: 12-04-1999

WERKGELEGENHEIDSVERLIES IN DE EUROPESE ELEKTRICITEITSSECTOR

De leden van de Tweede Kamer, Vendrik en M.B.Vos (beiden GroenLinks) hebben aan de ministers van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 16 maart 1999 de volgende schriftelijke vragen gesteld.


1 Hebt u kennisgenomen van (berichtgeving over) een inventarisatie door de EPSU, de Europese Vakbond voor de nutssector, van reeds uitgevoerde en aangekondigde maatregelen in de Europese elektriciteitssector met een effect voor de werkgelegenheid? 1)

2 Wat is uw oordeel over deze inventarisatie? Deelt u de conclusies dat er tussen de 200 000 en 250 000 banen verloren zullen gaan, boven op de 250 000 die in aanloop op de vrije markt reeds zijn verdwenen? Zo ja, welke conclusies trekt u hieruit voor het te volgen traject inzake liberalisering? Zo neen, beschikt u over eigen onderzoeken en/of prognoses?

3 Wat zijn uw verwachtingen met betrekking tot werkgelegenheidsverlies in Nederland?

4 Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot reciprociteit?
Wordt er veel meer stroom in Nederland geïmporteerd dan Nederland exporteert? Wat is uw oordeel over deze ontwikkeling? Wat zijn de mogelijkheden dit te veranderen? Deelt u de mening van de vakbonden dat door deze ontwikkeling in Nederland extra banen in Nederland verloren zullen gaan?

----------

1) Algemeen Dagblad, De Volkskrant, De Gelderlander, NRC en Trouw, 20 februari jl. Het Financieel Dagblad, 25 februari jl.

De minister van Economische Zaken, A. Jorritsma-Lebbink heeft mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mr. K.G. de Vries deze vragen als volgt beantwoord.


1 Ja.

2 en 3 De gestelde vragen over de werkgelegenheid zijn op 23 en 25 maart jl. in uw Kamer aan de orde gekomen tijdens de plenaire behandeling van het voorstel tot wijziging van de Elektriciteitswet
1998.

Tijdens dit debat heb ik aangegeven, dat liberalisering ondernemingen stimuleert om het productieproces efficiënter te laten verlopen. Door de toegenomen concurrentie die uit liberalisering voortvloeit, is de druk op ondernemingen om hun productieproces nog eens tegen het licht te houden groter geworden. Een efficiëntere productie verhoogt de arbeidsproductiviteit en daarmee de welvaart alsmede het financieel-economische draagvlak. Een efficiënter productieproces kan gepaard gaan met een vermindering van werkgelegenheid. Een uitbreiding van het aantal banen is evenwel ook goed mogelijk. Zo is sinds de liberalisering van de telecom-markt de werkgelegenheid in deze sector zeer fors gegroeid. Indien liberalisering in een verlies aan banen resulteert, ligt de eerste verantwoordelijkheid voor het oplossen van deze problematiek bij sociale partners binnen de sector. Bij de individuele bedrijven zijn voor bijvoorbeeld het opstellen van een sociaal plan de directies en de ondernemingsraden primair het aanspreekpunt.

Zoals gesteld, kan liberalisering en de daardoor toegenomen concurrentie tot lagere prijzen leiden. Aangezien energie een belangrijke inputfactor is, zal dit een positief effect hebben op de economische activiteiten en daarmee op de werkgelegenheid. Tevens zullen ondernemingen door liberalisering meer worden geprikkeld om te innoveren en klantvriendelijker te opereren. Ook hierbij kan de telecom-markt als voorbeeld worden aangehaald.

Een andere consequentie van liberalisering is het actief worden van buitenlandse bedrijven op de Nederlandse energiemarkt. Dit is in zijn algemeenheid evenwel niets nieuws. Het is al decennia heel gebruikelijk dat buitenlandse bedrijven in Nederland investeren en dat Nederlandse bedrijven buitenlandse ondernemingen overnemen. Per saldo neemt het .Nederlandse bezit. ieder jaar nog toe. Evenwel dient te worden bedacht, dat de nationaliteit van de eigenaar veel minder belangrijk is dan de creatie van binnenlandse werkgelegenheid en toegevoegde waarde. Zoals gezegd, kan liberalisering dus aan deze laatste twee factoren een belangrijke bijdrage leveren, waarbij ik opnieuw naar de telecom-markt wil verwijzen.

4 Tijdens voornoemde plenaire behandeling heb ik ook de stand van zaken geschetst ten aanzien van de reciprociteit. Ik heb dat met name gedaan aan de hand van de wijze waarop TenneT de beschikbare capaciteit voor invoer van elektriciteit toedeelt. In het kort komt het er op neer dat in 1999 circa 3500 MW invoercapaciteit beschikbaar is. Hiervan is 300 en 500 MW gereserveerd voor respectievelijk systeemdiensten en de spotmarkt. De overige 2700 MW is uitgegeven voor langjarige importcontracten en de overige importbehoefte. Deze beschikbare capaciteit is thans geheel toebedeeld.

Een en ander betekent dat er momenteel inderdaad meer elektriciteit wordt geïmporteerd dan dat er elektriciteit door Nederlandse bedrijven wordt geëxporteerd. Het is zaak dat Nederlandse bedrijven deze handschoen oppakken en de mogelijkheden voor export beter gaan benutten. Ik heb overigens de indruk dat de marktwerking zeer spoedig zal bewerkstelligen dat Nederlandse bedrijven op de buitenlandse markt toetreden. In reactie op de gevolgen die dit heeft voor de werkgelegenheid in de energiesector verwijs ik u naar het antwoord op de vragen 2 en 3.

Tijdens hetzelfde debat heb ik ook aangegeven de zorg van de Kamer over mogelijke importbelemmeringen in andere landen te delen. Ik heb aangegeven deze zorg naar voren te brengen bij de Europese Commissie en tijdens bilaterale gesprekken met buitenlandse collega's. Daarnaast ben ik bezig dit onderwerp te agenderen voor de EnergieRaad van
11 mei 1999.

Door middel van de derde nota van wijziging (Kamerstukken II,
1998/1999, 26303, nr. 46) is de werking van de reciprociteitsregels uitgebreid tot de afnemers met een verbruik van meer dan 20 GWh. Op die manier heb ik een concreet handvat om import te weren uit die landen waar de wetgeving nog niet in werking is of waar de markt onvoldoende is opengesteld.

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie