Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

SP: Toespraak bij installatie Provinciale Staten Utrecht

Datum nieuwsfeit: 13-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Socialistische Partij afdeling Utrecht

TOESPRAAK

SP: Toespraak installatie Provinciale Staten Utrecht

Utrecht, 13 april 1999

MdV,

Graag wil ik de 47,5% van de kiezers in onze provincie bedanken die afgelopen 6 maart gestemd hebben.
En in het bijzonder degenen die SP gestemd en ons aan een tweede zetel geholpen hebben.
Verder wil ik de Inwonerspartijen als nieuwkomer in de Staten welkom heten.
Ook eenpersoonsfracties -misschien wel juist eenpersoonsfracties!- kunnen iets toevoegen aan de kwaliteit van de besluiten die hier genomen worden.

Volgende week gaan we het uitgebreid hebben over het beleidsprogramma, dus zal ik mij vandaag beperken tot drie onderwerpen:
- de opkomst, of het gebrek daaraan;

- de verkiezingsuitslag en de collegevorming;
- en tenslotte: wat wil de SP de komende jaren betekenen voor deze Staten.

(opkomst)
MdV,
Natuurlijk is het treurig dat meer dan de helft van de kiezers bij de statenverkiezingen is thuisgebleven. Ook ik wil enkele woorden wijden aan de oorzaken en mogelijke remedies voor dit fenomeen. Het is sinds de afschaffing van de stemplicht voor een toenemende groep stemgerechtigden geen automatisme meer om te gaan stemmen. De niet-stemmers vallen naar mijn mening uiteen in twee groepen:
- de nooit-stemmers: die komen ook bij de Tweede kamer verkiezingen niet opdagen; dat zijn gemiddeld voor Nederland 25% van de stemgerechtigden; maar voor sommige stembureaus bedraagt dit percentage al 70%;

- en dan zijn er de soms-stemmers: die komen alleen bij verkiezingen waar voor hun gevoel iets op het spel staat: met name de Tweede Kamer, en in mindere mate de gemeenteraad; voor de statenverkiezingen is de opkomst momenteel zon 25% lager dan bij de Tweede Kamer verkiezingen.

Een belangrijke oorzaak voor de steeds lagere opkomst is het teruglopend vertrouwen bij veel mensen in de mogelijkheden of zelfs de wil- die de overheid heeft om de grote maatschappelijke problemen aan te pakken: of het nu gaat om het milieu, de sociale tweedeling of de mobiliteitsproblematiek.
Ik vrees dat de partijen die de superioriteit van de markt verkondigen en zoveel mogelijk overheidstaken willen afstoten in hoge mate bijdragen aan dit negatieve beeld.
Het is absoluut waar dat er veel aan te merken is op het overheids-handelen, maar te weinig burgers realiseren zich op tijd wat er gebeurt als de overheid terugtreedt.
Het nastreven van korte termijn doelen die juist lange termijn problemen veroorzaken; het eigenbelang voor het collectieve belang stellen; vriendjespolitiek en gerotzooi zijn immers juist in de particuliere sector op nog veel grotere schaal gebruikelijk, waarbij iedere vorm van democratische controle ontbreekt. Wij zijn daarom van mening dat de politieke partijen er in hoge mate aan kunnen bijdragen dat het vertrouwen in de overheid, en daarmee de opkomst bij verkiezingen, vergroot wordt: namelijk door vertrouwen in de overheid als instrument van de bevolking uit te stralen, gekoppeld aan de wil om dat instrument voortdurend te verbeteren.

Dat vertrouwen is vooral zoek bij de mensen die het wat minder voor de wind gaat.
Bij ieder verkiezing blijkt weer dat in de groep thuisblijvers mensen met een benedenmodaal inkomen en een lagere opleiding zwaar oververtegenwoordigd zijn.
Omgekeerd zijn bij de kiezers juist de hoger opgeleiden en welgestelden groter in aantal.
In mijn eigen woonplaats Utrecht klopt de uitslag van de laatste statenverkiezingen perfect met dit beeld.
De tien stembureaus met de hoogste opkomst 56 tot 69%, tegen een plaatselijk gemiddelde van 42,4%!- liggen in Tuindorp, Wilhelminapark, Oog in Al en Rijnsweerd.
Niet toevallig de wijken die in het laatste regionale inkomens-onderzoek van het CBS de top-4 voor Utrecht vormden. De tien stembureaus met de laagste opkomst twijfelachtig recordhouder: Ondiep met 18,4%- zijn te vinden in de wijken Ondiep/Betonbuurt, Kanaleneiland, Hoograven-Zuid en Pijlsweerd. Die liggen in wijken met grote sociale problemen, verpaupering en lage inkomens. De enige manier om het vertrouwen van de bewoners van deze wijken terug te winnen is interesse te tonen in en zo snel mogelijk ook iets te doen aan hun problemen.

(collegevorming en samenstelling college)
Daarmee kom ik op mijn tweede onderwerp: de verkiezingsuitslag en de collegevorming.
De uitslag geeft een duidelijke verschuiving in progressieve richting te zien: PvdA, Groen Links en SP zijn samen goed voor vijf zetels winst, de VVD verliest er drie.
Dat er voor de zevende keer een college met VVD-CDA-PvdA uit de bus komt was voorspelbaar.
In elf van de twaalf provincies is met dezelfde formule op safe gespeeld.
En met een tweederde meerderheid voor de grote drie valt daar formeel ook niets tegenin te brengen.
Natuurlijk is hiermee wel een kans op een koerswijziging voorbij gegaan.
Tijdens de college-onderhandelingen is met name de PvdA onder druk gezet om de deur naar een progressiever college open te houden. Ik denk dat de feitelijke verantwoordelijkheid voor de gang van zaken eerder bij het CDA ligt.
Het CDA heeft immers op voorhand het meest voor de hand liggend alternatief: CDA-PvdA-GL-RPF/GPV (of eventueel D66 ) geblokkeerd. Dat is jammer, omdat de afgelopen vier jaar uit deze hoek af en toe critische geluiden klonken tegen de VVD-lijn in het vorige college. Zonder dat dit overigens in het stemgedrag tot uiting kwam. Dan kom ik op de collossale omvang van het nieuwe college. Daar kan ik kort over zijn.
Als we niet uitkijken gaat deze grap ons de komende tijd een half miljoen per jaar kosten.
Plus de gevolgkosten na deze periode, want de wachtgeldregeling voor ex-collegeleden mag sinds december 1995 met de stem van de SP tegen overigens- met recht betiteld worden als een gouden handdruk. Het lijkt er bijna op dat er een omgekeerd evenredig verband bestaat tussen de omvang van de provinciebegroting en het aantal gedeputeerden.
De SP fractie heeft bij het afstoten van de waterkwaliteitszorg naar de waterschappen in 1997, waardoor onze provinciebegroting ruim 20% lager werd, voorgesteld om ook een gedeputeerde te schrappen. Daar werd toen alleen door D66 met instemming op gereageerd. Er zijn gemeenten in onze provincie die een begroting van vergelijkbare omvang draaien met vier wethouders. Maar nu zal ik volgens de grote drie wel appels met peren vergelijken.

MdV,
Zeven collegeleden is een gemakzuchtige oplossing voor een politiek probleempje, het is pure geldverspilling en het is een volstrekt verkeerd signaal aan de bevolking van deze provincie. Die oplossing zal de SP zeker niet steunen.
Ik sluit dit onderwerp af met een opmerking over de nevenfuncties. De statenverkiezingen en de vorming van een nieuw college zijn denk een goede gelegenheid om deze nog eens tegen het licht te houden. Voor GS leden staat de SP-fractie de volgende lijn voor. Allereerst: geen nevenfuncties bij instellingen waar de provincie zaken mee doet, die we controleren of subsidiëren. Dus de commissaris van de Koningin moet geen voorzitter zijn van de Stichting Stichtse Historische Reeks.
U weet wel: dat is die stichting die vorig jaar plotseling f 370.000 extra subsidie nodig had omdat er een financiëel tegenvallertje was bij de uitgave van het geschiedenisboek van de provincie Utrecht. Verder vindt mijn fractie dat de CvdK en gedeputeerden gedurende hun functie-uitoefening privé-nevenfuncties en belangen in de commerciële sfeer dienen neer te leggen, respektievelijk onder te brengen bij een beheerorgaan.
Deze constructie is ook voor ministers gebruikelijk. Tijdens de startbijeenkomst over de college-onderhandelingen heeft de voorzitter en VVD-onderhandelaar van den Oosten laten weten geen behoefte te hebben aan een heroverweging van nevenfuncties. Wij blijven dit een kwalijke zaak vinden.

(rol SP-fractie)
MdV,
Tenslotte enkele woorden over de rol van de SP-fractie in de komende periode, zoals wij hem zelf zien.
In essentie zal die niet veranderen, maar hopelijk wel uitgebouwd worden.
Ten eerste: wij blijven hameren op echte bestuurlijke vernieuwing. Daaronder versta ik: daden die in lijn zijn met prachtig geformuleerde uitgangspunten.
(7 gedeputeerden, gemeentelijke herindelingen, sluiting provinciehuis op vrijdagmiddag, last but not least het lidmaatschap van niet-statenleden van statencommissies).

Ten tweede: Wij blijven onderwerpen op de agenda zetten waarover de provincie als regionaal regisseur op zijn minst een mening zou moeten hebben: hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat we hier maandenlang vergaderen over een regiovisie zorg, maar vervolgens de andere kant opkijken als op het platteland de consultatiebureaus om zeep geholpen worden?
Hoe kan het dat er in de koepelnotitie prachtige beschouwingen gewijd worden aan selectieve groei van de werkgelegenheid en een beperking van de woon-werk pendel, maar het doodstil is als de stad Utrecht twee nieuwe kantoorvestigingen aantrekt, die voor Nederland geen baan extra opleveren, maar wel 700 extra pendelaars veroorzaken.
En hetzelfde liedje met de bundeling van vier kantoren van FNV Bondgenoten in één megavestiging in Woerden.

Ten derde: wij zullen op prikkelende wijze buiten de staten aandacht blijven wekken voor belangrijke provinciale besluiten. En binnen de Staten, al is het soms als enige, het fundamentele debat niet schuwen. Ik citeer de NRC van afgelopen donderdag: "Nutsbedrijven in particuliere handen bevorderen de dienstverlening niet en bieden geen lagere tarieven. In tegendeel, de consument is met hen slechter uit. Het idee van een vrije markt in de nutssector is een academisch bedenksel." Dat zei de Amerikaanse regulator Gregory Palast naar aanleiding van de verkoop van UNA aan Reliant.

MdV,

De SP heeft de waarheid niet in pacht, maar ik blijf mij er in hoge mate over verbazen dat zon essentieel en contro-versieel besluit als de verkoop van een elektriciteitsbedrijf hier twee maanden geleden op de steun van 62 van de 63 statenleden mocht rekenen.

Dan het vierde en laatste punt: wij blijven hameren op meer regionale doe-taken bij de provincie, waarbij onze inwoners zich iets kunnen voorstellen en waardoor hun belang om het provinciebestuur kritisch te volgen groter wordt.

MdV,

Ik wens de oude en nieuwe statenleden, met inbegrip van het college, veel inspiratie toe.

P.F.C. Jansen
Statenfractie Socialistische Partij provincie Utrecht.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie