Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Commissievoorstellen BNC

Datum nieuwsfeit: 15-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Algemene Commissie voor Europese Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG
Directie Integratie Europa

Secretaris BNC/Impl.-/Art 169-overleg

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 12 april 1999
Kenmerk DIE-264/99
Blad /1
Bijlage(n) 5 E-mail die-(ae@die.minbuza.nl)
Betreft Informatievoorziening aan de Tweede Kamer inzake nieuwe Commissievoorstellen

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij vijf fiches aan te

bieden die werden opgesteld door de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC):


1. Voorstel tot een besluit van de Raad tot vaststelling van een communautair actieprogramma ter bevordering van de integratie van vluchtelingen


2. Verordening inzake de toewijzing van vergunningen voor zware vrachtwagens die in Zwitserland aan het verkeer deelnemen.


3. Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 80/181/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten op het gebied van de meeteenheden.


4. Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement inzake WTO-besluiten met betrekking tot het EG-verbod op hormonen


5. Voorstel voor een Verordening (EG) van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten (GMO) in de sector visserijprodukten en produkten van de aquacultuur

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken


1. Voorstel tot een besluit van de Raad tot vaststelling van een communautair actieprogramma ter bevordering van de integratie van vluchtelingen

Nummer van het Commissiedocument: COM (1998) 731 def.

Eerstverantwoordelijke Ministerie: BZK i.o.m. JUST, SZW, VWS, OCW en BZ

Behandelingstraject:

Behandelingstermijn is nog niet bekend. Via Raadswerkgroep Sociale Vraagstukken en Sociale Raad.

Korte inhoud en doelstelling van het voorstel:

De Commissie geeft aan twee complementaire voorstellen in te dienen. Naast een afzonderlijk voorstel tot een gemeenschappelijk optreden gericht op de opvang en vrijwillige terugkeer van vluchtelingen, ontheemden en asielzoekers (5298/99 ASIM1 FIN 10) behelst het onderhavige voorstel een actieprogramma waarmee projecten gericht op de integratie van vluchtelingen gerealiseerd kunnen worden. Het voorstel is gebaseerd op artikel 235 EG, en dient grotere economische en sociale samenhang voor vluchtelingen te bevorderen. Bij de uitvoering van het programma zullen de volgende criteria gelden: de projecten dienen innovatief en multidimensionaal te zijn, waarbij actieve betrokkenheid van vluchtelingen verzekerd is. De projecten moeten streven naar overdraagbare resultaten, uitwisseling van goede praktijken of transnationaal van opzet zijn, zodat een Europese meerwaarde bereikt kan worden. De Commissie zal zorgen voor verzameling van gegevens en statistieken op Europees niveau.

Subsidiariteitstoets, deregulering:

Subsidiariteittoets positief: Het actieprogramma beoogt de in de lidstaten ontplooide acties aan te vullen en door middel van het internationaal uitwisselen van ervaringen, goede praktijken en (statistische) gegevens de lidstaten mogelijkheden aan te reiken de integratie van vluchtelingen innovatief en effectief aan te pakken. Proportionaliteitstoets positief: gelet op de beperkte omvang van het budget en de ruimte voor nationale beleidsontwikkeling.

Nederlandse belangen:

De ervaring met de twee voorgaande jaren van pilotprojecten heeft aangetoond dat ook in andere lidstaten een inburgeringsbeleid voor vluchtelingen c.q. legaal verblijvende vreemdelingen van de grond komt. Dit kan bijdragen aan de totstandkoming op Europees niveau van een evenwichtiger asiel- en migratiebeleid, waarbij ook voldoende oog bestaat voor de noodzaak legaal verblijvende
vreemdelingen/vluchtelingen ook daadwerkelijk te laten integreren in de ontvangende maatschappij (hetgeen zijn weerslag heeft op het draagvlak voor vreemdelingenbeleid en Vluchtelingenverdrag en de bestrijding van vreemdelingenhaat).

Consequenties voor EG-begroting in Euro (per jaar):


1999: 5 miljoen EUR


2000: 9 miljoen EUR

Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden

Er zijn geen rechtstreekse consequenties voor nationale regelgeving/beleid. De projecten zullen doorgaans uitgevoerd worden door NGO's of samenwerkingsverbanden van decentrale overheden en particuliere organisaties, waarbij de Europese Commissie bij honorering van de projecten, via een comité van vertegenwoordigers van de lidstaten, in het oog houdt of de projecten niet onverenigbaar zijn met het nationale beleid.

Rol EP in de besluitvormingsprocedure:

Raadpleging.



2. Verordening inzake de toewijzing van vergunningen voor zware vrachtwagens die in Zwitserland aan het verkeer deelnemen.

Nummer van het Commissiedocument: Com (1999) 35 def

Eerstverantwoordelijke Ministerie: V&W

Behandelingstraject:

Behandeling in Raadswerkgroep vanaf april 1999. Onduidelijk is of presentatie van de verordening tijdens de Transportraad van 17/18 juni aan de orde zal zijn.

Korte inhoud en doelstelling van het voorstel:

Op grond van het politieke akkoord tussen Zwitserland en de Europese Unie dat het vervoer van goederen en personen per spoor en over de weg regelt wordt gedurende een overgangsperiode t/m 2004 voorzien in een aantal vergunningen op grond waarvan wegvervoerders uit de EU voertuigen en voertuigcombinaties van meer dan 28 ton op Zwitsers grondgebied mogen gebruiken. De vergunningen zijn bedoeld voor bilateraal verkeer met Zwitserland en transitoverkeer door Zwitserland.

Met de vergunningen kunnen communautaire wegvervoerders voertuigen gebruiken die voldoen aan de EG-voorschriften inzake gewicht, voordat Zwitserland zich in het jaar 2005 volledig aan deze normen conformeert.

Voor het jaar 2000 zullen er in totaal 250.000 vergunningen voor zware voertuigen voor in de EU geregistreerde vrachtwagens beschikbaar zijn. In 2001 en 2002 loopt dat aantal op tot 300.000. Daarna zullen er in
2003 en 2004 in totaal 400.000 vergunningen voor zware voertuigen beschikbaar zijn.

De vergunningen voor het jaar 2000 geven vrachtwagens van meer dan 28 ton toegang tot Zwitsers grondgebied, terwijl de vergunningen voor
2001 tot 2004 bestemd zijn voor vrachtwagens vanaf 34 ton (steeds met een maximum van 40 ton).

Bovendien voorziet artikel 40 van de overeenkomst tussen de EU en Zwitserland gedurende de overgangsperiode in een hoeveelheid vergunningen waarmee EU-wegvervoerders tegen lagere infrastructuurheffingen transitovervoer door Zwitserland mogen verrichten, op voorwaarde dat het lege ritten dan wel vervoer van lichte ladingen betreft. Dit zijn de zogenaamde 'vergunningen voor lege voertuigen'.

Het voorstel voor een verordening van de Raad heeft ten doel om voor alle lidstaten een verdeling van de vergunningen vast te stellen.

Criteria voor de verdeling van de vergunningen zijn onder andere de bilaterale handel met Zwitserland en het omrijverkeer door Oostenrijk en Frankrijk (aantal omrijdende vrachtwagens naar plaats van herkomst en bestemming, aantal omrijkilometers per vrachtwagen)

De verdeling van de vergunningen voor lege voertuigen wordt onder andere gebaseerd op het huidige transitovervoer door Zwitserland naar nationaliteit van de vrachtwagen.

Verder wordt in de verordening voorgesteld dat voor het jaar 2000 een uitvoerige telling wordt gehouden en dat de Commissie aan het bij de verordening ingestelde comité een voorstel zal voorleggen om de verdeling te wijzigen, indien de resultaten van de telling sterk afwijken van de verdeling die in de verordening wordt voorgesteld.

blad 2 fiche "Vergunningen voor zware vrachtwagens

Subsidiariteitstoets, deregulering:

Positief. De verdeling van bilaterale en transitovergunningen zoals de verordening beoogt vereist, vanwege de expliciete nationale belangen, een communautaire aanpak. De Verordening is een logisch gevolg op het akkoord tussen de Gemeenschap en Zwitserland. Artikel 75 van het Verdrag vormt de juridische basis.

"

Nederlandse belangen:

Nederland heeft er alle belang bij dat in Raadsverband afspraken worden gemaakt voor een methodiek voor een definitieve verdeling van de vergunningen. Nederland ziet de door de Commissie voorgestelde verdeling alleen als voorlopig en hecht eraan dat die automatisch wordt aangepast aan het resultaat van de tellingen zonder tussenkomst van een Comité.

Consequenties voor EG-begroting in Euro (per jaar):

geen

Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden:

De verordening heeft geen directe consequenties voor nationale regelgeving. Een verordening is immers rechtstreeks van toepassing in alle lidstaten van de Europese Unie. Wel zal het aan Nederland toegedeelde contingent vergunningen door de NIWO (ZBO) verdeeld moeten worden onder de Nederlandse transportondernemingen.

Rol EP in de besluitvormingsprocedure

Samenwerkingsprocedure volgens artikel 189c van het Verdrag.



3. Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 80/181/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten op het gebied van de meeteenheden.

Nummer van het Commissiedocument: COM (1999)40 def.

Eerstverantwoordelijke Ministerie: EZ

Behandelingstraject:

Nog niet bekend

Korte inhoud en doelstelling van het voorstel:

Richtlijn 80/181/EEG heeft tot doel de meeteenheden in de gehele Gemeenschap te harmoniseren. Als wettelijke eenheden zijn aangemerkt de eenheden van het Système International (SI) (bijv. meter / kilo) alsmede zeer speciale eenheden die voor bijzondere doeleinden internationaal zijn erkend (zoals in de scheep- en luchtvaart). Aanvullende vermeldingen van andere eenheden zoals het Amerikaanse inch / pound stelsel zijn tot en met 31 december 1999 toegestaan. Verlenging van de termijn is noodzakelijk om incompatibiliteit met de VS-wetgeving te voorkomen. In het bijzonder schrijft de Fair Packaging and Labeling Act een dubbele aanduiding voor in zowel de eenheden van het SI-stelsel als de eenheden van het gangbare Amerikaanse inch/pound-stelsel. Europese fabrikanten dienen aan deze eisen te voldoen indien zij hun produkten op de Amerikaanse markt willen plaatsen. Onderhavig voorstel wil het bestaande voorstel op twee punten aanpassen. Ten eerste worden de technische aspecten van de richtlijn aangepast aan internationale overeenkomsten en besluiten (bijv. de aanpassing van definities). Ten tweede wordt voorgesteld de termijn waarbinnen aanvullende aanduidingen naast de wettelijke aanduidingen zijn toegestaan te verlengen tot en met 31 december 2009. De status quo wordt dus gehandhaafd. Het voorstel bevat tevens een bepaling die de Commissie de opdracht geeft de kwestie van de aanvullende aanduidingen nader te bestuderen.

Subsidiariteitstoets, deregulering:


- Subsidiariteitstoets: positief. De Gemeenschap is bevoegd op grond van art. 100A EG en heeft deze bevoegdheden ook uitgeoefend bij de totstandkoming van Richtlijn 80/181/EEG. Aanpassing van termijn en aan internationale overeenkomsten in de bestaande richtlijn dient dus ook op dit niveau geregeld te worden.


- Proportionaliteitstoets: positief. Met het verlengen van de termijn worden onnodige kosten voor het bedrijfsleven voorkomen. De status van het SI-stelsel wordt door de voorgestelde wijziging niet veranderd.

Nederlandse belangen:

Het Nederlandse belang sluit hier aan bij het belang van de EG. Door de voorgestelde verlenging van de termijn blijft voor de industrie de situatie hetzelfde. De Nederlandse producenten wordt stijgende kosten als gevolg van het naast elkaar bestaan van twee systemen bespaard. In Nederland hebben met name de fabrikanten van verf voor kunstenaars belang bij het verlengen van de overgangstermijn.

Consequenties voor EG-begroting in Euro per jaar:

N.v.t.

Consequenties voor de nationale regelgeving en beleid c.q. decentrale overheden

Wijziging van de IJkwet, het Eenhedenbesluit 1981.

Rol EP in de besluitvormingsprocedure:

Op basis van artikel 189B wordt het EP ingeschakeld via de co-decisie procedure (rechtsgrondslag art.100A).



4. Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement inzake WTO-besluiten met betrekking tot het EG-verbod op hormonen

Nummer van het Commissiedocument: COM (1999) 81 def.

Eerstverantwoordelijke Ministeries: LNV, EZ, VWS, BZ

i.o.m. VROM

Behandelingstraject:

Het document is aan de orde geweest in verschillende comités (o.a. comité 113 en comité diergeneesmiddelen). In de Algemene Raad van 22 maart 1999 heeft een oriënterend debat plaats gevonden. Het is nog niet duidelijk in welke raad besluitvorming zal plaatsvinden.

Korte inhoud en doelstelling van het voorstel:

Zoals bekend heeft de WTO de EU in 1998 tot 13 mei 1999 de tijd gegeven haar (sinds 1988) bestaande invoerverbod op met behulp van extra groeihormonen geproduceerd rundvlees in overeenstemming te brengen met WTO-regels. Dit kan bewerkstelligd worden door hetzij het invoerverbod op te heffen hetzij alsnog afdoend wetenschappelijk bewijs over de gezondheidsrisico's te leveren. De EU heeft in 1998 voor het bewandelen van de laatstgenoemde weg gekozen. Zij komt nu in de problemen met de sluitingsdatum van 13 mei omdat het wetenschappelijk onderzoek nog niet afgerond is.

In de betreffende mededeling heeft de Commissie, uitgaande van haar verplichtingen om enerzijds een hoog niveau van bescherming te waarborgen en anderzijds de WTO-regels te respecteren, de Raad en het Europees Parlement drie opties voorgelegd om tot een oplossing te komen:


- het aanbieden van compensatie (in de vorm van handelsconcessies) aan de VS en Canada voor geleden schade gedurende de periode van 13 mei 1999 en het gereedkomen van het in gang gezette nader wetenschappelijk onderzoek (verwacht begin 2000);


- het omzetten van het huidige permanente invoerverbod in een tijdelijk invoerverbod in afwachting van de definitieve resultaten van het nadere wetenschappelijk onderzoek.


- het opheffen van het invoerverbod en voorzien in een verplichte etikettering van met behulp van natuurlijke groeihormonen geproduceerd rundvlees.

Subsidiariteitstoets, deregulering:

Positief; de Commissie heeft de bevoegdheid voorstellen te doen om het gemeenschappelijk handelsbeleid uit te voeren. De Commissie is door drie alternatieven voor de te nemen maatregel te presenteren opvallend voorzichtig geweest.

Nederlandse belangen

De belangen van Nederland in deze kwestie hebben een aantal dimensies: bescherming van de consument, informatieverschaffing aan de consument, handhaving van de internationale handelsrechtsorde, (handels)betrekkingen met de VS en Canada, de negatieve effecten van eventuele retaliatie door de VS en Canada voor bepaalde economische sectoren en het economische belang van het imago van rundvlees.

blad 2 fiche "EG-verbod op hormonen"

Consequenties voor EG-begroting in Euro (per jaar):

Afhankelijk van de gekozen optie kunnen er gevolgen voor het EG budget zijn.

Consequenties voor nationale regelgeving en beleid cq decentrale overheden:

Afhankelijk van de door de Raad gekozen optie. Optie 1 en 2 hebben geen gevolgen voor nationale regelgeving. Mocht echter optie 3 gekozen worden dan zal nieuwe Europese wetgeving moeten worden aangenomen die, afhankelijk van de precieze inhoud van deze wetgeving, waarschijnlijk aanpassing van de Nederlandse Warenwet en / of de Landbouwkwaliteitswet zal vereisen.

Rol EP in besluitvormingsprocedure:

De mededeling is aan het Europees Parlement verstuurd. Bij de eerste twee alternatieven (compensatie en vervanging van het verbod door een tijdelijk verbod) is verder geen rol voor het EP weggelegd. Als voor etikettering gekozen wordt, zal het EP via co-decisie bij de besluitvorming betrokken zijn.



5. Voorstel voor een Verordening (EG) van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten (GMO) in de sector visserijprodukten en produkten van de aquacultuur

Nummer van het Commissiedocument: COM (1999) 55 def.

Eerstverantwoordelijke Ministerie: LNV

Behandelingstraject

Gedurende 1998 heeft op basis van een Mededeling van de Commissie een discussie met de Lidstaten plaatsgehad over de belangrijkste doelen en middelen voor de te formuleren concept-verordening. De concept-verordening is gepresenteerd door de Commissie in de Raadswerkgroep Intern Visserijbeleid (8 maart 1999), in Coreper (17 maart 1999) geagendeerd maar niet inhoudelijk besproken. Tijdens de Visserijraad (30 maart 1999) heeft presentatie door de Commissie plaats gevonden. Na behandeling in de Visserijraad zal het voorstel terug gaan naar de Raadswerkgroep voor gedetailleerd (artikelsgewijze) behandeling.

Korte inhoud en doelstelling van het voorstel:

Het voorstel beoogt het functioneren van de gemeenschappelijke visserij markt te optimaliseren. Het vervangt en bouwt voort op de bestaande marktordeningsverordening. De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op de handelsnormen voor verantwoorde visserij en informatieverstrekking aan de consument middels verplichte etikettering, versterking van de positie van producentenorganisaties (PO's), de introductie van internationale PO's en van branche-organisaties, vermindering van de steun voor interventies ten behoeve van doordraai ten gunste van verhoogde steun voor verkoopuitstel en particuliere opslag, alsmede verminderde steun voor tonijnproducenten, en een verdergaande liberalisering van het handelsverkeer met derde landen.

Subsidiariteitstoets, deregulering:

De voorlopige analyse op basis van het subsidiariteitsbeginsel is positief: de interne gemeenschappelijke markt dient voorzien te zijn van gemeenschappelijke regelgeving ten aanzien van het functioneren van die markt, zowel intern als ten aanzien van derde landen. Het voorstel betreft bovendien voornamelijk uitbouw van bestaande Europese regelgeving. Bij de verdere analyse zullen vooral nieuwe elementen in concept-verordening in beschouwing worden genomen.

Nederlandse belangen:

De Nederlandse belangen bij een gemeenschappelijke marktordening zijn aanzienlijk. Nederland kent een sterk, efficiënt produktiesegment, dat gebaat is bij duidelijke handelsnormen, een transparante markt en een adequaat visstandbeheer in de context van de marktordening. De verwerkende industrie, met een omvangrijke import- en exportcomponent, heeft uiteraard ook belang bij duidelijke handelsnormen en een transparante markt met zo min mogelijk (tarifaire en andere) beperkingen.

Het Commissievoorstel bevat twee onderdelen die voor Nederland van specifiek belang zijn: de gewijzigde positie van de producentenorganisaties en de verplichting tot etikettering in het kader van consumentenvoorlichting.

blad 2 fiche "GMO visserijprodukten en produkten van aquacultuur"

Consequenties voor EG begroting in Euro (per jaar):

Het totale budget voor de GMO visserijprodukten van 2000 tot 2006 wordt geraamd op 152,9 Meuro, d.w.z. gemiddeld 21,8 Meuro per jaar. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de uitgaven ten opzichte van
2000 (20 Meuro) eerst stijgen tot 25 Meuro in 2003 en vanaf 2004 zullen dalen tot 15.5 Meuro in 2006.

Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden

De voorgestelde etiketteringsvoorschriften zullen waarschijnlijk aanpassing van het besluit Visserijprodukten op basis van de Warenwet vereisen. Overigens worden geen directe consequenties voorzien voor nationale regelgeving.

Rol EP in besluitvormingsprocedure:

Raadpleging (Art. 43 EG Verdrag)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie