Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Standpunt CDA inzake genetisch gemodificeerde organismen

Datum nieuwsfeit: 15-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : Genetisch gemodificeerde organismen (140499)

Genetisch gemodificeerde organismen (140499)

Den Haag, 14 april 1999

K. Eisses-Timmerman

Informatie vooraf
Het standpunt van de CDA-fractie inzake het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen (GGO's) bij de productie van voedingsmiddelen tot op heden is gebaseerd op het 'ja, mits'-principe. Daarbij zijn altijd kritische kanttekeningen geplaatst. Die betroffen met name het wettelijk kader en de controle en naleving ervan, geharmoniseerde regelgeving en de consumentenacceptatie. Uit onderzoek blijkt dat de inwoners van de EU niet afwijzend staan tegenover de toepassing van de moderne biotechnologie, hoewel er sprake is van een afwachtende houding. Deze wordt m.n. ingegeven door het ontbreken van directe voordelen bij de eerste generatie GGOs voor de consument. Jaarlijks neemt in de VS, Argentinië en Brazilië het percentage GGO-soja en -maïs op de totale hoeveelheid soja en maïs toe (In de VS zal het percentage GGO-maïs in 2000 oplopen tot 60%). Van het totale Europese maïsareaal was in 1998 minder dan 1% genetisch gemodificeerd. In de EU zijn een kleine twintig GGO-ingrediënten toegelaten (waaronder bijv. een aantal enzymen voor brood-verbetermiddel, ingrediënten voor zuigelingenvoeding en herbicide-restistente soja). In de opvatting van de VS, Canada en Japan wordt moderne biotechnologie bij gewassen als niets anders dan een moderne veredelingstechniek gezien. Veel ontwikkelingslanden geven het belang van biotechnologie voor de wereld-voedselvoorziening aan. In Europa is er de situatie dat Oostenrijk, Luxemburg en Frankrijk een moratorium hebben ingesteld voor een aantal GGO-rassen. De EC heeft deze landen verzocht het verbod op deze rassen op te schorten, omdat een dergelijk verbod in strijd is met een EU-richtlijn. In oktober 1998 is door de vaste kamercie LNV een rondetafelgesprek gehouden met een aantal organisaties inzake het gebruik. In februari 1999 is binnen onze fractie een fractiespecial over dit onderwerp gehouden. Op 14 april a.s. wordt een AO gehouden over dit onderwerp. Tijdens het AO zal de vraagpuntennotitie van de VC en de antwoorden daarop van de bewindslieden van VWS en LNV aan de orde zijn. Deze vraagpunten-notitie gaat m.n. in op de veiligheid, de keuzevrijheid en de concurrentiepositie als gevolg van het gebruik van GGO's bij de productie van voedingsmiddelen. Bij het AO zal ook de Voortgangsrapportage Biotech-nologie worden betrokken. Deze rapportage gaat in op de huidige maatschappelijke situatie, de marktontwikkelingen, de veiligheid van GGO-levensmiddelen, de consumentenveiligheid en op keuzevrijheid. Beide aangehaalde stukken zijn in het kabinet vastgesteld. Bij dit beleidsterrein zijn LNV, VWS, VROM en EZ betrokken. De inbreng van de CDA-fractie zal (samenvattend) zijn dat de productie en het gebruik van GGO's in voedsel toegestaan mag worden, maar dat daaraan wel strenge voorwaarden gesteld moeten worden (ja, mits-principe). Doel van de CDA-fractie is te bereiken dat de overheid keuzevrijheid en voedselveiligheid zoveel als mogelijk bevordert en garandeert. Het CDA streeft tevens naar verdere harmonisering van Europese wet- en regelgeving op GGO-gebied (vraagt in dit geval om de mogelijkheden van een Europees toelatingsinstituut) en stuurt in ieder geval aan op het instellen van een commissie die helderheid moet geven over de aanvaardbare en gewenste toepassingen van moderne biotechnologie in voedselproductie en milieu.

Inbreng
Er is de laatste tijd veel ophef, emotie en rumoer rond GGO's onder wetenschappers, producenten en consumenten in diverse Europese lidstaten. Het ingrijpen in de genenstructuur van planten en dieren roept in de samenleving ethische bezwaren op. Ook is er de vrees voor onveiligheid van voedsel en blijvende nadelige gevolgen daarvan voor de gezondheid van mens en dier. Aan de andere kant zijn er in de samenleving zeer positieve geluiden te vernemen over de ontwikkeling en het gebruik van GGO's, vanwege de mogelijkheden van onder meer betere voedselvoorziening en minder gebruik van gewasbeschermings-middelen en mest. Er is vooral ook veel onduidelijkheid, voor burgers en producenten. Het is naar onze mening nodig dat de Nederlandse overheid in dit brede krachtenveld een heldere visie op het gebruik van GGO's bij de productie van voedingsmiddelen heeft en daaraan duidelijke grenzen stelt. Mijn fractie wil de bewindsvrouwen complimenteren met de heldere en uitgebreide voortgangsrapportage en met hun beantwoording van de vragen. De voortgangsrapportage geeft een duidelijk overzicht van ontwikkelingen in maatschappij en markt en maakt nog eens duidelijk hoe het precies zit met de toelatingsprocedures rond GGO's. Een deel van de bestaande onzekerheid in de samenleving omtrent dit onderwerp wordt met deze duidelijkheid belangrijk verminderd. [Ik zal in mijn inbreng eerst kort ingaan op het uitgangspunt van mijn fractie in deze discussie. Daarna zal ik de onze standpunten m.b.t. de voedsel-en milieuveiligheid, keuzevrijheid, harmonisatie van regelgeving en het maatschappelijk debat weergeven.]

Uitgangspunt
Over onze natuurlijke omgeving kan niet vrijblijvend worden gesproken als over een domein buiten ons. Als mensen maken wij deel uit van de natuur en er bestaat een zeer complexe relatie tussen mens en natuurlijke omgeving. Het CDA staat voor de benadering dat de mens niet de eigenaar is van de natuurlijke omgeving, maar de beheerder ervan. De mens heeft vanuit dit rentmeesterschap de zorgplicht om zorgvuldig en respectvol met de schepping om te gaan. Het CDA vindt dat een goed rentmeesterschap op zich, zich niet verzet tegen het toepassen van genetische modificatie van planten. De vraag is wel met welk doel dat wordt gedaan. Wanneer de genetische modificatie er toe leidt dat het nuttig gebruik van de plant wordt verbeterd en/of de teeltwijze minder milieubelastend wordt, is die genetische modificatie voor ons acceptabel. Duidelijk moet zijn dat wij nooit ongeclausuleerd 'ja' zullen zeggen tegen de genetische modificatie van planten. In onze ogen moet er voor iedere GGO een uitgebreide, liefst Europees geüniformeerde check op voedsel- en milieuveiligheid blijven. Wij wensen overigens duidelijk te maken dat onze standpunten in dit AO nadrukkelijk alleen gaan over het gebruik van GGO's bij de productie van voedingsmiddelen. Uit het voorgaande is af te leiden dat wij kiezen voor een 'ja, mits-benadering'. De productie en het gebruik van GGO's acht mijn fractie op zich positief, alhoewel zij beseft dat er ook een aantal risico's aan verbonden zijn. Dus: ja, mits voldaan wordt aan een aantal zeer belangrijke voorwaarden. Het CDA stelt hoge eisen van zorgvuldigheid:* bij alle ontwikkelingen afvragen hoe schade wordt voorkomen, * hoe de verantwoordelijkheid kan worden nageleefd en
* hoe welzijn het beste kan worden gediend. Naar onze mening heeft de overheid in deze vanuit haar zorgplicht een sterk normerende taak. Zij zal de bandbreedte aan moeten geven en kaders moeten stellen, waarbinnen het GGO-gebeuren zich mag afspelen. Zij heeft de taak om risico's zo klein mogelijk te houden en randvoorwaarden te creëren voor onder meer gentechniek-vrije produktieketens, voor duidelijke etikettering en voedselveiligheid en moet daarbij de concurrentiepositie in het oog houden. Dat mag niet overgelaten worden aan de markt. De ervaring leert dat deze geen moraal kent, behalve het recht van de sterkste. En dat geeft voor burgers teveel een gevoel van onzekerheid.

Voedsel- en milieuveiligheid
Uit de voortgangsrapportage blijkt naar onze mening dat de toelatingsprocedures voor de introductie van GGO's in het milieu en in het voedingsassortiment redelijk adequaat zijn. Er zijn nog wel wat opmerkingen over te maken. De CDA-fractie acht het een lacune in de EU-regelgeving dat verwerkte veevoeder-grondstoffen op GGO-basis geïmporteerd en vervoederd kunnen worden, zonder op veiligheid gecontroleerd te zijn. Wij vragen de bewindsvrouwen in EU-verband op een betere regeling aan te dringen. In het algemeen moet, wat de GGO-regelgeving betreft, de naleving van de Europese en Nederlandse wet- en regelgeving streng gecontroleerd worden. Er mogen geen andere dingen gebeuren, anders dan in de vergunning of ontheffing zijn vastgelegd. En er mogen al helemaal geen GGO's geteeld of gebruikt worden zonder toestemming. Wij pleiten verder voor opname van verplichte monitoringsbepalingen in de beide richtlijnen, in ieder geval in 90/220. Kunnen de bewindsvrouwen overigens toelichten welke andere wijzigingen in deze richtlijn op stapel staan? De CDA-fractie wil vasthouden aan de case-by-case-benadering, zoals die nu gehanteerd wordt. Volgens het antwoord van de bewindslieden op vraag 1 wordt het loslaten van deze benadering overwogen, maar zij onderbouwen dit niet. Naar onze mening is het verder van groot belang is dat het wetenschappelijk onderzoek naar de risico's van gentechnologie bij planten voor mens, dier en milieu blijft doorgaan en dat de resultaten in de toelatingsprocedures worden meegenomen. In de voortgangsrapportage wordt wel kort over dit soort onderzoek gesproken. Maar er wordt geen wetenschappelijk onderzoek naar herbicide- en insecticideresistentie genoemd. Mijn fractie wil hier toch op aandringen. Dat geldt ook voor het onderzoek naar allergierisicos, wat tot nu toe niet veel heeft opgeleverd. Wat opvalt in de voortgangsrapportage is de verschillende wijze waarop de EU-lidstaten de risico's van het gebruik van GGO's bij de produktiemiddelen, ondanks de geharmoniseerde toelatings-procedures, beoordelen. Moratoria in bepaalde landen en daardoor 'stilliggende' toelatingsprocedures in andere landen. Hierdoor kunnen we feitelijk niet spreken van een geharmoniseerde markt. Voor mijn fractie zijn deze ontwikkelingen redenen om na te denken over een gezaghebbend onafhankelijk Europees instituut dat zich, al dan niet in samenwerking met de lidstaten, bezighoudt met de veiligheidsbeoordeling van GGO-produkten voor mens en dier. Graag een reactie van de bewindslieden hierop. Ik wil verder aan de bewindslieden vragen wat nadere informatie te geven over de berichtgeving in TROUW van Zaterdag j.l.over het in opdracht van Greenpeace verleende onderzoek en de daaruit veronderstelde nalatigheid inzake het ontbreken van gegevens betreffende proefvelden van veranderde gewassen. De antwoorden op vraag 13 geven andere informatie dan de genoemde berichtgeving. Voor mijn fractie geldt in zijn algemeenheid dat nog helderder toetsingscriteria de besluitvorming over de toelating aanmerkelijk transparanter maken en voor meer draagvlak kunnen zorgen.

Keuzevrijheid
Er is sprake van keuzevrijheid voor producenten en consumenten als voldaan wordt aan drie voorwaarden: het bij consumenten en producenten bekend zijn met het bestaan van GGO's en goede voorlichting daaromtrent, juiste en duidelijke etikettering, en het bestaan van gentechniek-vrije ketens.

In antwoorden op één van de vragen roemen de bewindsvrouwen Nederlanders als het meest bewust op GGO-gebied. Het NIPO-onderzoek toont andere resultaten. De bewindslieden hebben in hun voortgangsrapportage aangegeven het belangrijk te vinden dat de informatie-voorziening naar de burger goed is en dat het belangrijk is dat zij inzicht kunnen hebben in de besluitvorming. Wij delen die mening. De CDA-fractie stelt voor om de informatie over de besluitvorming op een nog toegankelijker wijze te presenteren. De rapporten van de wetenschappelijke comités zijn voor de burger niet te begrijpen. Zou het mogelijk zijn om bijvoorbeeld in het kort op de Internetpagina van het Voedingscentrum aan te geven welke risico-factoren onderzocht zijn en wat de uiteindelijke uitkomst is?

De bewindslieden geven in de stukken aan een wettelijk kader te ontwikkelen waarin de randvoorwaarden en de criteria voor het gebruik van een claim 'gentechniek-vrij' worden vastgelegd. De CDA-fractie juicht dit van harte toe. Ik zou er voor willen pleiten dit traject zo spoedig mogelijk in te zetten en de Kamer op korte termijn te informeren langs welke weg de bewindslieden tot een wettelijk kader willen komen.

Wat betreft de etikettering, vindt mijn fractie het absoluut nodig dat het tot stand brengen van Europese regelgeving m.b.t. etikettering in ieder geval onverminderd voortgezet wordt en uitgevoerd wordt. Zien de bewindsvrouwen hier problemen? De CDA-fractie kan instemmen met de vaststelling van een drempelwaarde m.b.t. onvrijwillige contaminatie van niet-GGO-producten met GGO-materiaal in Europees verband. Aan welke drempelwaarde denken de bewindsvrouwen en welke voorwaarden willen zij daaraan verbinden? Mijn fractie stelt verder voor in EU-verband aan te dringen op vaststelling van de negatieve lijst.

Harmonisatie
Door de verschillen in zienswijzen tussen de lidstaten is de EU-situatie momenteel verre van geharmoniseerd, dat heb ik in het voorgaande al aangegeven. De CDA-fractie is van mening dat een maximale inspanning nodig is voor harmonisatie van de regelgeving en de risicobeoordeling tussen lidstaten van de EU. Rond dit vraagstuk moeten we ze zeker niet opnieuw gaan dichten. De verschillen in regelgeving tussen VS en Europa geven al voldoende spanningen gezien de grote verschillen in opvattingen en regelgeving. Onvoldoende harmonisatie wekt veel onduidelijkheid bij de Europese consument, en het maakt het dat een op dit gebied verdeeld Europa m.b.t. GGO's geen sterke vuist in de WTO onderhandelingen kan maken.

Maatschappelijk debat
In antwoord op vraag 43 geven de bewindsvrouwen een maatschappelijk debat aan. Vervolgens wordt er in de aanbiedingsbrief geschreven over een integrale notitie. Twee dingen die los van elkaar opgezet worden. Daar heeft mijn fractie bedenkingen bij. Wij zouden het liever wat efficiënter ingekaderd zien. Mijn fractie stelt voor een commissie in te stellen, die onder meer de kansen en de bedreigingingen schetst van moderne biotechnologie. Wij hebben daarbij een breed samengestelde cie voor ogen met een afgebakende opdracht gebaseerd op de gedachte dat helderheid moet worden geven over de aanvaardbare en gewenste toepassingen van moderne biotechnologie in voedselproductie en milieu. De aanbevelingen zouden als basis kunnen dienen voor de integrale beleidsnotitie, die begin volgend jaar ter bespreking voorligt.

Conclusie
Mijn fractie wil inspelen op de nieuwe mogelijkheden en nuttige toepassingen die de moderne biotechnologie ons biedt, maar wenst daarbij nadrukkelijk grote zorgvuldigheid te betrachten, waar het gaat om de veiligheid van de gezondheid en het milieu. Wij pleiten voor heldere toetsingscriteria, meer harmonisatie van de toelating, gentechniekvrije ketens, duidelijke etikettering, het transparanter maken van de besluitvorming, en voor het instellen van een commissie ter voorbreiding van de integrale notitie biotechnologie.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie