Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Lezing: "Is een nationale asielpolitiek nog wel mogelijk?"

Datum nieuwsfeit: 15-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
D66 Nieuws

Lezing door Thom de Graaf op het Clingendael Actualiteitenseminar

"Is een nationale asielpolitiek nog wel mogelijk?"

15 april 1999

Ondanks het feit dat deze bijeenkomst als een 'Actualiteitenseminar' is aangekondigd, denk ik niet dat iemand had kunnen voorzien hoezeer het onderwerp ons en de andere West-Europese landen zou bezighouden op dit moment. De recente vluchtelingenstromen die vanuit Kosovo op gang zijn gekomen, stellen de wereldgemeenschap voor grote problemen. Hoe kunnen al deze mensen op humane wijze worden opgevangen bij aankomst in de buurlanden van Kosovo? Wat te doen als blijkt dat deze mensen op korte termijn niet terugkunnen naar hun huizen (voor zover die er nog zijn)? Zijn we bereid onze eigen deuren open te zetten voor deze nieuwe groep vluchtelingen en hoe pakken we dat vervolgens aan? Gisteren sprak ik in Straatsburg met een vertegenwoordiger van de UNHCR. De VN-Vluchtelingenorganisatie verwacht dat er tegen een miljoen mensen zullen moeten worden opgevangen de komende tijd en het is niet erg waarschijnlijk dat er daarvan niemand naar West-Europa zal komen.

"Wie is onze naaste?" is de titel van de bijeenkomst vandaag, zo heb ik begrepen. Deze titel deed mij denken aan uitspraken van mevrouw Dupuis enige tijd geleden in Het Schaduwkabinet. Zij sprak toen in filosofische zin over de noodzaak om onszelf de vraag te stellen wie nu eigenlijk onze naaste is. Met andere woorden, onszelf de vraag te stellen voor welke mensen wij in Nederland verantwoordelijk zijn, en voor wie wij dat niet zijn. Zij opperde in verband met die discussie om de Nederlandse grenzen tijdelijk te sluiten om eerst, intern, de zaken op orde te brengen. Ik heb daar toen vrij stevig op gereageerd en gezegd dat haar voorstel niet alleen technisch onuitvoerbaar was - hoe kunnen we zomaar de grenzen sluiten en asielzoekers bij grensposten laten wachten? Het Vluchtelingenverdrag staat ons dat bovendien helemaal niet toe - maar dat ik het ook moreel onaanvaardbaar vond. Wat zouden wij nu bijvoorbeeld hebben moeten doen als we nu de boel in dit land nog niet 'op orde' hadden gehad en de eerste Kosovaren zich meldden in Nederland?

Ik wil kort ingaan op de veranderende omgeving, waarin Nederland zich bevindt. Sinds het einde van de Koude Oorlog is de wereld ingrijpend veranderd. Oorlogen en andere gewapende conflicten zijn in toenemende mate de oorzaak van de gedwongen vlucht van grote stromen mensen. Met name het veranderende karakter van conflicten heeft grote gevolgen gehad voor de vluchtelingenstromen binnen en tussen landen. In plaats van oorlogen tussen nationale staten, zijn het steeds vaker binnenlandse conflicten, met etnische aspecten, die mensen van huis en haard verdrijven. Dat is ook vaak juist het doel van dergelijke oorlogen: het verdrijven van mensen uit hun huizen, om de verhoudingen tussen (etnische) bevolkingsgroepen in een land of een gebied definitief te wijzigen. De recente gebeurtenissen in Kosovo laten dat nog eens goed zien. We kenden dat ook van Bosnië en het Servisch-Kroatische conflict. Al sinds het begin van de oorlog in het voormalige Joegoslavië is het verdrijven van burgers om etnische en politieke redenen gemeengoed geworden.

Dit type van conflicten, gekenmerkt door wat met een buitengewoon cynische term 'etnische zuivering' is gaan heten, leidt tot veranderende patronen van vluchten en vluchtelingenstromen. Grote groepen mensen worden gedwongen hun huis te verlaten en worden vluchteling in de regio, of zelfs in eigen land. Ontheemden noemen we ze wel, deze interne vluchtelingen. Nieuwe grenzen, vaak etnisch van aard, bepalen waar mensen heengaan en heen kunnen gaan. Vluchtelingenstromen van verschillende etnische herkomst gaan verschillende kanten uit, kruisen elkaar soms, bij wijze van spreken.

Andere groepen mensen gaan verder weg, daarheen waar het conflict ook ver weg is. West-Europa is daarbij voor velen, zowel uit de Balkan-regio als uit andere werelddelen, een veilige haven, zo blijkt. De stabiliteit en welvaart die West-Europa sinds de Tweede Wereldoorlog kent zijn voor de hand liggende oorzaken. Ook speelt mee de ontvankelijkheid van de West-Europese landen voor mensen in nood en voor andere culturele invloeden. Tegelijkertijd moeten we het vluchtelingenfenomeen in perspectief blijven zien. Het overgrote deel van de miljoenen vluchtelingen in de wereld wordt opgevangen in de eigen regio. (Een aanzienlijk deel van de vluchtelingen in Europa is bovendien afkomstig uit brandhaarden in Europa zelf). Wat betekenen de vluchtelingen die naar Europa komen voor Nederland en de andere Europese landen? Een eerste constatering moet zijn dat het hermetisch afsluiten van West-Europa (Fort Europa) voor vluchtelingen niet mogelijk en niet wenselijk is. Nederland heeft net als alle Europese landen het Vluchtelingenverdrag van Genève (1951) ondertekend. De gehele Nederlandse politiek is het erover eens dat het van groot belang is dat het asielbeleid humaan blijft, opvang moet worden geboden aan mensen die werkelijk in nood verkeren en dat individuele situaties van mensen altijd zorgvuldig moeten worden beoordeeld. Daarmee hebben wij ons verplicht mensen die worden vervolgd bescherming te bieden op ons grondgebied. Ik zei de gehele Nederlandse politiek, want ook de VVD wil uiteindelijk niet morrelen aan het verdrag van Genève.

De hoeveelheid vluchtelingen stelt landen echter voor steeds grotere problemen. Niet alleen zijn er de praktische problemen van gebrek aan opvangcapaciteit en de uiterst moeizame afhandeling van asielverzoeken. Deze problemen zijn reëel, zoals we in Nederland al verschillende jaren achter elkaar zien. De noodzaak en de wens om elk individueel asielverzoek zorgvuldig te bekijken en te beoordelen zorgt voor overvolle opvang- en asielzoekerscentra, en maakt dat mensen soms jarenlang moeten wachten tot ze uitsluitsel krijgen of hun asielverzoek in Nederland wordt gehonoreerd. Deze problemen bestaan ook in andere landen, hoewel de aanpak van het asielbeleid overal anders is en tot andersoortige problemen leidt.

Doordat mensen eerst naar Europa komen en vervolgens hier pas hun vluchtverhaal doen, ontstaan bovendien grote problemen wanneer asielverzoeken worden afgewezen en mensen teruggestuurd moeten worden. Het terugkeerbeleid zoals we dat in Nederland en andere Europese landen proberen te voeren, is op onderdelen feitelijk mislukt. Uitgeprocedeerde asielzoekers willen na een langdurige procedure vaak niet terug naar hun land van herkomst en werken niet altijd vrijwillig mee aan die terugkeer. Ook als ze wel meewerken zijn de landen van herkomst niet altijd bereid mensen weer terug te nemen, zeker als ze niet (meer) over identiteitspapieren beschikken, wat een probleem op zich is. De uitgeprocedeerde asielzoekers blijven zo (deels) op de beperkte opvangcapaciteit drukken of verdwijnen in een illegaal en onzeker bestaan.

Deze problemen lijken sinds jaren in de meeste Europese landen ook tot een afname te leiden van het draagvlak voor het asielbeleid, ook in Nederland. Met name de hoge kosten van de opvang en de afhandeling van de asielverzoeken, maar ook bijvoorbeeld de locatie van opvang- en asielzoekerscentra in of naast woonwijken overal in Nederland, het lijkt te leiden tot een vermindering van de bereidheid bij de Nederlanders om de groeiende aantallen vluchtelingen onderdak te bieden. Het kan ook zo zijn dat de politiek er niet in slaagt de Nederlandse bevolking echt 'mee te nemen', dat we door de felle politieke discussies deels onze eigen weerstand organiseren. Ter relativering: we weten uit onderzoek dat het heel moeilijk is het werkelijke draagvlak onder de Nederlandse bevolking vast te stellen. Onderzoeken met suggestieve vraagstellingen - in de trant van "vindt u dat er teveel asielzoekers in Nederland zijn" of juist "Vindt u dat Nederland mensen die in nood zijn moet helpen" - leiden tot tegenstrijdige uitkomsten. De opvangcapaciteit van de samenleving zou wel eens groter kunnen zijn dan menigeen veronderstelt.

Aanvullend probleem is dat Nederland verhoudingsgewijs veel asielzoekers binnenkrijgt. Overigens op kampioen Duitsland na, die binnen de Europa het meeste asielzoekers opvangt. (méér nog dan bijvoorbeeld een groot land als de VS). Het blijkt moeilijk te verklaren, maar vooral ook moeilijk te beïnvloeden waarom bepaalde stromen vluchtelingen allemaal naar bepaalde landen trekken. Geografische nabijheid, maar ook de aanwezigheid van landgenoten die eerder in hetzelfde land zijn terechtgekomen, zijn factoren die van invloed lijken te zijn. Maar ook de relatief goede opvangmogelijkheden en zorgvuldige en langdurige asielprocedures zijn factoren die de aantrekkingskracht van Nederland voor vluchtelingen verhogen. Nederland heeft de naam een open en tolerant land te zijn, en is in het verleden altijd een vluchthaven voor vervolgden uit alle windstreken geweest. De multi-culturele samenleving (die mede daardoor is ontstaan), is in dit opzicht ook van belang. Daar komt nog bij dat Nederland een sterke reputatie heeft als het gaat om de beschermen van mensenrechten. Niet alleen vluchtelingen, maar vooral ook mensensmokkelorganisaties (de 'reisagenten') kennen deze reputatie van Nederland maar al te goed.

Het asielbeleid in ons land lijkt inmiddels deels vast te lopen. Zo constateerde staatssecretaris Cohen enkele maanden geleden in een interview dat het op ontploffen staat. De doorstroming in de opvang- en asielzoekerscentra is veel te langzaam, en de groeiende stroom vluchtelingen kan niet zonder meer worden opgevangen. De kosten van het asielbeleid stijgen exponentieel en noodzaken jaar op jaar tot nieuwe financiële maatregelen, ten koste van ander beleid. Doordat het terugkeerbeleid niet werkt, wonen vele duizenden uitgeprocedeerden nog steeds in Nederland, en het ziet er niet naar uit dat deze mensen ooit nog terug naar huis gaan. We moeten bovendien reëel zijn en toegeven dat er onder de asielzoekers veel mensen met economische motieven zijn. Kortom, de grenzen van ons nationale asielbeleid lijken te zijn bereikt.

Op de korte termijn zijn er veel maatregelen nodig en mogelijk, om ervoor te zorgen dat de situatie niet uit de hand loopt. Het regeerakkoord is op dit punt een behoorlijke steun in de rug voor de verantwoordelijke staatssecretaris. De drie paarse partijen zijn het in de zomer van 1998 eens geworden over een fors aantal maatregelen, zowel als het gaat om de herziening van de Vreemdelingenwet, als ook qua opvang van asielzoekers en uitgeprocedeerden. De Vreemdelingenwet zal worden aangepast, procedures worden verbeterd en verkort. Verder zal het aantal statussen worden beperkt, en zal het terugkeerbeleid worden verbeterd. Uitvoering van deze en andere maatregelen zal zeker zorgen voor enige verlichting van de problemen, maar gaat nog steeds erg langzaam.
Naar aanleiding van de nieuwste instroomcijfers van de staatssecretaris nam het afgelopen najaar de druk toch weer toe om naast de maatregelen uit het Regeerakkoord met nieuwe aanvullende maatregelen te komen om de groeiende instroom van asielzoeker in te dammen. En in de aanloop naar de Provinciale-Statenverkiezingen van maart jongstleden ontstond een heftige discussie over de vraag wat er met de uitgeprocedeerde asielzoekers moest gebeuren. De Nederlandse politiek bleek helaas niet in staat om tot consensus te komen. D66 opperde toen om een commissie van wijze mannen (een staatscommissie) in te stellen die zich dan zou gaan buigen over de vraag of er draagvlak is voor aanvullende maatregelen en wat die dan zouden moeten inhouden.

Het is van belang dat we ons realiseren dat de voorgenomen juridische maatregelen de problemen nooit helemaal kunnen oplossen. Feitelijk beleid en uitstraling van een land hebben vaak meer invloed op de aantallen asielzoekers die zich melden, dan de wetteksten. Opvallend is dat Nederland relatief erg veel asielzoekers heeft uit slechts een paar landen, te weten Irak, Afghanistan, Iran en Somalië. Deels komt dat omdat er al een relatief grote gemeenschap van mensen uit die landen in Nederland woont en dat trekt logischerwijs landgenoten aan. Maar voor een belangrijk deel is deze opvallende stroom te verklaren door ons beleid ten aanzien van de genoemde landen. Zo sturen alle EU-landen op papier (de werkelijkheid is weerbarstiger) uitgeprocedeerde asielzoekers uit Iran terug; alleen Nederland doet dat niet. Asielzoekers en mensensmokkelorganisaties weten dat en melden zich liever in Nederland aan, aangezien ze hier een verhoogde kans hebben om te mogen blijven.
De regering gaat nu per land na of ons asielbeleid sterk verschilt van de ons omringende landen. Het is opvallend dat nadat de regering bekend heeft gemaakt dat Nederland niet zonder meer aan alle Irakese asielzoekers een voorwaardelijke vergunning tot verblijf geeft, er veel minder Irakezen naar Nederland zijn gekomen. Hetzelfde kan worden gezegd over de uitwerking van de Wet Ongedocumenteerden. De vraag blijft overigens of dit uitsluitend aan herzien beleid is te danken of dat het bijvoorbeeld aan de sneeuw in de bergen tussen Irak en Turkije ligt; vergelijkende cijfers over het eerste kwartaal van 1999 van andere EU-landen op dit punt ontbreken vooralsnog. Uit dit voorbeeld blijkt dat zodra een land qua beleid teveel uit de pas loopt bij andere Europese landen, de aantrekkingskracht van zo'n land toeneemt en de aantallen asielzoekers ook. Het is dan ook goed om het Nederlandse beleid nog eens naast dat van de andere Europese landen te leggen.

Maar om tot een wezenlijke trendbreuk te komen is meer, en vooral wat anders, nodig. D66 pleit al langere tijd voor een brede, Europese aanpak van de asielproblematiek. De recente gebeurtenissen in Kosovo hebben hiervan weer een zeer actueel punt gemaakt. Waarom is zo'n Europees asielbeleid zo noodzakelijk? Een eerste argument is dat de trek naar Europa een Europese aangelegenheid is. Europa is als geheel, als werelddeel voor veel vluchtelingen een aantrekkelijke bestemming. Europa is immers veilig, democratisch, respecteert de mensenrechten en is bovendien welvarend. Waar een vluchteling vervolgens uiteindelijk terecht komt binnen Europa is afhankelijk van het culturele en sociale klimaat in een land en, ten tweede, van de (inschatting van de) kans dat een asielzoeker ook daadwerkelijk mag blijven. Maar de meeste vluchtelingen op zoek naar een veilige haven komen in eerste instantie naar Europa toe, en niet naar Nederland, Duitsland of welk ander land.

Een tweede argument voor een Europese aanpak is dat voor grensoverschrijdende problemen, zoals de veranderende migratiestromen waar ik eerder over sprak, ook grensoverschrijdende oplossingen nodig zijn. Europa moet als een krachtige eenheid optreden om te zorgen voor een humane aanpak, een goede opvang en een snelle afhandeling van asielverzoeken in heel Europa. Bovendien moeten de lasten binnen Europa evenredig worden verdeeld, zowel wat de financiële lasten betreft als ook als het gaat om de verdeling van de aantallen asielzoekers in Europa. Nederland moet hier aandacht voor blijven vragen in Europa en er, als dat nodig is, een hard punt van maken. Ik was vorige week dan ook teleurgesteld over de uitkomst van de laatste JBZ-raad in Luxemburg. Die bijeenkomst liet een gebrek aan bereidheid bij een aantal landen zien om daadwerkelijk te komen tot goede afspraken over een gelijke behandeling én een evenredige verdeling van de vluchtelingen (die op uitnodiging van de UNHCR naar Europa komen).

Kosovo leert ons dat ook de landen die daar nu niet zo enthousiast over zijn, zich beter nog eens kunnen bedenken. In de nabije toekomst kunnen brandhaarden in Europa of elders tot onverwachte vluchtelingenstromen leiden naar landen die daar helemaal niet op rekenden.

De vraag is vervolgens wat ons dan voor ogen staat als we het hebben over een Europese aanpak van het asielbeleid?

1. Een belangrijke maatregel die alleen gezamenlijk kan worden getroffen, is het instellen van Europese aanmeldcentra in de regio van de landen van herkomst. In deze centra kunnen mensen een asielverzoek indienen en wordt vervolgens bepaald of mensen worden toegelaten. De toegelatenen worden vervolgens verdeeld over de Europese lidstaten. Het belangrijkste voordeel hiervan is het voorkomen van problemen met de terugkeer van uitgeprocedeerde of teruggestuurde asielzoekers. Dat is bovendien ook in het belang van die asielzoekers, die geen enkele kans hebben op asielverlening. Die mensen hoeven op deze manier niet voor niets naar Europa te reizen.

2. In het verlengde van de gezamenlijke aanmeldcentra ligt natuurlijk ook een gezamenlijke asielprocedure. Op termijn moeten alle Europese landen hetzelfde asielbeleid voeren: dezelfde termijnen, dezelfde beoordelingscriteria, enz. Op deze manier is het ene land niet aantrekkelijker voor asielzoekers dan het andere. Bovendien biedt een Europees asielbeleid duidelijkheid aan potentiële asielzoekers.

3. Bij een gelijke asielprocedure horen ook gezamenlijke, d.w.z. Europese ambtsberichten. De vraag of een land veilig is, moet in de toekomst niet door de verschillende Europese landen verschillend worden beantwoord. Het is toch opmerkelijk dat alle landen voor zich bezig zijn informatie te verzamelen over de situatie in de landen van herkomst om zich zo een oordeel te vormen over de (veiligheids-)situatie daar.

4. Ook aan het eind van de asielketen kan samenwerking in Europees verband tot verbeteringen leiden. De Europese lidstaten moeten samenwerken bij het maken van afspraken met de landen van herkomst over het terugnemen van uitgeprocedeerde asielzoekers. Het kan niet zo zijn dat bepaalde landen met het ene Europese land wel, en met het andere niet wil samenwerken op dit punt. Totdat die afspraken in de vorm van terugname-overeenkomsten zijn gelijkgeschakeld, kan samenwerking tussen de Europese landen ook helpen bij de feitelijke uitvoering van het terugkeerbeleid. Tijdelijk zouden de Europese landen de terug te sturen asielzoekers aan dát Europese land kunnen overdragen, dat de meeste kans heeft op succes bij terugkeer. D66 wil graag dat de regering haast maakt met het dichter bij brengen van een Europees asielbeleid. Het asielbeleid moet hoog op de Europese politieke agenda worden gehouden. Dat kan door het Voorzitterschap van de EU in de aanloop naar de asieltop in Tampere, Finland te benaderen met voorstellen, liefst zo concreet mogelijk. Het kan tenslotte ook helpen om in Europees verband, op initiatief van Nederland, conferenties over dit onderwerp te organiseren, waarbij dan ook non-gouvernementele organisaties kunnen worden betrokken.

Graag wil ik benadrukken dat een Europees asielbeleid niet betekent dat de EU-landen gelaten moeten afwachten hoeveel asielzoekers binnenkomen en onderling verdeeld worden. Zo'n beleid kan ook (pro-)actief zijn: de EU-landen onderschrijven allen het beginsel van opvang in de regio. Op termijn zal het dus zo moeten zijn dat Europa via een geïntegreerd buitenlands beleid, veiligheids - en migratiebeleid de betreffende regio's in hun ontwikkeling ondersteunt. Daardoor zal de trek naar Europa verminderen en verliezen deze regio's niet hun meest ondernemende mensen. Immers, in de huidige situatie vindt er een braindrain plaats: de achterblijvers in de regio zijn veelal de ongeletterden, minstbedeelden, de kanslozen. Op termijn kan een actief Europees asielbeleid de regio's waar mensen vandaan komen, positief beïnvloeden.

Ik wil graag afsluiten. Als het gaat om de door D66 gedane voorstellen is het natuurlijk belangrijk om realistisch te blijven, en geen al te hoog opgeschroefde verwachtingen te hebben van de Europese samenwerking op korte termijn, zeker niet na de JBZ-raad van vorige week. Wél is een duidelijk Nederlands standpunt nodig. Ik ben blij dat dit kabinet dat onderschrijft en bereid is vasthoudend dit punt op de Europese agenda te blijven zetten. Dat is van groot belang, ook voor de verdere toekomst van Europa.
Europa is niet af. Ook deze weken blijkt dat weer. Europa is niet af, al meent een enkele kandidaat-Eurocommissaris wellicht van wel. Voor vertrouwen in een echt, slagvaardig Europa is niet een politieke unie, niet alleen een echt gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid, maar ook een heldere, eenduidige en gedragen asiel- en vluchtelingenpolitiek. Dat is een grote opdracht voor de komende jaren.

Thom de Graaf, fractievoorzitter van D66 in de Tweede Kamer Tel. 070 - 318 36 13
E-mail:(Th.dGraaf@tk.parlement.nl)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie