Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak Van Boxtel VNG ledenraadpleging Bestuursakkoord

Datum nieuwsfeit: 15-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Binnenlandse Zaken

Toespraak minister Van Boxtel bij de VNG ledenraadpleging over het Bestuursakkoord-nieuwe-stijl, Ede

Maandag 12 april
Misschien weet u het, misschien weet u het (nog) niet: ik heb twee grote passies. De eerste is de politiek of met andere woorden, hoe we samen ons land, onze democratie zo goed en prettig mogelijk kunnen inrichten. De tweede is de Avonturen van Kuifje door Hergé.

In 1993 heb ik beide passies kunnen combineren in een essay voor een door de VNG uitgeschreven essaywedstrijd met als thema Het huis van Thorbecke. Mijn bijdrage heette: De avonturen van Duifje: De zoektocht naar het Zicht. In mijn verhaal gaan de journaliste Duifje en haar vriend kapitein Paddock, op verzoek van Professor Zonnepit op avontuur om de deur naar het Zicht te openen. Want het Zicht was zoek, het zicht op het herstel van het evenwicht in de betrekkingen tussen ingezetenen en gouvernementelen, tussen burgers en bestuurders. Duifje komt er al gauw achter dat het Zicht zich, ergens in Nederland, achter een Gouden Muur bevindt.

Om de Deur naar het Zicht te vinden gaat Duifje praten met mensen die, dankzij hun fysieke kwaliteiten, over die Muur heen zijn gekomen, mensen die zich op verschillende, door ene Thorbecke bedachte niveaus bevinden. Duifje praat met een vertegenwoordiger van het eerste niveau, een slecht geschoren man die in een torentje allerlei lubberende zinsneden ten beste geeft, met de Vereniging tot Behoud van het tweede niveau en met de Vereniging Nooit Genoeg. En dan is Duifje er achter waar het probleem zit: Er zijn in Nederland teveel mensen aan de andere kant van de Gouden Muur terecht gekomen (...) Men is aan die kant het zicht op zowel de eigen als de andere kant volkomen kwijtgeraakt. De gouvernementelen cum suis kijken uitsluitend nog naar elkaar. Het is te vol het gebied is te klein. Het speelveld moet worden uitgebreid.

Duifje meende dat speelveld te moeten uitbreiden door Vlaanderen en Wallonië te annexeren, maar vandaag hebben we het over een minder imperialistische oplossing: Het Bestuursakkoord Nieuwe Stijl. Een akkoord dat er voor moet zorgen dat het rijk, de provincies en de gemeenten effectief samenwerken aan versterking van hun driehoeksrelatie. Niet alleen voor zichzelf, voor achter de Gouden Muur, maar met een duidelijke externe boodschap: meer bereiken voor burgers, bedrijven en instellingen.

Voor de VNG is een bestuursakkoord geen noviteit. Nieuwe Stijl slaat voor u niet alleen op het vernieuwende karakter van dit akkoord, maar ook op het feit dat het niet de eerste keer is dat er een bestuursakkoord is gesloten tussen het kabinet en de VNG. Dat was in 1986. We hebben we voor dit akkoord natuurlijk ook geput uit wat we toen geleerd hebben. Het gaat in het BANS niet meer alleen om afspraken die bedoeld zijn om provincies en gemeenten tegen elkaar en tegen de rijksoverheid te beschermen, maar om concrete impulsen voor bestuurlijke vernieuwing op een aantal (deel)terreinen. Het gaat niet meer om deelakkoorden tussen VNG-Rijk en IPO-Rijk en deelakkoorden per departement maar om een breed overhedenoverleg als motor en voertuig voor relatie-onderhoud. Met andere woorden, zowel de grenzen tussen de ministeries als tussen provincies en gemeenten onderling en over en weer worden door het BANS geslecht. En vooral, het gaat in het BANS niet alleen om afspraken, maar om meetbare resultaten!

Ondanks het feit dat de VNG een belangrijke partner is geweest bij het totstandkomen van het bestuursakkoord-nieuwe-stijl, realiseer ik mij dat niets zo verraderlijk is als op voorhand overeenstemming veronderstellen: daarom ben ik blij dat ik tijdens deze ledenraadpleging enige gedachten over en visie op het bestuursakkoord-nieuwe-stijl met u kan delen, en op die manier enig missie/zendingswerk kan verrichten. Ik doe dat namens het kabinet, maar u begrijpt dat ik zo nu en dan mijn eigen portefeuille niet zal verloochenen.

Ik wil aandacht besteden aan aantal aspecten in de discussies rond (totstandkoming van) het bestuursakkoord, het proces en de inhoud, en iets zeggen over de stand van zaken en de meningsvorming en verwachtingen rond BANS.

Ik zei het al: de inrichting van ons land, van onze democratie, is één van mijn passies, en willen we dat goed doen, niet alleen in termen van economie en infrastructuur, maar ook waar het gaat om sociale samenhang en draagvlak, is samenwerking tussen overheden van essentieel belang. Dat geeft ook aan wat het belang is van dit Bestuursakkoord: het duidelijk vormgeven van interbestuurlijke samenwerking en verschuiving van insteek daarvan naar een toenemende behoefte aan overleg en afstemming.
Mijn collega minister Peper hield op 31 maart op uw congres 2000+ in Den Bosch een state of the art lezing over het belang en de positie van gemeenten met als insteek de relatie met en tussen overheden onderling. Ook hij signaleerde dat er diverse tekortkomingen zijn in deze samenwerking: tekortkomingen als het gaat om bestuurlijke slag- en daadkracht, de haperende decentralisatie, de representativiteit van de overheid. Door intensiever en effectiever samen te werken, samen de grote themas aan te pakken, kunnen we beter inhoud geven aan het begrip partnerschap, niet alleen tussen overheden onderling, maar ook tussen overheden en burgers, bedrijven en maatschappelijke instellingen. De partijen treden op als partners, dat wil zeggen: houden zich aan gemaakte afspraken, spreken elkaar aan op hun medeverantwoordelijkheid, zijn moreel gebonden om de gemaakte afspraken waar te maken.
Die partnerschapgedachte ligt ook ten grondslag aan het grotestedenbeleid.
Ik wil hiermee niet zeggen dat de samenwerking alleen maar informeler wordt of ten koste zal gaan van de bestaande - goed werkende - constructies. Het halfjaarlijkse Overhedenoverleg is bedoeld als een versterking , een uitbreiding van wat er al is. In dit Overhedenoverleg gaan de drie partijen met elkaar onderwerpen bespreken waar wij alledrie mee te maken hebben, met name binnen de brede beleidsthemas sociale infrastructuur en veiligheid, ruimtelijk-economische infrastructuur en de kwaliteit van het openbaar bestuur zelf.
Het onderdeel sociale infrastructuur omvat onder meer afspraken over:sociale participatie, jeugd, zorg, de bestrijding van armoede en sociale activering.
Sociale infrastructuur is het geheel van organisaties, diensten, voorzieningen en betrekkingen die het mogelijk maken dat mensen in bijvoorbeeld buurten, groepen en gezinnen kunnen samenleven en kunnen deelnemen aan de samenleving. Versterking van die sociale infrastructuur moet de participatie vergroten en tegelijkertijd het gebruik van kostbare zorgvoorzieningen beperken. In eerste instantie hebben we met name het thema jeugd en jongeren opgepakt. Dit thema staat dan ook geagendeerd voor het overhedenoverleg dit najaar. Er zijn al veel activiteiten op dit gebied: binnen VWS waar nu de laatste hand wordt gelegd aan een visie op de jeugd te presenteren, een visie die elke kabinetsperiode zal worden herzien. Maar ook bij OCenW (jeugd en opvoeding, jeugd en vroegtijdig schoolverlaten) en Justitie (jeugd en criminaliteit, wapenbezit). Op deze gebieden is, vanuit uw eigen verantwoordelijkheden, zeker ook een belangrijke rol weggelegd voor het VNG én IPO. Het is de bedoeling om dit najaar over deze activiteiten voortgangsrapportages te presenteren. In ieder geval is er op 15 april aanstaande AO over de voortgangsrapportage Beleidskader Jeugdzorg 1999-2002. Ook veiligheid is een belangrijk thema voor het BANS. Tijdens het eerste Overhedenoverleg spraken we over geweld op straat. En thema dat door de VNG bijzonder voortvarend wordt aangepakt, waarvoor mijn complimenten. Het door de VNG gepresenteerde Actieprogramma tegen geweld op straat bevat een aantal punten die een rol hebben gespeeld bij de gedachtenvorming over dit onderwerp binnen het kabinet.
Het kabinet is bezig met de voorbereiding van een kabinetsstandpunt over aanpak illegaal vuurwapenbezit en vuurwapengeweld. Aanstaande vrijdag wordt dat in Ministerraad behandeld. Kern hiervan is de verhoging strafmaat en meer prioriteit voor de aanpak. Heel belangrijk is daarbij, naast een verhoging van de strafmaat voor vuurwapenbezit en handel in illegale vuurwapens, een intensiever gebruik van bestaande wettelijke mogelijkheden. Er wordt een proefproject gestart waarbij binnen een door de driehoek aangewezen gebied alle bestaande middelen gecoördineerd worden ingezet. Het tweede grote thema is de ruimtelijk-economische infrastructuur . Daarbij gaat het om onderwerpen als stedelijke vernieuwing, verbetering van milieukwaliteit en bereikbaarheid. De vitalisering van het platteland vinden de partners zo belangrijk dat dit onderwerp alvast voor het Overhedenoverleg van het najaar 1999 geagendeerd is. LNV heeft daarbij het voortouw.
De verbetering van het waterbeleid en waterbeheer komt in het voorjaar 2000 in het Overhedenoverleg aan bod.
Een goede inhoudelijke beleidsvoering waarbij meer bestuurslagen betrokken zijn kan alleen slagen wanneer de respectievelijke verantwoordelijkheden zo goed mogelijk op elkaar worden afgestemd en wanneer daar heldere omgangsregels aan ten grondslag liggen. Vandaar de aandacht voor het thema de kwaliteit van het openbaar bestuur en daarbinnen voor instrumentele vernieuwing, maar ook voor omgangsregels in Europees perspectief. Zonder inzicht in de werking (de doelmatigheid en effectiviteit) van beleid is het moeilijk te beoordelen of aanpassingen nodig zijn, vandaar de aandacht voor monitoring. De discussie zal, zo spraken de partners reeds af, niet alleen gaan over wel of niet monitoren, maar ook over hoe te monitoren zonder dat er onnodig lasten ontstaan. Kortom, onderwerpen die ook hun plaats hebben gevonden in het Regeerakkoord en in de prioriteiten van de provincies en gemeenten én de pijlers vormen van het grotestedenbeleid. Een beleid dat door het BANS een uitstraling zal en kan hebben naar de gemeenten die niet bij de G25 horen.
Onderwerpen die niet centraal gedicteerd worden, die ook van de VNG zijn, en die ook uitgebreid of beperkt kunnen worden in onderling overleg.
Bij de uitwerking van deze themas is het belangrijk om duidelijke afspraken te maken over de output. Ook hier is er een overeenkomst met de methodiek van het grotestedenbeleid. In het kader van GSB afspraken worden - meerjarige - afspraken gemaakt over instrumenten om steden op hun prestaties te kunnen beoordelen (monitoring, auditing, visitaties). Het rijk heeft zich verplicht geld ter beschikking te stellen. In het BANS wordt met name in hoofdstuk kwaliteit openbaar bestuur veel aandacht besteed aan resultaatgerichtheid , aan het elkaar de maat kunnen nemen en daar instrumenten voor zoeken. In het Overhedenoverleg zullen de partijen elkaar daar ook op af moeten gaan rekenen. We hebben daarbij te maken met twee dilemmas. Het eerste dilemma heeft te maken met de breedte van de themas in het BANS. Hoe breder een thema aan de orde komt, hoe moeilijker het zal zijn om alle voornemens en afspraken uit te werken en na te komen. Gelukkig zijn er ook afspraken die in het verlengde liggen van lopend beleid. Maar, als een thema niet in de breedte is uitgewerkt, moeten de hierover gemaakte afspraken telkens worden gemeten aan de actualiteit, waardoor er een groei-akkoord ontstaat.
Het tweede dilemma heeft te maken met de verschillende belangen van de partners in het akkoord bij mogelijke conflicten. Ik ben er echter van overtuigd dat door het Overhedenoverleg de onderlingen verhoudingen zodanig zullen verbeteren dat veel zaken ambtelijk in goede sfeer afgedaan kunnen worden. En, laten we niet vergeten dat creativiteit, ook in het Overhedenoverleg, sterk gestimuleerd wordt door pittige discussies.
We staan nu aan het begin van deze nieuwe samenwerking. Dat betekent dat we de komende periode druk bezig zullen zijn met het doordringen tot en committeren van de verschillende partners, met het afstemmen van doelstellingen en verwachtingen en met het zoeken naar aansluiting bij lopende trajecten. BANS leek een afkorting voor ingewijden. Maar het wordt tijd dat bansen als werkwoord inburgert. Van Kooten en De Bie zijn dan misschien de grootste taalvernieuwers van de laatste decennia, maar zeker niet de enige. Ook de overheid heeft een reputatie op te houden. Twee nieuwe worden dus: BANS, omdat dat toch wat lekkerder bekt dan het volledige bestuursakkoord nieuwe stijl en bansen als overtreffende trap van dansen : plezier voor drie in plaats van plezier voor twee.
Dansen vraagt om een ritme en om iemand die leidt, bansen vraagt om visie en daadkracht, om brutale, creatieve bestuurders die niet bang zijn van een nieuwe sound.
Ik wil gemeenten uitdagen om geen muurbloempje te zijn. De consequentie van die uitdaging is dat ik ook differentiatie, maatwerk accepteer en sterker, de ontwikkeling van eigen gemeentelijke profielen stimuleer. Gemeenten hoeven tenslotte niet volstrekt gelijk te zijn! BANS wil (evenals GSB) gemeenten uitlokken om zich op hun specialiteit te profileren. In het volgende avontuur van Duifje wil ik graag kunnen schrijven dat het Zicht weer is teruggevonden, dat er geen Muur meer is, noch van goud noch van iets anders en dat de VNG genoemd kan worden als de Vereniging (Steeds) Nieuwe Gezichtspunten!

Relevante links:
Bestuursakkoord nieuwe stijl: brochure Overheden over toekomst Toespraak minister Peper voor het congres 2000+ internationaal te Den Bosch

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie